Gedoogbeschikking tijdelijke noodopvang Sint Jacobsweg 10, Malden

 

Aanleiding

Bij brief van 31 mei jl. is ons college gevraagd om te gedogen dat er een tijdelijke crisisnoodopvang (CNO) wordt gerealiseerd, ten behoeve van maximaal 800 asielzoekers, op het terrein van een voormalig managebedrijf, gelegen aan de St. Jacobsweg 10, 6581 KM te Malden (Kadastraal bekend: gemeente Heumen, Sectie A, nummer 25 e.a.).

 

Op 12 juni 2023 ontvingen wij - via de OLO - de aanvraag (reg.nr. 7825671) voor een (tijdelijke) omgevingsvergunning ten behoeve van het realiseren van de voornoemde tijdelijke opvanglocatie.

 

Concreet ziet deze aanvraag op de volgende 5 activiteiten:

a. Bouwen (artikel 2.1, lid 1, sub a Wabo) (plaatsen paviljoens, units, containers e.d.);

b. Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo);

c. Uitvoeren van werk/werkzaamheden (artikel 2.1, lid 1, sub b Wabo) (terreinverharding middels Stelconplaten, aanleg van een ontsluitingsweg, riolering en putten, plaatsen van dieseltanks t.b.v. heaters/boilers e.d.);

d. Uitrit aanleggen/veranderen (artikel 2.1, lid 1, sub);

e. Brandveilig gebruik (artikel 2.1, lid 1, sub d Wabo).

 

Uw aanvraag is door ons geregistreerd en in behandeling genomen.

 

Gelet op de (landelijke) zeer hoge urgentie met betrekking tot de realisatie van extra (tijdelijke) opvanglocaties voor vluchtelingen, kan de volledige afwikkeling van de vergunningprocedure niet worden afgewacht en worden de werkzaamheden, in het kader van het realiseren van de CNO, op voornoemde locatie al eerder gestart. Vanaf dat moment is er formeel dus sprake van overtreding van meerdere wettelijke voorschriften en dus van een illegale situatie.

 

Juridisch kader

Als er sprake is van een illegale situatie dient daar – in opdracht van de wetgever en op basis van constante jurisprudentie - in principe ook handhavend tegen op te worden getreden. Dat is alleen anders als er sprake is van een concreet zicht op legalisatie of als er sprake is van bijzondere omstandigheden, die maken dat (tijdelijk) van handhavend optreden dient te worden afgezien (gedogen).

 

Het is dus de vraag of er in dit geval concreet zicht is op legalisatie en/of er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dat concrete zicht op legalisatie is er in zoverre dat er door u een omgevingsvergunning is aangevraagd. Deze is door ons in behandeling genomen. Het is op dit moment echter nog niet duidelijk of deze conform de door u ingediende aanvraag kan worden verleend, en ook niet wanneer dat precies het geval zal zijn.

 

Wij vinden echter dat de vraag, of er sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat (tijdelijk) van handhavend optreden dient te worden afgezien, in dit geval wél bevestigend kan worden beantwoord. Waarom wij dat vinden, wordt hieronder nader gemotiveerd.

 

Juridisch kader

-> Artikel 2.1, lid 1, sub a t/m d en artikel 2.2 Wabo bepalen dat het verboden is om zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren;

-> Artikel 2.3, sub b, Wabo bepaalt dat het verboden is om te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning;

-> Artikel 2.3a, lid 1, Wabo bepaalt dat het verboden is om een bouwwerk (of deel daarvan) dat is gebouwd zónder omgevingsvergunning in stand te laten;

-> Op grond van artikel 5.2, lid 1, sub a, Wabo draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de, op grond van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten, geldende voorschriften;

-> Op grond van artikel 5.2, lid 1, sub b, Wabo heeft het college van burgemeester en wethouders tot taak gegevens te verzamelen en te registreren die van belang zijn met het oog op uitoefening van de taak als bedoeld in hetzelfde lid sub a;

-> Op grond van artikel 125 Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang. De bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang wordt uitgeoefend door burgemeester en wethouders, indien de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert;

-> Hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (de artikelen 5:21 t/m 5:36) geeft voorschriften over de wijze waarop burgemeester en wethouders dienen te handhaven;

-> Burgemeester en wethouders van Nijmegen hebben de bevoegdheid, tot het nemen van een handhavingsbesluit als voornoemd, aan mij gemandateerd.

