Verkeersbesluit instellen bushalte Dreef

Nr. 2023/1379296

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Dreef gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Dreef in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Dreef een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid openbare ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Dreef gecategoriseerd is als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom;

dat de verblijfsfunctie op een gebiedsontsluitingsweg ondergeschikt is aan de verkeersfunctie;

dat er in de Ov-dienstregelingen één gezamenlijke haltelocatie Houtplein is waar aan weerszijden van de rijbaan van het Houtplein busperrons zijn ingericht waar bussen ‘dynamisch’ kunnen halteren, wat betekent dat zowel voor het perron stad-in als het perron stad-uit de bussen direct achter elkaar halteren, waarbij de voorste bus als eerste wegrijdt.

dat de kans bestaat dat -omdat het instappen van passagiers langer duurt dan het uitstappen- de bussen aan de westzijde van het Houtplein gedurende langere tijd bij de halte staan te wachten;

dat vanwege het grote aantal bussen dat per richting over het Houtplein rijdt, de beschikbare haltelengte op de westzijde van Houtplein niet voldoende is gebleken en de haltecapaciteit dient te worden uitgebreid;

dat, in het belang van het aan reizigers beschikbaar stellen van voldoende OV-capaciteit, elders een extra halte wordt aangeboden en daarom de buslijnen die rijden via de Dreef van een halte te voorzien op de Dreef zelf waar in eerste instantie alleen bussen die niet onderdeel zijn van het zogenaamde ‘hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)’ halteren;

dat om bovenstaande redenen aan de westzijde op de rijbaan van de Dreef, ter hoogte van de no’s. 4-10 een bushalte wordt ingericht, en aangeduid door middel van het plaatsen van bord L3(bushalte) van bijlage 1 van het RVV 1990;

dat bij de bushalte een geblokte markering wordt aangebracht waarmee de lengte van de bushalte en de werkingssfeer van het bord L3 (bushalte) is bepaald;

dat het voor de verkeersveiligheid van belang is dat de op de Dreef, ter hoogte van de aan te leggen bushalte, aanwezige doorgetrokken streep in stand wordt gehouden;

dat dit inhoudt dat voertuigen achter een halterende bus deze bus niet mogen passeren via de andere rijstrook, en daarom bij het ontwerpen en de positionering van deze halte rekening is gehouden met dit verbod;

dat de lengte van de halte en de locatie zodanig zijn vastgesteld dat de kans klein is dat achter de hier halterende bussen een wachtrij van voertuigen ontstaat die het afrijden van Houtplein richting Frederikspark zou kunnen belemmeren;

dat het gebruik van de halte Dreef zal worden geëvalueerd en met name zal worden bepaald door de concessiehouders van de diverse buslijnen die halteren op de ‘halte Houtplein’;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van bord L3(bushalte) van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen, met dien verstande dat stellig geadviseerd wordt om aan de concessiehouder OV toestemming te geven om deze halte slechts te gebruiken voor het halteren, dus het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers. Verder dient bij de evaluatie meegenomen te worden in welke mate bestuurders gebruik maken van het gestelde in artikel 23, lid 1 onder e en lid 2 RVV1990 en de hinder voor het verkeer dat dit gebruik tot gevolg heeft. Bij gebleken veelvuldig verkeersgevaarlijk gedrag door weggebruikers, zoals het inhalen van een halterende lijnbus en andere voertuigen, waarbij de doorgetrokken as-streep wordt overschreden of het blokkeren van het kruispunt Frederikspark/Houtplein/Dreef, adviseert de politie om de evaluatie eerder uit te voeren.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van bord L3(bushalte) van bijlage 1 van het RVV 1990, ondersteund met blokmarkering, een bushalte in te stellen aan de westzijde op de Dreef ter hoogte van de no’s. 4-10;

- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Melvin Werkhoven

Teammanager beleid openbare ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven