Diverse besluiten onder de Omgevingswet

DE RAAD VAN DE GEMEENTE HARLINGEN

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 december 2022.

 

Besluit

  • 1.

    In te stemmen met de in bijlage 1 opgenomen lijst van gevallen waarvoor advies van onze raad nodig is voor een buitenplanse omgevingsactiviteit;

  • 2.

    Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen als gevallen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is (artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet).

  • 3.

    De in bijlage 2 genoemde taken te delegeren aan het college;

  • 4.

    Dit besluit in zijn geheel in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt;

Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 25 januari 2023.

, de voorzitter

, de raadsgriffier

Bijlage 1 bij raadsbesluit inzake besluiten Omgevingswet (Adviesrecht) d.d. 25 januari 2023 inclusief verwerking aangenomen amendement

 

College dient de raad om advies (als bedoeld in artikel 16.15a, lid b, onder 1, van de Omgevingswet) te vragen bij de beoordeling van grote en ingrijpende ontwikkelingen en/of ontwikkelingen in kwetsbare gebieden. Het betreft omgevingsvergunningen voor activiteiten die strijdig zijn met het omgevingsplan zoals hieronder benoemd:

 

  • I.

    Binnen de bebouwde kom

    • a.

      het slopen en terugbouwen van meer dan 10 woningen waarbij meer woningen worden teruggebouwd;

    • b.

      het toevoegen van meer dan 10 woningen aan de bestaande woningvoorraad met uitzondering functieverandering van bestaande gebouwen en omliggende gronden;

    • c.

      het realiseren van een woongebouw waarbij sprake is van meer dan 5 bouwlagen waarbij het gebouw hoger wordt dan 17 meter;

    • d.

      een ingrijpende wijziging van de stedenbouwkundige structuur (toevoeging/verwijderen stratenpatroon, groen, water of type bebouwing);

    • e.

      functiewijzigingen van gebouwen en/of terreinen met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 1.500 m2;

    • f.

      de nieuwbouw van niet-woonfuncties (b.v: detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen) met een gebruiksoppervlakte van 500 m2 of meer en/of waarbij sprake is van meer dan 5 bouwlagen waarbij het gebouw hoger wordt dan 17 meter;

    • g.

      alle aanvragen binnen het beschermd stadsgezicht, met een ruimtebeslag van meer dan 250 m2;

    • h.

      vestiging van niet zeehaven gebonden bedrijven op de Industriehaven;

    • i.

      vestiging van IPPC bedrijven of die vallen onder de Seveso richtlijnen. (Betreft risicovolle bedrijven)

  • II.

    Buiten de bebouwde kom

    • a.

      het vestigen van nieuwe stedelijke functies buiten het bestaand stedelijk gebied, voor zover het ruimtebeslag meer bedraagt dan 500 m2;

    • b.

      het toevoegen van een (bedrijfs)woning op een niet bestaande woonlocatie, behalve als die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt meteen wijzigingsbevoegdheid zoals deze voorheen in het bestemmingsplan Buitengebied was opgenomen;

    • b.

      de nieuwvestiging van agrarische bedrijven;

    • c.

      het uitbreiden van bestaande stedelijke functies (met uitzondering van wonen), of agrarische bedrijven met meer dan 25% van de bestaande toegestane oppervlakte van de functie;

  • III.

    Algemeen

    • a.

      het realiseren van één of meer windturbines met een ashoogte van meer dan 15 meter;

    • b.

      het realiseren van weiden met zonnepanelen;

    • c.

      het uitvoeren van proefboring naar delfstoffen (olie, gas) en geothermie;

    • d.

      het winnen van delfstoffen en aardwarmte;

    • e.

      het winnen van delfstoffen aan de oppervlakte;

    • f.

      het plaatsen van antennemasten met een hoogte van meer dan 40 meter;

    • g.

      het aanleggen of veranderen van infrastructuur (wegen, watergangen, spoorlijnen, buisleidingen voor het vervoer van olie en gas of andere gevaarlijke stoffen, hoogspanningsleidingen,….) tenzij het gaat om een ondergeschikte aanpassing van wegen bedoeld voor de ontsluiting van percelen, fiets- en voetpaden;

  • IV.

    IV Uitzonderingen

    De gevallen hierboven genoemd bij I, II en III zijn niet van toepassing indien:

    • deze gevallen voorheen op basis van de kruimellijst (Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht) werden verleend;

    • in overeenstemming zijn met een vastgestelde omgevingsvisie of hiermee uitvoering wordt gegeven aan een reeds door de raad vastgesteld kader (zoals een visie of beleidsnota ).

Bijlage 2 bij raadsbesluit inzake besluiten Omgevingswet (Delegatiebesluit) d.d. 25 januari 2023

 

De volgende taken worden gedelegeerd aan het college:

  • I.

    Delegatie van het vertalen van verleende omgevingsvergunningen in afwijking van het omgevingsplan in het Omgevingsplan;

  • II.

    Delegatie van het vertalen van vastgesteld beleid in het nieuwe omgevingsplan;

  • III.

    Delegatie van het nemen van een voorbereidingsbesluit.

  • IV.

    Delegatie van de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplicht van onze huidige bestemmingsplannen zoals opgenomen in bijlage 3.

Ad. I. Uw raad of het college (afhankelijk van de adviesrol, zie tweede beslispunt 2) besluit over het verlenen van een omgevingsvergunning die afwijkt van het omgevingsplan (BOPA = Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit). Het besluit moet dan later verwerkt worden in het omgevingsplan. Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over het verwerken van dit afwijkingsbesluit in het nieuwe omgevingsplan is er sprake van een dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. (Je hebt altijd twee besluiten: afwijking en opnemen in het omgevingsplan. Vraag is wie wat doet. Dubbel door de raad is niet nodig.) De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (2029) verleende vergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan.

 

Ad. II. Recent door de raad vastgesteld beleid moet vertaald worden in het omgevingsplan. Hier geldt ook de redenering uit het voorgaande delegatiepunt dat het gaat om een verwerking van een besluit dat al door de gemeenteraad genomen is en dat we willen voorkomen dat er dubbele besluitvorming plaatsvindt. In het vaststellingsbesluit van dit beleid zal specifiek benoemd worden welke zaken door het college in het Omgevingsplan worden opgenomen.

 

Ad. III. Het derde delegatiepunt gaat om het nemen van een voorbereidingsbesluit. Een voorbereidingsbesluit is een wijziging van het omgevingsplan. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk ‘bevroren’ totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor (tot nu toe is het een enkele keer voorgekomen), maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Het college kan dan sneller acteren. Aan de delegatie is toegevoegd dat het college verplicht is de raad te informeren wanneer zij gebruik maakt van het voorbereidingsbesluit.

 

Ad. IV. De Wet ruimtelijke ordening geeft de mogelijkheid dat ons college het bestemmingsplan kan wijzigen of uitwerken. Hiervoor moet dan een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan staan. Onder de Omgevingswet worden de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Er is geen overgangsrecht voor deze twee zaken. Deze instrumenten verliezen daardoor hun werking. Het college kan dus geen wijzigings- of uitwerkingsplan meer vaststellen onder de Omgevingswet. De wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplicht uit de oude bestemmingsplannen worden bevroren en gelden in het nieuwe regime als toetsingscriteria voor de vergunningverlening voor (binnenplanse) omgevingsplanactiviteiten. De Omgevingswet biedt mogelijkheden waarmee hetzelfde kan worden bereikt als met de voormalige wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht. Deze zijn specifiek genoemd in bijlage 3. Door middel van het delegeren kan uw raad het college bevoegd stellen om delen van het omgevingsplan te wijzigen. Daardoor blijft onder de Omgevingswet het wijzigingsplan in materiële zin voortbestaan.

Naar boven