Gemeenteblad van Woudenberg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woudenberg | Gemeenteblad 2023, 518057 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woudenberg | Gemeenteblad 2023, 518057 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode Integriteit Wethouders Woudenberg 2023
De raad van de Gemeente Woudenberg,
gelezen het voorstel van het presidium van 21 september 2023;
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 5 september 2023;
gelezen de ‘Gedragscode bestuurlijke integriteit politieke ambtsdragers’, vastgesteld op 28 maart 2013;
overwegende dat de raad belang hecht aan de zuiverheid van de gemeentelijke besluitvorming en aan de integriteit van de besluitvorming in de gemeenteraad in het bijzonder;
gelet op de artikelen 15, derde lid, 41 c, tweede lid en 69, tweede lid van de Gemeentewet;
de volgende gedragscodes integriteit vast te stellen:
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De gemeenteraad stelt zowel voor de eigen leden als voor de burgemeester en de wethouders een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de gemeenteraadsleden is er naast die voor de burgemeester en de wethouders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de wethouders. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels.
Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.
Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager, ook in privétijd, correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten. 1
De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de wethouders (artikel 41c, tweede lid, Gemeentewet).
Deze gedragscode geldt voor de wethouders maar richt zich ook tot het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan.
De gedragscode heeft tot doel de integriteit van wethouders en de zuiverheid van de besluitvorming te bevorderen.
Toelichting : De gedragscode beoogt een algemene leidraad te bieden voor de wethouder op het gebied van integer handelen. In de Gemeentewet is al een groot aantal bepalingen over specifieke verplichtingen over het onderwerp integriteit opgenomen. Te noemen vallen de verplichtingen bij nevenfuncties en incompatibiliteiten en de verplichtingen over geheimhouding en informatieplicht. Waar dat aangewezen is, wordt in deze gedragscode naar deze specifieke bepalingen verwezen.
Wethouders bejegenen elkaar, raadsleden, ambtenaren, burgers en vertegenwoordigers van organisaties waardig, correct en respectvol, zowel in woord als geschrift.
Wethouders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze gedragscode.
Toelichting : In een tijd waarin steeds kritischer wordt gelet op het doen en laten van wethouders, is het een goede zaak dat wethouders zich vanaf het eerste moment van hun aantreden bewust zijn van hun eigen verantwoordelijkheden en van wat het functioneren als wethouder voor hen en de gemeente betekent.
Integer handelen begint bij bewustwording van wat integer handelen inhoudt. Het is goed erop te wijzen dat in bepaalde gevallen het handelen van de wethouder in strijd met haar 2 verplichtingen, naast gevolgen voor het aanzien van de politiek, ook zeer concrete (juridische) gevolgen voor haarzelf, de gemeente of derden kan hebben. Juridische gevolgen kunnen zijn:
Strafrechtelijk : Als een wethouder geheime informatie naar buiten brengt, is zij 3 strafbaar op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
Politiek : De Gemeentewet regelt in artikel 47 voor wethouders het volgende: Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt zij onmiddellijk ontslag. Zij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad. De raad verleent haar ontslag indien zij dit nalaat. Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het ontslagbesluit.
Civielrechtelijk : Als een wethouder haar mond voorbijpraat waar zij geacht wordt te zwijgen, kan dit schade voor de gemeente of derden meebrengen. Een derde kan in zo’n geval de gemeente aanspreken tot schadevergoeding.
Bestuursrechtelijk : Als een wethouder meedoet aan een stemming over een aangelegenheid waar zij zich op grond van persoonlijke belangen had moeten onthouden van stemmen, kan dat onder sommige omstandigheden leiden tot vernietiging van een besluit door de bestuursrechter op grond van vooringenomenheid.
De wethouder is door iedereen aanspreekbaar op de naleving van de gedragscode.
