Verkeersbesluit instellen gereserveerde parkeerplaats alleen bestemd voor opladen elektrische voertuigen en verplaatsen gehandicaptenparkeerplaats Kleine Houtweg nabij no. 95

Nr. 2023/1094828

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Kleine Houtweg gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Kleine Houtweg in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Kleine Houtweg een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid openbare ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Kleine Houtweg gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en de weg daarmee deel uitmaakt van het verblijfsgebied;

dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat elektrisch aangedreven auto’s in opkomst zijn en er in Nederland thans (mei 2023) ruim 591.000 elektrische en plug-in hybride personenauto’s zijn geregistreerd;

dat Metropoolregio Amsterdam – elektrische (MRA-e) een concessie heeft aanbesteed en gegund waarbij een derde partij laadpalen realiseert, exploiteert en beheert;

dat de gemeente Haarlem zich heeft aangesloten bij het initiatief MRA-e;

dat de laadpalen voor de volgende doelgroepen zijn bestemd:

- Bezoekers aan de stadswijken

- Bewoners van de stadswijken

- Werknemers van bedrijven gevestigd in de stadswijken

dat de gemeente Haarlem zich ten doel heeft gesteld om in 2030 een klimaatneutrale en duurzame gemeente te zijn;

dat de gemeente Haarlem het realiseren van een schoon wagenpark opgenomen heeft als maatregel om aan de Europese normen op het gebied van luchtkwaliteit te voldoen;

dat de gemeente Haarlem in het kader van bovengenoemd beleid elektrisch rijden wil stimuleren door een openbaar netwerk van oplaadpalen te realiseren;

dat de gemeente Haarlem een overeenkomst is aangegaan met MRA-e om in Haarlem laadpalen te plaatsen;

dat een netwerk ontstaat door het aanwijzen en aanleggen van laadpalen voor elektrische voertuigen in de gemeente Haarlem op basis van ingekomen aanvragen;

dat de gemeente Haarlem voor het beoordelen van de ingekomen aanvragen gebruik maakt van de vastgestelde ‘beleidsregel plaatsen van laadpalen Haarlem’;

dat in deze beleidsregel meerdere toetsingscriteria zijn opgenomen op basis waarvan ingekomen aanvragen worden beoordeeld;

dat de gemeente Haarlem een aanvraag heeft ontvangen om een extra openbaar laadpunt te realiseren;

dat binnen een straal van 300 meter rondom het adres van de aanvrager 2 laadpalen beschikbaar zijn;

dat deze laadpalen waarvan de eerste, die gesitueerd is nabij Twijnderslaan no.1, een bezettingsgraad van 53% heeft en 42 unieke gebruikers kent, en de tweede laadpaal nabij Kleine Houtweg no.89 een bezettingsgraad van 69% heeft en 21 unieke gebruikers kent;

dat gezien het relatief hoge gebruik van deze laadpalen het wenselijk is om in deze omgeving de oplaadcapaciteit uit te breiden, zodat meer elektrische voertuigen tegelijkertijd kunnen opladen;

dat deze uitbreiding van de laadcapaciteit bijdraagt aan het stimuleren van duurzame mobiliteit;

dat op basis van de hiervoor genoemde beleidsregel en overwegingen een geschikte locatie is gevonden voor een laadvoorziening op de Kleine Houtweg, nabij no.95;

dat de aanvrager op circa 10 meter loopafstand woont van deze locatie;

dat een laadpaal twee aansluitingen voor elektrische voertuigen kent;

dat pal naast de beoogde locatie, ter hoogte van Kleine Houtweg no.99, een kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd, bestemd voor het parkeren van een bij de aanvrager in gebruik zijnde voertuig;

dat de aanvrager niet beschikt niet over eigen parkeerruimte en daarom is aangewezen op openbare parkeergelegenheden;

dat het noodzakelijk is dat een parkeerplaats wordt gereserveerd nabij de woning van de aanvrager van de gehandicaptenparkeerplaats en dat ook diens voertuig, indien nodig, gebruik kan maken van een openbaar laadpunt en daarom deze gehandicaptenparkeerplaats wordt verplaatst naar een parkeervak ter hoogte van de laadpaal;

dat om een optimale benutting van zowel een openbare oplaadpunt als de openbare parkeerruimte te waarborgen het wenselijk is om bij het oplaadpunt een enkele parkeervak te reserveren ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen en het andere parkeervak aan te wijzen als kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats;

dat dit gerealiseerd kan worden door middel van het bij één parkeervak nabij Kleine Houtweg no.95 plaatsen van het verkeersbord E8c ‘parkeergelegenheid alleen bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen’ van bijlage 1 van het RVV 1990 en dat in het kader van herkenbaarheid het parkeervak wordt voorzien van een stekkersymbool;

dat het andere parkeervak nabij Kleine Houtweg no.95 wordt aangewezen als kentekengebonden gehandicaptenparkeerplaats door het verwijderen van de bestaande plek, en plaatsen bij het parkeervak, ter hoogte van de laadpaal, van het bord model E6 ‘gehandicaptenparkeerplaats’ van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met daarop het kenteken van het voertuig dat in gebruik is bij/ten behoeve van de aanvrager;

dat het parkeervak bij het bord E8c alleen door elektrische voertuigen gebruikt kunnen worden en dat de hoeveelheid parkeerruimte in de wijk voor niet-elektrische voertuigen daardoor afneemt;

dat het exclusief parkeren voor elektrische auto’s slechts is toegestaan met als doel de auto op te laden, zodat het oplaadpunt voor meerdere gebruikers beschikbaar is;

dat dit gebruik geregeld is in artikel 24, lid 1, sub d ten 2e van het RVV 1990, namelijk ‘de bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeergelegenheid op een andere wijze of met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven’;

dat het belang van het ontwikkelen van een openbaar oplaadnetwerk prevaleert boven het verlies aan parkeergelegenheid;

dat door het verplaatsen van het bord E6 geen wijziging plaatsvindt in de hoeveelheid beschikbare parkeerruimte;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van de verkeersborden E6–met het betreffende onderbord– en E8c van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregel voorts strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;

dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregel, mits voldaan wordt aan het gestelde in het BABW en de daarbij behorende uitvoeringsvoorschriften.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het verwijderen van het bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 met het kentekenonderbordde bestaande gehandicaptenparkeerplaats op de Kleine Houtweg nabij no.99 op te heffen;

- door middel van het plaatsen van bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 met kentekenonderbord een gehandicaptenparkeerplaats te reserveren op de Kleine Houtweg nabij no. 95;

- door middel van het plaatsen van het verkeersbord E8c van bijlage 1 van het RVV 1990 op de Kleine Houtweg nabij no.95, een parkeerplaats te reserveren die alleen bestemd is voor het opladen van elektrische voertuigen.

- een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Melvin Werkhoven

Teammanager beleid openbare ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven