Gemeenteblad van Waalwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2023, 265359 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2023, 265359 | overige overheidsinformatie |
1.2 Verhouding tot de koers sociaal domein en ander beleid. 2
2 Bestaanszekerheid op orde. 5
2.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk: 5
3 Publieke (mentale) gezondheid. 8
3.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk. 8
4.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk. 13
4.3 Wat willen we bereiken. 13
5.3 Wat betekent dichtbij voor de organisatie van de Wmo. 16
5.4 Toegang tot (maatwerk)voorzieningen. 17
6.3 Ontwikkelingen in de vraag. 19
6.6 Gevolgen voor het aantal maatwerkvoorzieningen. 22
Bijlage 1: Maatwerkvoorzieningen en nadere regels 24
In lijn met de in november 2022 vastgestelde koers in het sociaal domein volgt hier het Wmo-beleidsplan voor de periode 2023-2026. In dit plan geven we aan wat we in deze periode concreet gaan betekenen voor kwetsbare inwoners in de gemeente Waalwijk en wat de financiële consequenties zijn van het beleid. Onder kwetsbare inwoners verstaan we inwoners van 18 jaar en ouder die niet voldoende zelfredzaam zijn om mee te doen in de samenleving. Het feit dat ze niet voldoende zelfredzaam zijn maakt dat ze een beroep doen op de ondersteuning in het sociaal domein.
Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo heeft tot doel dat iedereen kan blijven meedoen aan de samenleving en zoveel mogelijk veilig zelfstandig kan blijven wonen. We hebben als gemeente hierbij de keuze om dit deels te organiseren via beschikkingsvrije algemene voorzieningen en deels via maatwerkvoorzieningen op basis van een beschikking.
In 2014 heeft de gemeente Waalwijk een Wmo-beleidsplan opgesteld ten behoeve van de transitie in 2015. Dit plan was toe aan een herziening. In 2022 hebben we een Wmo-beleidsplan opgesteld voor de duur van een jaar vooruitlopend op de nieuwe koers Sociaal domein. Het belangrijkste onderdeel van het Wmo-beleidsplan 2022 is een uitvoeringsregeling voor de opstart van een op herstel gerichte voorziening. Deze voorziening “De Kazerne” opent op 1 maart 2023 officieel haar deuren. We hebben daarom nog weinig te melden over de voortgang van dit plan.
Volgens het Wmo-voorspelmodel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van december 2022, geactualiseerd met de cijfers van 2021, maken inwoners van de gemeente Waalwijk bij ongewijzigd beleid in 2026 15% meer gebruik van Wmo-voorzieningen op basis van een beschikking (zie bijlage 3). Dit betekent dat daarmee ook de kosten verder toenemen. Om de Wmo uitvoerbaar en betaalbaar te houden is het noodzakelijk dat we daar waar mogelijk andere keuzes maken.
1.2 Verhouding tot de koers sociaal domein en ander beleid
Binnen de koers hebben we hiervoor vier uitgangspunten geformuleerd:
• Publieke (mentale) gezondheid
In dit Wmo-beleidsplan laten we zien hoe we het op basis van de vier uitgangspunten anders gaan doen.
We gaan onze activiteiten en voorzieningen zo inrichten dat inwoners leren hoe om te gaan met uitdagingen in het leven. Wat maakt of je hiermee om kan gaan heeft alles te maken met je omgeving en met veerkracht. Veerkracht zit in de persoon zelf, maar zit met name in de steun die wordt ervaren door belangrijke anderen om je heen. We gaan inwoners helpen bij het ontmoeten van voor hen belangrijke anderen, zoals lotgenoten, en met het ontwikkelen van steunstructuren. De nadruk ligt dus op publieke (mentale) gezondheid. De Kazerne is hiervan een eerste voorbeeld.
We werken binnen de Wmo domeinoverstijgend, in samenhang met onder andere het uitvoeringsprogramma “Jong in Waalwijk”, met het armoedebeleid, de schuldhulpverlening en met de Participatiewet. Hierin worden de randvoorwaarden vastgesteld die noodzakelijk zijn om binnen de Wmo iets te kunnen betekenen voor inwoners.
