Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2024, 173358 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2024, 173358 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode voor Burgemeester en wethouders Helmond 2024
In Helmond onderschrijven we het belang van een integere overheid, zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen en kijken we om naar elkaar. Daarmee vinden wij integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. In het borgen van bestuurlijke integriteit zijn bijzondere rollen weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier en de secretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college van B&W.
Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. In Helmond streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Wij onderkennen daarbij dat integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de rol die wij spelen in de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van politieke ambtsdragers wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.
Vertrekpunt is de eed of belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van zakelijke afspraken, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen collegeleden onderling en tussen collegeleden, raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang – binnen en buiten het gemeentehuis.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning.
Deze gedragscode heeft betrekking op de collegeleden van Helmond. De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is te vinden in artikel 41c lid 2 en 69 lid 2 Gemeentewet. Als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode opgesteld. De gedragscode is een interne regeling. De gedragscode bevat kernbegrippen en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.
De gedragscode is niet vrijblijvend. Politieke ambtsdragers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden heeft de raad van Helmond ook een handhavingsprotocol opgesteld, hoe te handelen bij twijfel of vermoedens. Als blijkt dat de integriteit is geschonden, kan dat consequenties hebben voor de rechtmatigheid van besluiten (artikel 58 en 28 Gemeentewet) of overeenkomsten (artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet) en voor de positie van de betrokken politieke ambtsdrager.
In Helmond onderschrijven we het belang van een integere overheid.
In Helmond zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen.
In Helmond kijken we om naar elkaar.
1. AFSPRAKEN OVER HET VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING
Artikel 41b en 67 Gemeentewet (nevenfuncties)
Artikel 36b en 68 Gemeentewet (onverenigbare functies)
Artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten)
Artikel 58 en 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming)
Collegeleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, van een ander, of van een organisatie waarbij zij persoonlijk betrokken zijn. Collegeleden moeten altijd het algemeen belang voor ogen houden en actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.
ARTIKEL 1.1 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET COLLEGELIDMAATSCHAP
Collegeleden leveren de secretaris bij aanvang van het collegelidmaatschap de informatie aan over functies die zij bekleden, die op grond van artikel 41b en artikel 67 Gemeentewet openbaar gemaakt moeten worden. Als zij gedurende het collegelidmaatschap nieuwe functies aanvaarden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de secretaris. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat het collegelid er kennis van heeft.
ARTIKEL 1.2 MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN
Collegeleden doen bij aanvang van het collegelidmaatschap bij de secretaris opgave van hun substantiële financiële belangen (zoals >5% aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft en van hun financiële belangen die relevant zijn voor besluitvorming die in de raad, in het college van B&W, of als burgemeester aan de orde is. Ook een tijdens het collegelidmaatschap ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden.
De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar, maar uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien. Indien de belangen relevant zijn met het oog op de bestuurlijke besluitvorming kan de betreffende informatie worden gebruikt in de beraadslaging.
ARTIKEL 1.4 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING
Als collegeleden ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en de stemming, melden zij dit voorafgaand aan of bij aanvang van de vergadering bij het vaststellen van de agenda en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Collegeleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren en momenten. In de notulen wordt aangetekend dat het betreffende collegelid niet heeft deelgenomen aan de beraadslaging en stemming.
2. AFSPRAKEN OVER DE OMGANG MET GESCHENKEN EN UITNODIGINGEN
Artikel 41a en 65 Gemeentewet (eed of belofte)
Collegeleden leggen een eed of belofte af: zij mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in het vooruitzicht gesteld geld, goederen, diensten of uitnodigingen.
ARTIKEL 2.1 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN
Collegeleden melden de secretaris als zij door of vanwege hun werk als collegelid geschenken ontvangen of faciliteiten of diensten accepteren van derden met een geschatte waarde van € 50 of meer. De secretaris legt hiervoor een openbaar register aan.
Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met de functie van bestuurder en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden bij de secretaris binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.
ARTIKEL 2.3 (BUITENLANDSE) DIENSTREIZEN
Collegeleden leggen een uitnodiging tot een (buitenlandse) dienstreis, met uitzondering van een dienstreis naar een Europese instelling, ter goedkeuring voor in het college. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Collegeleden maken openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de (buitenlandse) dienstreis is geweest. Daarbij maken de collegeleden ook openbaar wat de kosten waren voor de gemeente en welke kosten voor rekening van anderen zijn gekomen. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is via internet beschikbaar.
3. AFSPRAKEN OVER DE OMGANG MET GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers
De gemeente werkt met belastinggeld. Collegeleden gaan op een behoedzame manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen die hun ter beschikking staan en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld.
ARTIKEL 3.1 GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTES
Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes. Collegeleden dragen daarbij zorg voor het schoon achterlaten van deze ruimtes.
ARTIKEL 3.2 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES
Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.
4. AFSPRAKEN OVER DE OMGANG MET INFORMATIE
Artikel 54 Gemeentewet (beslotenheid)
Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding)
Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)
Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij beschikken. Daar hoort ook bij dat zij niet met opzet een onjuiste voorstelling van zaken geven over gebeurtenissen in en rond de gemeente.
Collegeleden zijn artikel 169 Gemeentewet indachtig, open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Collegeleden handelen in overeenstemming met letter en de geest van de wet, in het bijzonder de informatieplicht die volgt uit de Gemeentewet en de Wet open overheid.
5. AFSPRAKEN OVER OMGANGSVORMEN
Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde)
Collegeleden gaan binnen en buiten het gemeentehuis op respectvolle wijze om met elkaar, raads- en commissieleden, ambtenaren en inwoners. Zij onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van de gemeente. Met elkaar borgen collegeleden de onderlinge fysieke en sociale veiligheid.
ARTIKEL 5.1 OMGANGSVORMEN ALGEMEEN
Binnen en buiten het gemeentehuis bejegenen collegeleden elkaar, raads- en commissieleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van politieke ambtsdragers of hun fracties zijn ongewenste omgangsvormen.
AFSPRAKEN OVER HANDHAVING VAN INTEGRITEIT
Dit handhavingsprotocol bevat afspraken tussen politieke ambtsdragers in Helmond over de onderlinge handhaving van integriteit, met aandacht voor de rolverdeling en de te volgen procedure bij vermeende integriteitsschendingen. Deze afspraken beogen houvast en een toetssteen te bieden voor een zorgvuldig ingericht proces. Zij geven daarmee blijk van onze kernwaarden: we onderschrijven het belang een integere overheid, we zijn bereid verantwoordelijkheid te nemen en we kijken om naar elkaar.
In de handhaving van integriteitsnormen is een drietal beginselen leidend. Het beginsel van onpartijdige handhaving geeft blijk van het besef dat integriteit te kostbaar is om inzet te laten zijn van partijpolitiek. Uit het beginsel van ‘onpartijdige handhaving’ volgt dat politiek ambtsdragers van alle partijen vanuit het belang van een integere overheid de discipline zouden moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitkwesties boven de partijen te gaan staan.
In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd door de media. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitschendingen van politici kunnen al snel negatieve beelden een rol spelen, voordat de feiten vast staan. Het gevolg is dat er sprake is van willekeur, dat individuele politici die onder verdenking komen te staan grote schade oplopen en dat de geloofwaardigheid van de politiek wordt aangetast. Het is daarom zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Daaruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk van een integriteitsschending sprake blijkt te zijn en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag en moet de kwestie natuurlijk wel naar buiten worden gebracht. We nemen onze verantwoordelijkheid.
In Helmond kijken we om naar elkaar. Iedereen die te goeder trouw een vermoeden meldt of mogelijk een schending heeft begaan heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Wij moedigen politiek ambtsdragers aan om eigen dilemma’s en twijfels bespreekbaar te maken en andere politiek ambtsdragers waar mogelijk eerst zelf aan te spreken als het hun handelen betreft.
ARTIKEL 1.1 LEIDENDE BEGINSELEN
Politieke ambtsdragers worden aangemoedigd om integriteitsdilemma's en twijfels over het handelen van een ander te bespreken met de betreffende persoon zelf. Is dit redelijkerwijs geen optie of bestaat er verschil van inzicht, dan kunnen de betrokken politieke ambtsdragers advies inwinnen bij de burgemeester en/of de griffier. Is sprake van een vermoeden van een integriteitsschending dan kunnen de politieke ambtsdragers melding doen bij de burgemeester.
Bij vermoedens van vermeend niet- integer handelen zijn drie beginselen leidend:
Onpartijdige handhaving: handhaving van integriteitsnormen geschiedt op een objectieve, navolgbare wijze, om recht te doen aan personen en om bij te dragen aan het collectieve belang van de gemeente Helmond als geheel. Vermeden wordt dat de omgang met twijfels of vermoedens van vermeend niet-integer handelen wordt gekleurd door partijpolitieke belangen of andere vormen van vooringenomenheid.
Zorgvuldigheid tegenover melder en betrokken politiek ambtsdrager: de melder die te goeder trouw een melding doet en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding is gericht, verdienen een zorgvuldige behandeling. Vermeden wordt dat de melder die te goeder trouw meldt benadeling ondervindt en dat de politiek ambtsdrager tegen wie de melding is gericht onnodig beschadigd raakt buiten eigen toedoen.
ARTIKEL 1.3 AANGIFTE BIJ VERMOEDENS VAN EEN STRAFBAAR FEIT
Als er in enige fase van de behandeling van de melding een vermoeden is van een misdrijf kan de burgemeester, na raadpleging van het fractievoorzittersoverleg, aangifte doen bij de politie. Raadpleging van het fractievoorzittersoverleg hoeft niet plaats te vinden als de raad na behandeling van een onderzoeksrapport besluit dat aangifte wordt gedaan. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.
2. Processtappen rondom meldingen
ARTIKEL 2.1 INDIENEN VAN EEN MELDING
De melder ontvangt binnen vijf werkdagen na zijn melding een formele, schriftelijke ontvangstbevestiging waarin de melder ook wordt gevraagd niet de publiciteit te zoeken met betrekking tot de melding om de persoonlijk levenssfeer van de betrokken politiek ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek.
Meldingen over de burgemeester worden via de griffier schriftelijk gedaan bij de klankbordgroep burgemeester. De klankbordgroep burgemeester vraagt de plaatsvervangend raadsvoorzitter de rol van de burgemeester, zoals beschreven in dit protocol, over te nemen als de melding de burgemeester zelf betreft.
De burgemeester kan vanuit zijn wettelijke taak als bevorderaar van bestuurlijke integriteit ook door eigen waarneming of door berichtgeving van buitenaf kennis nemen van een vermeende integriteitsschending. In die gevallen kan de burgemeester op eigen initiatief een schriftelijke vastlegging opstellen, gebaseerd op zijn waarneming of op de berichtgeving van buitenaf. In de vastlegging beschrijft de burgemeester wat de aanleiding is om een eerste screening uit te voeren. De uitvoering van de eerste screening vindt plaats conform de in dit protocol opgenomen stappen.
ARTIKEL 2.2 ONTVANKELIJKHEIDSTOETS
De burgemeester beoordeelt of de melding voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 2.1 lid 2 en beoordeelt daarnaast of de melding a) voldoende concreet is, b) binnen vier jaar na de vermeende feiten is ingediend en c) of de vermeende integriteitsschending een voldoende ernstig karakter heeft. Is dit het geval, dan besluit de burgemeester een vooronderzoek (eerste screening) in te stellen.