 

Gedoogbeleid

In de nota “VTH-Beleid Regio Nijmegen 2023-2026d.d. 24 december 2022 is, in Hoofdstuk 4, de geldende gedoogstrategie vastgelegd, welke ook door ons college wordt onderschreven. In genoemde nota wordt het landelijk geformuleerde gedoogbeleid (verwoord in de landelijke richtlijn “Gedogen in Nederland”) gevolgd.

 

Onder gedogen wordt dan verstaan: het (nog) niet handhavend optreden na constateren van een overtreding door toezichthouders. Dat betekent dat sprake is van gedogen als bij ons bekend is dat sprake is van een overtreding, waarbij wij bewust de keuze maken (nog) niet handhavend op te treden. Wij maken van onze bevoegdheid tot gedogen slechts terughoudend, zorgvuldig en op verantwoorde wijze gebruik.

 

Gedogen is voor ons daarom alleen aanvaardbaar als aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan:

 

1. Slechts in uitzonderingsgevallen

De afweging die bij het stellen van regels is gemaakt, doen wij niet over. Naleving van de regels is dus het uitgangspunt. In sommige situaties kan gedogen echter rechtvaardig zijn, namelijk wanneer (a) handhaving duidelijk onrechtvaardig is, (b) het achterliggende belang van de regels beter gediend wordt met gedogen dan met naleven of (c) wanneer een ander zwaarwegend belang gedogen rechtvaardigt.

 

2. Mits beperkt in omvang en/of tijd

Omdat gedogen alleen in uitzonderingsgevallen aan de orde mag zijn, betekent het ook dat het niet langer of in grotere mate mag plaatsvinden dan door de situatie gerechtvaardigd wordt. Doet de uitzonderingssituatie zich niet meer voor, dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan. Als gedogen omvangrijk wordt of structureel dreigt te worden, moet heroverweging van de regel zelf plaatsvinden. Als dat (nog) niet mogelijk is, moet overwogen worden of legalisering aan de orde kan zijn. Waar (tijdelijk) legalisering van de overtreding mogelijk is, verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen.

 

3. Vindt expliciet en na zorgvuldige kenbare belangenafweging plaats

Gedogen is pas aan de orde wanneer dit door ons, expliciet, schriftelijk en na zorgvuldige kenbare belangenafweging is verklaard. De verklaring tot gedogen moet voor betrokkene duidelijk maken waar deze aan toe is en stelt eventuele derden-belanghebbenden in staat daartegen op te komen. Hierom zal de verklaring tot gedogen volstrekt duidelijk moeten zijn over de gedragingen die gedoogd worden, de termijn gedurende welke dat het geval zal zijn, en welke voorwaarden daarbij gelden. Dit alles om de afwijking van de wet zo beperkt mogelijk te houden.

 

4. Is aan controle onderworpen

Afhankelijk van de situatie zal regelmatig toezicht moeten plaatsvinden. Op deze wijze kan worden gecontroleerd of de overwegingen die tot gedogen hebben geleid nog actueel zijn. Ook kan zo worden gecontroleerd of de beperking in tijd, omvang of overige voorwaarden worden nageleefd. Zo niet, dan moet alsnog tot handhaving worden overgegaan.

 

Als een situatie voor gedogen in aanmerking komt, worden dus tenminste de volgende procedurele vereisten in acht genomen:

  • 1.

    Gedogen gebeurt expliciet, door middel van een beschikking;

  • 2.

    Indien van toepassing, ligt aan het gedogen een ontvankelijke vergunningaanvraag ten grondslag;

  • 3.

    De voorbereiding van de gedoogbeschikking geschiedt in principe conform afdeling 4.1.2. Algemene wet bestuursrecht;

  • 4.

