(Deel)subsidieplafond EFRO Operationeel Programma West Nederland 2014-2020

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, handelend in hoedanigheid van Managementautoriteit van het Operationeel Programma West Nederland 2014-2020,

 

Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Awb en artikel 5.2.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, maakt binnen de totaal voor de uitvoering van het Operationeel Programma EFRO 2014 – 2020 West-Nederland voor projecten beschikbare EFRO-bijdrage van € 262.144.775 het volgende (deel)subsidieplafond bekend:

 

Prioritaire as 2 van het Operationeel Programma Kansen voor West II 2014-2020: Ondersteuning van de omschakeling naar een koolstofarme economie:

 

1. Voor prioritaire as 2 van het operationeel programma Kansen voor West II 2014-2020: Ondersteuning van de omschakeling naar een koolstofarme economie een bedrag van € 2.500.000 bedoeld voor projecten passend binnen doelstelling 3 “Verkleinen van het aandeel fossiele brandstoffen in het totale energieverbruik” en doelstelling 4 ”Verlagen energieverbruik in de bebouwde omgeving“ van het programmadeel West-Regio die passen binnen het vigerende regionale beleid van (de gemeente) Utrecht.

2.

 

Dit plafond is een afgeleide van het komen tot een economisch evenwichtig programma.

 

Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 20 februari 2023 om 09:00:00 uur.

 

Subsidies worden verdeeld op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, met inachtneming van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland, en – in afwijking, dan wel aanvulling op de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland – de navolgende bepalingen omtrent de wijze van verdeling:

 

Verdeling op volgorde van ontvangst

 

In gevallen waarin het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst, wordt eerst beoordeeld of de binnengekomen aanvragen compleet zijn. Indien de aanvraag niet compleet is, dan wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt hem een termijn geboden om dit gebrek te herstellen. Met betrekking tot de verdeling geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de complete aanvraag binnenkomt. De onderlinge rangschikking van complete aanvragen die op één dag door de Managementautoriteit zijn ontvangen, wordt vastgesteld door middel van loting.

 

Op volgorde van deze aldus vastgestelde rangschikking worden de aanvragen vervolgens beoordeeld op de wijze voorzien in de EFRO-verordeningen, de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland. Indien deze verdere beoordeling van een aanvraag leidt tot een subsidieweigering, wordt de naastvolgende subsidieaanvraag in behandeling genomen. De subsidieaanvraag waarvoor geldt dat integrale inwilliging daarvan zou leiden tot overschrijding van het desbetreffende plafond, kan gedeeltelijk worden ingewilligd en wel tot het bedrag dat onder het desbetreffende subsidieplafond nog maximaal beschikbaar is, tenzij van de MA in redelijkheid niet gevergd kan worden dat daartoe wordt overgegaan. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het resterende bedrag zo beperkt is dan niet verwacht kan worden dat de aanvrager zijn project met die middelen kan uitvoeren. De MA treedt daarover in overleg met de subsidieaanvrager. Indien de subsidieaanvraag wordt ingewilligd, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de desbetreffende subsidieaanvrager genoegzaam aantoont dat de activiteit ook met de lager verleende subsidie kan worden verricht. Daartoe zal de Managementautoriteit pas overgaan op het moment dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de subsidieaanvrager daartoe in staat zal zijn.

 

In dat geval kan de Managementautoriteit op basis van de uitkomsten van een uitgevoerde beoordeling als bedoeld in de EFRO-verordeningen, de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofdstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland, ook beslissen de als gevolg van het bereiken van subsidieplafond ontbrekende middelen te putten uit een ander deelplafond. Het moet daarbij gaan om een alternatief deelplafond (waarvoor ten tijde van de beoordeling van de aanvraag nog middelen beschikbaar zijn) of een ophoging van het huidige deelplafond. Bovendien moet uit de uitgevoerde beoordeling blijken dat de desbetreffende activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, ook voldoet aan alle voor het alternatieve subsidieplafond geldende vereisten. Is dat het geval, dan kan de desbetreffende aanvraag worden toegevoegd in de rangordening van het (alternatieve) subsidieplafond, met als datum van indiening, de datum waarop de Managementautoriteit heeft besloten tot gedeeltelijk afwijzing van de aanvraag vanwege het bereiken van het plafond of indien dit nog niet was gedaan de datum van indiening van onderhavige subsidieaanvraag.

 

Overige bepalingen omtrent de verdeling

 

 

 

  • -

    Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 1:

    • Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 1.000.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat;

    • Bedraagt de minimale projectomvang € 200.000 aan totaal subsidiabele kosten;

    • Bedraagt de EFRO-bijdrage maximaal 40% van de subsidiabele kosten. Kosten in het project moeten gemaakt en betaald zijn voor eind 2023 i.v.m. einde programma periode.

