Beslissing op bezwaar (kenmerk: 139190 en 139225) verkeersbesluit reserveren één parkeerplaats aan de Amerlaan t.h.v. huisnummer 3 te Haaren t.b.v. het direct opladen van elektrische voertuigen.

Kenmerk: 2023-17

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk (hierna: het college),

Gelet op:

het bepaalde in artikel 2, artikel 14 en artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994), artikel 24, artikel 62, artikel 67 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de daarbij behorende bijlage 1 (hierna: RVV 1990), artikel 12, artikel 21, artikel 26 en artikel 27 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: Babw), het verhandelde ter zitting d.d. 08 november 2022 en artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb);

Overwegende dat:

- Op 7 juli 2022 is namens het college een verkeersbesluit met nummer 2022-19 inhoudende het reserveren van 26 parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen in Oisterwijk. Twee van de parkeerplaatsen zijn gelegen aan de Amerlaan in Haaren. Het besluit voorziet er in dat ter plaatse van de parkeervakken tegenover de woningen gelegen aan de Amerlaan 3 het verkeersbord E04 zoals omschreven in bijlage I bij het RVV 1990 wordt geplaatst met onderbord ‘alleen voor opladen elektrische voortuigen’.

- Tegen dit besluit is een bezwaarschrift ingediend dat specifiek gericht is op de locatie Amerlaan 3 Laadpaal ID 0824-193);

- De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Oisterwijk (hierna: bezwaarschriftencommissie) heeft op 9 februari 2023 een advies uitgebracht over dit bezwaarschrift. De commissie adviseert om de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit van 7 juli 2022 in stand te laten. De commissie constateert daarnaast echter ook dat het besluit van 7 juli 2022 anders is komen te luiden dan bedoeld was. Er is geen onderbord OB504 in het besluit opgenomen. Hierdoor wordt niet duidelijk op welk van de parkeerplaatsen het verkeersbesluit ziet. Ter zitting is namens het college aangegeven dat het slechts de bedoeling is geweest om één parkeerplaats aan de Amerlaan te Haaren te reserveren voor het opladen van elektrische voertuigen. Het besluit van 7 juli 2022 bevat geen beslissing tot plaatsing van een onderbord OB504 r of l. Gelet hierop dient het besluit van 7 juli 2022 naar de mening van het college - in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie van 9 februari 2023- te worden herroepen in die zin dat OB504r of onderbord OB504l in het besluit moet worden opgenomen;

Ten aanzien van de bezwaren overwegende dat:

Bezwaarmakers kort samengevat de volgende bezwaren hebben ingebracht:

1. In eerdere berichtgeving in de Nieuwsklok is aangegeven dat het één laadplek betreft tegenover de Amerlaan 3. Nu betreft het twee laadplekken.

2. Deze parkeerplaatsen zijn altijd in gebruik.

3. Verderop in de straat zijn parkeerplaatsen die bijna niet gebruikt worden, dus dat zouden betere plekken zijn.

De bezwaarschriftencommissie van oordeel is dat de bezwaren ongegrond kunnen worden verklaard. Hieraan liggen de volgende overwegingen ten grondslag.

Tijdens de hoorzitting heeft het college de keuze voor de locatie aan de Amerlaan in Haaren nader toegelicht. Er is daarbij aangegeven dat er in een eerdere fase een locatiekaart is opgesteld aan de hand van geprognotiseerde behoefte aan elektrische laadvoorzieningen en de spreiding daarvan. Daarbij is de locatie aan de Amerlaan in Haaren als geschikt beoordeeld. Het betreft langs de weg gelegen parkeervakken waar veilig in- en uitgeparkeerd kan worden. Daarnaast is de locatie aan de Amerlaan goed per auto en te voet bereikbaar.

Het college weegt daarbij ook mee dat voor elke locatie zal gelden dat deze in enige mate nadeel kan opleveren voor bewoners van nabij gelegen woningen. De commissie merkt hierover het volgende op.

Uit de omstandigheden die zijn beschreven in het bezwaarschrift en aan het licht zijn gekomen tijdens de hoorzitting, blijkt dat er geen sprake is van onevenredige gevolgen van het besluit voorbezwaarmakers.

Zo hebben bezwaarmakers tijdens de zitting aangegeven dat er voldoende parkeerplek is in denabijheid van hun woningen, maar dat zij graag voor de eigen woningen willen parkeren. Hieruit blijkt dat bezwaarmakers verder zullen moeten lopen naar een parkeerplek. Dit is lastig met het doen van boodschappen en met het dragen van de maxi-cosi. Dat dit lastiger is, is invoelbaar. De gevolgen van het besluit zijn echter niet zodanig onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.

Bezwaarmakers dragen enkele alternatieve locaties aan. Wanneer de aangewezen locatie nietbezwaarlijk is, is het college echter niet gehouden om onderzoek te doen naar alternatieve locaties. Dat er alternatieve locaties zijn. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:939) is de omstandigheid dat in de nabije omgeving mogelijk ook andere geschikte locaties zijn, bij de beoordeling niet van doorslaggevend belang. Dit hoeft immers niet tot de conclusie te leiden dat de gekozen locatie ongeschikt is en dat het college daarom niet tot het verkeersbesluit mocht komen. Nu de huidige locatie niet bezwaarlijk is, is het niet noodzakelijk om nader onderzoek te doen naar de andere ingebrachte locaties.

Het college neemt deze overwegingen van de bezwaarschriftencommissie over en legt deze ten grondslag aan dit besluit in heroverweging.