3. Uitvoering van een eerste screening
ARTIKEL 3.1 DOEL EN UITVOERING
Tijdens de eerste screening worden de melder en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding gericht is, gehoord. Bij de uitnodiging aan de politiek ambtsdrager verstrekt de burgemeester in ieder geval een adequate omschrijving van de aard van de melding. Van de gesprekken in de eerste screening wordt vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en navolgbaarheid een verslag gemaakt. Dit verslag wordt voor een akkoord voorgelegd aan de gesproken personen. De gespreksverslagen worden opgenomen in het onderzoeksdossier.
ARTIKEL 3.2 UITKOMST VAN EEN EERSTE SCREENING
Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt de burgemeester een screeningsverslag op. Feitenonderzoek blijft achterwege als uit de eerste screening blijkt dat het geuite vermoeden van een integriteitsschending onvoldoende feitelijke grondslag lijkt te hebben of als met de eerste screening alle relevante feiten al in beeld zijn gebracht.
In de eerstvolgende vergadering van het fractievoorzittersoverleg worden het screeningsverslag en de concept onderzoeksopdracht onder oplegging van geheimhouding voorgelegd en besproken. De melder, met uitzondering van de situatie waarin de burgemeester zelf melder is, en de betrokken politiek ambtsdrager maken geen deel uit van deze vergadering en worden zo nodig vervangen.
Het fractievoorzittersoverleg treedt op als klankbord voor de burgemeester ten aanzien van de opportuniteit van nader onderzoek en de onderzoeksopdracht. Het fractievoorzittersoverleg en de burgemeester beslissen over de concept onderzoeksopdracht en in het geval dat alle relevante feiten met de eerste screening al in beeld zijn gebracht, over het informeren van de raad. Indien de burgemeester verdeeldheid constateert, beslist de burgemeester.
De melder en de betrokken politiek ambtsdrager worden geïnformeerd door de burgemeester als door de burgemeester en/of het fractievoorzittersoverleg wordt besloten geen feitenonderzoek in te stellen. In dat geval wordt ook het screeningsverslag overgelegd aan de melder en aan de betrokken politiek ambtsdrager. Het screeningsverslag wordt in beginsel niet ter kennisname aangeboden aan de raad, tenzij de burgemeester dit nodig acht.
4. Uitvoering van het feitenonderzoek
ARTIKEL 4.1 KENNISGEVING AAN POLITIEKE AMBTSDRAGER EN MELDER
Als de burgemeester tot het oordeel komt dat een feitenonderzoek nodig is dan wordt de betrokken politiek ambtsdrager hierover door de burgemeester geïnformeerd, nadat het fractievoorzittersoverleg heeft vergaderd over de concept onderzoeksopdracht. Het verstrekken van het screeningsverslag aan de betrokken politiek ambtsdrager blijft achterwege omdat het onderzoek nog verder gaat.
ARTIKEL 4.2 ONDERZOEKSOPDRACHT
De burgemeester komt een schriftelijke onderzoeksopdracht met de onderzoekers overeen. In de opdracht staan in ieder geval de aanleiding, de onderzoeksopdracht (doelstelling en onderzoeksvragen) en de verwachte duur en kosten van het onderzoek. De opdracht biedt tevens inzicht in de te kiezen onderzoeksmethodiek, met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, en de wijze waarop hoor en wederhoor worden vormgegeven.
ARTIKEL 4.3 ONDERZOEKSRAPPORTAGE
De rapportage bevat in elk geval: een weergave van de melding, de onderzoeksopdracht, een beschrijving van de uitgevoerde onderzoekshandelingen, het toepasselijke normatieve kader, de bevindingen, en – indien onderdeel van de opdracht – een toetsing van de bevindingen aan het normatieve kader en een conclusie waarin de vraag of sprake is van een integriteitsschending wordt beantwoord.
Na afronding van het onderzoek en de politieke behandeling van de uitkomsten, agendeert de gemeenteraad een besloten bijeenkomst waarin wordt gereflecteerd en geëvalueerd op deze regeling, de daarin opgenomen afspraken en de toepassing daarvan in de praktijk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-173358.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.