Recht van Opstal
Adres: Woortmanslaan 39, 9648 AA te Wildervank
Percelen: gemeente Wildervank, sectie K, nummer 1810 en 3147 (gedeeltelijk)
Gezamenlijke perceelgrootte: circa 5.950 m2
Voornemen tot vestigen Recht van Opstal aan huidige gebruiker
De gemeente Veendam is voornemens om een recht van opstal te vestigen, betreffende de genoemde percelen, ten gunste van de huidige gebruiker Sportvereniging “Clias” (Afdeling Tennis). Daarbij wordt aan deze vereniging het recht verleend om op de genoemde percelen een sportkantine met kleedruimten en 5 tennisbanen in eigendom te hebben. Een en ander ter ondersteuning van de activiteiten van de vereniging.
De huidige gebruiker is de enige serieuze gegadigde
Naar het oordeel van de gemeente is de huidige gebruiker de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor het vestigen van het recht van opstal. Bij het in gebruik nemen van de percelen in 1999 hebben de gemeente en de huidige gebruiker al de intentie uitgesproken om een recht van opstal te vestigen. Daarnaast zijn er geen toekomstige ontwikkelingen of belemmeringen bekend die het vestigen van het recht van opstal onmogelijk maken.
Vervaltermijn
Bent u het niet eens met dit voornemen tot vestigen van het genoemde recht van opstal omdat u van mening bent dat u ook als serieuze gegadigde in aanmerking komt, dan dient u dit kenbaar te maken door binnen een termijn van 20 kalenderdagen na publicatie van deze bekendmaking, een kort geding tegen dit voornemen aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter bij de rechtbank Noord-Nederland.
De termijn van 20 kalenderdagen is een vervaltermijn. Dit betekent dat indien een serieuze gegadigde binnen deze termijn géén kort geding is gestart, alle rechten vervallen, waaronder het recht om nadien in rechte op te komen tegen dit voornemen tot verkoop.
De gemeente hanteert deze handelwijze om rechtszekerheid te creëren, en na ommekomst van de termijn van 20 dagen, of nadat de voorzieningenrechter in kort geding heeft geoordeeld, er geen sprake is van een andere serieuze gegadigde.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de thans gestelde termijnen uiterlijke termijnen zijn en dat een nadere verlenging van deze termijnen niet aan de orde is.