Adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie onder de Omgevingswet

De raad van de gemeente Heerenveen;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 december 2020 en gelet op het bepaalde in artikel 16.15a, lid b, onder 1, 16.55, lid 7 en artikel 16.65, lid 4 van de Omgevingswet

 

Besluit

 

1. College dient de raad om advies (als bedoeld in artikel 16.15a, lid b, onder 1, van de Omgevingswet) te vragen bij de beoordeling van grote en ingrijpende ontwikkelingen en/of ontwikkelingen in kwetsbare gebieden. Het betreft omgevingsvergunningen voor activiteiten:

 

I. Binnen de bebouwde kom

  • a.

    waarbij het aantal woningen dat op grond van het omgevingsplan is toegestaan met meer dan 10 wordt overschreden;

  • b.

    een ingrijpende wijziging van de stedenbouwkundige structuur;

  • c.

    functiewijzigingen van gebouwen en/of terreinen met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 1.500m2;

  • d.

    de nieuwbouw van niet-woonfuncties (b.v: detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen) met een gebruiksoppervlakte van 1.500m2 of meer;

  • e.

    alle aanvragen binnen de bestaande stads- en dorpsgezichten, met een ruimtebeslag van meer dan 250m2.

     

II. Buiten de bebouwde kom

  • a.

    het vestigen van nieuwe stedelijke functies buiten het bestaand stedelijk gebied, voor zover het ruimtebeslag meer bedraagt dan 500m2, of het toevoegen van een woning op een niet bestaande woonlocatie;

  • b.

    de nieuwvestiging van agrarische bedrijven;

  • c.

    het uitbreiden van bestaande stedelijke functies (met uitzondering van wonen), of agrarische bedrijven met meer dan 25% van de bestaande toegestane oppervlakte van de functie;

  • d.

    alle aanvragen binnen Natura 2000 en EHS-gebieden, met een ruimtebeslag van meer 250m2

 

III. Algemeen

  • a.

    het realiseren van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter;

  • b.

    het realiseren weiden met zonnepanelen (buiten het gebruiksoppervlak);

  • c.

    het uitvoeren van proefboring naar delfstoffen (olie, gas) en geothermie;

  • d.

    het winnen van delfstoffen al dan niet aan de oppervlakte;

  • e.

    het plaatsen van antennemasten met een hoogte van meer dan 40 meter;

  • f.

    het wijzigen van bestaande of het aanleggen van nieuwe infrastructuur (wegen, watergangen, spoorlijnen, buisleidingen voor het vervoer van olie en gas of andere gevaarlijke stoffen, hoogspanningsleidingen e.d.) indien de lengte van de aanpassingen of de nieuwe infrastructuur een lengte omvat van meer dan 500 m;;

  • .

     

IV. Uitzonderingen

De gevallen hierboven genoemd bij I, II en III zijn niet van toepassing indien deze in overeenstemming zijn met een vastgestelde Omgevingsvisie of hiermee uitvoering wordt gegeven aan een reeds door de raad vastgesteld kader (zoals een visie, beleidsnota of programma).

 

  • 2.

    Participatie (zoals bedoeld in artikel 16.55, lid 7) is verplicht voorafgaand aan alle aanvragen om af te wijken van het Omgevingsplan;

  • 3.

    Voorgaande besluiten na één jaar te evalueren;

  • 4.

    Dit besluit treedt in zijn geheel in werking met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023;

 

de griffier, mevrouw L. Roest-Jonkers

 

de voorzitter, mevrouw M.A. Fokkens-Kelder

 

 

 

 

Naar boven