Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat de geslotenverklaring wordt aangebracht vanwege het ontstaan van gevaarlijke verkeerssituaties;
dat in de toekomstige situatie het vrachtverkeer zal toenemen aan de zijde van het bedrijventerrein, en dat dit tot knelpunten zal leiden bij tegemoetkomend verkeer;
dat er een nieuwe fietsverbinding aangelegd zal worden richting de Parkstadroute en dat de afsluiting zorgt voor een veilige situatie voor de fietser;
dat door de geslotenverklaring sluipverkeer wordt voorkomen richting de BTM Willem Sophia;
dat de Parallelweg een erftoegangsweg is;
dat er goede alternatieve routes zijn;
dat de Parallelweg ook fysiek wordt afgesloten middels een (verzinkbare) paal;
dat in geval van nood de weg opengesteld kan worden;
dat dit onderwerp van gesprek is geweest in de vergadering van de werkgroep verkeer, waar de politie- en brandweer district Kerkrade zitting in heeft, en dat de werkgroep adviseert om een geslotenverklaring in te stellen;
dat het derhalve in het kader van het verzekeren van de veiligheid op de weg noodzakelijk is over te gaan tot het instellen van een geslotenverklaring middels het plaatsen van het bord C12, zoals vermeld in bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels- en tekens 1990 (RVV1990);
dat op grond van artikel 15, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 de plaatsing van een verkeersteken, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat, krachtens een verkeersbesluit dient te geschieden; dat blijkens artikel 3 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) als een verkeersteken o.m. een verkeersbord wordt aangemerkt;
dat blijkens artikel 12 van het BABW voor de plaatsing van een geslotenverklaring een verkeersbesluit is vereist;
dat op grond van artikel 18, eerste lid onder d van de Wegenverkeerswet 1994 wij bevoegd zijn dit verkeersbesluit te nemen;
dat dit de verkeersveiligheid vergroot voor het langzame verkeer;
dat dit middels een bewonersavond kenbaar is gemaakt;