We willen de trend van het Wmo-voorspelmodel van de VNG keren en zetten in op een daling van het aantal maatwerkbeschikkingen. Dit doen we deels om een kostenstijging tegen te gaan, maar vooral om inwoners duurzaam vooruit te helpen door hen een beter alternatief te bieden. We stellen ons daarom de volgende doelen:
Het aantal nieuwe beschikkingen voor dagbesteding en individuele begeleiding is in 2026 met 5% afgenomen ten opzichte van het aantal indicaties in 2021[1].
*Om dit eerste te meten doen we in 2024 een kwantitatieve nulmeting onder gebruikers van algemene Wmo-voorzieningen en houden we onder dezelfde inwoners een narratieve evaluatie in 2026. Een narratieve evaluatie is een kwalitatieve evaluatie die uitgaat van het luisteren naar en duiden van verhalen van inwoners.
Bij alles wat we organiseren binnen de Wmo streven we naar inclusie. Dit wil zeggen dat we mogelijkheden bieden voor alle inwoners ongeacht hun geloof, huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid of beperking. Dit realiseren we door de voorzieningen toegankelijk te maken voor mensen met een beperking, maar ook door diversiteit in professionals en vrijwilligers. Bij de ontwikkeling van een Wmo-voorziening vragen we het platform inclusief Waalwijk vooraf om een advies.
Het zwaartepunt van dit beleidsplan ligt bij de verandering die we de komende jaren willen inzetten. We verminderen hoofdzakelijk het gebruik van individuele voorzieningen door voorzieningen die tot doel hebben dat inwoners meer belangrijke anderen om zich heen hebben te vermeerderen. Hierdoor kunnen inwoners beter functioneren ongeacht een eventuele kwetsbaarheid. Naast dat dit kwalitatief beter is voor de inwoner is dit ook een goedkopere oplossing.
We beschrijven dit aan de hand van de vier uitgangspunten van de koers Sociaal domein in de hoofdstukken 2 tot en met 5. In hoofdstuk 6 geven we een overzicht van de middelen die we beschikbaar hebben en extra nodig hebben om de transformatie in de periode van het Wmo-beleidsplan vorm te geven. In bijlage 1 beschrijven we welke maatwerkvoorzieningen we bieden, wat de rol is van Team WIJZ en wat we verder hebben geregeld of gaan regelen in het kader van de Wmo. In bijlage 2 beschrijven we de planning voor de jaren 2023 t/m 2026, de looptijd van dit beleidsstuk.
[1] We gebruiken hierbij hetzelfde jaar als het beginjaar van het Wmo-voorspelmodel van de VNG
Bestaanszekerheid houdt in dat iemand de beschikking heeft over de middelen voor het levensonderhoud om aan de samenleving mee te kunnen doen. Bestaanszekerheid is volgens ZonMw: het kunnen nadenken over de dag van morgen, en niet alleen maar bezig hoeven zijn met wat je vandaag moet doen om te overleven. Binnen de Wmo gaan we aan de slag met bestaanszekerheid door te werken aan:
Geen problematische schulden[2];
[2] Bron: Nvvk, Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin te voorzien is dat een natuurlijke persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. In ieder geval een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling).
2.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk:
Waalwijk behoort tot de gemeentes met de laagste sociaaleconomische status van Noord-Brabant. De kansenongelijkheid is hoog. Dat betekent dat het in Waalwijk lastig is om je sociaaleconomische status te verbeteren. Het zorggebruik is, vooral in de meest kwetsbare wijken, bovengemiddeld. Inwoners kennen de zorgvoorzieningen in Waalwijk beter en waarderen ze hoger dan de welzijnsvoorzieningen. Het bevestigt het beeld wat we ook in Nederland zien: kwetsbare omgevingen leiden tot een verhoogd zorgverbruik[3].