    De gedoogsituatie is onderwerp van gesprek in het reguliere overleg tussen gemeente/provincie, omgevingsdienst en - indien vereist - het openbaar ministerie;

  • 5.

    In de gedoogbeschikking wordt een concrete eindtermijn genoemd van het gedogen, waarbij als uitgangspunt geldt dat de te gedogen situatie zo kort mogelijk moet zijn;

  • 6.

    In de gedoogbeschikking wordt aangegeven dat de gedoogde activiteit geheel voor eigen risico van de overtreder plaatsvindt. De beschikking vermeldt dat het de sanctionerende bevoegdheden van het Openbaar Ministerie en andere organen dan het gedogende bestuursorgaan onverlet laat;

  • 7.

    De beschikking voldoet inhoudelijk aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;

  • 8.

    De gedoogbeschikking bevat – zo mogelijk – voorschriften waaraan overtreder dient te voldoen;

  • 9.

    In de gedoogbeschikking wordt vermeld dat de overtreding van gedoogvoorschriften kan leiden tot intrekking van de gedoogbeschikking en vervolgens tot handhavend optreden;

  • 10.

    Indien sprake is van gedogen vooruitlopend op vergunningverlening, wordt in de gedoogbeschikking vermeld dat aan de gedoogbeschikking geen rechten kunnen worden ontleend ten aanzien van de aangevraagde vergunning.

     

Overwegingen.

We hebben hier dus concreet te maken met een situatie waarin er een omgevingsvergunning is aangevraagd, die ziet op een vijftal Wabo-activiteiten, maar waarbij het verlenen daarvan niet kon worden afgewacht. Er is op dit moment immers een zeer dringende behoefte aan het realiseren van extra tijdelijke opvangcapaciteit ten behoeve van vluchtelingen in Nederland en de gemeente Heumen kan en wil hierin haar bijdrage leveren. Indien dan het doorlopen van de formeel vereiste vergunningprocedure zou moeten worden afgewacht, zou dat nog geruime tijd kunnen duren. Dat is, gelet op de betrokken belangen, naar onze mening ongewenst.

 

De werkzaamheden op de locatie worden – als gezegd – spoedig gestart. Hoewel er dus sprake is van een illegale situatie, zijn wij vooralsnog – gelet op het grote maatschappelijke belang - niet voornemens om hier handhavend tegen op te treden. Daarom gaan we nu, conform de gemeentelijke gedoogstrategie, over tot het expliciet en tijdelijk gedogen hiervan. Daartoe dient deze beschikking.

 

We hebben de voorliggende situatie beoordeeld aan de hand van 4 fasen:

Fase 0 = voorwaardelijk voor de haalbaarheid van het project;

Fase 1 = Aanleg van diverse zaken op het terrein;

Fase 2 = Vervolg aanleg/bouwfase;

Fase 3 = Ingebruikname locatie.

 

Voor iedere fase gelden voorwaarden waaraan voldaan met zijn om door te kunnen gaan naar de volgende fase.

 

Met betrekking tot Fase 0 (haalbaarheid), hebben wij het volgende geconstateerd:

 

1. De ontsluiting van het terrein naar de Rijksweg is akkoord volgens de provincie Gelderland (zie ook hieronder: activiteit maken/veranderen van een in-/uitrit);

2. Er heeft afstemming plaatsgevonden met de gemeente Nijmegen en de organisatie de Vierdaagse;

3. Er is akkoord met betrekking tot de wijze waarop deze ontsluitingsweg op het terrein zal worden aangelegd (op maaiveldhoogte);

4. Waterafvoer: hemelwateropvang moet op het terrein plaatsvinden. Er wordt echter veel verharding toegevoegd. Bergingseis is T=100+10%. Op basis van 3,4 ha, waarvan 80 % is verhard, is ongeveer 1.806 m3 berging nodig. Dat wordt opgenomen in het zgn. waterhuishoudkundig plan. Op de locatie is sprake van een verval van 1,6 meter. Het laagste punt bevindt zich op de zuidwestkant van het terrein. Zonder opvang en berging zou veel regenwater naar dit punt afstromen. Er is een kleine uitbreiding nodig van de riolering aan de St Jacobsweg, met een aansluitput inde zuidwestelijke hoek van het perceel. Op grond van de bij ons bekende stukken is zowel de afvoer van hemelwater, als van afvalwater, van het CNO-terrein akkoord, ook volgens het waterschap Rivierenland (zie ook versie 16 van de plattegrondtekening CNO);

