Burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg;
Gelet op:
- artikel 7, tweede lid, van de Wegenwet, waarin is bepaald dat een weg heeft opgehouden openbaar te zijn wanneer hij door het bevoegd gezag aan het openbaar verkeer is onttrokken;
- artikel 9 van de Wegenwet, waarin is bepaald dat een weg in beheer bij een gemeente aan het openbaar verkeer kan worden onttrokken bij een besluit van de raad van de gemeente, waarin de weg is gelegen en dat is besluit wordt meegedeeld aan Gedeputeerde Staten;-
- artikel 11, eerste lid, van de Wegenwet, waarin is bepaald dat iedere belanghebbende bij een weg, niet behorende tot de in artikel 8 bedoelde, het recht heeft aan de raad der gemeente, waarin de weg is gelegen ten opzichte van dien weg toepassing van artikel 9 te verzoeken
- artikel 11, tweede lid, van de Wegenwet, waarin is bepaald dat op de voorbereiding van de beslissing op verzoek afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.artikel 160, eerste lid aanhef en onder b van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat het college beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast en dat hieraan uitvoering wordt gegeven door dit ontwerpbesluit vast te stellen;
Overwegende:
- dat het Kerkpad is gelegen in Heemse, in de gemeente Hardenberg;
- dat het Kerkpad is gelegen binnen de bebouwde kom, binnen een 30 km/u-zone;
- dat het Kerkpad al meer dan 30 jaar vrij toegankelijk is, en in die zin kan worden beschouwd als openbare weg;
- dat het Kerkpad tussen de Scholtensdijk en de begraafplaats in eigendom en beheer is van de PKN Hardenberg-Heemse;
- dat het verkeer op het Kerkpad in de huidige situatie al beperkt is toegestaan, vanwege de verplichte eenrichtingsweg;.
- dat de PKN Hardenberg-Heemse op grond van artikel 11 van de Wegenwet het verzoek heeft ingediend om het Kerkpad, ter hoogte van de Witte of Lambertuskerk, te onttrekken aan de openbaarheid van wegen;
- dat de PKN Hardenberg-Heemse het Kerkpad gedeeltelijk wil betrekken in een verbouwing;
- dat het Kerkpad na onttrekking grotendeels toegankelijk blijft voor voetgangers, fietsers en (begrafenis)auto’s;
- dat er voldoende logische alternatieve routes zijn om de achterliggende gemeentelijke begraafplaats te bereiken;
- dat met het onttrekken van de Finlandweg aan de openbaarheid het openbare verkeer niet gehinderd wordt;