Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Maasgouw

 

1. Inleiding

De overheid speelt een belangrijke rol in de manier waarop we met elkaar samenleven. Als volksvertegenwoordigers en bestuurders zetten we ons dagelijks in voor de inwoners van Maasgouw. Dat is best lastig, omdat we niet overal ‘ja’ op kunnen zeggen. Bovendien zijn we naast volksvertegenwoordiger of bestuurder op talloze manieren betrokken in onze gemeenschap, als lid van een sportvereniging, eigenaar van een zaak of als vrijwilliger bij de voedselbank. Dat betekent dat we regelmatig te maken hebben met verschillende belangen.

Integriteit gaat over de keuzes die we maken in deze ingewikkelde situaties. Welke keuze de juiste is, staat niet in steen gebeiteld. De normen en waarden die we gebruiken om te bepalen wat de goede afweging is, bepalen we met elkaar: als maatschappij, maar ook als volksvertegenwoordigers en bestuurders onderling.

Deze gedragscode is opgesteld om ons als leden van de gemeenteraad, burgerleden en het college van B en W van Maasgouw te helpen bij het voeren van een open gesprek over integriteit. Integriteit is een belangrijk thema voor iedereen die een functie heeft in het openbaar bestuur. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat wij als raads-, burger- en collegeleden op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaan, dat we open en transparant zijn en dat we ons alleen voor het algemeen belang inzetten. Integriteit gaat over de normen en waarden die we met elkaar hoog houden. Het betekent dat we het goede doen, ook als niemand kijkt. Deze gedragscode helpt daarbij. Het biedt ons houvast in hoe we met elkaar omgaan en wat we van elkaar mogen verwachten. Tegelijkertijd beseffen we dat de gedragscode geen uitputtend document is met regels die voorschrijven wat we wel en niet mogen doen.

Over deze gedragscode

 

Vanuit de Gemeentewet is elke gemeente verplicht om een gedragscode voor de gemeenteraad, de wethouders en de burgemeester vast te stellen (art. 15, 41c, en 69). Deze gedragscode is van toepassing op alle raadsleden, burgerleden en collegeleden van Maasgouw. Deze gedragscode biedt een aanknopingspunt om met elkaar in gesprek te gaan wanneer we geconfronteerd worden met een dilemma. Dat kan zijn wanneer we twijfelen over ons eigen handelen óf wanneer we twijfelen over het handelen van een collega. Wanneer iemand de gedragscode overtreedt – of wanneer we dit vermoeden – proberen we de situatie eerst onderling op te lossen, als dat mogelijk is. Als dit niet lukt betrekken we de burgemeester bij de situatie en volgen we de procedure zoals beschreven in het ‘Protocol Integriteitsmeldingen gemeente Maasgouw’. In het vervolg van deze gedragscode gaan we verder in op een aantal onderwerpen die onze aandacht verdienen.

 

Verantwoordelijkheden

Als raads-, burger- en collegeleden hebben we een voorbeeldfunctie, zowel naar elkaar als richting de inwoners van Maasgouw. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen (Gemeentewet art. 170 lid 2). Raadsleden, burgerleden en collegeleden hebben echter allen een rol en een verantwoordelijkheid om de normen en waarden die wij samen hebben afgesproken hoog te houden. We hebben allemaal een eigen, individuele, verantwoordelijkheid om onze standaarden op het gebied van integriteit hoog te houden, maar dit geldt ook voor de raad en het college als geheel.

Onze kernwaarden

In deze gedragscode staan onze kernwaarden centraal: het dienen van het algemeen belang, professionaliteit, eerlijkheid en transparantie. Vanuit deze kernwaarden geven we ons handelen vorm en proberen we de juiste keuzes te maken.

 

Het dienen van het algemeen belang

Als raads-, burger- en collegeleden dienen we het algemeen belang. Dat betekent dat we ons persoonlijk belang opzij (kunnen) zetten. Twijfelen we hierover? Dan gaan we hierover met elkaar in gesprek.

Professionaliteit

Professionaliteit houdt in dat we ons gedragen naar onze rol, vanuit een fatsoenlijke houding. We gaan op een respectvolle manier met elkaar om, zowel binnen als buiten het gemeentehuis. Raads-, burger- en collegeleden hebben respect voor elkaar én voor de inwoners van Maasgouw. We hanteren zelf een hoge standaard voor integriteit, en mogen dat ook van elkaar verwachten.