5. Volgens de provincie Gelderland is de stikstofdepositieberekening akkoord. Als gevolg van saldering komt de stikstofdepositie door het realiseren van de CNO op deze locatie uit op 0 (nul) (gebiedsbescherming). Geen vergunning/ontheffing nodig;

6. De ontheffing Wet Natuurbescherming is door de provincie Gelderland op 13 juni 2023 verleend.

 

Daarmee is er voldoende informatie beschikbaar om over te kunnen gaan naar Fase 1.

 

 

Met betrekking tot Fase 1 (aanleg van diverse zaken op het terrein) hebben wij het volgende geconstateerd:

 

Wij stellen, op basis van de door u (in het kader van de vergunningaanvraag van 12 juni 2023) ingediende stukken en de door ons ingewonnen adviezen, het volgende vast:

 

Met betrekking tot de activiteit bouwen:

In het kader van het plaatsen van de diverse paviljoens (t.b.v. dagbesteding, gebruik maaltijden e.d.) en (gestapelde) units (t.b.v. wonen/slapen en – voor een klein deel – voor gebruik als kantoorruimte) zijn door u een aantal stukken aangeleverd (tentboeken, technische omschrijvingen van de units, constructietekeningen en –berekeningen e.d.). Deze stukken zijn door ons getoetst.

 

Brandveiligheid

Er zullen 300 units (containers) worden geplaatst op de beoogde locatie. Daarvan zijn er 270 grondgebonden. In deze units zal worden gewoond/geslapen. De units hebben een WBDBO van tenminste 30 minuten (gecertificeerd) en worden met een totaal oppervlakte van maximaal 500m2 bij elkaar geplaatst. 30 units zullen worden gestapeld. In de helft daarvan (15 stuks) zal eveneens worden gewoond/geslapen door jongeren. Deze units zullen worden voorzien door een goedgekeurde BMI. In de andere helft (15 stuks) zal een kantoorfunctie worden ondergebracht, ten behoeve van het beheer van de CNO. Volgens de VRGZ voldoet de beoogde situatie in principe aan de NEN2535 en wordt de brandveiligheid daarmee dus in voldoende mate gewaarborgd.

 

Constructie

De beschikbare stukken met betrekking tot de te plaatsen paviljoens zijn door een constructeur van de ODRN getoetst aan het Bouwbesluit 2012 en de hier toepasselijke NEN-EN 1990 t/m 1999. Op grond van het constructief advies worden met betrekking tot de paviljoens de volgende voorwaarden gesteld:

  • 1.

    Richtlijnen van het COBc voor evenementen i.h.k.v. Corona maatregelen zijn van toepassing;

  • 2.

    Aan te houden sneeuwbelasting: 0 kN/m². In de beheersmaatregelen dient beschreven te worden hoe deze belasting wordt voorkomen;

  • 3.

    Er dient een minimale windbelasting te worden aangehouden van 0,3 kN/m². Dit betekent dat voor alle tenten ALTIJD gebruik moet worden gemaakt van ankerpennen en/of ballast in combinatie met vloerplaten. Alleen vloerplaten toepassen als ballast is NIET toegestaan;

  • 4.

    Uit de berekeningen dienen het aantal ankerpennen en ballastblokken te worden overgenomen in de uitvoering;

  • 5.

    De trekkracht van de ankerpennen dienen door proeven te worden vastgesteld, voor de verschillende afschoorhoeken waarin deze worden toegepast;

  • 6.

    Een beheersplan dient te worden overhandigd, waarin wordt beschreven en vastgesteld:

    • 1.

      Hoe er wordt omgegaan met slechte weersomstandigheden;

    • 2.