Toelichting : Het lijkt een overbodige bepaling maar dat is zij toch niet. Op deze wijze worden wethouders scherp doordrongen van de consequenties van hun publieke taakuitoefening. Het gaat hierbij om het borgen van de naleving en de handhaving van belangrijke verplichtingen.
De gedragscode komt aan de orde in het startgesprek van nieuwe wethouders en wordt ten minste jaarlijks in het college besproken.
2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Afleggen eed of belofte (artikel 41a Gemeentewet).
Alvorens haar functie te kunnen uitoefenen legt wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen.”
Incompatibiliteiten en nevenfuncties:
Verboden overeenkomsten/handelingen: wethouders mogen in geschillen, waar de gemeente of het gemeentebestuur partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikelen 41c, eerste lid, juncto artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).
Verrekening inkomsten nevenfuncties: wethouders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime wethouders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikel 44 Gemeentewet).
Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een wethouder over een onderwerp in het geding is, neemt zij niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming.
Zij geeft voorafgaand aan de besluitvorming in het college aan in hoeverre het onderwerp haar persoonlijk aangaat.
Toelichting : Deze norm is een aanvulling op de norm uit 2:4, tweede lid Awb dat het bestuursorgaan oproept ervoor te waken dat tot het bestuursorgaan behorende personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Met het begrip persoonlijk belang in artikel 2:4 Awb wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die het bestuursorgaan uit hoofde van de hem opgedragen taak behoort te behartigen.
Een wethouder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
Toelichting : Deze regel is een uitwerking van artikel 28, eerste lid onder a van de Gemeentewet, waarin regels zijn opgenomen over het deelnemen aan stemming in de raad. Dit artikel is in artikel 58 van de Gemeentewet ook van toepassing verklaard op vergaderingen van het college.
2.2 Belangen, lidmaatschappen en nevenfuncties
De wethouder doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van het ambt opgave aan de gemeentesecretaris van lidmaatschappen die zij heeft of gedurende de bestuursperiode wenst te aanvaarden, en van alle (financiële) belangen die zij heeft waaronder aandelen, opties en derivaten, die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd voor haar functioneren als wethouder.
Toelichting : De wethouder kan, anders dan als gevolg van functiebekleding, relevante belangen hebben in bepaalde sectoren van de lokale samenleving, niet alleen financiële, die aanleiding kunnen zijn tot (schijn van) belangenverstrengeling. Het kan gaan om het bezit van effecten, aandelen, opties, derivaten, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond alsook om financiële deelnemingen in ondernemingen. Zulke financiële belangen kunnen een rol spelen bij besluiten over bijvoorbeeld bestemmingsplannen, grondverkopen, maatschappelijke, culturele of welzijnsorganisaties, of andere organisaties met een ideële doelstelling.
In dit artikel wordt ook gedoeld op belangen die niet financieel zijn. Voorbeelden zijn een terugkeergarantie of andere bijzondere regelingen die de wethouder heeft na de beëindiging van het wethouderschap.
Bij lidmaatschappen wordt gedoeld op organisaties waarvoor de wethouder actief is en die redelijkerwijze relevant kunnen zijn voor de uitoefening van het wethouderschap. Zo is duidelijk dat een lidmaatschap van een krant niet gemeld hoeft te worden, terwijl het lidmaatschap van een sportvereniging wel relevant kan zijn in relatie tot het sportbeleid waar het college een besluit over neemt.
Een wethouder dient zichzelf er rekenschap van te geven dat nevenfuncties, lidmaatschappen en belangen die de partner of andere directe familieleden van de wethouder hebben, relevant kunnen zijn bij het onafhankelijk functioneren als wethouder, dan wel door derden redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd. Indien de wethouder van oordeel is dat hiervan sprake zou kunnen zijn, dan doet de wethouder er goed aan dit te bespreken met de burgemeester of de gemeentesecretaris.
De wethouder doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van het ambt opgave aan de gemeentesecretaris van nevenfuncties, anders dan in verband met de vervulling van de functie. Zij vermeldt daarbij ten behoeve van de openbaarmaking voor welke organisaties de nevenfuncties worden verricht, wat het tijdsbeslag is en voor de voltijds wethouder wat de inkomsten daaruit zijn.
Toelichting : Deze normen zijn aanvullend op de normen die de Gemeentewet in artikel 41b, eerste lid stelt voor wethouders. In dit verband wordt ook gewezen op de verplichtingen van een wethouder tot melding van een voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad, een en ander conform artikel 41b tweede lid Gemeentewet.
De wethouder wordt het eerste jaar na de beëindiging van haar betrekking uitgesloten van het tegen betaling verrichten van werkzaamheden voor de gemeente op het terrein van haar voormalige portefeuille. Hieronder vallen ook werkzaamheden via een (andere) rechtspersoon, waarbij zij een overwegende feitelijke zeggenschap heeft. Van de werkzaamheden zijn het raadslidmaatschap en een dienstbetrekking bij de gemeente uitgezonderd.
De burgemeester kan in bijzondere gevallen uitzonderingen toestaan op deze bepaling als toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Toelichting : Dit artikel beoogt te voorkomen dat de oud-wethouder kennis en contacten, opgedaan uit hoofde van haar functie als wethouder, na beëindiging van haar betrekking bij de gemeente gebruikt voor commerciële of persoonlijke doeleinden. De reikwijdte van dit artikel is niet beperkt tot de oud-wethouder die een eenmanszaak heeft of als zzp’er werkzaamheden voor de gemeente verricht, maar strekt zich tevens uit tot die situaties waarin de oud-wethouder overheersende feitelijke zeggenschap heeft over de werkzaamheden die ten behoeve van de gemeente worden verricht. Daarbij is de juridische (rechts)vorm waarin de werkzaamheden worden verricht geen relevante maatstaf. Zo geldt dit artikel ook voor de oud-wethouder die werkzaam is bij een BV en overheersende feitelijke zeggenschap heeft over de werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. Van ‘overheersend’ zal geen sprake zijn, als de oud-wethouder lid is van een meerkoppige directie en daarmee slechts enige invloed heeft. Uit het criterium ‘feitelijk’ vloeit voort, dat niet slechts een formele functie van de oud-wethouder onder deze bepaling valt, maar alleen de omstandigheid dat de oud-wethouder daadwerkelijk overheersende invloed uitoefent op de uitvoering van de werkzaamheden. Het bedrijf waar de oud-wethouder werkzaam wenst te zijn, kan interne maatregelen treffen om de feitelijke en overheersende invloed van de oud-wethouder op de werkzaamheden voor de gemeente te beperken.
Het college van burgemeester en wethouders draagt een (oud-)wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de gemeenteraad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele leden van de gemeenteraad informatie vragen zal die informatie aan de gemeenteraad moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet).
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
Een wethouder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover zij uit hoofde van haar ambt beschikt. Zij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke en geheime gegevens veilig worden opgeslagen en dat computers, tablets en andere data- en communicatieapparatuur en computerbestanden niet toegankelijk zijn voor anderen dan de wethouder zelf.
Toelichting : Met de tegenwoordige stand van zaken op het terrein van digitale gegevensopslag en communicatiemogelijkheden wordt extra zorgvuldigheid betracht bij het omgaan met en transporteren van informatie. De wethouder is hiervoor verantwoordelijk en kan hierop worden aangesproken.
Wachtwoorden delen met anderen, de tablet niet vergrendelen bij korte afwezigheid etc.; het zijn allemaal voorbeelden van de wethouder te verwijten handelen.
Aan raadsleden kan geheime informatie verstrekt worden onder oplegging van geheimhouding conform artikelen 87, 88 en 89 van de Gemeentewet, tenzij het openbaar belang zich tegen het verstrekken van informatie verzet.
