Gedragscode integriteit voor raadsleden, burgerleden en burgemeester en wethouders 2022

 

1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1  

De gedragscode geldt voor de raadsleden en voor de burgerleden, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

 

Onder het raadslid wordt waar dat van toepassing is, ook verstaan het burgerlid.

Artikel 1.2  

In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium.

Artikel 1.3  

De gedragscode is openbaar en te raadplegen op de website van de gemeente Drimmelen.

Artikel 1.4  

De leden van de raad en de burgerleden worden bij hun aantreden geattendeerd op de gedragscode integriteit, de handreiking integriteit en de procesafspraken over de handhaving van integriteit.

Artikel 1.5  

Deze code is eveneens van toepassing op de leden van het college van burgemeester en wethouders. Waar gesproken wordt over de raad wordt bedoeld het college, waar gesproken wordt over de griffier wordt in dat geval bedoeld de gemeentesecretaris.

2 Belangenverstrengeling

 

Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een raadslid. Hierdoor is een zuiver besluiten of handelen in het publiek belang niet meer gewaarborgd. Raadsleden vermijden niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn ervan.

Artikel 2.1  

Betaalde en onbetaalde functies die een raadslid vervult naast het raadslidmaatschap worden openbaar gemaakt op de website van de gemeente Drimmelen. Het raadslid levert de informatie over een functie, die openbaar gemaakt moet worden, aan bij de griffier. Wijzigingen meldt het raadslid binnen één week bij de griffier. De griffier draagt zorg voor een register.

Artikel 2.2.  

De informatie over de betaalde en onbetaalde functies betreft in ieder geval de omschrijving van de functie, de organisatie voor wie de functie wordt verricht en of de functie al dan niet bezoldigd is.

Artikel 2.3  

Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 2.4  

Een raadslid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn daarvan tegengaan.

Artikel 2.5  

Een raadslid onttrekt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling aan de orde is of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid. Het raadslid onthoudt zich van de beraadslaging en stemming wanneer het gaat om kwesties waar hij zelf een (direct) persoonlijk belang bij heeft.

Artikel 2.6  

Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling aan de orde is, niet alleen van stemming (zie art. 2.5) maar ook van de beïnvloeding van de opiniëring en besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces.

Artikel 2.7  

Een raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen en bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.

Artikel 2.8  

Een raadslid dat beroepsmatig of als adviseur betrokken is bij een aanvraag bij de gemeente bespreekt tijdig met de burgemeester en griffier op welke wijze in deze te handelen.

Artikel 2.9  

Een raadslid dat liefdes- of familierelaties onderhoudt met een medewerker van de gemeentelijke organisatie doet daarvan melding en bespreekt tijdig met de burgemeester en griffier op welke wijze in deze te handelen.

Artikel 2.10  

Een raadslid doet er opgaaf van dat hij of zijn partner substantiële financiële belangen heeft – bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.

3. Informatie

 

Raadsleden beschikken over veel informatie. Daar gaan zij zorgvuldig mee om. Anders wordt de geloofwaardigheid van zowel henzelf als van de gemeente aangetast. Daarom geldt een aantal basisregels voor hoe een integer raadslid met informatie moet omgaan.

Artikel 3.1  

De raad ziet er op toe dat het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad dan wel individuele raadsleden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. Wanneer dit in strijd is met het openbaar belang wordt de informatie onder oplegging van geheimhouding verstrekt.

Artikel 3.2  

Een raadslid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

Artikel 3.3  

Een raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander, gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 3.4  

Een raadslid houdt zich niet vanuit verschillende functies bezig met hetzelfde onderwerp, tenzij dit vanuit een privébelang onvermijdelijk is. In dat geval maakt hij dit bespreekbaar en benoemt dit expliciet.

Artikel 3.5  

Een raadslid maakt brieven niet openbaar en stuurt e-mails niet door zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

 

Als zij de ambtseed of belofte afleggen, verklaren raadsleden dat zij geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook beloven ze dat ze geen geschenken zullen aannemen of beloften zullen doen in ruil voor een tegenprestatie.

Artikel 4.1  

Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

Artikel 4.2  

Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld. De griffier zorgt voor de registratie van deze giften en hun gemeentelijke bestemming.

Artikel 4.3  

Indien een raadslid geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan €50,-- vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van artikel 4.2 worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. Het gaat in deze situatie om incidentele, kleine attenties, waarbij de schijn van corruptie minimaal is.

Artikel 4.4  

Een raadslid accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk zou maken, én de schijn van corruptie minimaal is.

Artikel 4.5  

Een raadslid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel, én tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente

 

Raadsleden bevinden zich als het gaat over ‘vergoeding van kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’ in een glazen huis. Ze moeten zich voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen verantwoord met publieke middelen omgaan, maar ook helder zijn over de hoogte van de kosten die zij maken. Hiermee voorkomen raadsleden dat ze in een kwetsbare positie terecht komen.

Artikel 5.1  

Een raadslid gebruikt geen gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor privédoeleinden.

Artikel 5.2  

Een raadslid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderfaciliteiten, computerapparatuur met toebehoren en dergelijke.

Artikel 5.3  

Een raadslid houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties (o.g.v. KB betreffende rechtspositie raads- en commissieleden, ministeriële circulaires en de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden).

6. Onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen

 

Elk raadslid, elke bestuurder, elke griffiemedewerker, elke ambtenaar verdient respect. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop men in de raad met elkaar omgaat van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Representativiteit als vertegenwoordiger van het openbaar bestuur staat daarom hoog in het vaandel.

Artikel 6.1  

Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met collegeleden, ambtenaren en burgers om.

Artikel 6.2  

Raadsleden bejegenen elkaar, de griffie en andere ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media.

Artikel 6.3  

Een raadslid houdt zich tijdens de vergadering aan het reglement van orde en volgt de aanwijzingen van de voorzitter op.

Artikel 6.4  

Een raadslid onthoudt zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media, van persoonlijke uitingen over individuele ambtenaren in vergaderingen en in het openbaar.

Artikel 6.5  

Raadsleden gedragen en tonen zich representatief als vertegenwoordiger van de gemeente Drimmelen.

7 Uitvoering gedragscode

 

Naast het vaststellen ervan is het van belang dat er op wordt toegezien dat de Gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de code zijn immers de regels en waarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen.

Artikel 7.1  

De raad ziet er op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de Gedragscode naleven en volgt hierbij de procesafspraken over de handhaving van integriteit (bijlage 1).

Artikel 7.2  

Een raadslid dat twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint hierover advies in bij de griffier.

Artikel 7.3  

Als een raadslid vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een ander raadslid of een wethouder, dan rust op hem de verplichting om hiervan melding te doen bij de burgemeester. Als het vermoeden zich richt op de burgemeester doet het raadslid de melding bij de plaatsvervangend raadsvoorzitter.

Artikel 7.4  

In het geval er een concreet vermoeden is dat een raadslid een regel van de Gedragscode heeft overtreden, kan de burgemeester na overleg met de fractievoorzitters besluiten een onderzoek hiernaar te doen verrichten.

Betreft het vermoeden de persoon van de burgemeester dan treedt de waarnemend voorzitter van de gemeenteraad in samenspraak met de commissaris van de Koning in de positie om te besluiten tot een onderzoek.

Artikel 7.5  

De gemeenteraad bespreekt het thema integriteit tenminste twee maal per raadsperiode. De actualiteit van de Gedragscode, en de bijbehorende procesafspraken over handhaving van integriteit, worden daarbij in ogenschouw genomen.

8 Intrekking oude regeling

Artikel 8.1  

Bij de inwerkingtreding van deze gedragscode vervalt de gedragscode integriteit politieke ambtsdragers gemeente Drimmelen 2012.

Artikel 8.2  

Deze gedragscode treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 8.3  

Deze gedragscode wordt aangehaald als: Gedragscode integriteit voor raadsleden, burgerleden en burgemeester en wethouders gemeente Drimmelen 2022.

Deze Gedragscode (inclusief bijlagen 1 en 2) is vastgesteld door de gemeenteraad van Drimmelen op 7 juli 2022.

De raadsgriffier,

F.M.C. Ronde

de voorzitter,

drs. G.L.C.M. de Kok

Bijlage 1: Procesafspraken over de handhaving van integriteit Drimmelen 2022

 

Hoofdstuk 1. Drie principes

 

1. Onpartijdige handhaving

Gedragscodes voor raad, college en burgemeester (en de wetten waarop ze gebaseerd zijn) definiëren integriteitschendingen en leggen zo de morele minima vast waaraan hun handelen moet voldoen. Over die minima zijn alle partijen het eens. De kern is dat de zuiverheid van de besluitvorming door die minima wordt gewaarborgd.

Omdat alle partijen het over die minima eens zijn, is er geen enkele reden de handhaving ervan inzet te maken van partijpolitiek. Ook het verschil oppositie en coalitie zou in de handhaving geen rol mogen spelen. Gebeurt dat toch dan is de kans bijzonder groot dat er in de handhaving onrecht geschiedt. Uit het beginsel van ‘onpartijdige handhaving’ volgt, dat politici van alle partijen de discipline zouden moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitkwesties boven de partijen te gaan staan.

 

2. Terughoudend met publiciteit.

De media volgen in Nederland politiek kritisch. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitschendingen van politici heeft dat er echter in een aantal gevallen toe geleid dat er in de media al een (voor-)veroordeling heeft plaats gevonden, voordat er onderzoek is gedaan. Het gevolg is dat er sprake is van willekeur, dat individuele politici die (onschuldig?) onder verdenking komen te staan grote schade oplopen en dat de geloofwaardigheid van de politiek wordt aangetast. Het is daarom zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitkwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen.

Daaruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die er bij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk van integriteitschending sprake blijkt te zijn en er een oordeel over de ernst daarvan en over een passende sanctie is gevormd, mag en moet de kwestie natuurlijk wel naar buiten worden gebracht.

 

3. Zorgvuldigheid tegenover vermeende schender.

Iedereen die mogelijk een schending heeft begaan heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Dat begint al voordat de handeling die mogelijk een schending is, is uitgevoerd. Heb je er weet van dat iemand van plan is iets te doen dat mogelijk een integriteitschending zou betekenen, dan word je geacht hem of haar daar voor te waarschuwen en de weg te wijzen naar advies. Iedere politicus die twijfelt - uit zichzelf of op geleide van een ander - of een voorgenomen handeling een schending is heeft recht op vertrouwelijk advies. Komt iemand onder verdenking te staan dat hij een integriteitschending begaan heeft, dan dient er middels een vooronderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Zijn er gronden, dan moet er een objectief onderzoek volgen waar ook de context in meegenomen wordt en waarin de mate van verwijtbaarheid apart wordt beoordeeld. Als er een sanctie moet volgen, moet die sanctie passend zijn en in verhouding.

 

Hoofdstuk 2: Zes rollen: wie doet wat?

 

  • 1.

    Burgemeester

    • Doet vooronderzoek (laat vooronderzoek doen) of een verdenking grond heeft.

    • Geeft indien nodig opdracht voor integriteitonderzoek.

    • Beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt de resultaten van het onderzoek voor aan de raad.

    • Doet een voorstel voor een passende sanctie.

    • Doet eventueel aangifte.

  • 2.

    Griffier

    • Is vraagbaak en geeft advies aan raadsleden over de vraag of een handeling een schending is.

    • Ondersteunt de burgemeester, de raad en individuele raadsleden bij de uitvoering van hun rol.

  • 3.

    Raad

    • Beoordeelt de uitkomsten van het onderzoek.

    • Spreekt zich uit over een passende sanctie.

    • Legt eventueel de sanctie op.

  • 4.

    Presidium

    • Vormt het klankbord voor de burgemeester waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rond vermeende schendingen, als hem dat raadzaam lijkt.

    • Bekijkt samen met de burgemeester en de griffier de agenda van de raad met het oog op mogelijke risico's op schendingen.

    • Zorgt er voor dat raadsleden door hun eigen fractievoorzitter worden gewaarschuwd als zij integriteitrisico’s lopen.

  • 5.

    Fractievoorzitter

    • Steunt raadslid dat twijfelt, dat aangifte doet (of wil doen), dat verdacht wordt.

    • Waarschuwt raadsleden voor integriteitrisico’s.

    • Doet eventueel een voorstel aan de fractie en aan de partijafdeling voor een op te leggen sanctie na onderzoek.

  • 6.

    Steunpunt integriteitsonderzoek politieke ambtsdragers (sipa) + onafhankelijk onderzoeksbureau

    • Ondersteunt de burgemeester bij de uitvoering van zijn rol en zijn taken.

Hoofdstuk 3: Procedures

Een raadslid kan twijfelen over:

  • 1.

    eigen voorgenomen of al uitgevoerde handelingen;

  • 2.

    handelingen van een ander raadslid;

  • 3.

    handelingen van een lid van het college van B&W;

  • 4.

    handelingen van een ambtenaar.

De correcte procedure verschilt in alle vier gevallen.

 

1. Twijfels t.a.v. eigen handelingen

(1a) Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling. Hij vraagt de griffier om advies. Is deze voorgenomen handeling een schending? Als de griffier aangeeft dat het om een ingewikkelde kwestie gaat of als het raadslid het niet met het advies van de griffier eens is, stappen ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging interne en externe deskundigen) een advies. Het raadslid volgt in principe dit advies op.

 

Let op: Als een raadslid toch van het advies van de burgemeester afwijkt, meldt het raadslid zelf bij de raad dat er van het advies wordt afgeweken. Gebeurt dat niet, dan meldt de burgemeester dat er van het advies wordt afgeweken.

 

Let op: Het komt voor dat uit het advies blijkt dat er geen eenduidige uitspraak mogelijk is over de vraag of een voorgenomen handeling een integriteitschending is of niet. Meestal betekent dit, dat ook deskundigen de zaak verschillend beoordelen. Bij een dergelijke 'hard case' is het natuurlijk aan het raadslid zelf welke keuze hij maakt over de nog uit te voeren handeling.

 

(1b) Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling. Zelfde procedure als onder (1a). Mocht de conclusie zijn dat er van een schending geen sprake is, is de zaak afgedaan. Mocht de gedeelde conclusie zijn dat de handeling een schending was, dan overleggen burgemeester en raadslid over de volgende stappen.

 

Het raadslid zal in ieder geval de raad laten weten een schending te hebben begaan en waar mogelijk die ongedaan maken of goedmaken.

 

De burgemeester beoordeelt of er daarnaast ook sanctie nodig is en adviseert daarover aan de raad. De burgemeester laat zich daarbij door deskundigen adviseren.

 

Het feit dat het raadslid de kwestie zelf aanhangig heeft gemaakt, wordt daarbij natuurlijk meegewogen. De raad besluit uiteindelijk over een eventuele sanctie op basis van het advies van de burgemeester.

 

2. Twijfels t.a.v. het handelen van een ander raadslid

(2a) Een raadslid twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een ander raadslid. Hij waarschuwt achtereenvolgens de ander, verwoordt zijn twijfels, verwijst het betreffende raadslid naar de griffier en de burgemeester en verwijst tenslotte naar de procesafspraken over de handhaving van integriteit.

Zie verder onder procedure bij (1a).

 

(2b) Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een ander raadslid. Hij bespreekt dit met de ander, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. Als de ander hierdoor twijfelt over de al uitgevoerde handeling: zie de procedure onder 1b. Als de ander hierdoor niet zelf twijfelt over de al uitgevoerde handeling en dit vervolgens met de griffier bespreekt, vraagt het raadslid aan de griffier of die handeling een schending zou zijn. De griffier geeft daarover een advies. Wijst dat advies erop dat de vermeende handeling een schending zou zijn, dan overleggen beiden met de burgemeester.

 

Belangrijk: het raadslid doet zelf geen vooronderzoek. Dat is aan de burgemeester.

 

Is na het vooronderzoek de conclusie van de burgemeester dat er geen grond is voor de verdenking, dan is de zaak afgedaan. Komt uit het vooronderzoek dat het raadslid, dat verdacht wordt, zelf erkent een schending te hebben begaan, dan zie verder de procedure bij (1b).

 

Komt uit het vooronderzoek dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft plaats gevonden, maar dat er geen sprake van erkenning is door de verdachte, dan gelast de burgemeester een onderzoek door deskundigen.

 

De burgemeester beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt de resultaten voor aan de raad en geeft sanctieadvies op basis van advies van deskundigen.

 

De raad oordeelt zelf op basis van de resultaten en het advies over onderzoek en sanctie. De raad vermijdt daarbij iedere partijpolitieke bevangenheid.

 

3. Twijfels t.a.v. het handelen van een lid van het college van b&w

(3a) Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een lid van het college van B&W. Zie procedure bij (2b).

 

Toevoeging: de raad beoordeelt geheel zelfstandig de politieke consequenties die de eventuele schending zou moeten hebben. Daarover adviseert de burgemeester niet.