      Het interventiemoment voor ontruiming wordt vastgesteld;

    • 3.

      Wie verantwoordelijk is voor ontruiming;

    • 4.

      Hoe de alternatieve opvanglocatie is geregeld;

    • 5.

      Hoe vervoer is geregeld van/naar de alternatieve opvanglocatie;

    • 6.

      Hoe sneeuwbelasting wordt voorkomen (ook bij uitval van de verwarming);

    • 7.

      Wie de tenten controleert na iedere calamiteit (slechte weersomstandigheden, etc.);

    • 8.

      Dat de constructie van de tenten regelmatig wordt gecontroleerd op rechtmatig gebruik en of er geen ongeoorloofde wijzigingen tijdens het gebruik worden aangebracht aan de constructies van de tenten.

    • 9.

      De vloerbelastingen dienen een opgelegde belasting te kunnen dragen van minimaal 5,0 kN/m²;

    • 10.

      De weersomstandigheden dienen te worden gemonitord (KNMI o.g.). Op slechte vooruitzichten dient tijdig te worden geacteerd;

    • 11

      De vergunninghouder is gehouden aan de aanwijzingen en raadgevingen van de inspecteur van de ODRN.

       

Onder naleving van genoemde voorwaarden, kunnen de paviljoens worden geplaatst.

 

Met betrekking tot de te plaatsen units moeten echter, vóór plaatsing, nog berekeningen en tekeningen van de constructie ter goedkeuring worden ingediend bij het bevoegd gezag. Er dient ter zake schriftelijke goedkeuring door ODRN te worden gegeven, na een positief advies van de VRGZ.

 

Parkeren

Er worden, volgens de door u aangeleverde plattegronden, tenminste 10 parkeerplaatsen op het terrein aangelegd, plus ruim voldoende fietsparkeerplaatsen. Daarmee wordt naar onze mening voldaan aan de normen.

 

Verkeer(bewegingen)

De beoogde infrastructuur op en naar het terrein van de CNO is voldoende voor het daarvan te verwachten gebruik (bussen, vrachtauto’s van leveranciers, auto’s van personeel e.d.). Ten tijde van de aanleg van de ontsluitingsweg op de Rijksweg en andere werkzaamheden, alsmede tijdens de bouw van de paviljoens en units, zal aanvullend toezicht (o.a. verkeersregelaar) plaatsvinden.

 

Algemeen: de (bouw)werkzaamheden ter plaatse zullen op de voet worden gevolgd. Na realisatie van de CNO volgens de ingediende plannen, zal ter plaatse ook een uitgebreide schouw worden uitgevoerd door medewerkers van de ODRN en VRGZ. Indien tekortkomingen en/of gebreken worden geconstateerd ten aanzien van de bouwvoorschriften en/of brandveiligheid, zullen noodzakelijke aanvullende maatregelen/voorzieningen bij u worden afgedwongen.

 

Met betrekking tot de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening:

Het beoogde gebruik is strijdig met de volgende bestemmingen en dubbelbestemmingen:

- Bestemming Agrarisch met waarden Landschap en Natuur;

- Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied;

- Gebiedsaanduiding EHS Natuur.

 

De locatie is niet verdacht op bodemverontreiniging. Formeel gezien hoeft vanuit het RO-spoor dan geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

 

De locatie heeft geen archeologische dubbelbestemming en heeft een lage archeologische verwachtingswaarde (zie beleidskaart RAAP. op de website van de gemeente Heumen). Gelet hierop hoeft vanuit het RO-spoor ook geen archeologisch bureauonderzoek te worden

 

De locatie is niet verdacht op NGE (niet gesprongen explosieven), dit is door ons gecheckt bij Bombs Away (het bedrijf dat in de arm is genomen voor de NGE in de gemeente Heumen). Het protocol voor toevalvondsten dient te worden gehanteerd (vgl. kenniscentrum-oo.nl).

Dit geldt ook als de werkzaamheden zonder begeleiding plaatsvinden.

