Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening

De raad van de gemeente Nieuwegein;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023;

 

gelet op artikel 149 Gemeentewet;

 

besluit

 

tot intrekking van de

  • -

    Schoonheidsverordening Nieuwegein 1983

En

 

vast te stellen

 

De verordening tot wijziging van de

  • -

    Algemene plaatselijke verordening

  • -

    Afvalstoffenverordening Nieuwegein 2010

  • -

    Bomenverordening Nieuwegein 2012

  • -

    Bouwverordening Nieuwegein

  • -

    Erfgoedverordening gemeente Nieuwegein 2020

  • -

    Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 Gemeente Nieuwegein

  • -

    Riolering en drainageverordening Nieuwegein 2013

  • -

    Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein

  • -

    Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2017 gemeente Nieuwegein

  • -

    Verordening speelautomatenhallen Nieuwegein 2019

  • -

    Verordening winkeltijden Nieuwegein 2012

  • -

    Verordening op de woning- en kamerverhuurbureaus

omtrent de bepalingen over de fysieke leefomgeving (Wijzigingsverordening Omgevingswet;

 

Deze verordeningen worden als volgt gewijzigd:

Artikel I  

De Algemene plaatselijke verordening wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1:1, sub i, wordt de zinsnede ‘bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;’ vervangen door: bestuursorgaan als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 Omgevingswet;.

 

B

In artikel 1:2, lid 3, wordt de zinsnede ‘artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ vervangen door: artikel 16.64, lid 2, van de Omgevingswet.

 

C

In artikel 2:10, lid 4, wordt de zinsnede ‘als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ vervangen door: als bedoeld in artikel 5.4 Omgevingswet in samenhang met artikel 4.1 Omgevingswet.

 

D

Artikel 2:10, lid 6, komt te luiden:

 

Artikel 2.10

  • 6.

    Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, Omgevingswet en het Besluit Activiteiten Leefomgeving.

E

Artikel 2:11 lid 2 komt te luiden:

  • 2.

    De vergunning wordt verleend

    • a.

      als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden door regels in het omgevingsplan;

    • b.

      door het college in de overige gevallen.

F

Artikel 2:11, lid 4, komt te luiden:

 

Artikel 2.11

  • 4.

    Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein.

G

Artikel 2:12, lid 4, komt te luiden:

 

Artikel 2:12

  • 4.

    Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening.

H

Artikel 2:14, lid 5, wordt de zinsnede ‘de Wet Milieubeheer’ vervangen door: ‘de Omgevingswet en het Besluit Activiteiten Leefomgeving’.

 

I

Artikel 2:21, lid 2, komt te luiden:

 

Artikel 2.21

  • 2.

    Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900 of de Omgevingswet.

J

In artikel 2:25, lid 2, wordt de zinsnede ‘bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik’ vervangen door: bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.

 

K

In artikel 2:28, lid 2, wordt de zinsnede ‘geldend bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit of beheersverordening’ vervangen door: omgevingsplan.

 

L

In artikel 2:39, lid 3, sub b wordt de zinsnede ‘geldend bestemmingsplan’ vervangen door: omgevingsplan.

 

M

In artikel 2:60, lid 1, wordt de zinsnede ‘Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer’ vervangen door: Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

N

Artikel 2:73a, lid 6, komt te luiden:

 

Artikel 2.73a

  • 6.

    Dit artikel geldt niet voor zover door in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet of het Wetboek van Strafrecht.

O

Artikel 3:13 lid 1 komt te luiden:

  • 1.

    De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:

    • a.

      de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;

    • b.

      de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het geldende omgevingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;

    • c.

      er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

P

In artikel 4:1, sub a, wordt de zinsnede ‘Activiteitenbesluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;’ vervangen door: Omgevingswet;.

 

P

In artikel 4:1, sub b, wordt de zinsnede inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit;’ vervangen door: milieubelastende activiteit: als bedoeld in bijlage 1 bij art. 1 Omgevingswet;.

 

Q

In artikel 4:1, sub c, wordt de zinsnede ‘houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;’ vervangen door: exploitant van een milieubelastende activiteit: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een milieubelastende activiteit uitvoert;.

 

R

In artikel 4:1 sub d, wordt de zinsnede ‘aantal inrichtingen;’ vervangen door: aantal locaties waar milieubelastende activiteiten plaatsvinden.

 

S

In artikel 4:1 sub e wordt de zinsnede ‘aantal inrichtingen’ vervangen door: aantal locaties waar milieubelastende activiteiten plaatsvinden;.

 

T

In artikel 4:1, sub i, wordt de zinsnede ‘artikel 1 van de Wet geluidshinder’ vervangen door: artikel 3.21 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving

 

U

In artikel 4:1, sub j, wordt de zinsnede ‘op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder’ vervangen door: op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

V

In artikel 4:2, lid 1, wordt de zinsnede ‘De artikelen 2.17, 2.20 en 6.16 van het Activiteitenbesluit’ vervangen door: Artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60 en 5.64 tot en met 5.72 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

W

In artikel 4:2 komt lid 2 te vervallen.

 

X

In artikel 4:3, lid 1, wordt de zinsnede ‘artikelen 2.17, 2.20 en 6.16 van het Activiteitenbesluit’ vervangen door: artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60 en 5.64 tot en met 5.72 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

Y

In artikel 4:3 komt lid 2 te vervallen.

 

Z

In artikel 4:3, lid 5, sub b, wordt de zinsnede ‘artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer’ vervangen door: artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

AA

In artikel 4:3, lid 5, sub c, wordt de zinsnede ‘artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer’ vervangen door: artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

BB

In artikel 4:5, lid 1, wordt de zinsnede ‘artikel 2.17 en 6.16 van het Activiteitenbesluit.’ vervangen door: artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

CC

In artikel 4:5, lid 6, sub b, wordt de zinsnede ‘artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer’ vervangen door: artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

DD

In artikel 4:5, lid 6, sub c, wordt de zinsnede ‘artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer’ vervangen door: artikel 2.24 van de Omgevingswet en de artikelen 5.55, 5.59, 5.60, 5.64 tot en met 5.70 en 5.72 Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

EE

In artikel 4:5b lid 6 wordt de zinsnede ‘door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening Utrecht 2013.’ vervangen door: door de Omgevingswet, de Zondagswet, het Besluit Bouwwerken Leefomgeving of de Provinciale omgevingsverordening.

 

FF

In artikel 4:6, lid 1, wordt de zinsnede ‘buiten een inrichting in de zin van Wet milieubeheer’ vervangen door: buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet

 

GG

Artikel 4:6, lid 3, sub b, komt te luiden:

 

Artikel 4:6

  • 3.

     

    • b.

      voor zover in het daarin geregelde ontwerp wordt voorzien door de op de Omgevingswet of besluit activiteiten leefomgeving gebaseerde voorschriften, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit;

HH

In artikel 4:6a wordt de zinsnede ‘buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer’ vervangen door: buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet

 

II

In artikel 4:13, lid 1, wordt de zinsnede ‘buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer’ vervangen door: buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

JJ

In artikel 4:13, lid 4, wordt de zinsnede ‘de Wet ruimtelijke ordening of een provinciale verordening.’ vervangen door: de Omgevingswet of de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022.

 

KK

In artikel 4:17wordt de zinsnede ‘in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ vervangen door: in de zin van artikel 5.1 lid 1 onder a Omgevingswet.

 

LL

In artikel 4:18 lid 1 komt te luiden:

  • 1.

    Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanige activiteit is aangewezen in het omgevingsplan.

MM

In artikel 5:5 lid 2 wordt de zinsnede ‘door de Wet Milieubeheer.’ vervangen door: door de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving.

 

NN

In artikel 5:6 lid 3 wordt de zinsnede ‘het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.’ vervangen door: de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

 

OO

In artikel 5:18, lid 2, wordt de zinsnede ‘een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.’ vervangen door: het omgevingsplan.

 

PP

In artikel 5:20, lid 1, wordt de zinsnede ‘door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.’ vervangen door: door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingswet of de Provinciale omgevingsverordening.

 

QQ

In artikel 5:23, lid 3, wordt de zinsnede ‘een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.’ vervangen door: het omgevingsplan.

 

RR

In artikel 5:24, lid 4, wordt de zinsnede ‘de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,’ vervangen door: de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingswet, de Provinciale omgevingsverordening,

 

SS

Artikel 5:25, lid 3, komt te luiden:

 

Artikel 5:25

  • 4.

    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingswet en de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022.

TT

Artikel 5:26, lid 3 komt te luiden:

 

Artikel 5:26

  • 3.

    Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

UU

Artikel 5:28, lid 2, komt te luiden:

 

Artikel 5:28

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet of de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022.

VV

Artikel 5:30, lid 2, komt te luiden:

 

Artikel 5:30

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet of de Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022.

WW

Artikel 5:32, lid 3, komt te luiden:

 

Artikel 5:32

  • 3.

    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet of de Zondagswet.

XX

In artikel 5:32 lid 4 wordt de zinsnede ‘de Wet milieubeheer of het besluit geluidproductie sportmotoren.’ vervangen door: de Omgevingswet en het besluit activiteiten leefomgeving.

 

YY

In artikel 5:33, lid 4, wordt de zinsnede ‘binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening’ vervangen door: binnen de bij of krachtens de Provinciale omgevingsverordening

 

ZZ

In artikel 5:34, lid 1, wordt de zinsnede ‘buiten een inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer’ vervangen door: buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

AAA

In artikel 5:34, lid 5, wordt de zinsnede ‘de Provinciale milieuverordening.’ vervangen door: de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

Artikel II  

De Afvalstoffenverordening Nieuwegein 2010 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 16 lid 1 wordt de zinsnede ‘buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer’ vervangen door: buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

B

In artikel 16 lid 4 wordt de zinsnede ‘voor zover de Wet bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.’ vervangen door: voor zover de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit kwaliteit leefomgeving voorziet in de bescherming van het milieu.

 

C

In artikel 19 wordt de zinsnede ‘van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht’ vervangen door: van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waar eet- of drinkwaren worden verkocht

 

D

In artikel 22 lid 1 wordt de zinsnede ‘buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer’ vervangen door: buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

E

In artikel 23 wordt het woord ‘inrichtingen’ vervangen door de zinsnede: inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

F

In artikel 24 wordt de zinsnede ‘afvalbakken in inrichtingen’ vervangen door: afvalbakken in inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

G

In artikel 25 wordt de zinsnede ‘de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ vervangen door: de krachtens artikel 18.6 eerste lid van de Omgevingswet.

Artikel III  

De Bomenverordening Nieuwegein 2012 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1 sub i wordt de zinsnede ‘ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;’ vervangen door: artikel 11.111 tweede lid aanhef en onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving jo. artikel 165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

 

B

In artikel 1 sub l wordt de zinsnede ‘(conform artikel 1.1 eerste lid Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).’ vervangen door: (conform artikel 5.8 Omgevingswet).

 

C

In artikel 2 lid 5 sub a wordt het woord ‘Plantenziektewet’ vervangen door: Plantengezondheidswet.

 

D

In artikel 3 komt het tweede lid te vervallen.

 

E

In artikel 4 lid 2 wordt de zinsnede ‘naar gemeentelijke bestemmings-, beleids-, groen-, bomen- of landschapsplannen.’ vervangen door: naar het omgevingsplan en beleids-, groen-, bomen- of landschapsplannen.

 

F

In artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5 Inwerkingtreding omgevingsvergunning

  • 1.

    In afwijking van artikel 16.79 lid 1 aanhef en onder a Omgevingswet treedt een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom pas in werking na afloop van de bezwaartermijn van zes weken als bedoeld in artikel 6:7 Awb.

  • 2.

    In afwijking van artikel 16.79 lid 1 aanhef en onder a Omgevingswet treedt een omgevingsvergunning niet in werking voordat op een bij de rechter ingediend verzoek om voorlopige voorziening is beslist.

G

In artikel 9 wordt de zinsnede ‘op grond van artikel 17 Boswet.’ vervangen door: op grond van artikel 15.1 eerste lid aanhef en onder d en k Omgevingswet jo. artikel 4:126 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel IV  

De Bouwverordening Nieuwegein wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1.1 lid 1 komen de definities van bevoegd gezag, BBL, Bouwtoezicht, gebruiksoppervlakte en omgevingsvergunning voor het bouwen als volgt te luiden:

  • -

    Bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 5.8 Omgevingswet

  • -

    BBL: Besluit Bouwwerken Leefomgeving. De algemene maatregel van bestuur van de Omgevingswet waarin bouwtechnische voorschriften zijn opgenomen

  • -

    Bouwtoezicht: toezichthouders die door het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen, als bedoeld in artikel 18.6 lid 1 Omgevingswet

  • -

    gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het BBL

  • -

    Omgevingsvergunning voor bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 aanhef en onder a omgevingswet.

B

In artikel 2.1.5 lid 1 wordt de zinsnede ‘Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8 vierde lid, van de Woningwet’ vervangen door: Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

 

C

Artikel 2.1.5 lid 2 komt te luiden:

 

Artikel 2.1.5

  • 2.

    De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het BBL, artikel 2.15f.

    • Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen als bedoeld in artikel 2.15f BBL

D

In artikel 2.1.5 lid 3 wordt de zinsnede ‘de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe’ vervangen door: de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

 

E

Artikel 2.1.5 lid 4 komt te luiden:

 

Artikel 2.1.5

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijking van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn, als bedoeld in artikel 5.36 lid 1 en lid 2 Omgevingswet en artikel 10.23 lid 1 en lid 2 Omgevingsbesluit, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen.

