Overwegende:
dat de Zijlweg gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Zijlweg in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de Zijlweg een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid openbare ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat de Zijlweg gecategoriseerd is als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom;
dat de verblijfsfunctie op een gebiedsontsluitingsweg ondergeschikt is aan de verkeersfunctie;
dat in het pand Zijlweg 26 onder andere een huisarts zijn intrek heeft genomen en daarbij verhuisd is vanaf het pand Zijlweg 80;
dat in het pand Zijlweg 26 niet alleen een huisarts is gevestigd maar daarnaast in pand ook een combinatie van allerlei zorg onder één dak wordt aangeboden;
dat het gewenst is dat dit pand goed bereikbaar is voor mindervaliden die afhankelijk zijn van vervoer met een auto en de loopafstand tussen auto en deze locatie beperkt blijft;
dat dit kan worden gerealiseerd door middel van het reserveren van een gehandicaptenparkeerplaats op de parkeerstrook langs de Zijlweg, nabij no.26;
dat daartoe een parkeervak wordt gemarkeerd en het bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 wordt geplaatst;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van de borden E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregel;
dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.