 

Voorwaarde is, gelet op de milieuzone opgenomen voor het grondwaterbeschermingsgebied, dat de activiteiten (direct/indirect) geen blijvende, onevenredige afbreuk mogen opleveren voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater.

 

Het COA zal in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning nog een goede ruimtelijke onderbouwing aanleveren. Op voorhand zien wij, vanwege het zwaarwegende maatschappelijke belang en het ontbreken van een reëel alternatief, echter geen argumenten om geen medewerking te verlenen aan de plannen van het COA, ook al maken deze een in breuk op de EHS.

 

Voorwaarde is wel dat, na het beëindigen van de tijdelijke activiteiten, en het verwijderen van paviljoens, units, ontsluitingsweg en verhardingen, de EHS wordt hersteld op aanwijzing van het bevoegd gezag. Er dient vooraf en achteraf een ecologische nulmeting te worden uitgevoerd. De meting vooraf is reeds uitgevoerd: monsters zijn ter plaatse genomen. Voorwaarde is dat dit ook achteraf gebeurt, na beëindiging van de activiteiten ter plaatse.

 

Met betrekking tot de activiteit uitvoeren van werken/werkzaamheden:

Met betrekking tot de aanleg van de ontsluitingsweg, de verharding van het terrein en de uitvoering van andere noodzakelijke werkzaamheden ten behoeve van het realiseren van de CNO zijn positieve adviezen verkregen van de betrokken instanties (Provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland, gemeente Nijmegen, gemeente Heumen).

 

Met betrekking tot de activiteit realiseren/wijzigen van een uitrit:

Ontsluiting van de CNO via de Rijksweg is in dit geval wenselijk. Deze ontsluiting is namelijk veiliger, belast de natuur ter plaatse veel minder en de St. Jacobsweg is ook niet geschikt voor zwaar verkeer: deze is namelijk niet verhard en ook te smal. Gebruik van de St. Jacobsweg zou voorts veel stof veroorzaken, door passerend (zwaar) verkeer. Vanwege de aanwezigheid in de buurt van een school (Kandinsky College), wordt deze weg ook door veel fietsende kinderen gebruikt. Veel (zwaar) verkeer op deze weg zou dus onveilige situaties kunnen opleveren.

 

Op 5 juni 2023 ontvingen wij onderstaand verkeerskundig advies van de provincie Gelderland ten aanzien van de ontsluiting van de CNO op de Rijksweg N844, via de bestaande in-/uitrit, ter plaatse van hectometerpaal 4.2 te Malden.

 

Het tijdelijk gebruik is akkoord mits:

  • 1.

    De tijdelijk in-uitrit mag tijdens gebruik COA de maatvoering hanteren van een transportbedrijf (cf. bijlage). Dit is de ruimste vorm welke gehanteerd wordt binnen de provincie Gelderland en kan alle vormen van transport faciliteren.

  • 2.

    De huidige dam/inrit is voorzien van semi-verharding/grasbetonstenen, voor zowel de tussen- als buitenberm. Vanuit belangen rondom herkenning in/uitrit is uniformiteit en daarmee herkenbaarheid inrit belangrijk. Door de uniforme vorm/inrichting is een in/uitrit dan beter te herkennen. Met het oog op de tijdelijkheid in/uitrit COA is het niet logisch de huidige semi-verharding te vervangen voor BSS zoals omschreven in het detail/bovenaanzicht. Het voorstel is om de huidige semi-verharding te handhaven (indien voldoende draagkrachtig/sterk). Mocht blijken dat het onvoldoende sterk is en vervangen moet worden, dan inrichten conform wens (conform bovenaanzicht, zie bijlage ‘uitrit t.b.v. transportbedrijf.pdf’.

  • 3.

    Recht doorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer, vrachtwagens zullen voorrang moeten geven aan (brom)fietsers op de (brom)fietspaden. Bekend is dat er op en rondom deze locatie aan beiden kanten gereden wordt (lees: spookfietsen). Chauffeurs moeten dus rekening houden met aanbod (brom)fietsers vanuit 2 richtingen/kanten. Gezien de nabijheid van de VRI, inrit Mac Donalds en het mogelijke spookfietsen, graag (tijdens de bouwfase) een verkeersregelaar plaatsen t.h.v. de in/uitrit COA, welke toeziet op de algemene veiligheid. In principe kunnen/mogen de (brom)fietsers door, de vrachtwagens verlenen voorrang.