Verder overwegende dat:

dat de provincie Noord-Brabant en Limburg elektrisch rijden willen bevorderen en samen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) regio Zuid vormen;

dat de provincies Noord-Brabant en Limburg namens de gemeente Oisterwijk een contract met Vattenfall hebben afgesloten voor “Plaatsing en exploitatie van slimme laadinfrastructuur”;

dat de gemeente via de provincie een concessieovereenkomst is aangegaan met Vattenfall voor het verlenen van openbare laaddiensten;

dat de provincies Noord-Brabant en Limburg met dit contract namens de deelnemende gemeenten invulling geven aan de doelstellingen en vereisten zoals opgenomen in de Nationaal Agenda Laadinfrastructuur (NAL);

dat de laadlocaties zijn bepaald aan de hand van toekomstprognoses per wijk tot 2025, de plaatsingscriteria zoals afgestemd met de provincies en deelnemende gemeenten en de lokale kennis vanuit gemeente Oisterwijk;

dat de onderstaande verkeersmaatregelen, als bedoeld in artikel 2 WVW 1994, kunnen leiden tot het beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in de Wet Milieubeheer;

dat het de eigenaar of houder van een elektrische auto is toegestaan deze auto te parkeren op een door het college gereserveerde parkeerkeerplaats voor het opladen van een elektrische auto, indien de auto wordt aangesloten aan het oplaadpunt bij de parkeerplaats;

dat de maatregel (gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet) strekt tot:

het verzekeren van de veiligheid op de weg;

het beschermen van weggebruikers en passagiers;

het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten en gebieden;

het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik;

dat de gemeente de bevoegdheid heeft om parkeerplaatsen te reserveren voor uitsluitend het opladen van elektrische voertuigen, door middel van een verkeersbesluit;

dat er daarmee voor de directe omgeving een verschuiving plaatsvindt qua parkeermogelijkheden en dat daarmee de loopafstand naar een vrij beschikbare parkeerplaats mogelijk ook groter wordt;

dat een grotere loopafstand verder geen afbreuk doet aan de bruikbaarheid van de weg, parkeren in de directe omgeving blijft mogelijk;

dat met de aanduiding van één parkeerplaats enerzijds de elektrische rijder wordt gefaciliteerd en anderzijds de directe omgeving niet direct geconfronteerd wordt met de afname van twee openbare parkeervoorzieningen;

dat ongeacht een eventuele toename van de parkeerdruk of een grotere loopafstand de gemeente het faciliteren van laadvoorzieningen in de openbare ruimte dusdanig belangrijk vindt dat aan het aspect van duurzaam vervoer een zwaarder gewicht wordt gehangen;

dat ondanks een eventuele toename van de parkeerdruk en/of loopafstand de weg en de parkeervoorzieningen in stand worden gehouden en daarmee de bruikbaarheid blijft gewaarborgd;

dat de reservering van één parkeervoorziening verder geen afbreuk doet aan de veiligheid van de weg en weggebruikers ongewijzigd beschermd blijven;

dat met de doelstellingen van dit besluit in heroverweging het algemeen belang niet wordt geschaad;

dat er overleg met de chef van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant heeft plaatsgevonden;

dat de genoemde wegen c.q. weggedeelten onder beheer van en gelegen zijn binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oisterwijk;

Overzichtstekening 2023-17

BESLUIT

  • 1.

    het door bezwaarmakers ingediende bezwaarongegrond te verklaren;

  • 2.

    doch ambtshalve het bestreden verkeersbesluit met nummer 2022-19 van 7 juli 2022 gedeeltelijk te herroepen voor zover betrekking hebbend op de locatie gelegen aan de overzijde van de Amerlaan 3 (Laadpaal ID 0824-193);

  • 3.

    in plaats van het gedeeltelijk herroepen besluit van 7 juli 2022 (in bezwaar) een nieuw verkeersbesluit te nemen waarbij één gereserveerde parkeervoorziening wordt gerealiseerd/ingesteld ter plaatse van de langs parkeervakken gelegen aan de overkant van de woning aan de Amerlaan 3 uitsluitend bedoeld voor het opladen van een elektrische voertuigen. Dit door middel van het plaatsen van het bord E04 zoals omschreven in bijlage I bij het RVV 1990 met onderbord “alleen voor opladen elektrische voertuigen” en met onderbord OB0504 r een en ander zoals is weergegeven op de bij dit besluit in heroverweging behorende overzichtstekening met kenmerk2023-17 en weergave van te plaatsen verkeersborden.

Oisterwijk, 18 juli 2023

het college,

Namens deze,

Marco Wilke

gemeentesecretaris a.i.

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Tegen dit besluit op bezwaar kan, binnen 6 weken na de dag van bekendmaking van dit besluit, beroep ingesteld worden door:

- Bezwaarmakers

- Belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen bezwaar hebben gemaakt tegen het bestreden verkeersbesluit van 7 juli 2022 met nummer 2022-19.

Het beroepschrift dient op grond van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht te zijn ondertekend en bevat tenminste:

  • 1.

    naam en adres;

  • 2.

    dagtekening;

  • 3.

    een omschrijving van het besluit op bezwaar;

  • 4.

    de gronden waarop het beroepschrift rust (motivering);

Het beroepschrift kunt u indienen bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team bestuursrecht, postbus 90006, 4800 PA Breda. U bent voor het instellen van beroep griffierecht verschuldigd. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Het indienen van beroep heeft geen opschortende werking. Is het toch belangrijk dat de uitvoering van het besluit direct tegengehouden wordt? Dan kunt u, naast het beroepschrift, om een voorlopige voorziening vragen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda. Een dergelijk verzoek kunt u alleen indienen, als u beroep heeft gemaakt.

Als u het beroepschrift of een verzoek om voorlopige voorzieningen digitaal wilt indienen, dan kan dit via www.rechtspraak.nl, via het digitaal loket bestuursrecht.

 

Naar boven