Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2023, 406652 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2023, 406652 | verkeersbesluit of -mededeling |
Verkeersbesluit instellen verbod voor plaatsen fietsen en bromfietsen gebied Hortusplein en omgeving
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).
dat de Jacobstraat, Achterlangs, Nieuwlandje, Drostestraat, Hortusplein, Zuiderstraat, Gedempte Voldersgracht (tussen Zuiderstraat en Vestestraat), Boereplein, Vestestraat, Luitestraat en Zijlvest/Wilhelminastraat (tussen Zuiderstraat en de Prins Hendrikstraat) zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de voornoemde wegen in het beheer zijn bij de gemeente Haarlem;
dat dit wegen zijn zoals bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor de voornoemde wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid;
dat de voornoemde wegen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR) zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de wegen daarmee deel uitmaken van een verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat de voornoemde wegen deel uitmaken van de binnenstad van Haarlem;
dat het fiets- en bromfietsgebruik in de omgeving van de binnenstad hoog is;
dat grote aantallen willekeurig gestalde fietsen en bromfietsen in de binnenstad hinder en overlast geven;
dat de gemeente Haarlem schone en gezonde vormen van vervoer stimuleert, waaronder het gebruik van de fiets;
dat daarom in 2022 een fietsenstalling Raaks Hortusplein is gerealiseerd, welke is gelegen nabij het Hortusplein aan de westelijke zijde van de binnenstad;
dat de stalling Raaks Hortusplein een gratis en bewaakte fietsenstalling is, welke beschikt over 1000 plaatsen voor fietsen;
dat in het gebied waarin de voornoemde wegen zijn gelegen vakken en rekken voor het plaatsen van fietsen en bromfietsen aanwezig zijn, welke een gezamenlijk capaciteit bieden voor het plaatsen van 244 fietsen en bromfietsen;
dat deze stalling, vakken en rekken oplossing moeten bieden voor de eerder genoemde problematiek met betrekking tot het plaatsen van fietsen en bromfietsen;
dat het plaatsen van fietsen en bromfietsen buiten de daarvoor bestemde plaatsen, voor het verkeer ten koste gaan van de toegankelijkheid en vrij gebruik van de openbare ruimte van het Hortusplein en directe omgeving;
dat op grond van de APV maatregelen zijn genomen om het hinderlijke en overlast veroorzakende parkeren van fietsen en bromfietsen op de voornoemde wegen tegen te gaan;
dat daartoe een separaat besluit op grond van de APV is genomen waarop kan worden gehandhaafd en bestuursdwang kan worden toegepast op fietsen en bromfietsen die buiten de daartoe bestemde plaatsen zijn gestald;
dat om praktische redenen het toepassen van bestuursdwang op grond van deze APV-bepalingen op het stallen van bromfietsen vrijwel onmogelijk is;
dat deze praktische bezwaren vooral zijn gelegen in het arbo-technische feit dat het veelvuldig tillen van bromfietsen vanwege hun massa een gezondheidsrisico voor de werknemer kan opleveren alsmede de milieubelasting die kan ontstaan als gevolg van het lekken van vloeistoffen in de opslagruimte voor verplaatste bromfietsen;
dat, omdat handhaving op het plaatsen van fietsen en de daarbij behorende bestuursdwang plaatsvindt op basis van APV-bepalingen, op dezelfde weggedeelten waar (zone-)borden E3 worden geplaatst, de handhaving beperkt kan worden tot toezicht op de naleving van de in het RVV 1990 opgenomen gedragsregels voor het plaatsen van bromfietsen;
dat middels ‘bekeuren op kenteken’ efficiënt en effectief kan worden gehandhaafd op een door middel van bord E3 aangeduid verbod tot het plaatsen van bromfietsen;
dat het daarom gewenst is om op de wegen nabij het Hortusplein een verbod in te stellen voor het plaatsen van fietsen en bromfietsen buiten de daarvoor bestemde weggedeelten;
dat aan de westelijke zijde van deze zone de weg Zijlvest/Wilhelminastraat is gelegen;
dat aan de Zijlvest/Wilhelminastraat de bushalte Raaksbrug is gelegen;
dat bij de bushalte aan de westelijke zijde van de Zijlvest/Wilhelminastraat geplaatste fietsen en bromfietsen het trottoir blokkeren;
dat het daarom gewenst is om een verbod tot het plaatsen van fietsen en bromfietsen in te stellen op het trottoir aan de westelijke zijde van de Zijlvest/Wilhelminastraat, het weggedeelte tussen de Zuiderstraat en de Prins Hendrikstraat;
dat voornoemde maatregelen worden gerealiseerd door het instellen van een verbod om fietsen en bromfietsen te plaatsen door middel van het plaatsen van begin/einde zoneborden E3 van bijlage 1 van het RVV 1990 op de voornoemde wegen nabij het Hortusplein en door het plaatsen van borden E3 van bijlage 1 van het RVV 1990 op het trottoir aan de westelijke zijde van de Zijlvest/Wilhelminastraat, het weggedeelte tussen de Zuiderstraat en de Prins Hendrikstraat;
dat blijkens het bepaalde in artikel 65 lid 3 van het RVV 1990 een door middel van bord E3 aangeduid verbod om bromfietsen te plaatsen niet van toepassing is op de daartoe bestemde weggedeelten zoals omschreven in artikel 27 van het RVV 1990;
dat blijkens de begripsbepaling in artikel 1 van het RVV 1990 een snorfiets een bromfiets is met een constructiesnelheid van niet meer dan 25 km/u;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het verwijderen en plaatsen van borden E3 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het waarborgen van de bruikbaarheid van de weg en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;
dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:
- door middel van het plaatsen van begin/einde zoneborden E3 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verbod voor het plaatsen van fietsen en bromfietsen in te stellen op de volgende wegen:
- door middel van het plaatsen van de verkeersborden E3 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verbod voor het plaatsen van fietsen en bromfietsen in te stellen op het trottoir aan de westelijke zijde van de Zijlvest/Wilhelminastraat, het weggedeelte tussen de Zuiderstraat en de Prins Hendrikstraat;
- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.
Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-406652.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.