Eerlijkheid en transparantie

Eerlijkheid betekent we elkaar kunnen vertrouwen en dat we ons transparant opstellen. We zijn duidelijk over onze intenties en houden er geen verborgen agenda op na: ‘zeg wat je doet, en doe wat je zegt’. Afspraken die we met elkaar maken, daar houden we ons aan.

2. Integriteitsonderwerpen

Omgangsvormen

Vanuit onze professionele houding gaan we respectvol met elkaar om. We behandelen anderen zoals we zelf ook behandeld willen worden. Dit betekent ook dat we elkaars grenzen herkennen en respecteren. We vertonen geen grensoverschrijdend gedrag. Dit betekent dat we met ons gedrag de waardigheid van een ander in stand houden. Deze grenzen spreken we met elkaar af. Wanneer we een onwenselijke situatie tussen anderen zien, nemen we onze verantwoordelijkheid door elkaar hierop aan te spreken. We spreken met elkaar, niet over elkaar.

We maken ons niet schuldig aan discriminatie. Dit houdt in dat we geen onterecht onderscheid maken tussen mensen op basis van hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid, of op welke grond dan ook. We maken ons evenmin schuldig aan pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie. Bij (seksuele) intimidatie gaat het om (seksueel getint) (non)verbaal en/of fysiek contact dat door een ander als ongewenst wordt ervaren.

Belangenverstrengeling

Belangenverstrengeling – of de schijn daarvan – is een van de eerste aspecten die men associeert met het begrip integriteit. Als raads-, burger- en collegeleden zetten we ons in voor het algemeen belang en voor alle inwoners van Maasgouw. Niet voor onszelf of voor een individu. We hebben een neutrale positie en zetten onze persoonlijke belangen opzij. We hebben een verantwoordelijkheid om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen en zetten ons hier actief voor in.

Soms kan het voorkomen dat we te maken krijgen met onderwerpen waar we zelf een belang bij hebben, bijvoorbeeld als de gemeente een besluit neemt over een vereniging waar een raads- of burgerlid zelf bestuurder van is. De Gemeentewet schrijft voor dat raadsleden niet deelnemen aan de beraadslaging en stemming over aangelegenheden die hen rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan of waarbij zij als vertegenwoordiger zijn betrokken (art. 28). In de volgende rechtszaken is duidelijk gemaakt wanneer er sprake is van belangenverstrengeling.

  • Als je als medewerker van een collegiaal bestuursorgaan (in dit geval een waterschap) betrokken bent bij de voorbereiding van een besluit, terwijl je hier ook als gemeenteraadslid over meestemt, dan is de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Dit wordt nog eens versterkt als men dan ook een beslissende stem heeft in de raad. (ABRvS 7 augustus 2022 (Winsum).

  • Als je woont en werkt op een terrein waarover een bestemmingsplan wordt vastgesteld, dan is het wonen en werken op dit terrein voldoende om te spreken van een persoonlijk belang bij de wijze waarop het plan wordt vastgesteld omdat dit direct van invloed zou kunnen zijn op je woon- en leefklimaat. Als je vervolgens ook actief meedoet aan de besluitvorming en aannemelijk is dat je die hebt beïnvloed, dan zit je fout. (ABRvS 6 februari 2013 (Graft-De Rijp));

  • Als je als raadslid meestemt over een plan van een zorgcomplex voor een stichting waarbij je als ouder en commissielid van de stichting betrokken bent, is er geen sprake van de schijn van belangenverstrengeling als je verder niet het woord voert bij het onderwerp en geen beslissende stem hebt. (ABRvS 3 juni 2020 (Stede Broec)).

 

Ondanks de beschikbare regels en rechtspraak zullen er situaties zijn waarin niet meteen duidelijk is hoe er gehandeld moet worden. Juist daarom doen we een beroep op elkaars verantwoordelijkheid om hier een goede afweging in te maken. Deze verantwoordelijkheid houdt ook in dat we situaties waar we over twijfelen aan elkaar melden en hierover in gesprek gaan. Voorkomen is in deze gevallen beter dan genezen.

 

Voorbeeld: als raadslid en inwoner van gemeente Maasgouw zullen we allemaal te maken krijgen met besluitvorming die ons persoonlijk aangaat. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over aan te leggen speeltuinen in verschillende wijken. Dit is van invloed op alle raadsleden die in die wijken wonen. Betekent dat dat zij zich allemaal moeten onthouden van stemming en beraadslaging? Nee, in zo’n geval behartigen we niet ons persoonlijk belang bij de aanleg van de speeltuinen, maar komen we op voor het algemeen belang.

Zoals eerder beschreven onthouden we ons van stemming en beraadslaging als het persoonlijk belang rechtstreeks is. Maar wanneer is dat zo? De volgende vragen kunnen helpen een antwoord te bepalen:

 

  • Wat is de reikwijdte van het besluit? Gaat het over alle wijken in gemeente Maasgouw of richt het besluit zich alleen op jouw eigen buurt? In het eerste geval komen we op voor het algemeen belang. In het tweede geval zal (de schijn van) belangenverstrengeling mogelijk eerder optreden.

  • Hoe nauw is de betrokkenheid bij het dossier? Ergens in dienst zijn of ergens wonen zorgt nog niet direct voor rechtstreekse betrokkenheid. Zelf aan een dossier werken of je daar actief in mengen wel. Meebeslissen over herinrichting van de openbare ruimte in de eigen buurt kan in principe, tenzij je je als bewoner hevig verzet tegen de plannen en bijvoorbeeld bezwaar indient bij de gemeente.

  • Is er sprake van (beleids)bepalende invloed? Een voorbeeld hiervan is dat een bewoner van de wijk waarin de speeltuin wordt aangelegd in de raad mee kan praten en -stemmen over deze aanleg, maar dat dit niet verstandig is als het raadslid ook voorzitter van de buurtvereniging is.

Een ander voorbeeld is het geval dat een politiek ambtsdrager een petitie ondertekent die betrekking heeft op een thema dat speelt in de gemeente. Door een petitie te ondertekenen waarin steun wordt betuigd aan een bepaald belang, heeft een politiek ambtsdrager een zeker persoonlijk belang. Echter, het slechts ondertekenen van een petitie wekt niet de schijn van belangenverstrengeling op, omdat de betrokkenheid bij het onderwerp relatief laag is en men geen beleidsbepalende invloed uitoefent. Dit kan anders zijn als een wethouder een petitie ondertekent die betrekking heeft op zijn of haar portefeuille. Een wethouder heeft namelijk een veel grotere beleidsbepalende invloed, en hier is dus eerder de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Of er sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling, is dus erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.

Voor collegeleden geldt dat zij bij de portefeuilleverdeling afspraken maken over onderwerpen die kunnen raken aan hun persoonlijk belang. Collegeleden nemen niet deel aan het deel van de collegevergadering waarin deze onderwerpen behandeld worden.

Social media

Social media heeft tegenwoordig een nog grotere impact dan voorheen. Veel raads-, burger- en collegeleden maken gebruik van social media. We gebruiken social media om met elkaar en met inwoners in contact te blijven en om onze stem te laten horen. Maar op social media is het soms lastig om in te schatten hoe iets wordt bedoeld en om de juiste toon te vinden. Daarom gelden ook op social media de principes uit deze gedragscode. Dat betekent dat we ook online op een respectvolle manier met elkaar omgaan en elkaars grenzen respecteren. We denken goed na voordat we iets op social media plaatsen. Alles wat we zeggen op social media, zouden we ook in het echte leven tegen iemand zeggen. Het politieke debat vindt plaats in de raadszaal.

 

Voorbeeld: als raadslid en inwoner van gemeente Maasgouw zullen we allemaal te maken krijgen met besluitvorming die ons persoonlijk aangaat. Zo kan het bijvoorbeeld gaan over aan te leggen speeltuinen in verschillende wijken. Dit is van invloed op alle raadsleden die in die wijken wonen. Betekent dat dat zij zich allemaal moeten onthouden van stemming en beraadslaging? Nee, in zo’n geval behartigen we niet ons persoonlijk belang bij de aanleg van de speeltuinen, maar komen we op voor het algemeen belang.

Zoals eerder beschreven onthouden we ons van stemming en beraadslaging als het persoonlijk belang rechtstreeks is. Maar wanneer is dat zo? De volgende vragen kunnen helpen een antwoord te bepalen:

  • Wat is de reikwijdte van het besluit? Gaat het over alle wijken in gemeente Maasgouw of richt het besluit zich alleen op jouw eigen buurt? In het eerste geval komen we op voor het algemeen belang. In het tweede geval zal (de schijn van) belangenverstrengeling mogelijk eerder optreden.

  • Hoe nauw is de betrokkenheid bij het dossier? Ergens in dienst zijn of ergens wonen zorgt nog niet direct voor rechtstreekse betrokkenheid. Zelf aan een dossier werken of je daar actief in mengen wel. Meebeslissen over herinrichting van de openbare ruimte in de eigen buurt kan in principe, tenzij je je als bewoner hevig verzet tegen de plannen en bijvoorbeeld bezwaar indient bij de gemeente.

  • Is er sprake van (beleids)bepalende invloed? Een voorbeeld hiervan is dat een bewoner van de wijk waarin de speeltuin wordt aangelegd in de raad mee kan praten en -stemmen over deze aanleg, maar dat dit niet verstandig is als het raadslid ook voorzitter van de buurtvereniging is.

 

Omgang met (geheime) informatie

Bij integriteit en goed bestuur speelt het omgaan met informatie een belangrijke rol. Als raads-, burger- en collegeleden krijgen we veel informatie onder ogen die van belang kan zijn voor inwoners en bedrijven in Maasgouw. We gaan zorgvuldig om met informatie, zeker als het gaat om gevoelige informatie. We zijn terughoudend met het bespreken van informatie die we vanuit onze functie krijgen met onze vrienden, familie en naasten. Tevens staan we in Maasgouw voor een gelijke informatiepositie: we bevoordelen niemand door deze informatie door te spelen. Ook verspreiden we niet willens en wetens desinformatie of nepnieuws en bouwen we niet bewust verkeerde argumentatie op.

Als gemeenteraad en college vinden we het belangrijk om transparant te zijn richting elkaar en richting de inwoners van Maasgouw. Volgens artikel 5.1 van de Wet open overheid (Woo) is het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er zwaarwegende belangen zijn om informatie geheim te houden. Het college, de gemeenteraad of de burgemeester kan actief geheimhouding opleggen op basis van de Gemeentewet en dit moet gemotiveerd worden op basis van de Awb en de Woo. Geheime informatie wordt niet gedeeld. Het delen daarvan is strafbaar.

Als we het vermoeden hebben dat iemand geheime informatie deelt, spreken we diegene daar zo snel mogelijk op aan. De desbetreffende persoon krijgt de gelegenheid om de situatie uit te leggen bij de griffier en burgemeester. We melden de situatie in ieder geval ook zelf bij de burgemeester en griffier.

In het geval dat een raadslid of burgerlid willens een wetens de geheimhoudingsplicht heeft geschonden, biedt artikel 89 van de Gemeentewet de mogelijkheid om dit raadslid of burgerlid maximaal drie maanden uit te sluiten van het ontvangen van geheime informatie.

Nevenfuncties

Veel raads-, burger- en collegeleden hebben naast hun functie bij de gemeente een of meerdere nevenfuncties. We vinden het mooi en belangrijk dat raadsleden nevenfuncties vervullen. Op deze manier versterken en verbeteren we ons (raads)werk, maar nevenfuncties kunnen ook spanningen opleveren. Vanuit het oogpunt van integriteit is het namelijk soms lastig om functies te combineren. We zijn waakzaam dat onze nevenfuncties ons objectieve oordeel niet in gevaar brengen.

De Gemeentewet schrijft voor dat raadsleden openbaar maken welke functies zij naast het raadslidmaatschap vervullen (art. 12). Nevenfuncties zijn niet verboden, maar zijn soms niet wenselijk. Raadsleden wegen zelf af welke nevenfuncties te combineren zijn met het raadslidmaatschap. Hier voeren we met elkaar een open gesprek over. Of een nevenfunctie wel of niet te combineren is met het raadslidmaatschap verschilt per geval. Een raadslid kan er verstandig aan doen om een bestuursfunctie bij een sportvereniging in de gemeente neer te leggen, maar ook wanneer iemand lang als vrijwilliger actief is voor de vereniging kan dit een punt van aandacht zijn.

Wat betreft de nevenfuncties van wethouders geeft de Gemeentewet meer richting (art. 41b). De wet schrijft voor dat wethouders geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het wethouderschap. Wethouders zijn verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken. Dit geldt zowel voor functies die zij vanuit hun ambt vervullen als voor andere nevenfuncties. Ook zijn wethouders verplicht hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar te maken. Deeltijdwethouders zijn hiervan uitgezonderd.

Voorbeeld: Je bent raadslid en je wordt benaderd om beheerder van de collectie te worden te worden van de lokale bibliotheek. De bibliotheek gaat daarnaast volgende maand een ‘sit-in’ protest organiseren in het gemeentehuis om een verhoging van de subsidies te bereiken.

Het combineren van deze nevenfunctie met het raadslidmaatschap is niet onwenselijk, omdat de functie niet van jou vraagt of je naar voren wilt treden in de belangenbehartiging van de bibliotheek. Als beheerder speel je geen beleidsbepalende of representatieve rol. Het zou wel onwenselijk zijn als jij deelneemt aan de sit-in bij het gemeentehuis, omdat je dan als functionaris bij de bibliotheek de belangen van de bibliotheek zou behartigen en dit in strijd is met jouw onafhankelijkheid als raadslid. Ook kun je in de raad niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming.

 

Naast nevenfuncties benoemt de Gemeentewet een aantal onverenigbare betrekkingen. Dit zijn functies die niet gecombineerd mogen worden met een functie als raads- of collegelid (art. 13, 36b en 68). Een raads- of collegelid kan bijvoorbeeld niet tegelijkertijd ambtenaar zijn voor de gemeente.

Geschenken en uitnodigingen

Ook bij het aannemen van geschenken en het ingaan op uitnodigingen staat onze neutrale positie centraal. Daarom wegen we af of we geschenken aannemen met een waarde van €50 of meer. Als de waarde van €50 wordt overstegen, dan wordt zeer waarschijnlijk de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Bij uitnodigingen is de waarde tevens van belang, maar speelt ook mee dat wij transparant zijn over de evenementen of werkbezoeken die wij bezoeken. We zijn transparant over onze bezoeken en bespreken in de fracties of in het college op welke uitnodigingen we wel en niet ingaan. Die afweging hangt onder andere af van de partij die de uitnodiging doet, welke kosten de uitnodigende partij voor zijn rekening neemt en welke raadsleden zijn uitgenodigd. Ook speelt de context van de uitnodiging een belangrijke rol, bijvoorbeeld wanneer er binnenkort een besluit moet worden genomen over een onderwerp waar de organiserende partij belang bij heeft. We houden er oog voor dat we niet te vaak op uitnodigingen van dezelfde partij ingaan.

 

Voorbeeld: Je wordt als wethouder voor Sport uitgenodigd om bij de door de gemeente gesubsidieerde lokale wielerwedstrijd ‘Zo Maasgouw mogelijk over de finish’ aanwezig te zijn. De uitnodiging bevat een stoeltje naast de finish, gesprekken met de organisatoren en na de wedstrijd een uitgebreid vijfgangendiner waarbij je jouw partner ook mag meenemen.

Het is wenselijk om de uitnodiging aan te nemen, maar het diner af te slaan. Hierbij spelen de volgende argumenten mee:

  • Het dient jouw functie als wethouder Sport om bij de wedstrijd aanwezig te zijn, omdat dit jou als wethouder een beter beeld geeft van de besteding van het sportbudget en het draagvlak voor sportwedstrijden in de gemeente.

  • Het diner is naar alle waarschijnlijkheid duurder dan 50 euro. Ook speelt mee dat alleen jij, en niet het gehele college is uitgenodigd. Daarnaast is het diner niet cruciaal om met de organisatoren te kunnen spreken, omdat er ook een rondleiding bij zit.

 

Voorzieningen en declaraties

Het kan voorkomen dat raads-, burger- en collegeleden voor hun functie kosten maken die niet vallen onder de vaste onkostenvergoeding en die later gedeclareerd worden bij de gemeente. We zijn terughoudend in het indienen van declaraties. We zijn er scherp op dat we alleen kosten declareren die functioneel zijn voor ons werk als raads-, burger- of collegelid en die niet op een andere manier betaald konden worden.

Met de voorzieningen die aan ons beschikbaar zijn gesteld gaan we zorgvuldig om. In Maasgouw vinden we het bijvoorbeeld niet kunnen om de fractiekamers op het gemeentehuis voor partijaangelegenheden anders dan de werkzaamheden van de fractie te gebruiken. Daarentegen zijn bij fractievergaderingen gasten uiteraard welkom in de fractiekamers.

Evaluatie en verantwoording

We vinden het belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven over integriteit. Daar hoort óók bij dat we de gedragscode zelf blijven bespreken. Daarom herijken we deze gedragscode in ieder geval elke vier jaar, na de gemeenteraadsverkiezingen. Op die manier blijft de gedragscode actueel en bekend – juist ook voor nieuwe raadsleden, burgerleden en collegeleden. We bespreken de gedragscode jaarlijks in de raadsfracties en in het college. Dit koppelen we terug aan het presidium van de gemeenteraad. Wanneer hieruit blijkt dat de gedragscode tussentijds bijgewerkt moet worden, doen we dat.

Vastgesteld door de gemeenteraad van Maasgouw dd. 30-05-2023

Naar boven