Gemeente Heerlen - Verordening parkeerbelastingen Heerlen 2024

De raad van de gemeente Heerlen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 september 2023;

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2016;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

”VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2024”

 

 

 

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van Heerlen.

  • b.

    RVV 1990: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

  • c.

    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid van het RVV 1990.

  • d.

    parkeren: het gedurende een aangesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift verboden is.

  • e.

    sector: gebied waar vergunninghouderplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van

  • het RVV 1990, of met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone.

  • f.

    bewoner: inwoner van de gemeente Heerlen die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en staat ingeschreven als ingezetene in de Basisregistratie personen van de gemeente op een adres in een gebied waar vergunninghouderplaatsen en/of combi-parkeerplaatsen aanwezig zijn.

  • g.

    centrale computer: digitale systeem van het bedrijf waarmee de gemeente Heerlen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.

  • h.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • i.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waar betaald parkeren van kracht is.

  • j.

    combi-parkeerplaats: parkeerapparatuurplaats waar tevens geparkeerd kan worden met een vergunning.

  • k.

    vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die gelegen is:

  • Binnen een sector die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of

  • gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.

  • l.

    vergunning: een door het college verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren in een nader omschreven sector, op daartoe aangewezen parkeerapparatuur (combi)- en/of vergunninghouderplaatsen.

  • m.

    vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. Een vergunning wordt via de centrale computer afgegeven. Er worden géén vergunningen in de vorm van een vignet of andere hardcopy beschikbaar gesteld.

  • n.

    jaar: kalenderjaar.

  • o.

    bezoekersregeling: een digitale regeling waarmee bezoekers van bewoners in daartoe aangewezen gebieden tegen een gereduceerd tarief kunnenparkeren.

  • p.

    bewonerskraskaart: een regeling in de vorm van een kraskaart waarmee bezoekers van bewoners in daartoe aangewezen gebieden tegen een gereduceerd tarief kunnen parkeren gedurende het aantal uren dat op de betreffende kraskaart is aangegeven.

  • q.

    bewonersdagkraskaart: een regeling in de vorm van eendagkraskaart waarmee bezoekers van bewoners in daartoe aangewezen gebieden gedurende één kalenderdag kunnen parkeren.

  • r.

    houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

  • s.

    Parkeerontheffing: een door het college verleende ontheffing krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaatsen (combi)- en/of vergunninghouderplaatsen.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning of ontheffing voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning of ontheffing aangegeven plaats, tijdstip(pen) en wijze.

 

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      degene van wiens bezoekersregeling de parkeerder van het motorvoertuig gebruik maakt;

    • c.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

      • 3.

        De belasting bedoeld in artikel 2, onder a, wordt niet geheven van degene die op voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

      • 4.

        De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning of ontheffing heeft aangevraagd dan wel gebruik maakt van de bezoekersregeling.

 

Artikel 4 Vrijstelling gehandicaptenparkeerkaart

Vrijstelling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt verleend aan houders van een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart, die parkeren op een plaats waarvoor betaald parkeren geldt, mits de Europese Gehandicaptenparkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit in het motorvoertuig is geplaatst. Deze vrijstelling geldt voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 uur. De aanvang van de parkeertijd dient te worden aangegeven door het, conform de wettelijke voorschriften, instellen van een parkeerschijf, die eveneens op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit in het motorvoertuig is geplaatst.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

 

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften;

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte;

  • 2.

    Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

 

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, het zij door bij de aanvang van het parkeren de parkeerapparatuur in werking te stellen, het zij door bij aanvang van de parkeeractie via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel in te loggen op de centrale computer, het zij door gebruik te maken van de bezoekersregeling .

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend.

 

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    In afwijking in zoverre het bepaalde in het eerste lid moet de belasting, indien het bij de aanvang van het parkeren de parkeerder zich via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel aanmeldt op de centrale computer, betaald worden binnen 1 maand na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend.

  • 4.

    In afwijking in het bepaalde in lid 3, moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, overeenkomstig de aangifte, indien deze langs elektronische weg wordt gedaan, eerst worden betaald waarna de vergunning of ontheffing wordt toegezonden.

  • 5.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

 

Artikel 9 Teruggave

Bij intrekking of opzegging van een vergunning of ontheffing wordt restitutie verleend van betaalde belasting over het aantal nog niet ingetreden volle dagen waarvoor de betaling heeft plaatsgevonden.

 

Artikel 10 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

 

Artikel 11 Kosten naheffingsaanslag

De kosten van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a. bedragen € 76,70.

 

Artikel 12 Overgangsrecht

De Verordening parkeerbelastingen 2023, van 3 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft opde belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

 

Artikel 14 Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen 2024.

 

 

TARIEVENTABEL

behorende bij de verordening Parkeerbelastingen Heerlen 2024

 

Onderdeel I:

Tarief van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de belastingverordening per tijdseenheid.

 

B ij parkeerapparatuur met een maximale parkeerduur van:

Eenheid

Tarief

1. telkens een uur:

in het stadscentrum en ’t Loon

per uur

€ 1,00

2. telkens twee uur:

in het stadscentrum en ’t Loon

buiten het centrum van de stad

 

per uur

per uur

 

€ 1,00

 

€ 1,00

3. telkens twaalf uren:

op de daartoe aangewezen plaatsen in het centrum van de stad

 

 

op de daartoe aangewezen plaatsen buiten het centrum van de stad

 

 

per uur

 

 

 

per uur

 

 

€ 1,00 Met een maximum van

€ 3,00 per dag

 

€ 1,00 Met een maximum van

€ 3,00 per dag

4. telkens twaalf uren:

op de daartoe aangewezen plaatsen

per uur

€ 1,00 met een maximum van

€ 5,40 per dag

5. telkens twaalf uren:

parkeerplaats Nieuw Eyckholt

Per dag

€ 1,00

6. telkens twee uur:

parkeerplaats Apollolaan (achterzijde ’t Loon)

Per uur

€ 0,00 eerste 75 minuten

€ 0,75 opeenvolgende 45 minuten

Onderdeel II:

Tarief van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de belastingverordening per tijdseenheid.

 

Parkeervergunning voor:

Eenheid

Tarief

Het parkeren op bepaalde aangewezen terreinen, wegen of gedeelten van wegen en/of bepaalde tijden:

1. voor bewoners

 

2. voor bedrijven

 

 

 

 

 

per kalendermaand

per kalendermaand

 

 

 

€ 12,90

 

€ 18,90

3. voor bewoners centrum,

Bezoekersvergunningen / kraskaarten

Per uur

€ 1,00

4.voor bewoners centrum, Bezoekersvergunningen / kraskaarten t.b.v. mantelzorgers

Per uur

€ 0,50

5.voor bewoners vergunninggebieden, Bezoekersregeling / kraskaarten

Per uur

€ 0,40

6.voor bewoners vergunninggebieden, Bezoekersregeling / kraskaarten t.b.v. mantelzorgers

Per uur

€ 0,40

7.voor bewoners / bedrijven van de aangewezen pilotgebieden

Per jaar

€ 40,00

8. voor bewoners / bedrijven van de aangewezen pilotgebieden, bezoekersregeling

Per uur

€ 0,00

 

Parkeerontheffing voor:

Eenheid

Tarief

Een ontheffing voor het parkeren bij parkeerapparatuur

Per dag

€ 14,40

Een ontheffing voor het parkeren bij parkeer-apparatuur (bijzondere parkeer-ontheffing; “B-ontheffing”)

Per jaar

€ 115,40

Een zorgontheffing voor het parkeren in vergunninggebieden en het parkeren bij parkeerapparatuur

Per kalendermaand

€ 18,00

Een bewonersontheffing voor het parkeren in vergunninggebieden t.b.v. mantelzorg

Per kalendermaand

€ 12,90

 

Behorend bij het besluit van de raad van 2 november 2023

 

De griffier van de gemeente Heerlen,

drs. T.W. Zwemmer

 

Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen van 2 november 2023.

voorzitter,

drs. R. Wever

griffier,

drs. T.W. Zwemmer

Naar boven