  • 4.

    De in/uitrit mag gebruikt worden voor in- en uitgaande bewegingen, waarbij met de uitgaande beweging men verplicht rechtsaf moet (dit i.v.m. sergeantmarkering / opstelrijen VRI). Daarvoor moet een D5R geplaatst worden. Verkeer wordt dan verplicht rechtsaf te slaan bij het verlaten van deze uitrit.

  • 5.

    In het kader van de fauna/dieren (verplaatsen zich na zonsondergang) moet de in/uitrit voorzien worden van een hekwerk, zodat de in/uitrit fysiek kan worden afgesloten. De in/uitrit moet tussen 20.00 uur en 6.00 uur, door middel van dit hekwerk gesloten worden. Dit om te voorkomen dat zij op de provinciale weg kunnen worden aangereden.

  • 6.

    Voor start aanleg moet er afstemming zijn met de collega’s van steunpunt Oosterhout. Zij verzorgen het dagelijkse toezicht (zoals gebruik in/rit als sluiten hekwerk op afgesproken tijden) hierop.

     

Wij nemen het betreffende advies van de provincie Gelderland hierbij over.

 

 

Met betrekking tot de activiteit brandveilig gebruik (brandveiligheid):

Zie ook hierboven, onder a, met betrekking tot de activiteit bouwen.

 

Na realisatie van de CNO, volgens de ingediende plannen, en de ingebruikname van de CNO, zal ter plaatse regelmatig inspectie worden uitgevoerd door medewerkers van de ODRN en VRGZ. Indien tekortkomingen en/of gebreken worden geconstateerd ten aanzien van de voorschriften en/of brandveiligheid, dan zullen de noodzakelijke aanvullende maatregelen/voorzieningen worden afgedwongen.

 

Melding Activiteitenbesluit

Wij wijzen u erop dat er mogelijk een melding in het kader van het activiteitenbesluit noodzakelijk is.

 

Conclusie

Gelet op het voorgaande concluderen wij dat er wordt voldaan aan de door ons vastgestelde gedoogstrategie. Immers: er ligt in formele zin een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning, voor het realiseren en gebruiken van de CNO aan de Sint Jacobsweg 10 te Malden. In dit kader zijn de nodige relevante stukken aangeleverd. Er is dus concreet zicht op legalisatie. In materiële zin blijkt uit de ingediende stukken dat er ter plaatse afdoende voorzieningen en maatregelen zullen worden getroffen, zodat er geen sprake zal van risico’s - met name ook in constructieve zin of in de zin van brandveiligheid - voor de gebruikers van de CNO. Er liggen positieve adviezen van de betrokken instanties (VRGZ, ODRN, Provincie Gelderland, waterschap Rivierenland e.d.). Er zal door het bevoegd gezag voortdurend worden toegezien op naleving van de gestelde voorwaarden. Er is voorts sprake van een tijdelijke (illegale) situatie, tot uiterlijk 1 december 2023. Daarbij is het de verwachting dat de in procedure zijnde omgevingsvergunning al ruim vóór die datum zal kunnen worden verleend, zodat er op dat moment formeel reeds een einde komt aan de illegale situatie. Tenslotte zijn wij van mening dat er in dit geval een zwaarder wegend maatschappelijk belang is (te weten: het realiseren van een dringend noodzakelijke extra opvangcapaciteit voor 800 vluchtelingen), dan het belang van handhaving van de overtreden wettelijke voorschriften (c.q. het afwachten van de noodzakelijke omgevingsvergunning, alvorens het project daadwerkelijk te mogen uitvoeren). Gelet op de grote spoedeisendheid hebben wij besloten om in dit geval af te wijken van de gedoogstrategie, door 4.1.2 Awb niet toe te passen.

