Verkeersmaatregel Dampstraat

Ruimte / Mobiliteit / 2022-18199

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

 

dat de Dampstraat een erftoegangsweg is binnen de bebouwde kom van Maastricht;

 

dat de verkeersfunctie ondergeschikt is en wonen en verblijven centraal staat op de Dampstraat;

 

dat op de Dampstraat in de huidige situatie een maximumsnelheid van 30km/uur geldt;

 

dat de maatregelen in samen werking met het buurtcomité tot stand gekomen zijn;

 

dat op grond van de uitvoeringsvoorschriften van het BABW geen hoogteverschil aanwezig mag zijn in het dwarsprofiel van een weg binnen een erf, en dat de parkeetplaatsen moeten worden aangeduid of aangegeven met een P-tegel of een P-bord;

 

dat binnen een erf de maximale snelheid van 15 km/uur geldt;

 

dat voetgangers binnen een erf de weg over de volle breedte mogen gebruiken;

dat de functie en vormgeving van de dampstraat voldoet aan dat van een erf;

 

dat de Dampstraat een smal wegprofiel heeft en wordt ingesteld als erf;

 

dat het wenselijk is om vrachtverkeer zo veel mogelijk te beperken op de Dampstraat door het instellen van een verbod voor vrachtverkeer met uitzondering van bestemmingsverkeer;

 

dat deze maatregel wordt genomen voor het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Dampstraat in hun besluit van 21 februari 2022, Ruimte / Mobiliteit / 2022-04602;

 

  • 2.

    door het verwijderen van de borden A1 (30 km) en A2 (30 km) van Bijlage I van het RVV 1990 op de Dampstraat ter hoogte van de kruising met de Burgermeester Cortenstraat de 30 km-zone op te heffen voor het deel van de Dampstraat tussen de Pelikaanstraat en de Burgemeester Cortenstraat;

 

  • 3.

    door het plaatsen van het bord A1 (30 km) van Bijlage I van het RVV 1990 op de Dampstraat ter hoogte van huisnummer 49 de 30 km-zone op de Dampstraat te verkleinen;

 

  • 4.

    door het plaatsen van het bord C7 van Bijlage I van het RVV 1990 met het onderbord met de tekst ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’ op de Dampstraat ter hoogte van de kruising met de Burgermester Cortenstraat een gesloten verklaring voor vrachtverkeer in te stellen op de Dampstraat;

 

  • 5.

    door het plaatsen van de borden G5 en G6 van Bijlage I van het RVV 1990 het deel van de Dampstraat, gelegen tussen de Pelikaanstraat en de Burgemeester Cortenstraat in te stellen als erf;

 

  • 6.

    door het in stand houden van een onderbroken gele streep als bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990 een parkeerverbod in te stellen:

 

  • aan de zuidzijde van de Dampstraat ter hoogte van huisnummer 27;

  • aan de noordzijde van de Dampstraat ter hoogte van huisnummer 68;

  • aan de noordzijde van de Dampstraat tussen de huisnummers 66 en 52;

  • aan de zuidzijde van de Dampstraat tussen de Monseigneur Soudantstraat en huisnummer 67.

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

Voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

Maastricht, 13 januari 2023

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven