[(Deel)subsidieplafond EFRO Programma West Nederland 2021-2027]

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, handelend in hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027,

 

Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5.2.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (REES 2021), maakt binnen de totaal voor de uitvoering van het Programma EFRO West-Nederland 2021– 2027 voor projecten beschikbare EFRO-bijdrage van € 200.333.745,00 de volgende (deel)subsidieplafonds bekend:

Artikel 1  

[(Deel)plafonds Kansen voor West III per 1 november 20231:

 

Prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie:

 

1. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 1.816.954 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Den Haag. Het subsidieplafond van de bestaande openstelling wordt daarmee opgehoogd naar € 6.816.954 (totaalplafond inclusief cofinanciering komt op € 9.700.000).

 

2. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 6.100.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 2 Het vergroten van het investeringsvermogen voor innovatie in het Mkb (Proof of Concept en Participatie) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Zuid-Holland van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Utrecht en de Stad Utrecht.

 

3. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 900.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 2 Het vergroten van het investeringsvermogen voor innovatie in het Mkb (Toeleiding naar Kapitaal) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Zuid-Holland van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Utrecht en de Stad Utrecht.

 

4. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 4.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie) en actielijn 3 Het versnellen van de implementatie van innovaties van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Flevoland. Het subsidieplafond van de bestaande openstelling wordt daarmee opgehoogd naar € 8.000.000 (totaalplafond inclusief cofinanciering wordt daarmee € 12.000.000).

 

5. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 1.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.

 

6. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 6.762.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 2 Het vergroten van het investeringsvermogen voor innovatie in het Mkb (Proof of Concept) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Zuid-Holland (samen met Stad Rotterdam en Stad Den Haag).

 

7. Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 515.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 2 Het vergroten van het investeringsvermogen voor innovatie in het Mkb (Toeleiding naar Kapitaal) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Zuid-Holland (samen met Stad Rotterdam en Stad Den Haag).

 

Prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer:

 

8. Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 1.500.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie (circulair bouwen), actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de Provincie Noord-Holland (totaalplafond inclusief cofinanciering wordt daarmee € 3.000.000).

 

Prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen:

 

9. Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 500.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de gemeente Den Haag die passen binnen het vigerende beleid. Met dit bedrag wordt de bestaande openstelling opgehoogd. Het totale subsidieplafond komt daarmee € 4.200.000.

 

Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 1 november 2023 om 10:00 uur.

 

Subsidies voor alle plafonds worden verdeeld op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, met inachtneming van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West Nederland (versie 1, zie voetnoot 1), en – in afwijking, dan wel aanvulling op de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West Nederland – de navolgende bepalingen omtrent de wijze van verdeling:

 

Verdeling op volgorde van ontvangst

In gevallen waarin het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst, wordt eerst beoordeeld of de binnengekomen aanvragen compleet zijn. Indien de aanvraag niet compleet is, dan wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt hem een termijn geboden om dit gebrek te herstellen. Met betrekking tot de verdeling geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de complete aanvraag binnenkomt. De onderlinge volgorde van complete aanvragen die op één dag door de Beheerautoriteit zijn ontvangen, wordt vastgesteld door middel van notariële loting.

 

