Gemeenteblad van Dordrecht
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Dordrecht | Gemeenteblad 2023, 330021 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Dordrecht | Gemeenteblad 2023, 330021 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Dordrecht (Financiële verordening gemeente Dordrecht)
De RAAD van de gemeente Dordrecht;
gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 28 maart 2023;
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Dordrecht:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1 Definities en afkortingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Begrotingscriterium: Is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Begrotingssaldo (-overschot of -tekort): Het bedrag dat ontstaat door de begrote lasten af te trekken van de begrote baten. Dit bedrag wordt begroot als resultaat (toevoeging aan het eigen vermogen) om de lasten en baten van exploitatiebegroting op elkaar te laten aansluiten. Indien de realisatie exact aansluit op de begroting is dit het rekeningresultaat, dat via bestemming doorgaans aan de algemene reserve (eigen vermogen) wordt toegevoegd/onttrokken. Bij een positief saldo is sprake van begrotingsoverschot, bij een negatief saldo van begrotingstekort.
Voorwaardencriterium: Is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Hoofdstuk 2. Kiezen, sturen en verantwoorden
Artikel 2 Kiezen sturen en verantwoorden
Het college biedt de raad aan het begin van een nieuwe bestuursperiode de nota 'Kiezen, sturen en verantwoorden' ter vaststelling aan. In deze nota worden (wijzigingsvoorstellen op) de inhoudelijke en financiële inrichting van de programmabegroting, de beleidsindicatoren, de P&C-cyclus inclusief opleveringsdata en de onderwerpen waarover de raad (via extra paragrafen/bijlagen) in de P&C-cyclus geïnformeerd wordt vastgelegd.
Gelijktijdig met de Kadernota biedt het college de raad de "prognose grondbedrijf" en de "herijking parkeerexploitatie" aan, waarin de ramingen van deze exploitaties en bijbehorende reserves worden geactualiseerd en de meerjarenbegroting hierop wordt aangepast. Voorstellen voor nieuw beleid voor deze onderdelen worden opgenomen in de Kadernota en/of apart aan de raad voorgelegd.
Artikel 4 Programmabegroting en begrotingswijzingen
de 1e Bestuursapportage neemt het college, gelijktijdig met de Kadernota, voorstellen op voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen/bijsturen van het beleid o.b.v. gesignaleerde afwijkingen voor het lopende jaar;
In de Bestuursrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting ongeacht het bedrag toegelicht. Afwijkingen kleiner dan € 100.000 worden alleen opgenomen indien deze politiek relevant zijn of structurele aanpassing van de meerjarenbegroting onvermijdelijk is.
Indien de voorgestelde begrotingswijziging leidt tot een geactualiseerde begroting met een negatief begrotingsresultaat wordt het voorstel voorzien van (mogelijke) beleidsmaatregelen om te komen tot een sluitende begroting. Het college onderbouwt in dat geval het voorgestelde besluit om in te teren op het eigen vermogen, danwel het voorgestelde besluit om beleidsmaatregelen te nemen om dat te voorkomen. In geval van het laatste wordt aangegeven welk effect dat heeft op de beleidsdoelen en vastgestelde activiteiten in de begroting.
Artikel 6 (Rijks)bijdragen / Circulaires
Voor het verwerken van financiële effecten uit circulaires worden raadsvoorstellen gemaakt met een begrotingswijziging. Indien verwerking van (een deel van de) financiële effecten via een regulier P&C-document (Kadernota, Begroting of Bestuursrapportage) plaatsvindt worden deze duidelijk toegelicht.
Bedragen die bij circulaires beschikbaar zijn gesteld en waarover de raad voor het einde van het jaar nog geen besluit heeft genomen vallen vrij in het resultaat en worden als onderdeel van de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve, tenzij de raad eerder anders heeft bepaald. Indien het college op een later moment een voorstel aan de raad voorlegt om uitvoering te geven aan taakmutaties en/of alsnog een beroep wil doen op deze middelen, geldt als dekking, in de volgende volgorde: een positief begrotingssaldo, onvoorzien, algemene reserve.