      • Sluitingsdatum van de openstelling is 30 april 2023 om 23:59:00 uur, zolang het budget toereikend is.

    • In verband met de nog korte resterende realisatieperiode van het programma (t/m 31 december 2023) komen in aanmerking voor een bijdrage:

       

      • -

        Kortdurende projecten gericht op eerste fase van ontwikkeling en/of ontwerp en/of (onderzoeken van) haalbaarheid

      • -

        Demonstratieprojecten – indien zij uitvoeringsgereed zijn en uiterlijk 31 december 2023 gerealiseerd kunnen zijn of;

         

 

  •  

 

Rotterdam, 31 januari 2023

 

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, in de hoedanigheid van Managementautoriteit van het Operationeel Programma Kansen voor West II,

Namens deze,

R.A.C.J. Simons

Wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur (wijken en kleine kernen)

Toelichting:

Op 25 maart 2015 is het totale EFRO-subsidieplafond voor de uitvoering van projecten in het kader van het Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland ad. € 262.144.775 bekend gemaakt. Daarbij is aangegeven dat deelplafonds gefaseerd, vastgesteld, opengesteld en bekend gemaakt worden. Het onderhavige besluit heeft betrekking op een dergelijk deelplafond.

Het totaalplafond valt uiteen in vijf onderdelen: vier GTI-programmadelen en het programmadeel West-Regio. De vier GTI-programmadelen maken onderdeel uit van het Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland en zijn ondergebracht bij de door de Minister bij besluit van 23 februari 2015 (Stc. 2015/5983) aangewezen intermediaire instanties, te weten de steden: Den Haag, Amsterdam en Utrecht en voor Rotterdam bij de Managementautoriteit, deze vier steden worden ook wel aangeduid als de G4. Het programmadeel West-Regio ziet op het Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West Nederland, voor zover het niet de GTI-programmadelen betreft. De Managementautoriteit draagt ervoor zorg dat het beschikbare budget voor het programmadeel West-Regio wordt ingezet ten behoeve van het Operationeel Programma. Het budget wordt zo ingezet dat de beschikbare middelen evenwichtig worden verdeeld over de regio West en passen binnen het bij de openstelling van toepassing verklaarde vigerende regionale en lokale beleid van zowel de G4 als de P4, te weten de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht.

Zolang een deelplafond niet is uitgeput, kan (een deel van) het beschikbare, maximale subsidiebedrag van dat deelplafond worden aangewend voor subsidiëring van projecten die (ook en in voldoende mate) van belang zijn voor dat desbetreffende deelprogramma. Dat geldt ook, in beperkte mate, voor projecten waarvoor subsidie is aangevraagd onder een ander deelplafond, maar waar het bereiken van het deelplafond aan subsidieverlening in de weg staat. Niet valt uit te sluiten dat er projecten zijn die van belang zijn voor meerdere provincies of steden, of projecten die alleen van belang zijn voor de desbetreffende provincie of stad, maar waarvan de uitvoering zich niet primair binnen die provincie of stad afspeelt. Dergelijke projecten, waarvan is vastgesteld dat sprake is van een voldoende ‘match’ met een ander deelprogramma waarvan het budget nog niet is uitgeput, kunnen dan in uitzonderlijke gevallen toch worden gesubsidieerd ten laste van het deelplafond van de provincie of de stad voor wie het project (ook) relevant is. Vereist blijft wel dat het project in het Landsdeel West wordt uitgevoerd. Dergelijke projecten, die voor financiering uit een alternatief (nog niet uitgeput deelbudget) in aanmerking komen, sluiten achteraan in de rij. Dit met het oog op de belangen van de andere aanvragers die onder het desbetreffende deelbudget hebben aangevraagd.

Of een project past in het programmadeel van de desbetreffende provincie of stad, wordt beoordeeld aan de hand het bij de openstelling van toepassing verklaarde vigerende regionale en lokale beleid. Indien het project niet past binnen dit beleid, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Het vigerende regionale en het lokale beleid van bovengenoemde provincies en steden is (onder meer) te raadplegen via de website van Kansen voor West II (www.kansenvoorwest2.nl). 

Bijzondere eisen per subsidieplafond

In Beleidsregel Operationeel Programma EFRO 2014-2020 West-Nederland is bepaald dat de Managementautoriteit gelijktijdig met het vaststellen en bekend maken van een subsidieplafond kan bepalen dat, van hetgeen in de Beleidsregel is opgenomen, wordt afgeweken en/of dat er voor aanvragen die worden ingediend onder het desbetreffende subsidieplafond aanvullende eisen gelden. Dat is in het onderhavige besluit gebeurd.

Naar boven