Verkeersbesluit diverse verkeersmaatregelen Wagenweg

Nr. 2023/0406775

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Aanleiding

Het Houtplein, één van de entrees van de stad, moet meer allure krijgen en wordt heringericht. Door de herinrichting worden het Houtplein en omgeving mooier, schoner en veiliger en het openbaar vervoer wordt verbeterd. Van 2 oktober 2018 tot en met 12 november 2018 heeft het voorlopig ontwerp (VO) voor de herinrichting van de openbare ruimte van het Houtplein en de directe omgeving ter inzage heeft gelegen. Dit voorstel is getoond aan bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden op een inloopavond op 17 oktober 2018. Daarnaast zijn nog bijeenkomsten geweest met ondernemers Wagenweg / Houtplein, de bewonersgroep Tempeliersstraat en de bewonersgroep Lorentzplein. Op het VO zijn 118 zienswijzen ingediend naar aanleiding waarvan er een aantal substantiële wijzigingen zijn doorgevoerd in het ontwerp.

Diverse hoofdkeuzes zijn benoemd in de SOR die betrekking hebben op de herinrichting van het Houtplein e.o. zoals verblijfskwaliteit, klimaatbestendigheid, duurzame mobiliteit, ruimte voor voetgangers en fiets, versterken van de HOV-corridor en ruimte voor stadsnatuur. Deze hoofdkeuzes liggen op een gelijkwaardig niveau en zijn zorgvuldig afgewogen.

Met deze herinrichting wordt bijgedragen aan een verbetering van de leefbaarheid en verkeersveiligheid en ontstaat er een heldere verkeersstructuur. In de SOR (Structuurvisie Openbare Ruimte) is het belang van voetgangers en de (elektrische) fiets qua prioritering van het afwegingskader mobiliteit boven gesteld aan het belang van het openbaar vervoer en het lokale gebruik van de auto.

De prioritering van het afwegingskader mobiliteit is als volgt:

1. Het belang van de voetgangers; veilige en comfortabele voorzieningen;

2. Het belang van de (elektrische) fiets als primaire vervoerswijze;

3. Het belang van het openbaar vervoer;

4. Het belang van het lokale gebruik van de auto en overig gemotoriseerd verkeer.

Het eindproduct van deze procesgang is een klimaatadaptieve omgeving met een goede toegankelijkheid, voldoende ruimte voor voetgangers, fietsers en goed bruikbare OV-voorzieningen.

Het voorliggend verkeersbesluit omschrijft de besluitplichtige plaatsing of verwijdering van verkeerstekens in het deelgebied Wagenweg, dat is gelegen tussen het Houtplein en de Iordensstraat;

Separaat aan dit verkeersbesluit worden door het college verkeersbesluiten genomen voor de andere deelgebieden in het projectgebied Houtplein e.o.

Overwegende:

- dat de Wagenweg gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

- dat de Wagenweg in beheer is bij de gemeente Haarlem;

- dat de Wagenweg een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

- dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

- dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager

beleid;

- dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de SOR;

- dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

- dat de Wagenweg, gelegen tussen het Houtplein en de Iordensstraat gecategoriseerd is als erftoegangsweg;

- dat de verkeersfunctie op een gebiedsontsluitingsweg ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

dat de Wagenweg een onderdeel is van het bovenomschreven herinrichtingsplan Houtplein en omgeving;

- dat de routes Houtplein-Dreef en Houtplein-Wagenweg zowel een onderdeel van het hoofdfietsnetwerk (SOR) als een recreatieve route (SOR) zijn;

- dat door het scheiden van verkeersstromen en goed gedimensioneerde fietsroutes met voldoende doorzicht een veilige situatie voor de gebruikers ontstaat;

- dat vanaf de Raamvest auto’s, als gast in de fietsstraat, alleen nog maar kunnen afslaan naar de Tempelierstraat of doorrijden naar de Wagenweg;

- dat de fietsstraat zich geleidelijk aan afsplitst van de rijbaan van het Houtplein en overgaat in de fietsstraat Wagenweg;

- dat de Wagenweg wordt ingericht als fietsstraat, waarbij het autoverkeer door middel van eenrichtingsverkeer alleen vanaf Houtplein richting Florapark plaatsvindt terwijl het fietsverkeer in beide richtingen mogelijk blijft;

dat het eenrichtingsverkeer op de Wagenweg, zoals het thans is aangeduid, in stand wordt gehouden;

dat bevoorradend verkeer niet altijd gebruik kan maken van een gelegenheid buiten de rijbaan voor laad- en losactiviteiten;

dat het gewenst is om een vak te allen tijde beschikbaar te houden voor het bevoorradend verkeer;