Op volgorde van deze aldus vastgestelde loting worden de aanvragen vervolgens beoordeeld op de wijze voorzien in de EFRO-verordeningen2 de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (versie 1, zie voetnoot 1). Indien deze verdere beoordeling van een aanvraag leidt tot een subsidieweigering, wordt de naastvolgende subsidieaanvraag in behandeling genomen. 2 Verordening (EU) Nr. 2021/1060 en Nr. 2021/1058 De subsidieaanvraag waarvoor geldt dat integrale inwilliging daarvan zou leiden tot overschrijding van het desbetreffende plafond, kan gedeeltelijk worden ingewilligd en wel tot het bedrag dat onder het desbetreffende subsidieplafond nog maximaal beschikbaar is, tenzij van de Beheerautoriteit (zie voetnoot 1) in redelijkheid niet gevergd kan worden dat daartoe wordt overgegaan. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het resterende bedrag zo beperkt is dan niet verwacht kan worden dat de aanvrager zijn project met die middelen kan uitvoeren. De Beheerautoriteit treedt daarover in overleg met de subsidieaanvrager. Indien de subsidieaanvraag wordt ingewilligd, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de desbetreffende subsidieaanvrager genoegzaam aantoont dat de activiteit ook met de lager verleende subsidie kan worden verricht. Daartoe zal de Beheerautoriteit pas overgaan op het moment dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de subsidieaanvrager daartoe in staat zal zijn. In dat geval kan de Beheerautoriteit op basis van de uitkomsten van een uitgevoerde beoordeling als bedoeld in de EFRO-verordeningen (zie voetnoot 3), de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofdstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (versie 1) (zie voetnoot 1), ook beslissen de, als gevolg van het bereiken van subsidieplafond, ontbrekende middelen te putten uit een ander deelplafond. Het moet daarbij gaan om een alternatief deelplafond, waarvoor ten tijde van de beoordeling van de aanvraag nog middelen beschikbaar zijn. Bovendien moet uit de uitgevoerde beoordeling blijken dat de desbetreffende activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, ook voldoet aan alle voor het alternatieve subsidieplafond geldende vereisten. Is dat het geval, dan kan de desbetreffende aanvraag worden toegevoegd in de rangordening van het alternatieve subsidieplafond, met als datum van indiening, de datum waarop de Beheerautoriteit heeft besloten tot gedeeltelijk afwijzing van de aanvraag vanwege het bereiken van het plafond.

 

Nadat een complete aanvraag is ontvangen wordt de beleidsbeoordeling opgemaakt, de beleidsbeoordeling maakt onderdeel uit van de totale beoordeling. Voldoet een aanvraag niet aan het vereiste van tenminste 50% van de punten voor de passendheid binnen programma, openstelling programma en/of vigerend beleid dan wordt de aanvraag op basis hiervan afgewezen en niet voorgelegd aan de deskundigencommissie. Voldoet een aanvraag aan het criterium voor tenminste 50% van de punten, dan wordt de aanvraag voorgelegd aan de deskundigencommissie.

 

De Deskundigencommissie zal conform de EFRO-verordeningen3 de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (versie 1, zie voetnoot 1) de aanvragen op diverse punten beoordelen en een score meegeven. Vervolgens worden de geschikte aanvragen beoordeeld door de Beheerautoriteit in de technische toets waarna de beschikking volgt.

 

Overige bepalingen omtrent de verdeling

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 1:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 500.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat;

• Bedraagt het minimale bedrag aan subsidiabele kosten € 200.000.

• Is vigerend beleid van toepassing.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 2:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 6.100.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat.

• Zijn de middelen uitsluitend beschikbaar voor bestaande financieringsinstrumenten onder een Kansen voor West programma en voor elk onderdeel van de middelen (POC- financiering en Participatiefinanciering) dient apart een subsidieaanvraag te worden ingediend.

• De middelen voor het Proof of Concept-fonds, maximaal € 3.600.000 aan te vragen budget, dienen te worden aangewend voor ondersteuning van het innovatieve MKB in de regio Utrecht bij de ontwikkeling van nieuwe producten en/of diensten door het verstrekken van financiering in de vorm van aandelenkapitaal, (converteerbare) leningen of een combinatie daartussen.

• De middelen voor het Participatiefonds, maximaal € 2.500.000 aan te vragen budget, dienen ten worden ingezet voor ondersteuning van het innovatieve MKB bij het realiseren van groei door het verstrekken van aandelenkapitaal, (converteerbare) leningen of een combinatie daartussen.

• Aanvragen zullen worden getoetst aan de hand van het rapport Onderzoek financieringsinstrumenten Kansen voor West (ERAC 2020) en moeten aansluiten op de Regionale Economische agenda 2020-2027.

