Publicatiedatum: 16 oktober 2023 (reageren binnen 20 kalenderdagen)
Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1778, Hoge Raad, 20/00123, moeten overheidslichamen, gelet op het gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel, kennisgeven van het voornemen om te besluiten tot het aangaan van een overeenkomst waarbij sprake is van de uitgifte van onroerende zaken en zakelijke rechten.
Gemeente Breda (‘de gemeente’) geeft in dat kader te kennen dat zij voornemens is om het perceel, kadastraal bekend gemeente Breda, sectie E, nummer 1649 (zoals aangegeven op bijgaande tekening), gelegen naast de Dijklaan 61 te Breda, onderhands te verkopen. Naar het oordeel van de gemeente is de beoogde koper de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor de hiervoor vermelde verkoop.
Motivering
De beoogde koper is reeds eigenaar van de grond met bebouwing die grenst aan de door de gemeente te verkopen strook grond. Uitsluitend ten behoeve van de realisatie/transformatie van het bestaande pand naar de 3 appartementen, is de gemeente voornemens een aan het eigendom van de beoogde koper grenzend perceel met een oppervlakte van ca. 53 m2 aan hem te verkopen. Er zijn geen andere grondeigenaren, anders dan de gemeente en de beoogde koper die met hun perceel direct grenzen aan het te verkopen perceel grond. Het perceel dat de gemeente voornemens is te verkopen kan door haar omvang en ligging niet separaat door een derde worden ontwikkeld. Er is derhalve sprake van een ondergeschikt onderdeel van een groter geheel en de beoogde ontwikkeling is niet te realiseren zonder dit ondergeschikte onderdeel. De gemeente wenst dit mogelijk te maken gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Gelet op het voorgaande is de gemeente van oordeel dat op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria alleen beoogde koper als serieuze gegadigde in aanmerking komt voor gronduitgifte die aangemerkt kan worden als een verkoop van een strook grond van ongeschikt belang die niet zelfstandig te ontwikkelen is.
Vervaltermijn
Indien u zich niet kunt verenigen met deze voorgenomen onderhandse uitgifte door de gemeente, omdat u meent daarvoor zelf als gegadigde in aanmerking te komen en u bovendien daadwerkelijk in staat en bereid bent om het betreffende object onder marktconforme condities af te nemen van de gemeente, dan kunt u dat binnen 20 dagen na de datum van de onderhavige publicatie kenbaar maken. Dat kunt u alsdan doen door een kort geding procedure aanhangig te maken bij de daartoe bevoegde voorzieningenrechter van de rechtbank Breda. In dat geval dient u de gemeente hiervan onverwijld in kennis te stellen middels betekening van de dagvaarding op het adres van de gemeente, bij gebreke waarvan het recht vervalt om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige aanspraak in welke vorm of hoedanigheid dan ook te baseren, althans zijn uw rechten daarop uitgewerkt. Een digitaal afschrift van de dagvaarding dient u tevens per e-mail aan contact@breda.nl te verzenden.