In de gemeente Waalwijk maken 308 éénoudergezinnen en 96 tweeoudergezinnen gebruik van de Paswijzer. De kinderpakketten zijn uitgegeven voor 450 kinderen (Waarvan 36 kinderen tussen 0 en 4). Op dit moment maken 41 inwoners gebruik van de schuldhulpverlening omdat zij problematische schulden hebben en 81 inwoners zijn aangemeld voor preventieve schuldhulpverlening.
Uit de evaluatie van het MaatPact komt naar voren dat daar waar we de bestaanszekerheid niet borgen zorg geen duurzame oplossing is. Het niet hebben van een woning en het hebben van problematische schulden belangrijke voorspellers zijn van multiproblematiek en dus van hoge kosten en intensieve zorg. De problemen die aan de basis liggen van de hulpvraag lossen we namelijk niet op, waardoor we aan symptoombestrijding doen. Het organiseren van bestaanszekerheid is daarmee een randvoorwaarde voor uitvoering van de Wmo.
[3] Bron: Koersbepaling Sociaal domein september 2022
We willen bereiken dat inwoners van de gemeente Waalwijk niet langdurig afhankelijk zijn van zorg. We verwachten dat als we aan bestaanszekerheid werken het aantal langdurige zorgindicaties vermindert.
Hiervoor hebben we nodig dat in 2026:
- Er geen uithuiszettingen zijn vanwege betalingsachterstanden;
- We minder huishoudens hebben met problematische schulden;
- Meer huishoudens gebruik maken van de regelingen om de gevolgen van armoede te verzachten (paswijzer e.d.);
- Er per maand minimaal 10 aanvragen voor een beschikking voor individuele begeleiding worden opgepakt op basis van de doorbraakmethode van MaatPact
Om escalatie bij life-events te voorkomen zetten we nadrukkelijker in op MaatPact. MaatPact is een methode om uitzichtloze situaties van inwoners te doorbreken door multidisciplinair buiten de systemen om een oplossing te creëren. Hierbij maken we gebruik van maatschappelijke business cases. Dit houdt in dat we per casus duidelijk maken wat de kosten zijn van direct ingrijpen en wat de verwachtte kosten zijn als we dat niet doen. De medewerkers van de gemeente hebben hiervoor een beschikbaar budget. Dit budget kunnen zij inzetten als uit de maatschappelijke business case blijkt dat de kosten bij niet ingrijpen minimaal 25% hoger zijn. De impact hiervan is dat er sneller stabiliteit is waardoor we hoge zorgkosten voorkomen en de inwoner sneller kan werken aan het verhogen van de veerkracht.
Voor inwoners met een laag inkomen faciliteren en organiseren we activiteiten om schulden te voorkomen. We zetten hierbij in op:
Het verzachten van de effecten van armoede door, ten opzichte van 2022, de Paswijzer en diverse toeslagen en voorzieningen voor meer inwoners met een laag inkomen toegankelijk te maken. We onderzoeken de mogelijkheid om hierbij uit te gaan van de bijstandsnorm van 130%, zonder dat inwoners daardoor op andere voorzieningen gekort worden.
De concrete uitwerking van deze onderdelen inclusief de financiële gevolgen worden opgenomen in het armoedebeleid en de nota schuldhulpverlening.
We zorgen dat kwetsbare inwoners die op basis van hun financiële situatie uit huis gezet dreigen te worden in hun huis kunnen blijven wonen. We zorgen dat de huur of de hypotheek betaald wordt totdat er voldoende inkomen is om de lasten zelf te dragen of totdat er alternatieve goedkopere huisvesting beschikbaar is. We rekenen hierbij met de maximale huur van een sociale huurwoning zoals bekend gemaakt door de rijksoverheid.
De afgelopen twee jaar zijn in Waalwijk gemiddeld 4,5 inwoners per jaar uit hun huurhuis gezet om financiële redenen. Van koopwoningen hebben we geen overzicht. Het uitgangspunt is dat kwetsbare inwoners die op basis van hun financiële situatie uit huis gezet dreigen te worden in hun huis kunnen blijven wonen of elders onderdak hebben. In Waalwijk leeft niemand om financiële redenen op straat. We regelen dit door middel van een doorbraakmethode volgens MaatPact in samenspraak met Casade.
