Gemeenteblad van Soest
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Soest | Gemeenteblad 2023, 556462 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Soest | Gemeenteblad 2023, 556462 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Raadsbesluit 1e wijziging Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Soest 2015
De Verordening afvoer hemelwater en grondwater gemeente Soest 2015 wordt als volgt gewijzigd.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 3 en 4 worden samengevoegd tot artikel 3.
Artikel 3 Verbod aankoppelen en plicht afkoppelen
De artikelen 5 en 6 vervallen.
Artikel 7 wordt vernummerd naar artikel 5
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening afvoer hemelwater en grondwater Gemeente Soest 2024.
Artikel 8 wordt vernummerd naar artikel 6
Deze verordening treedt in werking op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de Verordening afvoer hemelwater en grondwater van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. Artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder f, van de Invoeringswet Omgevingswet regelt dat voor de verordening en de op grond daarvan aangewezen gebieden. In de verordening staan een aantal bepalingen die naar aard of inhoud geen onderdeel van het omgevingsplan moeten zijn. Om die reden wordt de verordening aangepast.
Artikel 1, onderdeel a, van de verordening bevat een definitie van de begrippen ‘afvalwater’, ‘bouwwerk’ en ‘openbaar vuilwaterriool’. Deze begrippen zijn ook in de Omgevingswet, Bijlage I, gedefinieerd. De definities in de Omgevingswet gelden daardoor al voor het omgevingsplan en afwijkende definities zouden daarmee in strijd zijn. Daarom worden deze definities geschrapt. Verder wordt het begrip ‘beheerder’ overal vervangen door ‘het college’ zodat de verordening beter aansluit bij de organen zoals die in het Omgevingsplan worden genoemd. Om die reden wordt ook de definitie van ‘beheerder’ geschrapt. De begrippen ‘bestaande bouw’ en ‘nieuwbouw’ zijn geschrapt omdat deze niet meer genoemd worden in de verordening.
Artikel 3 en 4 worden samengevoegd, omdat het onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw onnodig is.
Artikel 3 en 4, eerste lid, van de verordening bepaalt dat de werkingsgebieden van de regels vastgesteld kunnen worden door het college. Deze bevoegdheid komt, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, toe aan de raad. De raad kan deze vervolgens in een delegatiebesluit delegeren aan het college. De bepaling uit de verordening strookt hiermee niet. Daarom wordt het eerste lid gewijzigd en beperkt tot het daarin opgenomen verbod om in bepaalde gevallen op het openbaar vuilwaterriool te lozen.
Verder wordt het begrip ‘beheerder’ vervangen door ‘het college’ zodat de verordening beter aansluit bij het Omgevingsplan en wordt in het (nieuwe) derde lid duidelijk gemaakt dat het om inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer gaat zoals die wet luidde voordat de Omgevingswet in werking trad.
Artikel 3, vierde lid, en artikel 4, vijfde lid, van de verordening bevat een bepaling over de toepasselijkheid van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bij de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit voor een gebied. Omdat de aanwijzingsbesluiten een onderdeel zullen zijn van het omgevingsplan vergt het aanwijzen van een nieuw gebied een wijziging van het omgevingsplan, waarvoor de regels gelden van de Omgevingswet, onder meer de artikelen 2.8 en 16.30 van de Omgevingswet. Het vierde en vijfde lid van artikel 3 en 4 zouden daarmee in strijd kunnen zijn. Het is in elk geval een overbodige bepaling omdat de Omgevingswet hierin al voorziet. Om die reden komt dit ook te vervallen.
Artikel 5 van de verordening betreft een sanctiebepaling, waarvan de grondslag gelegen is in artikel 154 van de Gemeentewet. Op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Omgevingsbesluit mag deze bepaling niet opgenomen worden in het omgevingsplan. Het handhaven van de bepalingen van het omgevingsplan gaat via de Omgevingswet. Daarom wordt dit artikel geschrapt.
Artikel 6 van de verordening betreft de bevoegdheid om toezichthouders aan te wijzen. Artikel 18.6 van de Omgevingswet attribueert deze bevoegdheid rechtstreeks aan het college. Artikel 6 van de verordening is daarmee in strijd en moet dus eveneens komen te vervallen.
Huidig artikel 7 wordt vernummerd naar artikel 5 (Artikel I, onderdeel E) en hierin wordt het jaartal 2024 opgenomen.
Huidig artikel 8 wordt vernummerd naar artikel 6 (Artikel I, onderdeel G) en wordt aangepast zodat het overeenkomt met de inwerkingtreding van de omgevingswet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-556462.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.