 

(3b) Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van de burgemeester. Zie procedure bij (2b). In plaats van naar de burgemeester, gaan raadslid en griffier naar de vicevoorzitter van de raad. Na vooronderzoek wordt de commissaris van de koning erbij betrokken als er reden is om het onderzoek voort te zetten.

 

4. Twijfels t.a.v. het handelen van een ambtenaar

(4) Een raadslid twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een ambtenaar. Zie procedure bij (2b). De burgemeester laat vooronderzoek en onderzoek uitvoeren onder leiding van de gemeentesecretaris of griffier, afhankelijk of het bevoegd gezag over de ambtenaar het college is (art. 160 1d Gemeentewet) of de raad (art. 107e Gemeentewet). In de regel handelt de gemeentesecretaris of griffier dit onderzoek en de sanctie af. Bij twijfel over een vermeende uitgevoerde handeling van de gemeentesecretaris of griffier, laat de burgemeester vooronderzoek uitvoeren door een onderzoeksbureau. In de regel komen kwesties rond individuele ambtenaren niet in de raad.

 

Hoofdstuk 4: Communicatie

 

Over gevraagd advies

Als een raadslid een advies krijgt van de burgemeester, krijgt het raadslid dat van de griffier op schrift of digitaal mee na een persoonlijk gesprek met de burgemeester. Deze adviezen (die worden opgevolgd) blijven vertrouwelijk. In principe weten alleen griffier, burgemeester en het raadslid ervan.

 

Tijdens het vooronderzoek

Als er een vooronderzoek naar een vermeende schending wordt ingesteld, wordt het verdachte raadslid in principe altijd op de hoogte gesteld en gevraagd naar zijn visie, argumenten en motieven. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een ernstige schending gaat en het eventuele vervolgonderzoek in gevaar komt als het verdachte raadslid op de hoogte gesteld wordt.

 

Als er een vooronderzoek wordt ingesteld en de conclusie is dat de verdenking ongegrond is, blijft het vooronderzoek vertrouwelijk. In dat geval weten alleen het raadslid dat meldde, het raadslid dat verdacht werd, de griffier en de burgemeester ervan.

 

Als er een vervolgonderzoek wordt ingesteld, wordt dat altijd besproken met het presidium. Als het vervolgonderzoek tot de conclusie leidt dat er geen schending is begaan, wordt dat met het presidium besproken. Het vervolgonderzoek blijft dan vertrouwelijk, alleen melder, verdachte, burgemeester, griffier en fractievoorzitters weten ervan.

 

Als het vervolgonderzoek tot de conclusie leidt dat er van een schending sprake was, legt de burgemeester de resultaten van het onderzoek voor aan de raad, samen met een beargumenteerd sanctieadvies. Daarna, en nog voor het raadsdebat, wordt de pers door de burgemeester op de hoogte gesteld.

 

De pers

Geen van de andere betrokkenen - melder, verdachte, fractievoorzitters, raadsleden, partijen:

  • -

    spreekt met de pers voordat de burgemeester de pers op de hoogte heeft gesteld. Het is ideaal als geen van de betrokkenen met de pers spreekt tot na het raadsdebat, omdat dat de kans op onpartijdigheid enorm vergroot.

De informatie over de kwestie wordt pas openbaar nadat de burgemeester het sanctieadvies heeft gegeven aan de raad.

 

Hoofdstuk 5: Leren

De griffier maakt ter bespreking in de raad, indien van toepassing, eens per twee jaar een geanonimiseerd overzicht van de lessen die getrokken kunnen worden uit adviezen die zijn gegeven en uit de resultaten van voor- en vervolgonderzoek.

Dat gebeurt op een manier die geen link met specifieke raadsleden mogelijk maakt.

 

De procesafspraken over de handhaving van integriteit worden eens per twee jaar door fractievoorzitters, griffier en burgemeester, indien nodig met de hulp van deskundigen geëvalueerd. Desgewenst worden de procesafspraken bijgesteld.

 

Deze procesafspraken over de handhaving van integriteit worden als bijlage 1 bij de gedragscode vastgesteld door de gemeenteraad van Drimmelen op 7 juli 2022.

De raadsgriffier,

 

F.M.C. Ronde

 

de voorzitter,

 

drs. G.L.C.M. de Kok

 

Bijlage 2: Handreiking integriteit voor raadsleden, burgerleden en burgemeester en wethouders 2022.

 

1. WAT IS INTEGRITEIT

Integriteit is een moreel oordeel over het eigen gedrag: “doing the right thing even when no one is watching” (C.S. Lewis).

 

1.1 Integriteit als beginsel van openbaar bestuur

De wetgever heeft normen gesteld in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. De raad heeft deze aangevuld en geconcretiseerd in een eigen gedragscode. Daarnaast zijn er verschillende ongeschreven regels en afspraken (omgangsvormen etc), waarvan wij in Drimmelen vinden dat we ons daaraan houden.

Markering van het bewustzijn van integriteit als beginsel van het openbaar bestuur is het individueel afleggen van de eed of verklaring en belofte in de openbare raadsvergadering. Ten overstaan van de (vertegenwoordigers van) de inwoners van Drimmelen wordt uitgesproken:

 

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!) ".

 

Integriteit van het openbaar bestuur betekent in het openbaar verantwoording afleggen over het persoonlijk handelen. De verantwoordelijkheid voor integer handelen ligt primair bij het raads- of burgerlid zelf. Telkens maakt deze de afweging of hetgeen hij of zij doet of nalaat integer is.

De maatstaf daarvoor wordt gegeven door de wetgever, legt de raad zichzelf op, maar wordt ook door de samenleving geformuleerd.

 

1.2 Integriteit als oordeel van buiten

Of raadsleden integer zijn, is niet alleen aan de eigen beoordeling , maar evenzeer is van belang dat anderen het beeld hebben dat dat zo is. Van een integer raads- of burgerlid kun je op aan. Je kunt hem of haar vertrouwen. Hij is bovendien bereid en verplicht de verantwoordelijkheid die bij zijn functie hoort te nemen. Het aanzien van het openbaar bestuur, het vertrouwen in de politiek wordt mede bepaald door het beeld dat er is van integer handelen. Daarop hebben de raads- en burgerleden collectief invloed. De met elkaar afgesproken (ongeschreven) regels voor de raad van Drimmelen sluiten aan op wat de inwoners van Drimmelen van hun bestuur verwachten. Deze maatschappelijke meetlat van normen en waarden is de basis voor de eigen regels.

 

1.3 Integriteit als een moreel oordeel

De morele invalshoek is het meest lastig te definiëren. Het gaat om een persoonlijke toetsing van het eigen gedrag. Integriteit betekent dan dat niet het eigenbelang, maar het hogere (maat-schappelijk) belang bepalend is bij keuzes die een raads- of burgerlid maakt.

 

2. WAAROM INTEGRITEIT VOOR GEMEENTEBESTUURDERS BELANGRIJK IS

Integriteit heeft alles te maken met het vertrouwen van onze inwoners in het openbaar bestuur.

 

1.4 Raadsleden lopen het risico op rolvermenging

Raadsleden vervullen meerdere functies. Als volksvertegenwoordiger stellen ze zich in dienst van de samenleving. Daarnaast hebben raadsleden, net als iedereen, nog andere functies en posities in die samenleving. Anders dan bij anderen lopen raadsleden daarmee het risico op rolvermenging. En bij rolvermenging ligt integriteitsschending of de schijn daarvan op de loer. Je staat als raadslid in de schijnwerpers. Je hebt er zelf voor gekozen, maar dat vraagt wel wat van je.

 

1.5 Integriteit bepaalt de kwaliteit van het openbaar bestuur

De overheid werkt met publieke middelen en heeft op veel terreinen een monopoliepositie. Deze positie stelt hoge eisen aan de betrouwbaarheid en kwaliteit van het openbaar bestuur en aan degenen die daarin functioneren. Integriteit is daarvan een essentieel onderdeel. Integriteit kan het vertrouwen in de overheid maken of breken. De vraag is hoe je daarmee omgaat.

 

1.6 De buitenwacht oordeelt mee

De rol van de ‘buitenwacht’ valt niet te onderschatten. Het oordeel van die buitenwacht, versterkt door de media , kan desastreuze gevolgen hebben. De maatschappij kijkt nu eenmaal kritischer, en soms minder genuanceerd en objectief, naar mogelijke integriteitsschendingen dan voorheen. Raadsleden moeten daarom altijd alert zijn. Niet alleen integriteitsschendingen als belangenverstrengeling of dubieuze giften moeten worden vermeden, maar ook de schijn ervan.

Misschien is “de schijn van …” nog wel het meest belangrijke criterium. Ook al ben je zelf overtuigd van integer handelen, kan door een onhandige of ongelukkige samenloop van zaken het beeld ontstaan dat er mógelijk onoorbare zaken spelen. Het ontstaan en bestaan van dat beeld is vaak al voldoende om als raadslid in een, wellicht onnodig, lastige positie te raken.

 

3. WAAROM EEN HANDREIKING

Integriteit is een dynamisch begrip. Dat vraagt om verschillende instrumenten om die integriteit te borgen. Deze handreiking bundelt een aantal van die instrumenten. Dat instrumentarium werken we hieronder uit.

 

1.7 Integriteit is een werkwoord

Het gaat er om hoe je als raads- of burgerlid je positie bepaalt. Om het gesprek hierover gemak-kelijk te maken spreken we liever over integer handelen in plaats van integer zijn. De reden hiervoor is dat integriteit vaak geen kwestie is van goed of fout, zwart of wit. Het gaat om dilemma’s waarmee je als raadslid geconfronteerd wordt. En bij dilemma’s maak je een keuze uit een of meer alternatieven die allemaal even (on-)aantrekkelijk zijn. In deze handreiking lees je een aantal van die dilemma’s. Ze kunnen je helpen bij het praten en denken over integriteit.

 

1.8 Het dilemmagesprek als hulpmiddel

Vanuit de gedachte dat de keuze om een handeling of gedraging te doen of na te laten veelal geen zwart-wit keuze is, is het goed om gestructureerd in beeld te krijgen welke argumenten te wegen zijn. In het dilemmagesprek doe je dit.

Het dilemmagesprek is een werkvorm die bruikbaar is voor iedereen die met een integriteitsvraag rond loopt. Een dilemmagesprek kan zowel een tweegesprek zijn als een gesprek binnen de fractie of binnen het presidium.

 

Het dilemmagesprek

Bij een dilemmagesprek bespreek je met anderen of een handeling of gedraging wel of niet kan. Je brengt eerst in beeld waarom je het WEL zou doen, vervolgens waarom NIET.

 

De gekozen argu­menten voor en tegen kwalificeer je vervolgens als “beginsel-argument”, “gevolg-argument” of “non-argument”.

Beginselargument : het argument verwijst naar een principe dat in zichzelf belangrijk is om na te streven; er wordt gekeken of de handeling op zichzelf goed of slecht is, zonder daarbij naar de gevolgen te kijken.

Gevolgargument : het argument verwijst naar het gevolg van de handeling; er wordt op gelet wat het meest nuttige is voor de samenleving (algemeen belang).

Non-argument : het argument is geen argument.

 

De uit­eindelijke afweging vindt vervolgens plaats op basis van het gewicht dat je verbindt aan de “beginsel-argumenten”.

