Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023

De raad van de gemeente Gouda,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met voorstelnummer 1.029 van 13 december 2022;

 

Gelet op het besluit van 8 maart 2017 van de Raad tot vaststelling van het beleidskader armoede en schulden en het advies van de Goudse Adviesraad Sociaal Domein van 14 april 2017 ;

 

Gelet op het bepaalde in het bestuursakkoord “geef Gouda door” van 29 juni 2022;

 

Gelet op de artikelen 108 , 147, 149 en 156 van de Gemeentewet;

 

Overwegende dat:

het van wezenlijk belang wordt geacht dat inwoners van Gouda en hun minderjarige kinderen zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door hun financiële positie;

dat de gemeente Gouda daaraan wenst bij te dragen door het voeren van beleid, gericht op bevordering van maatschappelijke participatie, waaronder wordt verstaan deelname aan activiteiten die het mogelijk maken mee te doen in de samenleving;

 

besluit:

de Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017 te wijzigen en als Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023 vast te stellen.

Artikel 1. Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    bijstandsnorm: het bedrag, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Participatiewet;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    doelgroep: inwoners met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen

  • d.

    middentarief: het tarief voor inwoners met een hoger inkomen dan de doelgroep en niet meer dan het inkomen dat genoemd wordt in artikel 5, lid 2.

  • e.

    inwoner: een persoon die op het moment van aanvraag de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en ingeschreven staat in de gemeente Gouda in de Basisregistratie personen;

  • f.

    kind: een persoon jonger dan 18 jaar die ingeschreven staat in de gemeente Gouda in de Basisregistratie personen voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal, of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jeugdwet.

Artikel 2. Reikwijdte en doelstelling verordening

  • 1.

    Deze verordening heeft betrekking op het bevorderen van maatschappelijke participatie voor inwoners uit de doelgroep en de tot hun last komende kinderen door het verstrekken van voorzieningen.

  • 2.

    De voorzieningen bedoeld in het eerste lid, bestaan uit:

    • a.

      een stadspas, gratis of tegen gereduceerd tarief, die recht geeft op kortingen of op gratis toegang tot onder meer culturele, educatieve, recreatieve en sportieve activiteiten;

    • b.

      een jeugdtegoed, dat door middel van een storting op de stadspas beschikbaar wordt gesteld aan kinderen uit de doelgroep bestemd voor de aanschaf van producten die de participatie op school of in de maatschappij bevorderen;

    • c.

      een tegemoetkoming in de kosten voor sport of culturele activiteiten voor kinderen uit de doelgroep;

    • d.

      een tegemoetkoming in de schoolkosten voor kinderen uit de doelgroep;

    • e.

      een tegoed voor inwoners die tot de doelgroep behoren, dat door middel van een storting op diens stadspas beschikbaar wordt gesteld bestemd voor de aanschaf van producten die maatschappelijke participatie bevorderen.

    • f.

      overige voorzieningen ter bevordering van de maatschappelijke participatie van inwoners.

  • 3.

    Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen ter uitvoering van het tweede lid, waaronder in ieder geval regels over:

    • a.

      de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de voorzieningen;

    • b.

      de aanvraag van voorzieningen;

    • c.

      de hoogte van zowel het gereduceerde tarief voor de doelgroep, als het midden- en voltarief voor de inwoners die niet tot de doelgroep behoren.

Artikel 3. Doelgroep

  • 1.

    Het college verstrekt jaarlijks de voorzieningen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan inwoners uit de doelgroep en de tot hun last komende kinderen, indien:

    • a.

      het inkomen de in artikel 5, lid 1 gestelde grens niet overschrijdt;

    • b.

      de aanvrager beschikt over een geldige verblijfstitel, voor zover hij niet beschikt over de Nederlandse nationaliteit.

    • c.

      het huishouden in het kader van een vastgestelde schuldregeling op grond van de Wsnp of Msnp slechts de beschikking heeft over een zogenaamd vrij te laten bedrag (VLTB).

  • 2.

    Niet in aanmerking voor de voorzieningen komt de inwoner die:

    • a.

      onderwijs volgt en aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000; of

  • 3.

    aanspraak kan maken op een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing indien de inwoner een of meer tot zijn last komende kinderen heeft en beschikt over een inkomen dat niet meer bedraagt dan het inkomen bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4. Aanvraag en toekenning

  • 1.

    Het college verstrekt op aanvraag een voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, kan het college het jeugdtegoed, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, of een tegemoetkoming in de kosten voor sport en culturele activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, of voorzieningen bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e en f, ook ambtshalve verstrekken indien een stadspas op aanvraag is verstrekt aan de kinderen en volwassenen uit de doelgroep.

Artikel 5. Inkomensgrens

  • 1.

    Recht op de voorzieningen genoemd in artikel 2 bestaat, indien het inkomen bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet niet hoger is dan 130% van de op dat moment geldende bijstandsnorm, zonder toepassing van de kostendelersnorm zoals bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet.

  • 2.

    Recht op een stadspas tegen het middentarief bestaat, indien het inkomen van de inwoner hoger is dan 130% maar niet hoger dan 150% van de geldende bijstandsnorm.

  • 3.

    Het college kan nadere regels stellen over de berekening van het inkomen, bedoeld in het eerste lid en kan de boven gestelde inkomensgrens afronden.

Artikel 6. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening of de daarop gebaseerde regels, als toepassing van deze verordening en bijbehorende nadere regels naar het oordeel van het college onredelijke gevolgen heeft voor de aanvrager gezien de doelstelling van de verordening.

Artikel 7. Onjuiste en onvolledige gegevens

  • 1.

    Het college kan onderzoeken of de voorzieningen rechtmatig zijn verstrekt.

  • 2.

    Het college kan een besluit tot toekenning van een voorziening intrekken indien:

    • a.

      de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste, verouderde of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onrechtmatige toekenning van de voorzieningen heeft geleid, of op aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling van die aanvraag de juiste gegevens bekend waren geweest;

    • b.

      de voorziening niet overeenkomstig de van kracht zijnde regelgeving is besteed.

  • 3.

    Indien het college besluit tot intrekking van een voorziening, vervalt deze met ingang van de dag waarop het besluit tot intrekking bekend wordt gemaakt.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 8 februari 2023 en vervangt daarmee de verordening zoals deze van kracht was vanaf 1 september 2017.

Artikel 9 – Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023

Aldus besloten in de openbare vergadering van 8 februari 2023

De raad van de gemeente voornoemd,

griffier

mr. drs. E.J. Karman-Moerman

voorzitter

mr. drs. P. Verhoeve

Toelichting

Met deze verordening wordt de grondslag gelegd om inwoners van de gemeente Gouda met een laag inkomen en hun kinderen meer mogelijkheden op meedoen te bieden.

Een laag inkomen kan ertoe leiden dat meedoen aan sportieve -, educatieve – of culturele activiteiten vaak niet mogelijk is. Vooral voor gezinnen met kinderen is dit een kostenpost die vaak niet of zeer beperkt mogelijk is.

De gemeente Gouda vindt het belangrijk dat iedereen kan meedoen in de maatschappij en dat het mogelijk is om activiteiten buitenshuis te doen zoals het bezoek aan een culturele instelling of een lidmaatschap van een sportclub.

 

Artikel 2:

De stadspas geeft korting of gratis toegang tot activiteiten. Voor inwoners met een laag inkomen, hierna te noemen de doelgroep, wordt deze stadspas door het college verstrekt tegen een gereduceerd tarief. Voor de kinderen die tot de doelgroep behoren wordt de pas gratis verstrekt.

Voor jonge inwoners uit de doelgroep biedt de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van lidmaatschap van een sportvereniging of het volgen van muziekles en een tegoed waarmee benodigde spullen voor school, sport, etc. kunnen worden aangeschaft.

Lid 3 van dit artikel is de basis voor het bepalen van de verkooptarieven. Met ingang van het pasjaar 2023 wordt een zogenaamd middentarief ingevoerd. Dit tarief is gereduceerd ten opzichte van het reguliere verkooptarief en alleen beschikbaar voor inwoners met een inkomen boven de norm voor de doelgroep en onder de 150% van de bijstandsnorm. De stadspas die verkocht wordt tegen het middentarief wordt niet voorzien van een jeugdtegoed of overige voorzieningen ter bevordering van de maatschappelijke participatie noch van tegoedbonnen voor sport en cultuur.

Omdat de behoeften van de doelgroep en de budgetten die de gemeente beschikbaar heeft kunnen wijzigen, neemt het college in nadere regels op waaruit de voorzieningen bestaan, op welke wijze ze beschikbaar worden gesteld en welke goederen kunnen worden aangeschaft.

De bepaling in lid 2, onder f, biedt ruimte om het college voorzieningen aan te bieden die niet specifiek onder voorgaande voorzieningen vallen. Dit is een ‘kan’- bepaling. Hierbij valt te denken aan een tegemoetkoming in de kosten voor peuterspeelzaalbezoek of kortdurende kinderopvang, of een ID kaart voor kinderen vanaf 14 jaar.

 

De diverse regelingen gericht op kinderen worden gebundeld aangeboden onder de noemer “kindpakket”. De aanvraag gebeurt in principe door de ouder/verzorger bij wie het kind is ingeschreven en voor wie kinderbijslag wordt ontvangen. Voor het kindpakket is het mogelijk om eventueel ambtshalve toekenning te doen van de voorzieningen omdat deze gerelateerd worden aan de aanvraag van een stadspas.

 

Het kindpakket bestaat in ieder geval uit:

  • a.

    Een jeugdtegoed. De stadspas fungeert als betaalpas. De doelgroep kan hiermee bij geselecteerde winkels het tegoed besteden aan specifieke productgroepen. Uitgangspunt is dat de aanschaf van deze producten voor de doelgroep noodzakelijk is om goed te kunnen participeren, zoals bijvoorbeeld het geval is met schoolspullen of sportspullen of een bijdrage aan een instrumentenfonds bij muziekles.

  • De hoogte van het Jeugdtegoed en hoe dit kan worden aangevraagd staat in de regeling bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023.

  • b.

    De tegemoetkoming sport en cultuur stelt kinderen uit de doelgroep in staat om ‘gratis’ een sport, zwemles, muziekles of toneel, theater, beeldende vormgeving, of andere cursus te volgen.

  • Informatie over deze tegemoetkoming en hoe deze kan worden aangevraagd staat in de regeling bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023.

  • c.

    Welke ‘overige voorzieningen’ ter bevordering van de maatschappelijke participatie kunnen worden verstrekt staat in de regeling bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017. Vooralsnog wordt hier gedacht aan tegemoetkoming in de kosten voor peuterspeelzaalbezoek of kortdurende kinderopvang, of een ID kaart voor kinderen vanaf 14 jaar.

  • d.

    Tegemoetkomingen in de kosten van school hebben betrekking op onvermijdelijke kosten in verband met school die niet door school worden bekostigd. Op grond van individuele omstandigheden kan de gemeente ter stimulering van gelijke kansen voor alle kinderen in het belang van het kind een tegemoetkoming verstrekken voor de kosten voor bijvoorbeeld de aanschaf van een printer of cartridges of de kosten voor een internetabonnement. Welke kosten kunnen worden vergoed en hoe deze vergoeding kan worden aangevraagd, staat in de regeling bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023.

  • De tegemoetkoming in de kosten voor school, worden afhankelijk van het type onderwijs, gemaximeerd per schooljaar. In het voorgezet onderwijs is een computer of laptop of tablet noodzakelijk. Hiervoor kan een bijdrage, onder voorwaarden, worden verleend. Scholen mogen ouders niet verplichten tot het maken van kosten en de gemeente stimuleert dat scholen maatregelen treffen ter voorkoming van uitsluiting van kinderen van minder draagkrachtige ouders. Voor de aanschaf van schoolspullen als passers, rekenmachines en schooltassen kan ook gebruik worden gemaakt worden van het jeugdtegoed.

 

Volwassenentegoed: in artikel 2, lid 2 onder e is de grondslag opgenomen voor toekenning van een tegoed aan de volwassenen in de doelgroep voor de aanschaf van producten die de maatschappelijke participatie ondersteunen. De hoogte van het tegoed wordt vastgelegd in de regeling bevordering maatschappelijke participatie 2023.

 

Artikel 3:

In dit artikel wordt geregeld dat de voorzieningen verstrekt kunnen worden aan inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm en hun kinderen. Uitgezonderd worden studenten die een laag inkomen hebben omdat ze studeren met studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wtos. Deze groep is niet te kwalificeren als doelgroep. Als een inwoner uitgesloten wordt op grond van studie en kinderen heeft dan kunnen deze kinderen wel worden ondersteund via de voorzieningen op grond van het derde lid. Hoewel dit incidenteel zal voorkomen in Gouda is het meedoen voor kinderen speerpunt van het armoedebeleid .

 

Artikel 4:

Toekenning van voorzieningen gericht op participatie vindt in principe plaats op aanvraag. Artikel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk wordt ingediend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders bepaald is. Het is ook mogelijk om ambtshalve te verstrekken, indien het gaat om voorzieningen die gerelateerd zijn aan de aanvraag van een stadspas. Indien bij de aanvraag voor een stadspas voor een kind dat tot de doelgroep behoort geen aanvraag is ingediend voor een jeugdtegoed of een tegemoetkoming voor sport of cultuur, kunnen deze voorzieningen ambtshalve worden verstrekt.

 

Artikel 5.

De inkomensgrens voor het bepalen van de doelgroep wordt bepaald op 130% van de bijstandsnorm, maar de kostendelersnorm wordt buiten beschouwing gelaten. Bij nadere regels kan het inkomensbegrip ook verder worden ingevuld. Omwille van eenvoud in de communicatie kunnen deze inkomensgrenzen worden afgerond naar boven. Voor de stadspas met het middentarief wordt de inkomensgrens bepaald op 150%.

 

Artikel 6

Dit artikel geeft de mogelijkheid om op grond van individuele en zwaarwegende omstandigheden af te wijken van de regels.

 

Artikel 7

Dit artikel geeft de mogelijkheid om de voorzieningen te stoppen wanneer blijkt dat er geen recht was op die voorziening. Het kan gaan om de stadspas, om het jeugdtegoed, het volwassenentegoed of de voucher voor sport of cultuur. Het college maakt het besluit bekend per brief. Daarna treedt het besluit in werking, met ingang van de dag waarop de brief is verstuurd.

 

 

Naar boven