Verkeersbesluit instellen eenrichtingsverkeer op de parallelweg van de Vondelweg

Nr. 2023/1382254

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de parallelweg van de Vondelweg gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de parallelweg van de Vondelweg in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de parallelweg van de Vondelweg een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid openbare ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de parallelweg van de Vondelweg gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van het verblijfsgebied;

dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat de parallelweg van de Vondelweg door middel van borden C2 en C3 van bijlage 1 van het RVV 1990 is aangewezen als eenrichtingsweg, in zuidelijke richting, waarbij met een onderbord een uitzondering daarop is gemaakt voor fietsers;

dat op het wegvak tussen de Palamedesstraat en perceel Vondelweg no.288b geen eenrichtingsverkeer op de parallelweg van de Vondelweg is ingesteld en de weg in zuidelijke richting is aangeduid als doodlopende weg en ter hoogte van no. 288b verder doorloopt als verplicht fietspad;

dat andere bestuurders dan fietsers op dit weggedeelte de keuze moeten maken om óf te keren op de betrekkelijk smalle rijbaan van de parallelweg van de Vondelweg en terug te rijden in noordelijke richting, óf om, ter hoogte van no. 288b, via een doorsteek in de berm naar de hoofdrijbaan van de Vondelweg te rijden;

dat bestuurders kennelijk veelal deze laatste keuze maken en via de doorsteek naar de hoofdrijbaan rijden;

dat op dit punt eveneens bestuurders vanaf de hoofdrijbaan kunnen afslaan naar de parallelweg;

dat gebleken is dat beide afslaande bewegingen niet zonder risico’s zijn en het gewenst is om de verkeerssituatie te verduidelijken;

dat het gewenst is om op het gehele traject van de parallelweg een eenduidige verkeersregeling aan te geven;

dat het tevens gewenst is dat bestuurders niet gaan stilstaan op de hoofdrijbaan van de Vondelweg om vervolgens af te slaan naar de parallelweg om deze in noordelijke richting te gebruiken;

dat om bovenstaande redenen besloten wordt tot het verwijderen van het bord L8 van bijlage 1 van het RVV 1990 en door middel van het plaatsen van borden C2 en C3 van bijlage 1 van het RVV 1990 eenrichtingsverkeer in te stellen op de parallelweg van de Vondelweg vanuit de richting Palamedesstraat in zuidelijke richting tot aan perceel Vondelweg no.288b;

dat daarbij door middel van het plaatsen van een onderbord model OB52 hierop een uitzondering wordt gemaakt voor fietsers;

dat tegelijkertijd haaientanden worden geplaatst op de aansluiting van de doorsteek tussen de parallelweg van de Vondelweg op de hoofdrijbaan van de Vondelweg, ter ondersteuning van het aldaar geplaatst bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990;

dat daarmee een voorrangsregeling wordt weergeven die identiek is aan die van de tegenoverliggende kruispuntaansluiting van het oostelijk gelegen verplicht fietspad op de Vondelweg;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van de borden C2 en C3 van bijlage 1 van het RVV 1990, alsmede met plaatsen van haaientanden een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van borden C2 en C3 van bijlage 1 van het RVV 1990 op de het wegvak van de parallelweg van de Vondelweg, tussen de Palamedesstraat in zuidelijke richting tot aan perceel Vondelweg no.288b eenrichtingsverkeer in te stellen, waarbij met het onderbord model OB52 hierop een uitzondering wordt gemaakt voor fietsers;

- door middel van het plaatsen van haaientanden op de aansluiting van de doorsteek tussen de parallelweg van de Vondelweg op de hoofdrijbaan van de Vondelweg de door middel van bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 nader aan te duiden;

- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Melvin Werkhoven

Teammanager beleid openbare ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven