Artikel II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking.
Artikelsgewijze toelichting
Bestaande tekst artikel 5a Vrijlating van giften
Per huishouden wordt per kalenderjaar cumulatief maximaal €1.200 aan giften vrijgelaten. Tegenover een gift kan geen tegenprestatie staan. Onder een gift wordt verder verstaan: door de belanghebbende ontvangen bijdragen die niet structureel voorzien in algemeen noodzakelijke bestaanskosten.
Conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ECLI:NL:CRVB:2021:1918 worden boodschappen niet aangemerkt als gift. Andere zaken die niet als gift beschouwd worden zijn onder andere het (deels) bekostigen van de huur of zorgverzekering. Deze vormen immers onderdeel van de algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Een onderhoudsbijdrage waarover vrijelijk beschikt kan worden, wordt niet gezien als gift.
Belanghebbenden zijn op grond van de inlichtingenplicht verplicht giften te melden wanneer deze per huishouden per kalenderjaar tezamen meer waard zijn dan €1.200.
Nieuwe tekst Artikel 5a Vrijlating van giften
Per huishouden wordt per kalenderjaar cumulatief maximaal €1.800 aan giften vrijgelaten. Tegenover een gift kan geen tegenprestatie staan. Onder een gift wordt verder verstaan: een vrijwillige bijdrage in geld of natura waarover de ontvanger vrij kan beschikken. Conform de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ECLI:NL:CRVB:2021:1918 kan men met een gift voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. De mogelijkheid om betaalachterstanden of schulden door middel van giften te betalen sluiten aan op de doelstelling van het college om de menselijke maat centraal te stellen.
Boodschappen worden niet aangemerkt als gift. Bijdragen van een onderhoudsplichtige vallen eveneens niet onder de noemer gift.
Belanghebbenden zijn op grond van de inlichtingenplicht verplicht giften te melden wanneer deze per huishouden per kalenderjaar tezamen meer waard zijn dan €1.800.