 

1.9 Afspraken geven houvast

Integriteit kun je niet los zien van een aantal regels en procedures. Die afspraken geven handen en voeten aan het integriteitsbeleid, maar ook houvast voor het raads- en burgerlid. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad, om voor zichzelf een gedragscode vast te stellen. Deze moet de integriteit van politieke ambtsdragers helpen waarborgen. De gemeenteraad kan overigens zelf bepalen hoe die afspraken er uit zien. De gedachte is dat gedragsregels helpen om de discussie over integriteit te voeren.

De Gedragscode is als bijlage 1 in deze handreiking gevoegd. In bijlage 2 zijn om het beeld compleet te maken ook een aantal (wettelijke) regels opgenomen.

Houvast, hulpmiddel voor gesprek, maar daarmee zijn deze regels niet persé de enige na te leven regels. Ongeschreven regels, zowel maatschappelijk als politiek zijn evenzeer van belang. In het dilemmagesprek zullen deze ongetwijfeld ook in beeld komen en afgewogen worden.

 

1.10 Continue aandacht is nodig

Integer handelen leer je niet in een training. Integriteit is ook meer dan de eed of verklaring en belofte uitspreken of je handtekening zetten onder een set afspraken. Integriteit is een persoonlijke afweging die je als raadslid maakt, afhankelijk van tijd en context. De omstandigheden zijn nooit gelijk. Maar alleen op je eigen kompas kun je niet varen. Misschien zie je iets over het hoofd of schat je een risico anders in. Iemand anders kan heel anders denken over jouw dilemma. Daarom is het belangrijk om samen met fractieleden, collega-raadsleden, de griffier of de burgemeester het gesprek over integriteit te blijven voeren. Maar ook mensen buiten de raad kunnen je een goede spiegel voorhouden.

Zo kun je je morele kompas ijken. En niet te vergeten: collega raadsleden lopen ook tegen dilemma’s aan. Samen sta je sterker en maak je betere keuzes. In de handreiking lees je een aantal tips over de manier waarop je het gesprek gaande houdt.

 

4. WET, EED EN GEDRAGSCODE

Integriteit heeft vooral te maken met normen en waarden, moraal en fatsoen. Wettelijke regels en eigen afspraken hierover bieden houvast.

 

1.11 De wet

Volgens artikel 15 lid 3 Gemeentewet stelt elke gemeenteraad voor zijn leden een gedragscode vast. Ook in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en overige wetgeving zijn de bevoegdheden en regels waarbinnen je als raadslid handelt, vastgelegd. In bijlage 1 is de huidige wetgeving die primair voor integriteit van belang is, bijgevoegd. Let op: de wetgeving kan wijzigen.

 

De burgemeester krijgt in de Gemeentewet een belangrijke rol toegekend. In artikel 170 staat te lezen: “De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.”.

Vanuit die verantwoordelijkheid ziet de burgemeester toe op de manier waarop binnen de gemeente omgegaan wordt met integriteit. Het geeft de burgemeester een titel om expliciet het gesprek aan te gaan over integriteitsvraagstukken van raadsleden.

 

1.12 De eed of belofte

De eed of de belofte is de basis van het handelen van elk raadslid. Ieder raadslid legt aan het begin van zijn raadsperiode de eed of de belofte af . Bij een eed zweer je op de bijbel en bij God. De belofte is de niet-religieuze variant daarvan. In beide gevallen zweer of beloof je getrouw te zijn aan de Grondwet, de wetten na te komen en de plichten als lid van de gemeenteraad naar eer en geweten te vervullen.

 

Artikel 14 Gemeentewet

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (Dat verklaar en beloof ik!).

 

1.13 De gedragscode

Waar normen concrete, algemeen aanvaarde gedragsregels zijn, zijn waarden de opvatting over wat wenselijk is. Waarden zijn motieven die gedeeld worden door een groep mensen. Vanuit die visie kun je waarden leggen op ‘goed raadslidmaatschap’. Elke gemeente, ook Drimmelen, legt die waarden vast in een gedragscode. De gedragscode is het belangrijkste praktische houvast voor raads- en burgerleden. De gedragscode geeft duidelijkheid over wat wij in Drimmelen verwachten. De waarden die het uitgangspunt vormden voor de gedragscode staan hieronder.

 

1.13.1 Dienstbaarheid

Het raadslid is loyaal aan de gemeente en haar inwoners. Dat betekent dat hij zich inzet voor de belangen van de gemeente en van burgers.

 

Bijvoorbeeld: Stel een raadslid ontvangt bij een regionale bijeenkomst van de eigen partij informatie, waarmee het college van Drimmelen zijn voordeel kan doen. Misschien levert het de wethouder zelfs goede pers op. Een raadslid dat loyaal is aan de gemeente deelt de infor­matie, maar kan wel met de wethouder bespreken hoe dat naar buiten te brengen.

 

1.13.2 Onafhankelijkheid

Het raadslid vermijdt belangenverstrengeling. Het raadslid gaat situaties waarin bepaalde belangen door elkaar lopen uit de weg. Het raadslid probeert zoveel mogelijk de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

 

Bijvoorbeeld: Stel een raadslid is lid van het bestuur van een vereniging die over een kwestie met ambtenaren en wethouder in gesprek gaat. In die situatie kan het verwarrend worden als het raadslid met een andere pet op het gesprek in gaat. Daarom wordt in het verenigings­bestuur afgesproken dat iemand anders namens de vereniging in gesprek gaat.

 

1.13.3 Rolbewustzijn

Het raadslid is zich bewust van zijn positie ten opzichte van de ambtelijke organisatie. De organisatie is toegankelijk voor raadsleden die feitelijke informatie nodig hebben. Het raadslid vraagt niet naar de mening van ambtelijk medewerkers en is niet in de positie ambtelijk medewerkers aanwijzingen te geven of opdrachten te geven.

Bijvoorbeeld: Stel een raadslid wil weten hoe de besluitvorming gelopen is rond de verstrekking van een Wmo-voorziening en de daarop gevolgde klachtenprocedure. In die situatie kan bij de teammanager nagevraagd worden hoe dit is gelopen. Dat kan via de griffie. Een oordeel over de situatie kan echter alleen gevraagd worden van het college dan wel de portefeuillehouder.

Het raadslid is zich bewust van eventuele verschillende rollen met verschillende belangen. wees duidelijk of je als raadslid of als inwoner of professional optreedt. Raadsleden vermijden daarbij zich als raadslid bezig te houden met onderwerpen waar hij ook als inwoner of als professional mee bezig houdt.

Bijvoorbeeld: Een raadslid is als docent aanwezig bij een bijeenkomst van de gemeente over het jeugdbeleid. Daarna wordt in de fractie gesproken over dit onderwerp en wordt besloten hierover schriftelijke vragen te stellen. Het raadslid bemoeit zich niet met dit initiatief, om te voorkomen dat hij zich vanuit verschillende rollen met hetzelfde onderwerp bezig houdt.

 

1.13.4 Openheid

Het raadslid is transparant over nevenfuncties en handelingsredenen.

Bijvoorbeeld: Stel je hebt als raadslid vanuit jouw werk informatie over het optreden van het college in een regionaal samenwerkingsverband. Voor jouw reden om daar schriftelijke vragen over te stellen. Voor het college komt het als volslagen verrassing: hoe kon het raadslid dit weten? Wat deel je daarover met de wethouder en op welk moment?

 

1.13.5 Terughoudendheid

Het raadslid is zich ervan bewust dat hij een voorbeeldfunctie heeft. Hij vermijdt situaties en uitlatingen in het openbaar die als onbezonnen geïnterpreteerd kunnen worden of die als onbehoorlijk ervaren worden.

Bijvoorbeeld: In een snelle tweet spreekt een raadslid zich uit over een collega-raadslid. In de emotie en de snelheid gebruikt deze daar minder gebruikelijke bewoordingen. Kan een keer gebeuren, maar hoe voorkom je dat dit nog een keer gebeurt?

 

1.13.6 Betrouwbaarheid

Het raadslid gaat vertrouwelijk om met kennis en informatie voor raadsleden. Hij gebruikt die informatie niet voor andere belangen dan die van de gemeente.

Bijvoorbeeld: Stel je hoort als raadslid in een overlegje met de wethouder dat het college plannen heeft om in het omgevingsbeleid meer ruimte te gaan geven aan bepaalde soorten detailhandel in een bepaald deel van de gemeente. Dit zou jouw partner goed uitkomen, maar dat moet zij er wel snel bij zijn, voordat anderen zich melden bij de gemeente.

 

1.13.7 Zorgvuldigheid

Het raadslid respecteert alle individuen en instanties en behandelt hen gelijk in gelijke gevallen.

Bijvoorbeeld: De fractie onderhoudt goede relaties met iemand die bezig is met een maatschappelijk initiatief. Alle steun daarvoor. Meer dan dat, iemand uit de eigen achterban kan wel een extra zetje gebruiken. Zou de fractie dat ook doen als het initiatief uit een andere hoek komt?

Bijvoorbeeld: De fractie onderhoudt goede relaties met iemand die bezig is met een maatschappelijk initiatief. Alle steun daarvoor. Meer dan dat, iemand uit de eigen achterban kan wel een extra zetje gebruiken. Zou de fractie dat ook doen als het initiatief uit een andere hoek komt?

 

5. KOMPAS

Het Kompas helpt je om je koers scherp en zuiver te houden. Als je met je antwoord steeds op ‘ja’ uitkomt, stuur je aan op een integere keuze. Maar wees alert: enkele graden afwijken kan al de verkeerde kant op leiden. Blijf er dus over in gesprek en denk niet te snel dat het jou niet overkomt.

 

1.13.8 Is het volgens de beginselen van goed raadslidmaatschap?

Je maakt een rationele afweging: kan ik dit doen op basis van de wet, de eed of de gedragscode.

 

1.13.9 Doe ik recht aan de rechten, belangen en het welzijn van alle belanghebbenden?

Je toetst of je zorgvuldig omgaat met de kennis en informatie waarover je beschikt: lopen er geen belangen door elkaar? Denk bij belanghebbenden heel ruim; extern en intern, direct en indirect betrokkenen.

 

1.13.10 Vinden anderen me een integer raadslid?

Je maakt je een voorstelling van de reactie van anderen. Loop je het risico dat zij jouw integriteit ter discussie gaan stellen?

 

1.13.11 Kan ik mezelf in de spiegel blijven aankijken?

Je verantwoordt je keuze voor jezelf. Geeft het me een goed gevoel en kan ik mezelf uitleggen waarom ik deze keuze maak?

 

1.13.12 Kan ik mijn keuze verantwoorden voor anderen?

Je verantwoordt je keuze voor anderen. Welke waarden hanteer ik en hoe steekt mijn afweging in elkaar? Is mijn keuze consistent en consequent?

 

6. STAPPEN BIJ INTEGRITEITSPROBLEEM

Een raadslid of burgerlid in opspraak! Wat nu?

 

In elk geval kan gesteld worden dat geen enkele situatie hetzelfde is, er zal altijd maatwerk nodig zijn. De procedure kan niet meer gewicht hebben dan een richtsnoer dat enige houvast biedt in een periode van hectiek en onzekerheid.

Uitgangspunt is een centrale rol van de burgemeester als voorzitter van de raad of (bij afwezigheid) de waarnemend voorzitter van de raad. Wanneer de burgemeester in opspraak is ligt de centrale rol bij de waarnemend voorzitter van de gemeenteraad in samenspraak met de commissaris van de Koning. De griffier is altijd aanspreekbaar en betrokken om te spiegelen op de situatie en de te nemen stappen.

Ingeval de integriteit van een raadslid of burgerlid aan de orde is worden de ‘procesafspraken over de handhaving van integriteit’ (bijlage 1 bij de gedragscode integriteit voor raadsleden, burgerleden en burgemeester en wethouders 2022) gevolgd.

 

7. AGENDA

Integriteit heeft aandacht nodig, ook als er geen sprake is van een misstand

 

1.14 Integriteit regelmatig op de agenda

Dat integriteitsnormen zijn vastgelegd is goed, maar niet voldoende. Integriteit is vooral een mentaliteitskwestie en moet ´tussen de oren zitten`. Regelmatige aandacht voor integriteit haalt de beladenheid ervan af. Juist op de momenten dat er geen sprake is van een misstand. In Drimmelen zetten we integriteit regelmatig actief op de agenda. Los van de waan van de dag gaan we met elkaar in gesprek over integriteit. De raad en het college, maar natuurlijk ook fracties kunnen verschillende aandachtsmomenten voor integriteit plannen. In elk geval twee maal per raadsperiode besteden we met elkaar aandacht aan integriteit en evalueren we de ‘procesafspraken over de handhaving van integriteit’.

 

1.14.1 Twee maal per raadsperiode bespreken we integriteit met raad en college samen

De gedragscode is een beginpunt voor integriteit. Geen eindbestemming. Zijn de gedragscode en de procesafspraken over de handhaving van integriteit nog actueel? Passen de afspraken nog in de huidige context? Welke ervaringen hebben we de afgelopen tijd opgedaan en is het waardevol die te delen?

 

1.14.2 Organiseer een dilemmasessie

Bespreek integriteit aan de hand van concrete cases. Welke belangen speelden er mee, welke argumenten waren belangrijk? Door samen dilemma’s te bespreken en af te wegen, praat je met elkaar over integriteit zonder direct te veroordelen. Bovendien biedt het de kans om afwegingen te toetsen aan die van de collega-raadsleden.

Een dilemmagesprek kun je ook binnen de fractie regelmatig voeren.

 

1.14.3 Zet integriteit op de agenda van de fractie

Komen er nieuwe onderwerpen op je af? In de fractie bespreek je ongetwijfeld hoe je daarmee omgaat. Denk dan als raadslid en fractie ook eens na over de mogelijke integriteitskwesties die dat nieuwe onderwerp mogelijk met zich meebrengt. Denk bijvoorbeeld aan woordvoerderschap, maar vraag je ook af of de buitenwereld misschien vooringenomen beelden heeft van de positie van een raads- of burgerlid van jouw fractie. Zo zorg je ervoor dat je ook die risico’s vooraf in beeld hebt en kun je pro-actief handelen. Voorkomen is altijd beter dan genezen.

 

Bijlage 1: Wettelijke regels

Gemeentewet

 

artikel 12 Openbaarmaking andere functies dan raadslid

  • 1.

    De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen.

  • 2.

    Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis.

artikel 13 Onverenigbare functies

  • 1.

    Een lid van de raad is niet tevens:

    • a.

      minister;

    • b.

      staatssecretaris;

    • c.

      lid van de Raad van State;

    • d.

      lid van de Algemene Rekenkamer;

    • e.

      Nationale ombudsman;

    • f.

      substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    • g.

      commissaris van de Koning;

    • h.

      gedeputeerde;

    • i.

      secretaris van de provincie;

    • j.

      griffier van de provincie;

    • k.

      burgemeester;

    • l.

      wethouder;

    • m.

      lid van de rekenkamer;

    • n.

      ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

    • o.

      ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat:

    • a.

      aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of

    • b.

      aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn:

    • a.

      ambtenaar van de burgerlijke stand;

    • b.

      vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.

artikel 14 Eed en verklaring en belofte

  • 1.

    Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

     

    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

     

    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

     

    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.

     

    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"

     

    (Dat verklaar en beloof ik!")

artikel 15 Verboden handelingen en Gedragscode

 

  • 1.

    Een lid van de raad mag niet:

    • a.

      als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • c.

      als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

      • 1e.

        overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

      • 2e.

        overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

    • d.

      rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

      • 1e.

        het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

      • 2e.

        het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

      • 3e.

        het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

      • 4e.

        het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

      • 5e.

        het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

      • 6e.

        het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

      • 7e.

        het onderhands huren of pachten van de gemeente.

  • 2.

    Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

  • 3.

    De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.

artikel 28 Deelnemen aan stemmingen

  • 1.

    Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:

    • a.

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • b.

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.

  • 2.

    Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje.

  • 3.

    Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

  • 4.

    Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.

artikel 170 De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente

  • 1.

    De burgemeester ziet toe op:

    • a.

      een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken;

    • b.

      een goede samenwerking van de gemeente met andere gemeenten en andere overheden;

    • c.

      de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie;

    • d.

      een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;

    • e.

      een zorgvuldige behandeling van klachten door het gemeentebestuur.

  • 2.

    De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.

  • 3.

    De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.

Provinciewet

artikel 182

  • 1.

    De commissaris is, volgens regels te stellen bij een door de regering gegeven ambtsinstructie, belast met:

    • c.

      het adviseren en bemiddelen bij verstoorde bestuurlijke verhoudingen in een gemeente en wanneer de bestuurlijke integriteit van een gemeente in het geding is;

Algemene wet bestuursrecht

artikel 2:4

  • 1.

    Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.

  • 2.

    Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

Artikel 2:5 Vertrouwelijke informatie

  • 1.

    Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

  • 2.

    Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.

Naar boven