Verkeersmaatregel Bergerstraat

Ruimte / Mobiliteit / 2024-705452

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

dat de Bergerstraat een gebiedsontsluitingsweg is in de gemeente Maastricht;

 

dat uit oogpunt van het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van elektrische voertuigen het gewenst is om in diverse straten te Maastricht twee parkeerplaatsen te reserveren als parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen;

 

dat in het Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Wij Maastricht!’ is aangegeven dat duurzaamheid een randvoorwaarde is voor een leefbare stad en dat klimaatneutraal in 2030 wordt bereikt en gefaciliteerd via het Maastrichts Energieakkoord (MEA);

 

dat het college van B&W op 31 mei 2016 heeft ingestemd met de collegenota ‘Voorbereiding laadinfrastructuur elektrische voertuigen’;

 

dat elektrisch rijden zowel positieve effecten op het klimaat als op de luchtkwaliteit heeft;

 

dat het aantal elektrische auto’s in Nederland sterk zal toenemen in de komende jaren;

 

dat het daarom noodzakelijk is dat er op openbare locaties mogelijkheden aanwezig zijn om deze elektrische voertuigen op te laden;

 

dat via een overeenkomst tussen de gemeente Maastricht en een concessiehouder laadpalen geplaatst, beheerd en onderhouden worden;

 

dat bij deze laadpunten echter wel parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn voor elektrische voertuigen teneinde de laadpaal te kunnen gebruiken;

 

dat er twee parkeerplaatsen aangelegd en gereserveerd worden aan de Bergerstraat, bij de noordelijke langsparkeervakrij ter hoogte van huisnummer 113, als parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen;

 

dat deze maatregel wordt genomen om de vrijheid van het verkeer zoveel mogelijk te waarborgen;

 

dat deze maatregel wordt genomen de door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoelend in de Wet Milieubeheer, te beperken of te voorkomen;

 

dat deze maatregel wordt genomen om doelmatig of zuinig energiegebruik te bevorderen;

 

dat de locatie is weergegeven op de bijgevoegde tekening als behorend bij dit verkeersbesluit;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Bergerstraat in hun besluit van 11 december 2020, Ruimte / Mobiliteit / 2020-34125;

  • 2.

    door het plaatsen van bord E8c van Bijlage I van het RVV 1990 en OB504 aan de Bergerstraat bij de noordelijke langsparkeervakrij ter hoogte van huisnummer 113, twee parkeerplaatsen aan te wijzen als parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen, als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990;

  • 3.

    door het in stand houden van de borden A1(zone) en A2(zone) van Bijlage I van het RVV 1990 de maximale snelheid voor het deel van de Bergerstraat ten oosten van de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg in te stellen op 30 km/uur;

  • 4.

    door het in stand houden van de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden de Bergerstraat aan te wijzen als voorrangsweg, met uitzondering van het deel gelegen ten oosten van de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg;

  • 5.

    door het in stand houden van haaientanden het verkeer komende uit de inritten van de Bergerstraat, gelegen ten oosten van de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg aan te geven voorrang te verlenen aan het verkeer op de Bergerstraat;

  • 6.

    door het in stand houden van de borden D1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 aan te geven dat het verkeer op de rotonde voorrang heeft:

    • a.

      op de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg;

    • b.

      op de rotonde Bergerstraat/Scharnerweg;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleiders van de Bergerstraat bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 8.

    door het in stand houden van het bord E4 van de bijlage I van het RVV 1990, en onderbord met de tekst “opladen elektrische voertuigen” en onderbord OB504, twee parkeerplaatsen ter hoogte van de Bergerstraat 80, aan te wijzen als parkeerplaats uitsluitend voor het opladen van elektrische voertuigen;

  • 9.

    door het in stand houden van het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990 een parkeerplaats in de parkeerhaven aan de noordzijde van de Bergerstraat ter hoogte van nummer 108 aan te wijzen als algemene gehandicaptenparkeerplaats;

  • 10.

    door het in stand houden van de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering aan te wijzen als voetgangersoversteekplaatsen:

    • a.

      de oversteekplaatsen ten oosten en ten westen van de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg;

    • b.

      de oversteekplaats ten oosten van de rotonde Bergerstraat/Scharnerweg;

    • c.

      de oversteekplaatsen ten oosten en ten westen van de aansluiting met de Burgemeester Cortenstraat;

  • 11.

    door het in stand houden van de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 de haltes aan de Bergerstraat aan te wijzen als bushaltes;

  • 12.

    door het in stand houden van de onderbroken strepen en fietsvignetten aan te wijzen als fietsstrook als bedoeld in artikel 1n van het RVV 1990 de stroken aan beide zijden van de Bergerstraat vanaf de rotonde Bergerstraat/Scharnerweg tot aan de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg.

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 5 april 2024

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven