Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2023, 97397 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2023, 97397 | verkeersbesluit of -mededeling |
Verkeersbesluit instellen van een erf op een deel van de Kruidenbuurt
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).
dat de Muntstraat, Dragonstraat, Kervelstraat, Lavendelstraat, Tuinkersstraat, Melissestraat, Dillestraat, Basilicumstraat, Salieveld, Kamillevaart, Mierikshof, Komijnpad en Karwijpad gelegen zijn binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Muntstraat, Dragonstraat, Kervelstraat, Lavendelstraat, Tuinkersstraat, Melissestraat, Dillestraat, Basilicumstraat, Salieveld, Kamillevaart, Mierikshof, Komijnpad en Karwijpad in beheer zijn bij de gemeente Haarlem;
dat de Muntstraat, Dragonstraat, Kervelstraat, Lavendelstraat, Tuinkersstraat, Melissestraat, Dillestraat, Basilicumstraat, Salieveld, Kamillevaart, Mierikshof, Komijnpad en Karwijpad wegen zijn als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat genoemde wegen gecategoriseerd zijn als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de wegen daarmee deel uitmaken van een verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat genoemde wegen ooit zijn aangelegd met de intentie er een woonerf van te maken;
dat in de ontwerpfase de Uitvoeringsvoorschriften BABW behorende bij de toepassing van het bord G5 (erf) van bijlage 1 van het RVV 1990 leidend zijn geweest;
dat, kort samengevat, deze uitvoeringsvoorschriften inhouden: dat 1, het verkeer dat gebruik maakt van deze wegen een herkomst of bestemming in het gebied van het erf heeft; 2, dat de wegen zodanig zijn ingericht dat stapvoets rijden redelijkerwijs voortvloeit uit de aard of gesteldheid van die wegen; 3, dat er geen doorlopend hoogteverschil mag zijn in het dwarsprofiel wat de indruk wekt dat sprake is van een rijbaan en een (verhoogd) trottoir; 4, sprake is van een herkenbare overgang naar een ander verkeersregime; 5, dat parkeerplaatsen moeten zijn voorzien van een P-tegel of een P-bord;
dat vanuit die intentie en de uitvoeringsvoorschriften BABW op deze wegen geen trottoirs in de vorm van een verhoogd voetpad zijn aangelegd, noch dat door middel van borden G7 voetpaden als zodanig zijn aangeduid;
dat de verharding van deze wegen over de gehele breedte is aangelegd zonder hoogteverschillen;
dat door het gebruik van verschillende kleuren verharding, verschillende verhardingsmaterialen en verschillende legverbanden een diversiteit aan wegonderdelen zijn ontstaan;
dat hierbij bewust gekozen is voor het vermijden van de traditionele verschijningsvormen van bijvoorbeeld de wegonderdelen rijbaan en verhoogd trottoir;
dat die verscheidenheid in weginrichting bij de bestuurder een beeld oproept van een vrij en gedeeld gebruik van de gehele breedte van de weg door diverse weggebruikers, met name voetgangers;
dat, overeenkomstig het bepaalde in de uitvoeringsvoorschriften BABW, voldaan wordt aan de toepassingsvoorschriften bij bord G5 van bijlage 1 van het RVV 1990 ten aanzien van het vermijden van de indruk dat de weg verdeeld is in een rijbaan en een trottoir;
dat, voortvloeiend uit deze toepassingsvoorschriften, daar waar gewenst een voorziening voor voetgangers is gerealiseerd, zoals vermeld onder punt 3;
dat, om het parkeren op een juiste wijze te faciliteren, op de tot parkeren bestemde weggedeelten een P-tegel is, dan wel wordt aangebracht;
dat daarmee het parkeren duidelijk is geordend en tevens aan bestuurders kenbaar wordt gemaakt dat op andere weggedeelten niet mag worden geparkeerd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 46 van het RVV 1990;
dat uit beoordeling van beschikbare snelheidsgegevens is gebleken dat de geregistreerde werkelijk gereden snelheden (V85 = 15 km/u) aantonen dat de huidige weginrichting over het algemeen voldoende suggereert dat stapvoets rijden de norm is;
dat, waar mogelijk, de begrenzing van het erf op ruime afstand van de nabijgelegen kruispunten wordt weergegeven door middel van de plaatsing van de borden G5 (erf) en G6 (einde erf) van bijlage 1 van het RVV 1990;
dat daarmee wordt voorkomen dat bij bestuurders verwarring zou kunnen ontstaan over de toepassing van de voorrangsregels op de nabijgelegen kruispunten;
dat uit vorenstaande volgt dat de Muntstraat, Dragonstraat, Kervelstraat, Lavendelstraat, Tuinkersstraat, Melissestraat, Dillestraat, Basilicumstraat, Salieveld, Kamillevaart, Mierikshof, Komijnpad en Karwijpad voldoen aan de voorschriften ten aanzien van de inrichtingseisen van een erf;
dat thans vanuit bewoners en belanghebbende nadrukkelijk de wens is geuit om te komen tot het instellen van een erf op genoemde wegen;
dat de gemeente dit initiatief ondersteunt en overgaat tot uitvoering van de aanduiding van een erf door middel van het plaatsen van de borden G5 en G6 van bijlage 1 van het RVV 1990 bij de begrenzing van het erf;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van borden G5 (erf) en G6 (einde erf) van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;
dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie, kort samengevat, niet akkoord gaat met het betreffende verkeersbesluit en bezwaar heeft tegen de publicatie en het uitvoeren van de in dit besluit genoemde maatregelen omdat naar haar mening: 1, de beoogde maximumsnelheid niet logischerwijs voortvloeit uit de inrichting van de wegen en omgeving; 2, de parkeergelegenheden niet correct zijn aangeduid of aangegeven; 3, de aansluitingen van het erf op het omliggende wegennet niet duidelijk herkenbaar zijn als uitrit.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:
- door middel van het plaatsen van borden G5 en G6 van bijlage 1 van het RVV 1990 de Muntstraat, Dragonstraat, Kervelstraat, Lavendelstraat, Tuinkersstraat, Melissestraat, Dillestraat, Basilicumstraat, Salieveld, Kamillevaart, Mierikshof, Komijnpad en Karwijpad aan te duiden als erf;
- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-97397.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.