Artikel 7 Jaarverslag, jaarrekening en budgetoverheveling
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De raad besluit over het overhevelen (bestemmen) van resterend exploitatiebudget en investeringskredieten bij vaststelling van de Jaarstukken op basis van:
een tabel van investeringen, waarin de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten is opgenomen en wordt aangegeven welke kredieten worden afgesloten en welke worden doorgeschoven, voorzien van een toelichting op onderdelen waarvoor de verschuiving buiten de planperiode van het krediet valt.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 9 Overige budgetregels
Hogere dan begrote inkomsten mogen worden ingezet voor uitgaven in dat begrotingsprogramma indien de externe partij waarvan de bate is ontvangen afdwingbare voorwaarden heeft opgenomen over de besteding van deze middelen, zoals bij een SPUK én deze uitgaven passen binnen het staand beleid. Indien er geen afdwingbare voorwaarden zijn gesteld en/of sprake is van nieuw beleid wordt aan de raad een voorstel voorgelegd voor inzet van de middelen, inclusief een begrotingswijziging voor de aanpassing van de lasten en de baten.
Artikel 10 Wensen en bedenkingen grote onderwerpen
Artikel 11 Actieve informatieplicht financiële gevolgen
Het college en de burgemeester informeren de raad kort en bondig en geeft daarbij, indien relevant, aan welke achterliggende stukken bestaan en waar deze ter inzage liggen, evenals - indien gewenst door het college of de burgemeester - de mogelijkheid en termijn waarbinnen op de informatie kan worden gereageerd.
Bij het voorzien van informatie worden de bepalingen van de Gemeentewet (art. 25) evenals de Wet Open Overheid gerespecteerd; in deze gevallen zal de niet-openbaarheid c.q. vertrouwelijkheid uitdrukkelijk kenbaar worden gemaakt en zal het college de raad zo veel mogelijk op hoofdlijnen informeren. Het college voorziet de raad in ieder geval van informatie, wanneer er sprake is van de volgende omstandigheden:
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 12 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onzekerheden) toegelicht indien deze de rapporteringstolerantie van het jaarlijks vastgestelde controleprotocol overschrijden. In dat geval geeft het college aan waar de bevindingen/afwijkingen betrekking op hebben en voor welk bedrag.
Artikel 13 Voorwaardencriterium
Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (externe en interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. De interne wet- en regelgeving betreffen de wet- en regelgeving die door de raad zijn vastgesteld.
Artikel 14 Begrotingscriterium
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaand beleid van de raad, worden wel opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor onroerendezaakbelastingen, parkeerbelasting, hondenbelasting, precariobelasting, logiesheffing, marktgelden, reinigingsrecht, binnenhavengelden, rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten en leges.
Artikel 17 Risicomanagement en weerstandsvermogen
Artikel 18 Onderhoud kapitaalgoederen
Het college biedt de raad, als bijlage bij deze verordening, een beleidsnota over onderhoud aan kapitaalgoederen ter vaststelling aan. In dit beleid wordt ingegaan op het beoogde onderhoudsniveau, de planning voor het onderhoud en de kosten van onderhoud voor de openbare ruimte, gebouwen en riolering.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 5 jaar een onderhoudsplan openbare ruimte ter vaststelling aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen (incl. kunstwerken, verkeersinstallaties en straatmeubilair).
Het college biedt de raad ten minste eens in de 5 jaar een rioleringsplan ter vaststelling aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud.
Het college biedt de raad, als bijlage bij deze verordening, een nota verbonden partijen ter vaststelling aan. In deze nota worden de kaders voor deelname aan verbonden partijen opgenomen.
Artikel 23 Waardering & afschrijving vaste activa
1. Het college biedt de raad jaarlijks een meerjaren-investeringsplan ter vaststelling aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende periode.
2. Immateriële en materiële activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in het afschrijvingsbeleid, dat als bijlage bij deze verordening is opgenomen.
Artikel 24 Actualisatie verordening, nota's en statuten
Het college beziet voor op grond van artikelen 16 t/m 23 genoemde documenten afzonderlijk en voor de verordening in zijn geheel, ten minste iedere 4 jaar, of er aanleiding is deze te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie.
De overheadkosten worden administratief gesplitst in "algemene overhead" (lasten en baten die nodig zijn om te kunnen werken, zoals leiding, secretariaat, kantoorartikelen) en "overheaddiensten" (servicetaken, die ook als dienst worden uitgevoerd voor andere gemeenten, zoals ICT, communicatie, financiële administratie).
De algemene overhead wordt toegerekend aan producten, diensten en heffingen naar rato van de loonsom van het overige personeel (inclusief het onderdeel overheaddiensten). De lasten van het onderdeel overheaddiensten worden vervolgens, na aftrek van de baten, ook toegerekend aan producten, diensten en heffingen naar rato van de loonsom van de overige producten, diensten en heffingen.
Artikel 27 Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (btw) betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe personeelskosten die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe personeelskosten.
De rente die wordt toegerekend aan activiteiten is gelijk aan de in de begroting opgenomen omslagrente. De omslagrente wordt jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld o.b.v. het ingevulde renteschema. Het te gebruiken rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt jaarlijks door de raad bij de begroting vastgesteld. In de begroting wordt de berekening opgenomen, voorzien van een toelichting.
Artikel 28 Prijzen economische activiteiten
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarbij de betreffende levering als levering in het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.
Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarbij informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Het college draagt zorg voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 5 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 33 Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De huidige Financiële verordening gemeente Dordrecht laatstelijk gewijzigd op 21 december 2022 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2022 en op de begroting van het begrotingsjaar 2023.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 16 mei 2023.
De griffier, De voorzitter,
A.E.T. Wepster, A.W. Kolff
Bijlage 2 bij artikel 17 Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen
Bijlage 3 bij artikel 18 Nota onderhoud kapitaalgoederen
Bijlage 4 bij artikel 19 Financieringsstatuut en Nota garantstellingen en leningen
Externe link: Financieringsstatuut
Bijlage 6 bij artikel 21 Nota Grondbeleid 2018 "Regie op Exploitatie"
Bijlage 7 bij artikel 22 Nota reserves en voorzieningen
Bijlage 8 artikel 23 Afschrijvingsbeleid
De ondergrens voor het activeren van investeringen met maatschappelijk nut wordt gesteld op € 100.000 (excl. btw).
De ondergrens voor het activeren van (enkelvoudige) investeringen met economisch nut wordt gesteld op € 25.000 (excl. btw).
De ondergrens voor het activeren van gelijksoortige investeringen met economisch nut die ook verzameld kunnen worden wordt gesteld op € 40.000 (excl. btw).
Wanneer een investering deze bedragen overstijgt, zal activering op de balans plaats moeten vinden. Investeringen met een lagere aanschafwaarde worden niet geactiveerd, maar direct in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatie verantwoord.
Een uitzondering op het bovenstaande vormen de investeringen in gronden, terreinen en effecten (aandelen). Deze worden altijd geactiveerd, onafhankelijk van het bedrag. Hierop wordt ook niet afgeschreven.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht, tenzij sprake is van projectfinanciering.
Er wordt gestart met afschrijving in het begrotingsjaar dat volgt op het moment van ingebruikname, dit moment wordt gelijkgesteld aan het moment van administratieve afsluiting.
In sommige gevallen wordt bij de afschrijving rekening gehouden met een restwaarde. Hiervan is sprake bij de volgende activa:
Onderwijsgebouwen: maximaal 25% van de WOZ-waarde bij ingebruikname;
Kantoorpanden: maximaal 50% van de WOZ-waarde bij ingebruikname na aftrek van de boekwaarde van de grond;
Woningen, sportcomplexen, multifunctionele accommodaties, buurthuizen en ateliers: maximaal 25% van de WOZ-waarde bij ingebruikname.
In de overige gevallen is de restwaarde bepaald op nihil.
In onderstaande afschrijvingstabel worden de afschrijvingstermijnen en de afschrijvingsmethode van de verschillende activa weergegeven. Deze termijnen zijn richtinggevend en niet bindend. Wanneer wordt afgeweken van aangegeven afschrijvingstermijnen dient dit bij de kredietaanvraag te worden gemotiveerd.
In geval van een annuïteit wordt deze berekend op het moment van ingebruikname. Wanneer de rente wordt bijgesteld gedurende de afschrijvingsduur wordt enkel de rentecomponent van de kapitaallasten bijgesteld. De afschrijvingscomponent blijft gelijk. Hierna is er feitelijk geen sprake meer van een zuivere annuïteit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-330021.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.