• Met het Proof of Concept-fonds en het Participatiefonds wil de regio bereiken dat het marktfalen voor Utrechtse innovatieve ondernemers aangepakt wordt; met name voor MKB’ers, die weinig of niet in aanmerking komen voor volledige financiering door de private markt, maar wel deze financiering nodig hebben om verder te kunnen innoveren en ontwikkelen.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 3:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 900.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat.

• Zijn de middelen uitsluitend beschikbaar voor bestaande financieringsinstrumenten onder een Kansen voor West programma.

• De middelen voor Toeleiding naar kapitaal kunnen worden ingezet voor acquisitie van business cases, ondersteuning business case development en het faciliteren van financieringsaanvragen richting de fondsen.

• Aanvragen zullen worden getoetst aan de hand van het rapport Onderzoek financieringsinstrumenten Kansen voor West (ERAC 2020) en moeten aansluiten op de Regionale Economische agenda 2020-2027.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 4:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 500.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat;

• Bedraagt het maximale subsidiepercentage in afwijking van artikel 1.5 lid 1 van de Beleidsregel Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 niet 40%, maar maximaal 60% mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatsteun dit percentage toestaat vanwege de positie als transitieregio;

• Bedraagt het minimale bedrag aan subsidiabele kosten € 200.000.

• Is vigerend beleid van toepassing.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 5:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 500.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat;

• Bedraagt het minimale bedrag aan subsidiabele kosten € 200.000.

• Is vigerend beleid van toepassing.

• Moeten gericht zijn op het innovatieve MKB. Samenwerking met kennisinstelling (deelname in consortium) is verplicht. Projecten in de sector LSH die kunnen indienen bij het Amsterdamse loket worden uitgesloten van het Noord-Hollandse loket.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 6:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 6.762.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat.

• Zijn de middelen uitsluitend beschikbaar voor bestaande financieringsinstrumenten onder een Kansen voor West programma.

• Voor Proof of Concept fondsen die investeren in Zuid-Hollandse innovatieve startende bedrijven zullen aanvragen worden getoetst aan de hand van het rapport Onderzoek financieringsinstrumenten Kansen voor West (ERAC 2020) en moeten aansluiten op de Groeiagenda Zuid-Holland.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 7:

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 515.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat.

• Zijn de middelen uitsluitend beschikbaar voor bestaande financieringsinstrumenten onder een Kansen voor West programma.

• Voor Toeleiding naar Kapitaal fondsen die investeren in Zuid-Hollandse innovatieve startende bedrijven zullen aanvragen worden getoetst aan de hand van het rapport Onderzoek financieringsinstrumenten Kansen voor West (ERAC 2020) en moeten aansluiten op de Groeiagenda Zuid-Holland.

 

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 8:

• Bedraagt het minimale bedrag aan subsidiabele kosten € 200.000.

• Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 500.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat.

• Zijn de middelen uitsluitend beschikbaar voor woningcorporaties met bezit in Noord-Holland. Zij hebben een breed scala aan sociale huurwoningen en zijn dus een belangrijke speler in de transitie naar een circulaire bouweconomie. Woningbouwcorporaties spelen niet alleen een essentiële rol bij het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van renovatie en het creëren van extra wooneenheden, maar ook in de verduurzaming van de bestaande sociale woningvoorraad.

• Is het doel om het fossiele grondstoffengebruik in de bouw te verminderen door de toepassing van biobased en secundaire materialen te bevorderen door:

1. het stimuleren van het gebruik van biobased en/of secundaire materialen bij het renoveren van sociale huurwoningen;

2. het bevorderen van optoppen, aanplakken en uitplinten van bestaande gebouwen met biobased en/of secundaire materialen, met als doel het creëren van nieuwe sociale huurwoningen;

3. het actief delen van verworven kennis en ervaringen met betrekking tot het gebruik van biobased materialen en secundaire materialen in projecten, zoals bedoeld onder 1 en 2, met als doel het vergroten van het bewustzijn en de acceptatie van duurzame bouwpraktijken.

• Geldt dat zij die bijdragen aan één van de eerste twee genoemde doelen, gecombineerd met het derde doel. De focus van de openstelling is gericht op projecten die bestaan uit renoveren en/of het optoppen, aanplakken of uitplinten van bestaande gebouwen en waarbij biobased en/of secundaire materialen zoveel mogelijk worden toegepast waar dat mogelijk is (minimaal 50% secundair en/of biobased van de benodigde materialen op basis van gewicht exclusief fundatie en installaties).

 

Biobased materialen zijn afkomstig uit een (duurzaam beheerde) bron, geteeld, natuurlijk aangevuld of op een menselijke tijdschaal natuurlijk gereinigd, zonder uitputting te veroorzaken. Deze materialen hebben als extra voordeel dat ze CO2 opslaan, waardoor ze een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van de koolstofemissies. Voorbeelden van biobased materialen zijn hout, gras en slib.

Secundaire materialen verwijzen naar materialen die ontstaan als resultaat van een recycling- of hergebruiksproces van oorspronkelijke producten of materialen. Het zijn materialen die niet rechtstreeks uit natuurlijke bronnen worden gewonnen, maar afkomstig zijn van gerecyclede of hergebruikte producten, waardoor ze een tweede leven krijgen en opnieuw worden ingezet in verschillende toepassingen. De normering voor secundaire materialen en producten vereist dat deze materialen op gewichtsbasis minstens 50% gerecyclede grondstoffen bevatten. Deze vereiste kan worden aangetoond door middel van een EPD-berekening (Environmental Product Declaration) of LCA (Life Cycle Assessment) van het product.

Optoppen is het proces waarbij een bestaand gebouw wordt uitgebreid door er één of meerdere extra verdiepingen bovenop te plaatsen.

Aanplakken verwijst naar het proces waarbij een extra volume aan een bestaand gebouw wordt toegevoegd.

Uitplinten is het benutten of uitbreiden van de begane grond en heeft tot doel het maximaliseren van de bruikbare ruimte en het verbeteren van de functionaliteit en waarde van het gebouw door het toevoegen van extra wooneenheden.

• Wordt gericht op projecten in Noord-Holland die inzetten op een zo groot mogelijke maatschappelijke impact. In de aanvraag dient een toelichting te worden opgenomen op welke manier de kennis met de geleerde lessen wordt gedeeld onder partners.

• Specifiek voor specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).

• Is vigerend beleid van toepassing. - Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 9:

• Bedraagt het minimale bedrag aan subsidiabele kosten € 200.000.

• Is vigerend beleid van toepassing.

- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 9:

• Bedraagt het minimale bedrag aan subsidiabele kosten € 200.000.

• Is vigerend beleid van toepassing.

 

Voorts worden de volgende openstelling op het moment van publicatie van dit documenten gesloten:

 

Uit de openstelling van 1 juni 2022:

 

Plafond nummer 7 (2022). Prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie:

 

Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 2.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van provincie Noord-Holland.

 

 

Rotterdam, 29 september 2023

 

 

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, in de hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma Kansen voor West III,

 

Namens deze,

 

R.A.C.J. Simons

Wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur (wijken en kleine kernen)

 

 

 

 

 

 

Toelichting: Op 18 juli is het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 door de Europese Commissie goedgekeurd. Reeds op 5 juni heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat op het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen als Beheerautoriteit Kansen voor West III bij Besluit WJZ/22233414.

 

Op 20 april 2022 is het totale EFRO-subsidieplafond voor de uitvoering van projecten in het kader van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 ad. € 200.333.745 (zie voetnoot 1) bekend gemaakt. Daarbij is aangegeven dat deelplafonds gefaseerd, vastgesteld, opengesteld en bekend gemaakt worden. Het onderhavige besluit heeft betrekking op dergelijke deelplafonds.

 

Het totaalplafond valt uiteen in vijf onderdelen: vier GTI-programmadelen en het regionale programmadeel. De vier GTI-programmadelen maken onderdeel uit van Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 (zie voetnoot 4) en zijn ondergebracht bij de Beheerautoriteit gemeente Rotterdam en de aangewezen intermediaire instanties4, de steden: Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Deze vier steden worden ook wel aangeduid als de G4.

 

De Beheerautoriteit draagt ervoor zorg dat het beschikbare budget voor het regionale programmadeel wordt ingezet ten behoeve van het Programma. Het budget wordt zo ingezet dat de beschikbare middelen evenwichtig worden verdeeld over de regio West en passen binnen het, bij de openstelling van toepassing verklaarde vigerende regionale en lokale beleid van, zowel de G4 als de P4, te weten de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht.

 

Zolang een deelplafond niet is uitgeput, kan (een deel van) het beschikbare, maximale subsidiebedrag van dat deelplafond worden aangewend voor subsidiëring van projecten die (ook en in voldoende mate) van belang zijn voor dat desbetreffende programmadeel. Dat geldt ook, in beperkte mate, voor projecten waarvoor subsidie is aangevraagd onder een ander deelplafond, maar waar het bereiken van het deelplafond aan subsidieverlening in de weg staat. Niet valt uit te sluiten dat er projecten zijn die van belang zijn voor meerdere provincies of steden, of projecten die alleen van belang zijn voor de desbetreffende provincie of stad, maar waarvan de uitvoering zich niet primair binnen die provincie of stad afspeelt. Dergelijke projecten, waarvan is vastgesteld dat sprake is van een voldoende ‘match’ met een ander deelprogramma waarvan het budget nog niet is uitgeput, kunnen dan in uitzonderlijke gevallen toch worden gesubsidieerd ten laste van het deelplafond van de provincie of de stad voor wie het project (ook) relevant is. Dergelijke projecten, die voor financiering uit een alternatief (nog niet uitgeput deelbudget) in aanmerking komen, sluiten achteraan in de rij. Dit met het oog op de belangen van de andere aanvragers die onder het desbetreffende deelbudget hebben aangevraagd.

 

Of een project past in het programmadeel van de desbetreffende provincie of stad, wordt beoordeeld aan de hand van het, bij de openstelling van toepassing verklaarde, vigerende regionale en lokale beleid. Indien het project niet past binnen dit beleid, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Het vigerende regionale en het lokale beleid van bovengenoemde provincies en steden is (onder meer) te raadplegen via de website van Kansen voor West (www.kansenvoorwest.nl).

 

Bijzondere eisen per subsidieplafond

In Beleidsregel Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 (versie 1) is bepaald dat de Beheerautoriteit gelijktijdig met het vaststellen en bekend maken van een subsidieplafond kan bepalen dat, van hetgeen in de Beleidsregel is opgenomen, wordt afgeweken en/of dat er voor aanvragen die worden ingediend onder het desbetreffende subsidieplafond aanvullende eisen gelden. Dat is in het onderhavige besluit gebeurd.

 

 

VOETNOTEN:

 

1 Voor alle hier opgenomen (deel)plafonds geldt dat aanvragen getoetst worden aan het van toepassing verklaarde deel van het Programma EFRO West-Nederland 2021 – 2027. Indien er sprake is van extra vigerend beleid voor een (deel)plafond dan wordt dit voor het betreffende (deel)plafond kenbaar gemaakt op de website www.kansenvoorwest.nl.

2 Verordening (EU) Nr. 2021/1060 en Nr. 2021/1058

3 Verordening (EU) Nr. 2021/1060 en Nr. 2021/1058

4 De intermediaire instanties worden formeel aangewezen en gepubliceerd als het programma EFRO West-Nederland 2021- 2027 is goedgekeurd.

Naar boven