F

Artikel 2.4.2 komt te luiden:

 

Artikel 2.4.2

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in het Besluit activiteiten leefomgeving bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet van, oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.

 

G

In artikel 2.5.7 sub a en sub b wordt de zinsnede ‘bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht’ vervangen door: bedoeld in artikel 22.27 sub h Bruidsschat omgevingsplan als onderdeel van hoofdstuk 7 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet

 

H

In artikel 2.5.8 lid 1 sub b wordt de zinsnede ‘dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, 16 en 18 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: dan bedoeld in artikel 2.15f sub g, sub n of sub p van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving;

 

I

In artikel 2.5.8 lid 1 sub g wordt de zinsnede ‘als bedoeld in de Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening’ vervangen door: als bedoeld in de Omgevingswet dan wel in de provinciale omgevingsverordening of de gemeentelijke erfgoedverordening.

 

J

In artikel 2.5.9 sub a wordt de zinsnede ‘dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, sub a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: dan bedoeld in artikel 2.15f sub p onder 1 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving;

 

K

In artikel 2.5.9 sub b wordt de zinsnede ‘dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, sub b, c en d, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: dan bedoeld in artikel 2.15f sub p onder 2, 3 en 4 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving;

 

L

In artikel 2.5.10 lid 4 sub d wordt de zinsnede ’anders dan de in artikel 2, onder b, van het Besluit bouwwerken bedoelde gebouwen.’ vervangen door: anders dan de in artikel 2.15f van het Besluit bouwwerken leefomgeving bedoelde gebouwen

 

M

In artikel 2.5.13 sub c wordt de zinsnede ‘op grond van artikel 2, onderdeel 3 of artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist;’ vervangen door: op grond van artikel 22.27 sub a Bruidsschat omgevingsplan als onderdeel van hoofdstuk 7 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet.

 

N

In artikel 2.5.13 sub d wordt de zinsnede ‘als bedoeld in de artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: als bedoeld in artikel 22.27 sub h Bruidsschat omgevingsplan;

 

O

In artikel 2.5.13 sub e wordt de zinsnede ‘niet vallen onder de werking van artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: niet vallen onder de werking van artikel 22.27 sub h Bruidsschat omgevingsplan;

 

P

In artikel 2.5.13 sub f wordt de zinsnede ‘anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 15 en 17 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.’ vervangen door: anders dan bedoeld in artikel 2.15f sub m en sub o Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

 

Q

In artikel 2.5.14 sub f wordt de zinsnede ‘die niet vallen onder artikel 2, onderdeel 3 of artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist;’ vervangen door: die niet vallen onder artikel 22.27 sub a Bruidsschat Omgevingsplan.

 

R

In artikel 2.5.14 sub j wordt de zinsnede ‘anders dan de uitbouwen die vallen onder artikel 2, onderdeel 3 of artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist;’ vervangen door: anders dan de uitbouwen die vallen onder artikel 22.27 sub a Bruidsschat Omgevingsplan.

 

S

In artikel 2.5.14 sub l wordt de zinsnede ‘als bedoeld in de Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening’ vervangen door: als bedoeld in de Omgevingswet dan wel in de provinciale omgevingsverordening of de gemeentelijke erfgoedverordening.

 

T

In artikel 2.5.15 lid 3 sub b onder 3 wordt de zinsnede ‘niet aan de bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen van het Bouwbesluit voldoet’ vervangen door: niet aan de bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving voldoet.

 

U

In artikel 2.5.18 lid 1 wordt de zinsnede ‘anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 12 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht’ vervangen door: anders dan bedoeld in artikel 2.15f sub j Besluit Bouwwerken Leefomgeving of artikel 22.27 sub f Bruidsschat omgevingsplan.

 

V

In artikel 2.5.27 sub a en sub b wordt de zinsnede ‘als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: als bedoeld in artikel 22.27 sub h Bruidsschat omgevingsplan;

 

W

In artikel 2.5.28 sub e wordt de zinsnede ‘anders dan bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;’ vervangen door: anders dan bedoeld in artikel 22.27 sub h Bruidsschat omgevingsplan;

 

X

In artikel 2.5.28 sub f wordt de zinsnede ‘anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 16 en 18 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht’ vervangen door: anders dan bedoeld in artikel 2.15f sub n en sub p Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

 

Y

In artikel 2.5.28 sub l wordt de zinsnede ‘als bedoeld in de Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening’ vervangen door: als bedoeld in de Omgevingswet, Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 of de Erfgoedverordening gemeente Nieuwegein 2020’.

 

Z

In artikel 2.5.29 sub a wordt de zinsnede ‘geen bestemmingsplan of beheersverordening of projectbesluit van kracht is’ vervangen door: geen omgevingsplan of projectbesluit van kracht is

 

AA

In artikel 2.5.29 sub b wordt de zinsnede ‘zoals genoemd in artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is;’ vervangen door: zoals genoemd in artikel 4.14 Omgevingswet van toepassing zijn;

 

BB

In artikel 2.5.29 sub d wordt de zinsnede ‘niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening’ vervangen door: niet in strijd is met het in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

 

CC

In artikel 2.5.29 sub e wordt de zinsnede ‘een goede ruimtelijke onderbouwing bevat’ vervangen door: een goede onderbouwing bevat ten aanzien van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties

 

DD

In artikel 7.2.2 wordt de zinsnede ‘het Bouwbesluit’ vervangen door: het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

 

EE

In artikel 9.1 lid 1 wordt de zinsnede ‘i.e. de onafhankelijke welstandscommissie als bedoeld in lid 1 van de Woningwet’ vervangen door: i.e. de onafhankelijke Commissie Omgevingskwaliteit.

 

FF

De titel van artikel 9.2 ‘De commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK)’ wordt vervangen door:De Commissie Omgevingskwaliteit

 

GG

Artikel 9.2 komt te luiden:

  • 1.

    De gemeenteraad benoemt Stichting MooiSticht voor het leveren advisering als een onafhankelijke adviescommissie, hierna te noemen: de Commissie Omgevingskwaliteit (COk).

  • 2.

    De beoordeling is altijd gebaseerd op de richtlijnen uit de gemeentelijke Nota Ruimtelijke Kwaliteit (Nota RK).

  • 3.

    De COk adviseert, ingeval burgemeester en wethouders het inwinnen van advies noodzakelijk achten om een oordeel te kunnen vormen, over de Omgevingskwaliteitsaspecten van:

    • -

      Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1, lid 2 sub a van de Omgevingswet;

    • -

      Principeaanvragen of vergelijkbare initiatieven die voorafgaan aan aanvragen voor een omgevingsvergunning;

    • -

      Aanvragen voor reclames of standplaatsen (inzake de gemeentelijke APV).

    • -

      In voorbereiding zijnde omgevingsvisie, omgevingsplan, beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere beleidsstukken die relevant zijn vanuit het oogpunt van de Omgevingskwaliteit.

    • -

      Stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de Omgevingskwaliteit in de gemeente.

    • -

      Excessen, bouwenactiviteiten zonder vereiste omgevingsvergunning, bezwaar- en beroepsprocedures en andere zaken waarbij de Omgevingskwaliteit een rol speelt.

  • 4.

    De COk geeft op verzoek van de gemeente voorlichting inzake de Omgevingskwaliteit aan de gemeenteraad, het college van B&W, burgers, bedrijven en overige betrokkenen.

HH

Artikel 9.3 komt te luiden:

 

Artikel 9.3 Samenstelling van de Commissie Omgevingskwaliteit

  • 1.

    De COk bestaat uit een bestuurlijk voorzitter, de adviseur Omgevingskwaliteit (AOk) van MooiSticht en tenminste twee externe deskundigen van buiten het bureau. De AOk fungeert tevens als secretaris-deskundige van de COk. Naast de AOk zijn tenminste twee commissieleden deskundig op het terrein van architectuur, stedenbouw en aanverwante vakgebieden. De COk kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door aanvullende deskundigen van het bureau van MooiSticht of daarbuiten. Dit betreft disciplines als cultuur- en bouwhistorie en landschapsarchitectuur. Afhankelijk van het type plan dat moet worden beoordeeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. De CRK kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste drie leden aanwezig zijn (waaronder de AOk of zijn vervanger).

  • 2.

    Bij afwezigheid van de voorzitter of de leden van de commissie, treden plaatsvervangers op in de commissievergadering. De AOk kan zich door een collega AOk of de directeur van MooiSticht laten vervangen.

  • 3.

    De voorzitter, de AOk, de externe deskundigen en hun plaatsvervangers zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies wordt beïnvloed.

II

Artikel 9.4 komt te luiden:

 

Artikel 9.4 Benoeming en zittingsduur van de Commissie Omgevingskwaliteit

  • 21

    De gemeenteraad mandateert het College van Burgemeester en Wethouders om de voorzitter en deskundige leden van de COk en hun plaatsvervangers te benoemen en te ontslaan. MooiSticht doet daartoe een voorstel.

  • 22

    Alle leden van de COk en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar.

JJ

Artikel 9.5 komt te luiden:

 

Artikel 9.5 Afdoening bij Mandaat

De COk kan de advisering, in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een daartoe aangewezen lid. Het aangewezen lid adviseert over bouwplannen waarvan het oordeel van de COk als bekend mag worden verondersteld. Bij twijfel zal het aangewezen lid altijd de adviesaanvraag aan de COk voorleggen. De COk blijft eindverantwoordelijk voor het advies.

 

KK

Artikel 9.6 komt te luiden:

 

Artikel 9.6 Taken en leden van de Commissie Omgevingskwaliteit

  • 1.

    Adviseur Omgevingskwaliteit (AOk)

    • a.

      De AOk heeft het mandaat van de COk om zelfstandig adviesaanvragen af te handelen (zie artikel 9.5). Tenminste één keer per jaar vindt evaluatieoverleg plaats tussen de AOk en de COk over de invulling van het mandaat.

    • b.

      De AOk is secretaris-deskundige van de commissie. De plannen waarvoor hij een mandaat heeft, worden door hem van een advies voorzien. Hij is eerste aanspreekpunt bij adviesverzoeken van de gemeente. Hij voert op verzoek van de gemeente overleg met aanvragers, architecten en andere belanghebbenden. Hij beoordeelt of een adviesverzoek onder mandaat wordt afgedaan of wordt voorgelegd aan de COk.

    • c.

      Als een plan aan de COk wordt voorgelegd, verzamelt de AOk de relevante informatie. Hij bereidt de behandeling voor, stelt de agenda op voor de commissievergadering en maakt deze tijdig bekend bij de gemeente. Tijdens de commissievergadering licht de AOk de plannen toe. Ook verstrekt hij gegevens over het relevante gemeentelijke beleid voor het betreffende plan. Onder de verantwoordelijkheid van de AOk wordt de beraadslaging en conclusie uitgewerkt in een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen één week na de commissievergadering aan de gemeente wordt aangeboden.

    • d.

      De AOk kan door de gemeente op elk moment om advies gevraagd worden. Daarnaast houdt hij minimaal tweewekelijks een voorbespreking op de gemeentelocatie om adviesaanvragen te beoordelen en indien mogelijk direct onder mandaat af te handelen. De regels omtrent deze vergaderingen staan in artikel 9.7.

    • e.

      De AOk wordt op verzoek van de COk, de gemeente of op eigen verzoek, bijgestaan door een ander commissielid. De zogenaamde ‘kleine commissie’ die in dat geval ontstaat, beschikt over hetzelfde mandaat als de AOk.

  • 2.

    Voorzitter

  • De voorzitter van de COk wordt gekozen uit de kring van gemeentebestuurders. Hij is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering en treedt hierover desgevraagd naar buiten. Hij is niet alleen voorzitter maar ook gastheer tijdens de openbare vergaderingen. Hij heet iedereen welkom, geeft een korte toelichting van de vergaderprocedure en informeert wie van de aanwezigen wil inspreken. Hij leidt de inhoudelijke discussie over adviesaanvragen en sluit deze af met een korte, heldere samenvatting. Hij treedt namens de commissie naar buiten bij niet reguliere gebeurtenissen. Hij organiseert een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie van het functioneren van de commissie. De resultaten hiervan staan in het jaarlijks verslag van de COk (artikel 9.11).

  • 3.

    Externe deskundigen

  • In de COk hebben tenminste twee externe deskundigen zitting op het gebied van de architectuur en stedenbouw. Zij geven een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen. Extra deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie en landschap kan in overleg met de gemeente aan de commissie worden toegevoegd. Op het moment dat er wel sprake is van enig belang met een bepaald bouwplan laat de externe deskundige zich voor dat betreffende plan vervangen. In overleg tussen gemeente en de COk kan in een dergelijke situatie besloten worden advies te vragen aan een andere commissie van binnen of buiten MooiSticht.

LL

Artikel 9.7 komt te luiden:

 

Artikel 9.7 Vergaderingen van de Commissie Omgevingskwaliteit

  • 1.

    De COk vergadert in de regel één keer per twee weken op de gemeentelocatie. De AOk houdt in de tussenliggende periode voorbesprekingen (zie artikel 9.6.1).

  • 2.

    De vergaderingen waar bouwplannen behandeld worden door of onder verantwoordelijkheid van de COk zijn openbaar. Datum, tijdstip en plaats van de vergaderingen worden door de gemeente tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, op de website dan wel op een andere geschikte wijze.

  • 3.

    Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen.

  • 4.

    Indien de aanvrager hierom tijdig verzoekt, wordt deze in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan tijdens een vergadering als bedoeld in lid 2.

  • 5.

    Indien de aanvrager een verzoek tot het geven van een toelichting heeft gedaan, dient de aanvrager een uitnodiging te ontvangen van de gemeente voor de vergadering waarin de betreffende adviesaanvraag wordt behandeld.

  • 6.

    Tijdens een vergadering als bedoeld in lid 2 is het spreekrecht beperkt tot commissieleden, afgevaardigden van de gemeenten en aanvragers en ontwerpers van adviesaanvragen die geagendeerd zijn.

MM

Artikel 9.8 komt te luiden:

 

Artikel 9.8 Het advies van de Commissie Omgevingskwaliteit

  • 1.

    Een advies wordt schriftelijk gemotiveerd. De motivering is helder, consistent en nauwkeurig met verwijzing naar de richtlijnen zoals opgenomen in de Nota RK en geeft antwoord op de vraag of het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  • 2.

    Indien het advies positief luidt en de motivering objectief en direct te herleiden is uit de Nota RK, kan de schriftelijke motivering achterwege blijven.

  • 3.

    De stukken waarop het advies betrekking heeft, worden vermeld in, of gevoegd bij het advies en worden als zodanig gewaarmerkt.

  • 4.

    Advies kan de volgende uitkomsten hebben:

     

  • Akkoord:

  • De COk is van oordeel dat het plan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

     

  • Akkoord mits:

  • De COk is van oordeel dat het plan op onderdelen niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden die de COk heeft geformuleerd. De COk geeft nauwkeurig aan welke onderdelen van het plan gewijzigd moeten worden.

     

  • Niet akkoord:

  • De COk is van oordeel dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Dit betekent dat een bouwplan ingrijpend moet worden gewijzigd voordat de COk een positief advies kan uitbrengen.

     

  • Aanhouden:

  • De COk kan het advies aanhouden wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper noodzakelijk is.

  • 5.

    De COk brengt het advies over een principeaanvraag of een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen twee weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is gevraagd, of binnen een week nadat de aanvraag aan de orde is geweest tijdens de vergadering van de COk.

  • 6.

    Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de COk een langere termijn dan genoemd in lid 5 van dit artikel geven voor het uitbrengen van het advies.

  • 7.

    Het advies wordt door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij het dossier waar het advies betrekking op heeft en is vanaf dat moment openbaar.

NN

Artikel 9.9 komt te luiden:

 

Artikel 9.9 Afwijken van het advies van de Commissie Omgevingskwaliteit

Wanneer een bouwplan volgens de COk strijdig is met redelijke eisen van welstand, kunnen burgemeester en wethouders niettemin van oordeel zijn dat de omgevingsvergunning moet worden verleend. In dat geval moet uit de afwegingen die ten grondslag liggen aan het besluit blijken waarom wordt afgeweken van het welstandsadvies. De COk wordt op de hoogte gesteld van een dergelijk besluit.

 

OO

Artikel 9.10 komt te luiden:

 

Artikel 9.10 Second opinion

Alvorens in voorkomende gevallen een second opinion te vragen, bieden burgemeester en wethouders de COk de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien dan alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit gemeld aan de COk. Bij een second opinion wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een andere commissie van MooiSticht dan wel aan een andere externe adviescommissie op het gebied van omgevingskwaliteit. Hierover neemt de gemeente contact op met de Federatie Welstand.

 

PP

Artikel 9.11 komt te luiden:

 

Artikel 9.11 Jaarlijkse verantwoording door de Commissie Omgevingskwaliteit

De COk legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden (artikel 4.19 Omgevingswet jo. Artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet). In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan het gemeentelijk Omgevingskwaliteitsbeleid. Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de COk.

 

QQ

Artikel 9.12.1 komt te luiden:

 

Artikel 9.12.1 Casemanager Omgevingswet

(beoordelingsniveau A volgens figuur 1.1)

  • a.

    De gemeente wijst een Casemanager Omgevingswet aan bij elke principeaanvraag of aanvraag voor een omgevingsvergunning die betrekking heeft op de Omgevingswet.

  • b.

    De Casemanager Omgevingswet beoordeelt of de aanvraag voldoende gegevens bevat voor een welstandsbeoordeling en vraagt zo nodig om aanvullende informatie.

  • c.

    De Casemanager Omgevingswet beoordeelt of het bouwplan past binnen het geldende ruimtelijke kader van de gemeente (omgevingsplan of projectbesluit) en geeft die informatie door bij de adviesaanvraag. Hij gaat na of sprake is van een herhalingsgeval. Dat blijkt door het plan te toetsen aan de voorwaarden die hieraan gesteld worden in hoofdstuk 5 van de Nota RK. Als dit het geval is, is de welstandsbeoordeling afgerond en luidt de uitkomst positief.

  • d.

    Betreft het geen herhalingsgeval, dan bepaalt de Casemanager Omgevingswet op basis van figuur 1.1 wat het beoordelingsniveau is. Het beleidsniveau dat van toepassing is, volgt uit de beleidskaarten behorende bij de Nota RK. Het bouwtype bepaalt de Casemanager zelf, indien nodig in afstemming met de Adviseur A&Ok.

  • e.

    Bij beoordelingsniveau A toetst de Casemanager Omgevingswet het bouwplan van het bouwtype ‘verbouw, kleine bouwplannen’ aan de objectieve richtlijnen uit hoofdstuk 5. Als het plan voldoet aan die richtlijnen, is de welstandsbeoordeling afgerond en luidt de uitkomst positief.

  • f.

    Als het plan niet voldoet, of twijfel oproept, schaalt de Casemanager Omgevingswet het beoordelingsniveau op naar B.

  • g.

    Als sprake is (en blijft) van beoordelingsniveau A, dan neemt de Casemanager Omgevingswet in het besluit op de aanvraag op dat het bouwplan voldoet aan de richtlijnen van de Nota RK. Een nadere motivatie van de positieve uitkomst is niet nodig omdat deze objectief uit de Nota RK te herleiden is.

  • h.

    Als sprake is van beoordelingsniveau B, dan vraagt de Casemanager Omgevingswet advies aan de Adviseur A&Ok en stelt hij de noodzakelijke informatie beschikbaar voor de beoordeling van het plan.

  • i.

    Als sprake is van beoordelingsniveau C, dan vraagt de Casemanager Omgevingswet advies aan de CRK. De Casemanager Omgevingswet levert de noodzakelijke informatie voor de beoordeling van het bouwplan aan bij de Adviseur A&Ok. In overleg met de Adviseur A&Ok kan hij de adviesaanvraag gelijktijdig uitzetten bij de CRK via de AOk.

RR

Artikel 9.12.2 komt te luiden:

 

Artikel 9.12.2 Adviseur Architectuur en Omgevingskwaliteit

(beoordelingsniveau B volgens figuur 1.1)

  • a.

    De Adviseur Architectuur en Omgevingskwaliteit (Adviseur A&Ok) is een functie in dienst van de gemeentelijke organisatie. Deze functie wordt ingevuld door iemand met een afgeronde studie architectuur en/of veel ervaring op het vakgebied van architectuur en stedenbouw. Voor de Adviseur A&Ok gelden qua opleiding en ervaring dus dezelfde eisen als voor een externe deskundige van de COk.

  • b.

    De Adviseur A&Ok beoordeelt de bouwplannen die volgens figuur 1.1 als instap beoordelingsniveau B hebben. Daarnaast beoordeelt de Adviseur A&Ok bouwplannen die volgens figuur 1.1 beoordelingsniveau A hebben maar door de Casemanager Omgevingswet zijn opgeschaald naar beoordelingsniveau B.

  • c.

    Bij de bouwtypen ‘verbouw, kleine bouwplannen’ en ‘reclame’ vormen de objectieve richtlijnen uit hoofdstuk 5 de basis van de beoordeling. Als het plan voldoet aan die richtlijnen, is de welstandsbeoordeling afgerond en luidt de uitkomst positief. Als het plan niet voldoet aan de richtlijnen uit hoofdstuk 5 van de Nota RK, beoordeelt de Adviseur A&Ok of op basis van de algemene richtlijnen uit hoofdstuk 2 van de Nota RK toch een positief advies gegeven kan worden.

  • d.

    Bij de bouwtypen ‘verbouw, overige bouwplannen’ en ‘nieuwbouw (+ verbouw te vergelijken met nieuwbouw)’ vormen de algemene richtlijnen uit hoofdstuk 2 van de Nota RK de basis van de beoordeling.

  • e.

    Als voor het gebied waarin het betreffende bouwplan ligt een Beeldkwaliteitsplan (BKP) van toepassing is, vormt dat het beoordelingskader i.p.v. de algemene richtlijnen uit hoofdstuk 2 van de Nota RK.

  • f.

    Bij twijfel over de uitkomst van de beoordeling of bij een negatieve uitkomst, schaalt de Adviseur A&Ok het plan op naar beoordelingsniveau C.

  • g.

    Als de Adviseur A&Ok het bouwplan zelf beoordeelt, waarmerkt hij de ingediende stukken op basis waarvan de beoordeling van het bouwplan heeft plaatsgevonden met een datum en de uitkomst van de beoordeling. Bij een uitkomst die objectief uit de Nota RK te herleiden is, kan een nadere motivatie van het advies achterwege blijven. In de andere gevallen motiveert de Adviseur A&Ok het advies schriftelijk.

  • h.

    De Adviseur A&Ok ontvangt van de Casemanager Omgevingswet de bouwplannen met als instap beoordelingsniveau C. Daarnaast bepaalt de Adviseur A&Ok welke bouwplannen hij opschaalt van beoordelingsniveau B naar C. Van dit geheel aan bouwplannen, bepaalt de Adviseur A&Ok welke bouwplannen direct (digitaal) doorgezet kunnen worden voor advies naar de AOk, en welke bouwplannen geagendeerd worden voor de voorbespreking met de AOk. De Adviseur A&Ok woont altijd de voorbesprekingen bij of zorgt hij voor een waardige vervanger.

  • i.

    De Adviseur A&Ok vormt samen met collega’s op het gebied van Stedenbouw, Archeologie, Cultuurhistorie en Landschapsarchitectuur de Vakgroep Omgevingswaliteit. De vakgroep zorgt voor een afgestemd, gebundeld advies over alle aspecten die vallen onder de noemer “Omgevingskwaliteit”.

  • j.

    De Adviseur A&Ok bepaalt welke bouwplannen die hij voorgelegd krijgt (beoordelingsniveau B en C) tevens behandeld moeten worden door de Vakgroep Omgevingskwaliteit. Die worden veelal aangeleverd door de Casemanager Omgevingswet maar kunnen ook worden aangedragen door een projectleider of een accounthouder bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen. Als een plan in aanmerking komt voor de Vakgroep, dan zal de Adviseur A&Ok eerst zorgen voor een gebundeld en afgestemd advies vanuit de Vakgroep Omgevingskwaliteit, alvorens hij het plan voorlegt aan de AOk.

  • k.

    De Adviseur A&Ok stelt de agenda op van de voorbespreking met de AOk. Indieners van aanvragen voor bouwplannen die tijdig te kennen hebben gegeven bij de voorbespreking aanwezig te willen zijn, worden hiervoor uitgenodigd. De Adviseur A&Ok kan in overleg met de Casemanager Omgevingswet ook besluiten om aanvragers op eigen initiatief uit te nodigen als daartoe aanleiding bestaat.

  • l.

    De Adviseur A&Ok woont altijd de vergaderingen van de COk bij. Als de Adviseur A&Ok verhinderd is, zorgt hij voor een waardige vervanger.

  • m.

    De Adviseur A&Ok zorgt voor de voorbereiding van de verslaglegging als bedoeld in artikel 9.13.

SS

Artikel 9.13 komt te luiden:

 

Artikel 9.13 Verslaglegging door B&W

Het college van Burgemeester en Wethouders legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de welstandsbeoordeling. Daarin komen de volgende aspecten gebundeld aan de orde.

  • a.

    Het verslag dat de COk van de door haar verrichte werkzaamheden (art. 9.11).

  • b.

    Het verslag van hoe het college is omgegaan met haar mandaat voor de benoeming en het ontslag van de voorzitter en deskundige leden van de COk en hun plaatsvervangers (artikel 9.4, lid 1)

  • c.

    Het verslag over de wijze waarop het college is omgegaan met de adviezen van de COk en in welke gevallen zij is overgegaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom op basis van de richtlijnen uit de Nota RK (artikel 4.19 Omgevingswet jo. 4.114 Invoeringswet Omgevingswet.

  • d.

    Een actualisatie van (het kaartmateriaal behorende bij) de Nota RK indien er in het betreffende jaar projectgebonden besluiten (omgevingsvergunningen of beeldkwaliteitsplannen) zijn genomen die beleidsmatige gevolgen hebben voor de Nota RK.

TT

Artikel 10.4 komt te luiden:

 

Artikel 10.4 Overdragen mededeling

Binnen de in artikel 5.37 tweede lid van de Omgevingswet bedoelde termijn van vier weken geldt de mededeling op een melding als bedoeld in artikel 5.37 tweede lid van de Omgevingswet zowel voor degene die de melding heeft gedaan, als voor zijn rechtverkrijgenden.

Artikel V  

De Erfgoedverordening gemeente Nieuwegein 2020 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In de Intitulé wordt de zinsnede ‘gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang met de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;’ vervangen door: gelet op artikel 2.1 lid 3 sub f jo. 5.1 lid 1 sub b jo. 5.2 lid 2 Omgevingswet jo. artikel 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving jo. artikel 9.1 Erfgoedwet;

 

B

In artikel 1 sub f wordt de zinsnede ‘als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;’ vervangen door: als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 sub f jo. artikel 2.4 van de Omgevingswet jo. 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving;

 

C

In artikel 1 sub g komt te luiden:

 

  • g.