- dat door middel van het plaatsen van borden E7 van de bijlage 1 van het RVV 1990 ter hoogte van Houtplein no. 32-34 en Wagenweg no. 8-10 een gelegenheid voor laden en lossen wordt gereserveerd, waarbij het exclusieve gebruik daarvan beperkt wordt tot de tijdvakken van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 18.00 uur, door het aanbrengen van een onderbord waarop bovengenoemde tijdvakken staan vermeld;

- dat buiten deze tijdvakken deze stroken van maandag tot en met vrijdag tussen 19.00 en 09.00 uur op grond van de parkeerverordening 2018 van Haarlem gereserveerd worden voor vergunninghouders door middel van het plaatsen van bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990, met een onderbord waarop bovengenoemde tijdvakken staan vermeld;

- dat met dit gecombineerd gebruik de beschikbare parkeerruimte zo optimaal mogelijk wordt benut;

- dat ter hoogte van Wagenweg no. 4 een gehandicaptenparkeerplaats wordt ingesteld door middel van het plaatsen van bord E6 van bijlage 1 RVV 1990;

- dat fietsers die vanaf Dreef/Frederikspark het kruispunt met de Wagenweg oprijden, de middengeleider welke is gelegen tussen het fietspad en fietsstraat aan de rechterzijde moeten passeren;

- dat fietsers die vanaf de Wagenweg in de richting van het kruispunt met de Dreef/Frederikspark rijden, de middengeleider welke is gelegen tussen het fietspad en fietsstraat aan de rechterzijde moeten passeren;

- dat bestuurders die vanaf de Wagenweg richting het kruispunt met Iordensstraat rijden, de middengeleider welke is gelegen tussen het fietspad en fietsstraat aan de rechterzijde moeten passeren;

- dat daarom op al die middengeleiders middels bord D2 van de bijlage 1 van het RVV 1990 een gebod voor alle bestuurders wordt ingesteld om dit bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

- dat voor voetgangers het oversteken van de rijbaan van de Wagenweg, nabij het kruispunt met het Frederikspark verbeterd door uitsluitend nog de aanwezigheid van een fietspad als gevolg van de herinrichting;

- dat voetgangersoversteekplaatsen niet uitsluitend bepalend zijn voor de verkeersveiligheid maar voor de mogelijkheid (met voorrang) vlot te kunnen oversteken;

- dat de wachttijd voor de voetgangers niet sterk vergroot bij afwezigheid van een voetgangersoversteekplaats;

- dat, als gevolg van het wegvallen van gemotoriseerd verkeer op dit punt,nog uitsluitend fietsers dit punt passeren;

- dat de oversteekmogelijkheden voor voetgangers toenemen;

- dat het nut en de noodzaak van een voetgangersoversteekplaats daarmee vervalt;

- dat om bovenstaande redenen de bestaande voetgangersoversteekplaats op het kruispunt van het Frederikspark met de Wagenweg wordt verwijderd;

- dat de overige bestaande verkeersmaatregelen, voor zover noodzakelijk, op de Wagenweg in stand blijven;

- dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het verwijderen of plaatsen van de verkeersborden D2, E6 en E7 van bijlage 1 van het RVV 1990 en het verkeersteken voetgangersoversteekplaats een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van het WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregelen strekken tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

dat gelet op artikel 2 van het WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij realisatie van de verkeersmaatregelen;

dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen;

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

  • 1.

    door middel van het plaatsen op de middengeleiders van bord D2(R) op de Wagenweg ter hoogte van het kruispunt met het Frederikspark en met de Iordensstraat een gebod voor alle bestuurders in te stellen om het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 2.

    door middel van het plaatsen van het bord E6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 het verbod op de Wagenweg, nabij en aan de zijde van no. 4 een gehandicaptenparkeerplaats in te stellen;

  • 3.

    door middel van het plaatsen van borden E7 van de bijlage 1 van het RVV 1990 ter hoogte van Houtplein no. 32-34 en Wagenweg no. 8-10 een gelegenheid voor laden en lossen te reserveren, waarbij het exclusieve gebruik daarvan beperkt wordt tot de tijdvakken van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 18.00 uur, door het aanbrengen van een onderbord waarop bovengenoemde tijdvakken staan vermeld;

  • 4.

    door middel van het verwijderen van de op de Wagenweg, nabij de aansluiting met het Frederikspark, aangelegde zebramarkering de voetgangersoversteekplaats op te heffen.

Een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Melvin Werkhoven

Teammanager beleid

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven