Verordening nadeelcompensatie gemeente Nieuwkoop 2023

De raad van de gemeente Nieuwkoop heeft;

 

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet

bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

 

de volgende verordening vastgesteld:

 

Verordening nadeelcompensatie gemeente Nieuwkoop 2023

Artikel 1. Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    Aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade indient;

  • -

    Adviescommissie: deskundige(n) als bedoeld in artikel 5 die het bestuursorgaan adviseert over het te nemen besluit op de aanvraag;

  • -

    Belanghebbenden:

    • 1.

      degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten; en

    • 2.

      als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3 van de Omgevingswet: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente.

  • 2.

    Deze verordening is niet van toepassing op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere schadevergoedingsregeling van toepassing is.

Artikel 3. Heffen recht

  • 1.

    Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500,- geheven.

  • 2.

    Het bestuursorgaan wijst de aanvrager op de verschuldigdheid van het recht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dient te zijn bijgeschreven op de opgegeven rekening van de gemeente. Als het bedrag niet tijdig is bijgeschreven, wordt de aanvrager eenmaal een mogelijkheid geboden om het verzuim binnen twee weken te herstellen. Als het verzuim niet tijdig is hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest.

Artikel 4. Aanvraag

  • 1.

    De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het college vastgesteld (elektronisch) formulier.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede:

    • a.

      indien het schade wegens winst- of inkomstenderving betreft:

      • i.

        de jaarrekening over het jaar waarin schade is geleden;

      • ii.

        de jaarrekeningen over een periode van drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin de schade is geleden; en

      • iii.

        de aanslagen vennootschaps- of inkomstenbelasting over een periode van drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin de schade is geleden;

    • b.

      indien het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten:

      • i.

        een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst; en

      • ii.

        de eigendomsakte.

Artikel 5. Adviescommissie

  • 1.

    Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen.

  • 2.

    Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als:

    • a.

      de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;

    • c.

      de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht;

    • d.

      de schade kennelijk binnen het normaal maatschappelijk risico valt; of

    • e.

      naar het oordeel van de bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is.

  • 3.

    Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen.

  • 4.

    Een adviescommissie kan worden benoemd als:

    • a.

      vaste commissie, waarbij de leden door de burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar; of

    • b.

      tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.

Artikel 6. Procedure

  • 1.

    Als advies wordt ingewonnen bij een adviseur, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden.

  • 2.

    Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:

    • a.

      degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten; en

    • b.

      als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij:

      • i.

        de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan; of

      • ii.

        de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Artikel 7. Uitbetaling

Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen vergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.

Artikel 8. Aanvraag voorschot

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld.

  • 2.

    De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.

Artikel 9. Nadere regels

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze verordening.

Artikel 10. Intrekking oude regeling

De ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Nieuwkoop 2009’ wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12 genoemde datum (ingangsdatum van deze verordening).

Artikel 11. Overgangsbepaling

De verordening genoemd in artikel 10 blijft van toepassing op aanvragen die vallen onder de overgangsbepalingen nadeelcompensatie (paragraaf 4.2.7 van de Invoeringswet Omgevingswet).

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt op dezelfde dag als titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht in combinatie met de Omgevingswet in werking.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Nieuwkoop 2023.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Nieuwkoop in de openbare

vergadering van 13 oktober 2022 (2022-096).

Edzard van Holthe

Griffier

Toelichting bij de Verordening nadeelcompensatie gemeente Nieuwkoop 2023

Algemeen

Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak.

 

In afdeling 15.1 van de Omgevingswet is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb. De nadeelcompensatieregeling omvat onder meer de vergoeding van schade als gevolg van een planologisch besluit, de zogenoemde planschadevergoeding. In de Omgevingswet vervangt de term nadeelcompensatie de term planschade.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Enkel die bepalingen die toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld.

 

Artikel 3 Heffen recht

 

Dit artikel regelt het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding. Artikel 4:128 van de Awb geeft de mogelijkheid een recht te heffen tot maximaal € 500,-. De bevoegdheid tot het heffen van dit recht kan alleen bij wettelijk voorschrift worden bepaald. Het recht dat wordt geheven bedraagt €500,-. Voor dit bedrag is gekozen om te voorkomen dat het bestuursorgaan wordt overspoeld met lichtvaardig ingediende minimaal onderbouwde aanvragen om schadevergoeding die een onnodig beslag leggen op de publieke middelen en het ambtelijk apparaat. De verwachting is dat inwoners of ondernemers met een serieuze aanspraak op een vergoeding zich niet door het recht laten weerhouden van het indienen van een aanvraag. Zeker omdat bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van de aangevraagde schadevergoeding het geheven recht wordt terugbetaald aan de aanvrager. De heffing van het recht kan zo een filterfunctie vervullen. De wetgever heeft hierover in de memorie van toelichting bij artikel 4:128 van de Awb onder andere opgemerkt: “Heffing van een recht kan een doeltreffend middel zijn om te voorkomen dat een bestuursorgaan wordt overspoeld met een overvloed aan lichtvaardig ingediende, onvoldoende onderbouwde, aanvragen. De praktijk heeft geleerd dat dit bij grote projecten geen denkbeeldig verschijnsel is. De afhandeling van een dergelijke overvloed aan aanvragen kost het bestuursorgaan (en daarmee de samenleving) onnodig veel tijd en geld. Heffing van een recht kan dan een nuttige functie vervullen. Burgers of ondernemers met een serieuze aanspraak op een vergoeding zullen zich door het recht niet laten weerhouden van indiening van een aanvraag.”

 

Artikel 4 Aanvraag

 

De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan, kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier en zijn in het tweede lid aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen.

 

Artikel 5 Adviescommissie

 

In dit artikel is voorzien in de mogelijkheid om de gemeentelijke deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen. Uitgangspunt is dat in de gemeente voldoende deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. Alleen als het nodig is, wordt advies ingewonnen bij een adviescommissie waarvan de voorzitter, dan wel het enig lid als het om een éénhoofdige commissie gaat, geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (zie 4:130 van de Awb). Dit uitgangspunt komt ook tot uitdrukking in het tweede lid. Daarin is vastgelegd in welke situaties in ieder geval geen advies bij een adviescommissie wordt ingewonnen. Als een adviescommissie wordt ingeschakeld, betekent dit niet automatisch dat deze wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren.

 

Bij het afhandelen van aanvragen waarbij een adviescommissie is aangewezen, bedraagt de beslistermijn maximaal zes maanden in plaats van de reguliere termijn van acht weken. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb).

 

Er zijn twee varianten mogelijk:

 

  • a.

    een vaste (meervoudige) adviescommissie, waarvan de onafhankelijke voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn benoemd door het college van burgemeester en wethouders, of,

  • b.

    een tijdelijke (eenhoofdige) adviescommissie die voor één of meer aanvragen wordt aangewezen door het bestuursorgaan dat het schadeveroorzakend besluit heeft genomen en de betreffende aanvragen behandelt.

Bij het te nemen besluit wordt de adviescommissie die het advies heeft opgesteld vermeld en wordt het advies ter motivering bijgevoegd (art. 3:8 van de Awb). Er kan in afwijking van het advies worden besloten. Dat moet dan wel goed worden gemotiveerd. Verder is het van belang dat het bestuursorgaan zich ervan vergewist, dat het onderzoek van de adviseur(s) op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden (art. 3:9 van de Awb).

 

Artikel 6. Procedure

 

De procedure en bijbehorende beslistermijnen voor het tot stand komen van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding zijn uitputtend geregeld in de Awb. Aanvullend hierop is vastgelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden informeert als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie. De opdracht aan de adviseur(s) kan ook worden ingetrokken. In dat geval worden de aanvrager en belanghebbenden daar ook over geïnformeerd.

 

Op de voorbereiding van het besluit op een aanvraag om schadevergoeding is de Awb van toepassing, waaronder de bepalingen over de voorbereiding van besluiten (hoofdstuk 4 van de Awb). Dat betekent onder andere dat de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb van toepassing zijn op grond waarvan de aanvrager en eventuele belanghebbenden, binnen de daar opgenomen kaders, in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een zienswijze naar voren te brengen. In het tweede lid is verduidelijkt welke partijen naast de aanvrager een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dat zijn voor zover van toepassing degenen met wie een schadeovereenkomst is gesloten en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht.

 

Artikel 7. Uitbetaling

In deze bepaling is de uiterste betaaltermijn vastgelegd. Als een aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, wordt het betreffende bedrag uiterlijk bij het onherroepelijk worden van het toekenningsbesluit uitbetaald. Dus na afronding van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures.

 

Artikel 9. Nadere regels

Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze verordening. Hierbij kan gedacht worden aan de financiering en het functioneren van de Adviescommissie.

Naar boven