 

Gedoogbeschikking

Gelet op het voorgaande, en daarbij alle betrokken belangen afwegende, hebben wij besloten om het realiseren en het gebruiken van een tijdelijke opvanglocatie (CNO) met een maximumcapaciteit van 800 personen, ter plaatse van de locatie gelegen aan Sint Jacobsweg 10, 6581 KM te Malden (Kadastraal bekend: gemeente Heumen, Sectie A, nummer 25 e.a.), zonder de daarvoor noodzakelijke omgevingsvergunning, tijdelijk te gedogen, tot uiterlijk 1 december 2023.

 

Voorwaarden / opmerkingen

Aan deze gedoogbeschikking verbinden wij de volgende voorwaarden:

  • 1.

    Deze gedoogbeschikking verliest automatisch zijn rechtskracht op 1 december 2023, of zoveel eerder als de door u op 12 juni 2023 aangevraagde omgevingsvergunning (OLO reg.nr. 7825671) is verleend en in rechte onaantastbaar is geworden. Na deze datum behouden we ons het recht voor om alsnog handhavend op te treden;

  • 2.

    U kunt aan deze gedoogbeschikking nadrukkelijk geen rechten ontlenen ten aanzien van de door u op 12 juni 2023 aangevraagde omgevingsvergunning;

  • 3.

    Indien bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat omstandigheden of gegevens anders zijn dan thans aangenomen, behouden wij ons het recht voor om alsnog af te zien van gedogen en (dus) alsnog handhavend op te treden. Datzelfde geldt bij gewijzigde inzichten gedurende de looptijd van deze beschikking;

  • 4.

    Deze gedoogbeschikking geldt alleen voor de specifieke hierboven omschreven overtredingen en nadrukkelijk niet voor andere mogelijke overtredingen van (wettelijke) voorschriften;

  • 5.

    Iedere aanwijzing van toezichthouders van (of namens) het bevoegd gezag dient strikt en onmiddellijk door u te worden opgevolgd;

  • 6.

    Alle voorwaarden die hierboven in dit besluit worden genoemd of aangehaald dienen door u te worden nageleefd;

  • 7.

    Het door ons gedogen van de hierboven beschreven illegale situatie geschiedt geheel en al voor uw eigen rekening en risico als aanvrager/beheerder en overtreder;

  • 8.

    Dit gedoogbesluit zal worden gepubliceerd. Het is mogelijk dat derden-belanghebbenden in rechte ageren tegen de beoogde tijdelijke gedoogsituatie. Het valt dus niet uit te sluiten dat wij door de bestuursrechter kunnen worden gedwongen om alsnog handhavend op te treden. U dient daarvan goede nota te nemen;

  • 9.

    Het feit dat wij de voornoemde overtreding gedogen betekent nog niet dat andere bevoegde handhavingsinstanties eveneens zullen afzien van handhavend optreden;

  • 10.

    Wij zullen de door ons voorwaardelijk gedoogde illegale situatie regelmatig (laten) controleren en zo nodig (aanvullende) maatregelen/voorzieningen laten treffen;

  • 11

    Adviezen/aanbevelingen van de VRGZ, ter zake van de brandveiligheid, en van de ODRN, ter zake van (onder meer) de constructieve veiligheid, dienen stipt en zonder meer door u te worden opgevolgd;

  • 12

    Wij zullen dit gedoogbesluit intrekken op het moment dat wordt vastgesteld dat één of meer van de hierin gestelde voorwaarden door u worden overtreden. Vervolgens zullen wij handhavend optreden.

     

Geen bezwaarmogelijkheid

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 24 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1356) overwogen dat gedoogbeslissingen geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze niet op een rechtsgevolg zijn gericht. Het instellen van bezwaar tegen deze beslising is om die reden niet mogelijk.

 

Publicatie

Dit besluit zal via de gebruikelijke kanalen bekend worden gemaakt.

 

 

Aldus besloten in de vergadering van 19 juni 2023,

 

 

burgemeester en wethouders  

 

 

mr. J. de Graaf

Gemeentesecretaris

 

mr. J.W.M.S. Minses

Burgemeester

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven