De toelichting op artikel 5.27 komt als volgt te luiden:
Artikel 5.27: Medische kosten
De Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) vergoeden in het algemeen alle noodzakelijke kosten die verband houden met (para)medische behandelingen en zorg. Deze regelingen gelden als voorliggende voorzieningen die passend en toereikend zijn voor medische kosten. Bijstandsverlening is daarom in beginsel uitgesloten (artikel 15, eerste lid Participatiewet). Alleen wanneer zich zeer dringende redenen voordoen kan bijzondere bijstand worden verstrekt (artikel 16 Participatiewet). Het college kiest ervoor om onder de voorwaarden die in dit artikel zijn beschreven een ruimer recht op bijzondere bijstand te creëren.
Voor bepaalde kosten van mondzorg (tandartskosten) bestaat op grond van dit artikel recht op bijzondere bijstand. Het gaat om behandelingen die bedoeld worden met prestatiecodes A, B, C, E, H, M, P, T, U, V, X en Y. Daarop bestaan uitzonderingen die in het artikel worden benoemd.
Kosten die vallen onder prestatiecodes E97, F en K zijn uitgesloten omdat het cosmetische behandelingen zijn. Kosten die vallen onder prestatiecodes J en R worden uitgesloten omdat daarvoor goedkopere alternatieven bestaan. In die gevallen past het niet om bijzondere bijstand te verstrekken.
Kosten die zich voordoen in verband met prestatiecodes E97, F, J, K of R zijn ook uitgesloten. Het gaat dan bijvoorbeeld om een verdoving (prestatiecode A) die plaatsvindt bij het plaatsen van een kroon (prestatiecode R).
Wanneer kosten van mondzorg vergoed worden vanuit de Zvw, dan geldt het verplicht eigen risico. Dat eigen risico kan vrijwillig verhoogd worden. Wanneer kosten van mondzorg niet vergoed worden vanwege het verplicht of vrijwillig eigen risico, dan komen die kosten niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Bij bijvoorbeeld de vergoeding van de kosten van een kunstgebit op grond van de Zvw geldt een eigen bijdrage. De eigen bijdrage is niet uitgesloten van het recht op bijzondere bijstand op grond van dit artikel.
Verder geldt dat de behandeling waarop de kosten zien niet mag hebben plaatsgevonden vóór 1 januari 2024. Dit is een beperking van de terugwerkende kracht als bedoeld in artikel 5.1. Die beperking is gerechtvaardigd omdat het huidige artikel 5.27 op 1 april 2024 inwerking is getreden.
Het gaat in dit artikel om buitenwettelijk begunstigend beleid. Uiteraard geldt dan ook dat aan de voorwaarden voor het recht op bijzondere bijstand moet worden voldaan. Zo mag de inwoner niet uitgesloten zijn van het recht op bijstand. Ook geldt dat het recht op bijstand aanvullend is op een vergoeding vanuit een voorliggende voorziening zoals een tandartsverzekering. De andere bepalingen in dit beleid gelden ook, zoals de regels over de draagkracht.