Verkeersmaatregel Prins Bisschopsingel

Ruimte / Mobiliteit / 2024-672229

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

dat de Prins Bisschopsingel een gebiedsontsluitingsweg (hoofdrijbaan) en een erftoegangsweg (parallelwegen) is in de gemeente Maastricht;

 

dat een de maximumsnelheid van een groot deel van de parallelwegen van de Prins Bisschopsingel ingesteld is op 30 km/uur;

 

dat de maximumsnelheid op de zuidelijke parallelweg ten oosten van de Sint Lambertuslaan nog 50 km/uur is;

 

dat de Graaf van Waldeckstraat wel in een 30 km-zone ligt;

 

dat er veel fietsverkeer over de parallelweg rijdt;

 

dat het wenselijk is om op dit deel van de parallelweg het snelheidsverschil tussen gemotoriseerd verkeer en de fietsers terug te brengen;

 

dat daarom de parallelweg van de Prins Bisschopsingel ook in de 30 km-zone komt te liggen;

 

dat deze maximumsnelheid beter past bij de inrichting van de parallelweg en daarmee aansluit bij de overige parallelwegen van de Prins Bisschopsingel;

 

dat de zuidelijk gelegen parallelweg van de Prins Bisschopsingel ten oosten van de Sint Lambertuslaan nu een voorrangsweg is;

 

dat in een 30 km-zone in principe geen voorrang wordt geregeld en er sprake is van gelijkwaardige kruisingen;

 

dat het wenselijk is om een voorrangsregeling te behouden op de parallelweg en de voorrangsweg wordt omgezet in voorrangskruisingen;

 

dat deze maatregelen worden genomen om de veiligheid op de weg te verzekeren en daarbij de weggebruikers en passagiers te beschermen;

 

dat deze maatregelen worden genomen om de weg in stand te houden en de bruikbaarheid daarvan te waarborgen en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

 

dat de locatie is weergegeven op de bijgevoegde tekening als behorend bij dit verkeersbesluit;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Prins Bisschopsingel in hun besluit van 8 januari 2024, Ruimte / Mobiliteit / 2023-557528;

  • 2.

    door het (ver) plaatsen van de borden A1 en A2 (zone 30 km) van Bijlage I van het RVV 1990 de maximum snelheid op de zuidelijke parallelbaan van de Prins Bisschopsingel, ten oosten van de Sint Lambertuslaan, in te stellen op 30 km/uur;

  • 3.

    door het verwijderen van de borden B1 van Bijlage I van het RVV 1990 de voorrangsweg op de zuidelijke parallelbaan van de Prins Bisschopsingel, ten oosten van de Sint Lambertuslaan, op te heffen;

  • 4.

    door het plaatsen van de borden B4 en B5 van Bijlage I van het RVV 1990 de kruisingen parallelweg Prins Bisschopsingel met de Graaf van Waldeckstraat en de aansluiting met de noordelijke parallelweg aan te wijzen als voorrangskruisingen;

 

Ten aanzien van de hoofdrijbaan van de Prins Bisschopsingel:

  • 1.

    door het in stand houden van de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden de Prins Bisschopsingel aan te wijzen als voorrangsweg;

  • 2.

    door het in stand houden van de verkeersborden B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden bestuurders op de Prins Bisschopsingel te gebieden bestuurders op de fiets/bromfietspadoversteekplaats voorrang te verlenen;

  • 3.

    door het in stand houden van de borden C15 van Bijlage I van het RVV 1990 de hoofdrijbaan van de Prins Bisschopsingel gesloten te verklaren voor fietsers, bromfietsers en gehandicaptenvoertuigen;

  • 4.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders/-bermen bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 5.

    door het in stand houden van de verkeersborden F1 van Bijlage I van het RVV 1990 op de zuidelijke hoofdrijbaan van de Prins Bisschopsingel, ter hoogte van huisnummer 3, een inhaalverbod voor motorvoertuigen in te stellen;

  • 6.

    door het in stand houden van de verkeersborden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 als verplicht fiets/bromfietspad aan te wijzen, de vrijliggende paden aan beide zijden van de hoofdrijbaan ten oosten van de Sint Lambertuslaan;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering, de voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 aan te wijzen:

    • a.

      op de hoofdrijbanen ten oosten van het Tongerseplein;

    • b.

      ter hoogte van de verkeerslichten;

  • 8.

    door het in stand houden van de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990, aan beide zijden van de Prins Bisschopsingel ter hoogte van het politiebureau en de Tapijnkazerne alsook aan de zuidelijke hoofdrijbaan ca. 50 m ten zuiden van het Tongerseplein een bushalte aan te wijzen;

  • 9.

    door het in stand houden van de aanduiding ‘LIJNBUS’, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, als lijnbusstroken aan te wijzen:

    • a.

      het zuidelijke gedeelte van de zuidelijke rijbaan van de Prins Bisschopsingel, direct voorafgaand aan het kruispunt met de Sint Hubertuslaan;

    • b.

      het noordelijke gedeelte van de noordelijke rijbaan van de Prins Bisschopsingel, tussen de afrit naar de Maasboulevard en het kruispunt met de Sint Hubertuslaan;

 

Ten aanzien van de zuidelijke parallelweg:

  • 10.

    door het in stand houden van de verkeersborden A1 en A2 (zone 30 km/uur) van bijlage I van het RVV 1990 een maximumsnelheid in te stellen voor de parallelweg vanaf nummer 41;

  • 11.

    door het in stand houden van de verkeersborden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 ter hoogte van de Sint Monulphusweg,de Graaf Van Waldeckstraat en de onderdoorgangen voor het parkeerterrein onder de John F. Kennedybrug/-singel de zuidelijke parallelweg als voorrangsweg aan te wijzen;

  • 12.

    door het in stand houden van verkeersbord B6 van Bijlage I van het RVV 1990 op de zuidelijke rechtsafstrook van de Prins Bisschopsingel nabij de aansluiting met de Sint Hubertuslaan, bestuurders op de zuidelijke parallelweg van de Prins Bisschopsingel te verplichten bestuurders op de Sint Hubertuslaan voorrang te verlenen alsook bestuurders op de zuidelijke parallelweg van de Prins Bisschopsingel te verplichten bestuurders op de Maasboulevard voorrang te verlenen;

  • 13.

    door het in stand houden van verkeersbord C2 van Bijlage I van het RVV 1990 de noordelijke onderdoorgang van het parkeerterrein onder de John F. Kennedybrug/-singel gesloten te verklaren in noordelijke richting voor motorvoertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee, uitsluitend geldig door een onderbord voor alle motorvoertuigen;

  • 14.

    door het in stand houden van de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 het gedeelte van de zuidelijke parallelweg gelegen tussen het Tongerseplein en de Jekerweg alsook tussen de Graaf Van Waldeckstraat en de Maasboulevard aan te wijzen als eenrichtingsweg, in westelijke richting gesloten voor alle motorvoertuigen;

  • 15.

    door het in stand houden van de borden C2, C3 en C4 van Bijlage I van het RVV 1990 het gedeelte van de zuidelijke parallelweg gelegen tussen de Sint Monulphusweg en de Sint Lambertuslaan als eenrichtingsweg aan te wijzen in oostelijke richting;

  • 16.

    door het in stand houden van het bord C12 van Bijlage I van het RVV 1990 de zuidelijke parallelweg, vanaf de Jekerweg in oostelijke richting en ter hoogte van de inrit naar het politiebureau, in oostelijke richting gesloten te verklaren voor alle motorvoertuigen;

  • 17.

    door het in stand houden van de borden C19 van Bijlage I van het RVV 1990 de onderdoorgangen c.q. het parkeerterrein onder de John F. Kennedybrug/-singel gesloten te verklaren voor voertuigen, die met inbegrip van de lading, hoger zijn dan 2,3 m;

  • 18.

    door het in stand houden van verkeersbord D4 van Bijlage I van het RVV 1990 en een onderbord dat regelt dat het verkeersbord enkel geldt voor alle motorvoertuigen, bestuurders te gebieden om de richting op het verkeersbord te volgen;

  • 19.

    door het in stand houden van het bord E4 van de Bijlage I van het RVV 1990, en onderbord met de tekst “opladen elektrische voertuigen” en onderbord OB504, twee parkeerplaatsen aan te wijzen ter hoogte de zuidelijke parallelweg van de Prins Bisschopssingel, huisnummer 1A, in de langsparkeergelegenheid, betreffende de twee dichtst bij de Graaf van Waldeckstraat gelegen parkeerplaatsen, als parkeerplaats uitsluitend voor het opladen van elektrische voertuigen;

  • 20.

    door het in stand houden van het bord E4 van de Bijlage I van het RVV 1990, en onderbord met de tekst “opladen elektrische voertuigen” en onderbord OB504, twee parkeerplaatsen aan te wijzen ter hoogte de Sint Monulphusweg in de oostelijke langsparkeergelegenheid, betreffende de twee dichtst bij de zuidelijke parallelweg van de Prins Bisschopsingel gelegen parkeerplaatsen, als parkeerplaats uitsluitend voor het opladen van elektrische voertuigen;

  • 21.

    door het in stand houden van het bord G12a het vrijliggende pad, aan de zuidzijde van de zuidelijke paralleweg, aan te wijzen als verplicht fiets/bromfietspad, over een afstand van circa 20 m ten oosten van de Sint Hubertuslaan, over een afstand van ca. 50 m ten oosten van de Sint Lambertuslaan en van perceel Pieterskade 11 tot aan de oprit naar de John F. Kennedysingel;

  • 22.

    door het in stand houden van onderbroken strepen en fietsafbeeldingen op het zuidelijke gedeelte van de zuidelijke parallelweg, dat weggedeelte als fietsstrook aan te wijzen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, voor het wegvak beginnend op ca. 25 m ten oosten van de inrit naar het politiebureau en eindigend op het kruispunt met de Sint Hubertuslaan;

  • 23.

    door het in stand houden van onderbroken strepen en fietsafbeeldingen, aangevuld met een richtingspijl in westelijke richting, op het noordelijke gedeelte van de zuidelijke parallelweg, vanaf de Sint Pieterskade tot aan de Graaf van Waldeckstraat;

  • 24.

    door het in stand houden van de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering, de voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 aan te wijzen:

    • a.

      op de zuidelijke rechtsafstrook nabij de aansluiting met de Sint Hubertuslaan;

    • b.

      op de zuidelijke parallelweg nabij de aansluiting met de Maasboulevard;

 

Ten aanzien van de noordelijke parallelweg:

  • 25.

    door het in stand houden van de verkeersborden A1 en A2 (zone 30 km/uur) van bijlage I van het RVV 1990 een maximumsnelheid in te stellen voor de parallelweg gelegen ten westen van de Maasboulevard;

  • 26.

    door het in stand houden van verkeersbord B5 van Bijlage I van het RVV 1990 de verbindingsweg van de Maasboulevard naar de noordelijke parallelweg van de Prins Bisschopsingel als voorrangskruispunt aan te duiden, waarbij de noordelijke parallelweg van de Prins Bisschopsingel de voorrangstak van het kruispunt is;

  • 27.

    door het in stand houden van verkeersbord B6 van Bijlage I van het RVV 1990 bestuurders op de rechtsafstrook van de Prins Bisschopsingel te gebieden voorrang te verlenen aan bestuurders op de Sint Hubertuslaan;

  • 28.

    door het in stand houden van de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 het gedeelte van de noordelijke parallelweg gelegen tussen de Champs Elyseesweg en het punt op ca. 150 m ten oosten daarvan aan te wijzen als eenrichtingsweg, in oostelijke richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee;

  • 29.

    door het in stand houden van het bord C2 van Bijlage I van het RVV 1990 het gedeelte van de noordelijke parallelweg gelegen tussen het punt ca. 150 m ten oosten van de Champs Elyseesweg en een punt ca. 25 m ten westen van de Sint Hubertuslaan, aan te wijzen als eenrichtingsweg;

  • 30.

    door het in stand houden van de borden C2, C3 en C4 van Bijlage I van het RVV 1990 als eenrichtingsweg aan te wijzen, de noordelijke parallelweg voor zover gelegen tussen de Maasboulevard en de Sint Hubertuslaan, in westelijke richting;

  • 31.

    door het in stand houden van de borden C19 van Bijlage I van het RVV 1990 de onderdoorgangen c.q. het parkeerterrein onder de John F. Kennedybrug/-singel gesloten te verklaren voor voertuigen, die met inbegrip van de lading, hoger zijn dan 2,3 m;

  • 32.

    door het in stand houden van het bord E2 van bijlage I van het RVV 1990 en het aanbrengen van een gele doorgetrokken streep zoals bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990 een verbod stil te staan in te stellen op de parallelbaan van de Prins Bisschopsingel ter hoogte van de universiteitsgebouwen;

  • 33.

    door het in stand houden van het bord E4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord “alleen voor opladen elektrische voertuigen” en OB504 twee parkeervakken ter hoogte van nummer 205 aan te wijzen als parkeergelegenheid specifiek bestemd voor het laden van elektrische voertuigen;

  • 34.

    door het in stand houden van het bord G12a van Bijlage I van het RVV 1990 de noordelijke parallelweg ten westen van de Sint Hubertuslaan over een afstand van ca. 50 m aan te wijzen als verplicht fiets/bromfietspad;

  • 35.

    door het in stand houden van onderbroken strepen en fietsafbeeldingen, de fietsstroken als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 als zodanig aan te wijzen;

  • 36.

    door het in stand houden van de borden L3 de halte ten westen van de Sint Pieterskade aan te wijzen als bushalte;

  • 37.

    door het in stand houden van de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering, de voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 aan te wijzen:

    • a.

      op de noordelijke rechtsafstrook nabij de aansluiting met de Sint Hubertuslaan.

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 5 april 2024

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

 

Naar boven