    Monumentencommissie: de overeenkomstig art. 16.15 jo. 17.9 Omgevingswet ingestelde commissie met als taak het college en de raad op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van Omgevingswet, deze verordening en het erfgoedbeleid;

D

In artikel 2 lid 2 sub b wordt de zinsnede ‘als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet,’ vervangen door: als bedoeld in artikel 10.36 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving,

 

E

In artikel 3 lid 4 sub b wordt de zinsnede ‘een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.’ vervangen door: de Provinciale omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 sub f jo. 2.6 Omgevingswet.

 

F

In artikel 4 lid 2 sub b wordt de zinsnede ‘een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.’ vervangen door: de Provinciale omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 sub f jo. 2.6 Omgevingswet.

 

G

In artikel 13 lid 3 wordt de zinsnede ‘in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet.’ vervangen door: in artikel 3.17, vierde lid, van de Erfgoedwet.

 

H

In artikel 19 lid 1 wordt de zinsnede ‘als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ vervangen door: als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet jo. artikel 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.

 

I

Artikel 20 komt te luiden:

 

Artikel 20 Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht

  • 1.

    De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De gemeenteraad beslist binnen 28 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid.

  • 4.

    Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.

  • 5.

    De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht regels vast in het omgevingsplan op grond van de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.

  • 6.

    Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre de geldende regels in het omgevingsplan voldoende beschermend zijn in de zin van het vorige lid, danwel dat de regels gewijzigd worden vastgesteld.

  • 7.

    Voor zover in een gebied dat is aangewezen als een beschermend stads- of dorpsgezicht nog geen regels in het omgevingsplan onherroepelijk zijn vastgesteld, is het verboden bouwwerken en andere werken te plaatsen, op te richten, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen zonder schriftelijke vergunning van het college.

  • 8.

    Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen in het omgevingsplan op grond van een instructieregel van het Rijk op grond van artikel 2.34 lid 4 Omgevingswet of in de provinciale omgevingsverordening door de provincie op grond van artikel 2.6 Omgevingswet.

J

In artikel 21 lid 2 sub a wordt de zinsnede ‘bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet’ vervangen door: bedoeld in artikel 2.34 lid 4 van de Omgevingswet.

 

K

In artikel 21 lid 2 sub b wordt de zinsnede ‘een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.’ vervangen door: de Provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 Omgevingswet.

 

L

In artikel 22 lid 1 wordt de zinsnede ‘als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,’ vervangen door: als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 aanhef en onder a van de Omgevingswet in samenhang met artikel 5.130 tweede lid, aanhef en onder a, aanhef en onder 2 van het Besluit Kwaliteiten Leefomgeving,

 

M

In artikel 22 lid 9 wordt de zinsnede ‘als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.’ vervangen door: als bedoeld in artikel 3.5 jo. 3.7 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving jo. Artikel 4.3 eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet.

 

N

In artikel 23 lid 4 wordt de zinsnede ‘waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan of een projectbesluit (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 Wabo) nodig is’ vervangen door: waarvoor een wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig is.

 

O

Artikel 24 komt te luiden:

 

Artikel 24. Vangnet archeologie

  • 1.

    Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het college:

    • a.

      In een archeologisch monument of een archeologisch verwachtingsgebied, de bodem onder de oppervlakte te verstoren, behoudens archeologisch onderzoek door een daartoe gekwalificeerd archeoloog. Het betreft archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zoals opgenomen op de archeologische waarderings- en beleidskaarten van de gemeente Nieuwegein. Dit geldt ook als op basis van het omgevingsplan geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist voor deze activiteit.

    • b.

      Aanwezige (delen van) fundamenten of andere, met de archeologische structuren verband houdende zaken af te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;

  • 2.

    Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:

    • a.

      Het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt:

      • in een gebied aangeduid als AWG 2 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm;

      • in een gebied aangeduid als AWV 1 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm -maaiveld;

      • in een gebied aangeduid als AWV 2 en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm - maaiveld;

      • in een gebied aangeduid als AWV 3 en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 150 cm - maaiveld;

      • in een gebied aangeduid als AWV 4 en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 300 cm - maaiveld;

      • in een gebied aangeduid als AWV 5 en het te verstoren gebied kleiner is dan 5000 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 30 cm - maaiveld;

      • in een gebied aangeduid als AWV 6 en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2 en de verstoring niet dieper gaat dan 150 cm - maaiveld; met dien verstande dat er in gebieden met meerdere archeologische verwachtingsgebieden dan wel archeologische monumenten als uitgangspunt geldt de voorwaarden behorend bij het archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied met de strengste onderzoekseis;

    • b.

      In het omgevingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;

    • c.

      Er sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend en in de omgevingsvergunning voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;

    • d.

      Het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart;

    • e.

      Een rapport is overgelegd waarin de archeologische verwachtingen en waarden van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld en waaruit blijkt dat:

      • Het behoud van de archeologische verwachtingen en waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of

      • De archeologische verwachtingen en waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of

      • In het geheel geen archeologische verwachtingen en waarden in het geding zijn.

Artikel VI  

De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 Gemeente Nieuwegein wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 1 komt de definitie “ingezetene” te luiden: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het omgevingsplan is aangewezen voor permanente bewoning;

 

B

In artikel 49 lid 1 onder a wordt de zinsnede “aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden” vervangen door: aan de toegelaten activiteit op grond van het omgevingsplan “wonen” worden onttrokken of onttrokken gehouden;

 

C

In artikel 50 lid 2 onder d wordt het woord “bestemming” vervangen door: beoogde activiteit

 

D

In artikel 51 sub d wordt de zinsnede ‘het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.’ vervangen door: het omgevingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan.

 

E

In artikel 60 sub c wordt de zinsnede ‘woon- en leefmilieu’ vervang door: woon- en leefklimaat.

 

F

In artikel 60 sub e wordt de zinsnede ‘het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.’ vervangen door: het omgevingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan.

Artikel VIII  

De Riolering- en drainageverordening Nieuwegein 2013 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 2 lid 3 sub d wordt de zinsnede ‘uit een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer.’ vervangen door: uit een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

 

B

In artikel 3 lid 2 sub g wordt de zinsnede ‘een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer’ vervangen door: een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet’

 

C

Artikel 4 lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    sub a komt te vervallen.

  • 2.

    sub b komt te luiden:

    • b.

      de aangevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater betreft, waarvoor een omgevingsvergunning dan wel een vergunning op grond van de Omgevingswet is vereist, maar niet is verleend of niet toereikend is gelet op de lozingssituatie, of dat niet aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving voldoet;

D

Artikel 8 lid 5 wordt geschrapt.

Artikel X  

De Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 4 lid 1 sub d punt 5 wordt de zinsnede ‘waarvoor geen bouwvergunning noodzakelijk is’ vervangen door: waarvoor geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is vereist.

 

B

In artikel 5 lid 2 wordt de zinsnede ‘een vergunning als bedoeld in de Woningwet, de Wet milieubeheer of een kapvergunning is vereist.’ vervangen door: een omgevingsvergunning als bedoeld in de Woningwet, de Omgevingswet of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, het vellen van een houtopstand, op basis van het omgevingsplan is vereist.

Artikel XI  

De Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2017 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In de intitulé wordt de zinsnede ‘Artikel 5.4, eerste lid, en artikel 5.5van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ vervangen door: artikel 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet

 

B

Artikel 1 komt te luiden:

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    betrokken wetten: De Omgevingswet inclusief de Algemene Maatregelen van Bestuurs, te weten het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, het Besluit Activiteiten Leefomgeving en het Omgevingsbesluit.

  • -

    kwaliteitscriteria: de in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast;

  • -

    wet: De Omgevingswet

C

In artikel 4 lid 1 wordt de zinsnede ‘krachtens artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht’ vervangen door: artikel 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit

Artikel XII  

De Verordening speelautomatenhallen Nieuwegein 2019 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 7 lid 1 sub e wordt de zinsnede ‘de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving’ vervangen door: Het goede woon- en leefklimaat in de naaste omgeving

 

B

In artikel 7 lid 1 sub j wordt de zinsnede ‘met het geldende bestemmingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of de geldende beheersverordening en geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.’ vervangen door: met het gelden omgevingsplan en geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is verleend.

Artikel XIII  

De Verordening winkeltijden Nieuwegein 2012 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

In artikel 6 lid 4 wordt de zinsnede ‘de woon- en leefsituatie’ vervangen door: het woon- en leefklimaat

 

B

In artikel 8 lid 2 wordt de zinsnede ‘de woonsituatie of de leefsituatie’ vervangen door: het woon- en leefklimaat

Artikel XIV  

De Verordening op de woning- en kamerverhuurbureaus wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 1 sub a komt te luiden:

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    woonruimte: elk besloten lokaal, waar, al of niet tezamen met andere besloten lokalen of met een besloten woonerf, de activiteit wonen is toegestaan en waarbij het lokaal of de lokalen feitelijk kunnen worden gebruikt voor bewoning;

Artikel XV  

De schoonheidsverordening 1983 wordt ingetrokken

Artikel XVI  

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

Artikel XVII  

Deze verordening wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening bepalingen fysieke leefomgeving gemeente Nieuwegein 2023.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2021.

Ellie Liebregts

secretaris

Frans Backhuijs

burgemeester

Algemene toelichting

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden 26 wetten uit het huidige omgevingsrecht ingetrokken. De verordeningen van de Gemeente Nieuwegein bevatten regels die gebaseerd zijn op één of meerdere van die 26 wetten. De regels uit deze verordeningen die een grondslag hebben in nationale wetgeving verwijzen naar het artikel waarop ze gebaseerd zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het vervallen van de huidige wetten zoals de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro), kloppen deze verwijzingen niet meer. Immers zal de grondslag voor deze regels worden opgenomen in de Omgevingswet, in de daaronderhangende AMvB’s en uitvoeringsregelgeving. Het kan ook voor komen dat door de transitie bepaalde grondslagen komen te vervallen of dat bepaalde bevoegdheden worden samengevoegd in één wetsartikel van de Omgevingswet.

 

Om ervoor te zorgen dat de verordeningen van de Gemeente Nieuwegein juridisch correct zijn en naar de juiste wettelijke grondslag verwijzen is de Wijzigingsverordening bepalingen fysieke leefomgeving gemeente Nieuwegein 2021 opgesteld. In deze wijzigingsverordening worden de verordeningen van de gemeente Nieuwegein die verwijzingen bevatten naar omgevingsrechtregelgeving gewijzigd, zodat op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, de verordeningen juridisch kloppend zijn.

 

De Wijzigingsverordening wijzigt alleen verwijzingen naar nationale wetgeving en bijbehorende terminologie. Zo wordt straks in de Algemene plaatselijke verordening niet langer de begrippen een bestemmingsplan of beheersverordening gehanteerd, maar zal de term omgevingsplan gebruikt worden. Er vinden geen veranderingen plaats in de inhoud of de reikwijdte van bevoegdheden. De wijzigingen zijn puur van technische aard en bevatten geen beleidsmatige veranderingen noch veranderingen in de juridische rechten en plichten die volgen uit de regels.

 

De wijzigingsverordening onderscheidt elke verordening met een latijns cijfer. Veertien verordeningen zijn in deze exercitie aangepast. Indien een enkele verwijzing of een gedeelte van een zin in een artikel aangepast dient te worden, wordt puur de desbetreffende zinsnede aangepast. Indien meerdere verwijzingen worden aangepast, wordt het gehele artikellid of bij gebrek aan artikelleden het hele artikel aangepast. Indien de Omgevingswet een bepaalde grondslag niet meer heeft ten opzichte van de huidige regelgeving en een artikellid kan daardoor vervallen, worden de daaropvolgende artikelleden naar boven opgeschoven en dus vernummerd.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel IV

Bouwverordening

Onderdeel B

Artikel 2.1.5

Artikel 8 Woningwet komt volledig te vervallen met de komst van de Omgevingswet en er is geen soortgelijke bepaling in de Omgevingswetregelgeving opgenomen die dit onderzoek op deze manier verplicht stelt.

 

Onderdeel F

Artikel 2.4.2

De werking van artikel 39 eerste lid van de Wet bodembescherming blijft in stand door overgangsrecht vanuit de aanvullingswet bodem artikel 3.1 (eerbiedigende werking overgangsrecht saneringen)

 

Onderdeel M

Artikel 2.5.13

Artikel 2 onderdeel 3 en artikel 3 onderdeel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht zijn samengevoegd in artikel 22.27 sub a van de bruidsschat.

 

Onderdeel AA

Artikel 2.5.29

Ten aanzien van sub b komt de aanhoudingsplicht te vervallen met de komst van de Omgevingswet (zie transponeringstabel Invoeringswet Omgevingswet). In plaats daarvan zal via artikel 4.14 Omgevingswet het mogelijk zijn om voorbeschermingsregels te stellen over bouwactiviteiten waardoor we ook kunnen voorkomen dat ongewenste bouwactiviteiten doorgang kunnen vinden.

 

Artikel VIII

Riolering en drainageverordening Nieuwegein 2012

Onderdeel D

Artikel 8 lid 5

Een aantal artikelen komt te vervallen. Artikel 5.17 Wabo is niet overgeheveld, noch naar hoofdstuk 18 van het wetsvoorstel, noch naar de Awb. Bij nader inzien wordt deze bevoegdheid, die oorspronkelijk bedoeld was als een nuttige aanvulling op de bestuursdwangbevoegdheid, als overbodig beschouwd. Artikel 5:2 Awb definieert een bestuurlijke sanctie zo ruim, dat daaronder ook het treffen van beheersmaatregelen (het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding) valt.

Naar boven