Een wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het wethouderschap verkregen (nog) niet-openbare informatie.
Een wethouder gaat verantwoord en zorgvuldig om met de e-mail- en internetfaciliteiten van de gemeente.
Een wethouder gaat verantwoord en zorgvuldig om met social media en haar uitingen daarop. De wethouder is zelf verantwoordelijk voor het beheer van haar eventuele social media-accounts en is altijd aanspreekbaar op haar gedrag en uitlatingen hierop. Officiële besluiten worden eerst via de officiële gemeentelijke kanalen gepubliceerd. Bij uitingen op social media wordt geen onderscheid gemaakt tussen de wethouder en de privépersoon.
4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
De eed of belofte die op grond van artikelen 41a van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Een wethouder accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als haar onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
Een wethouder kan incidentele geschenken die een geschatte waarde hebben van ten hoogste € 50,- behouden, waarbij ook dan geldt dat haar onafhankelijke positie niet mag worden beïnvloed.
Toelichting : Dit is het algemene uitgangspunt. Het gaat om een essentiële verplichting die een belangrijk onderdeel uitmaakt van de eed of belofte die de wethouder aflegt.
Ongeacht de aard van het geschenk of de dienst, weigert een wethouder die, zodra zij behoort te begrijpen (dus geobjectiveerd) dat haar onafhankelijkheid hierdoor kan worden aangetast. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om een directe of indirecte zakelijke relatie van de gemeente.
Geschenken en giften die een wethouder uit hoofde van haar functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen, zijn eigendom van de gemeente. De geschenken en giften worden geregistreerd in een openbaar register. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.
Toelichting : Het uitgangspunt is het niet aanvaarden van kostbare geschenken of aanbiedingen. Onder geschenken kan ook worden verstaan kortingen op privédiensten of privégoederen.
De wethouder kan alsnog besluiten een reeds aanvaard geschenk – gelet op de aard hiervan of op de hiermee beoogde bedoeling - niet te aanvaarden en aan de gever terug te geven.
Er zijn gevallen denkbaar dat een geschenk of een faciliteit voor de gemeente als zodanig een publiek goed te verdedigen, nuttig en oorbaar te achten oogmerk heeft. Voor dat doel is het denkbaar dat de wethouder het geschenk of de faciliteit weliswaar aanvaardt, maar zij dit dan zo snel mogelijk meldt en de gift of de aangeboden faciliteit zo snel mogelijk aan de gemeente ten goede doet komen.
Hierbij wordt volstrekte openheid betracht. Het is van belang ter voorkoming van elke verkeerde schijn dat de wethouder dit direct meldt aan de gever of de aanbieder.
De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
De wethouder ontvangt geen geschenken op het woon-/huisadres.
Toelichting : Er zijn gevallen denkbaar dat een geschenk op het woon-/huisadres een publiek goed te verdedigen oogmerk heeft. Hierbij valt te denken aan een bos bloemen of een presentje bij gebeurtenissen in de categorie lief en leed (bijvoorbeeld een verhuizing, huwelijk of geboorte). Voor dat doel is het denkbaar dat de wethouder weliswaar aanvaardt, maar dat zij dit zo snel mogelijk meldt aan de gemeentesecretaris.
Een wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties, excursies, evenementen en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid gezien kan worden als functioneel. Bij twijfel legt de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college.
5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Een wethouder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikel 44 Gemeentewet).
Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in de ‘Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Woudenberg 2015’ over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente.
5.1 Bestuurlijke uitgaven en declaraties
Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
5.2 Gebruik van gemeentelijke voorzieningen
Wethouders kunnen met het oog op het onderhouden van betrekkingen conform de vastgestelde criteria een beroep doen op de relatiegeschenken van de gemeente. De uitgifte en het gebruik van relatiegeschenken wordt centraal geregistreerd onder vermelding van de verantwoordelijk wethouder en de aanleiding of gelegenheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-518057.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.