We weten dat gemeentelijke regelingen van grote invloed zijn op een inwoner na een life-event. We helpen de inwoner met allerhande regelingen, maar we maken het mensen soms ook onnodig lastig. Bijvoorbeeld omdat de taal ingewikkeld is, omdat regelingen uitgaan van wantrouwen of omdat de voorwaarden waaraan iemand moet voldoen niet duidelijk zijn.
De komende periode willen we achterhalen of we belemmerende procedures hebben die een factor zijn bij de escalatie van problemen na een life-event. Omdat we nog niet goed weten of en waar we belemmerende procedures hebben pakken we volgende punten op:
We weten dat als iemand goed om kan gaan met zijn ziekte/kwetsbaarheid en de gevolgen ervan, hoe minder behoefte diegene heeft aan professionele zorg en hoe hoger de kwaliteit van leven. Om dit te bereiken moeten we werk maken van veerkracht en inwoners ondersteunen zoveel mogelijk hun eigen leven te leiden.
Bij veerkracht gaat het erom dat mensen in staat zijn zich aan te passen als zich een nare gebeurtenis of tegenslag voordoet. Het accent ligt op mensen zelf en datgene wat hun leven betekenisvol maakt. Met andere woorden het vermogen om je aan te passen en zelf te beslissen hoe om te gaan met de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.
We weten dat onderdeel zijn van een gemeenschap bijdraagt aan veerkracht. Het onderdeel zijn van een gemeenschap willen we vergroten door middel van publieke (mentale) gezondheid. Wij willen daarin vanuit de Wmo een belangrijke bijdrage leveren door het netwerk van mensen te vergroten. Wij willen inwoners helpen met het krijgen en houden van belangrijke andere mensen in hun leven, zoals lotgenoten. Hiermee hebben we tot doel het verhogen van de veerkracht en daarmee een afname van het aantal beschikkingen voor een maatwerkvoorziening.
3.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk
In 2016 is er door de provincie Brabant een onderzoek uitgevoerd naar de ervaren veerkracht in de gemeenten[4]. De gemeente Waalwijk scoort hierin op de volgende onderdelen onder gemiddeld: sociaal, maatschappelijk en politiek mee kunnen doen en op achterstanden op het gebied van inkomen, werk, gezondheid, opleiding, huisvesting, veiligheid en woonomgeving.
Eind 2022 maken 3033 inwoners gebruik van maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo. Zij maken gebruik van 5.366 voorzieningen. Wat opvalt is dat er verhoudingsgewijs veel inwoners gebruik maken van individuele begeleiding (829 inwoners) ten opzichte van groepsgerichte dagbesteding (102 inwoners). Juist bij individuele begeleiding staat vaak het ziek zijn of de kwetsbaarheid centraal en maken we te weinig werk van het herstellen van steunstructuren rondom een inwoner. We helpen daarmee de inwoner onvoldoende om mee te doen in de samenleving.
Zoals uit het koersdocument blijkt hebben we op dit moment te weinig (specifieke) ontmoetingsplekken voor mensen die in een kwetsbare situatie zitten. Zowel in omvang als de aard van de voorziening zetten we te weinig in op mee kunnen doen, preventie, zingeving en herstel. Uit het leefbaarheidsonderzoek in 2021 blijkt bovendien dat het bestaande aanbod niet breed bekend is waardoor inwoners vooral gebruik maken van ondersteuning op basis van een beschikking.
[4] Bron: Veerkracht in Brabant, tabellenboek, Provincie Brabant 2016.
Omdat ieder mens in zijn leven tegenslag krijgt zal de vraag naar ondersteuning hoog blijven als wij niet werken aan het verhogen van de veerkracht. We willen bereiken dat inwoners van de gemeente Waalwijk minder afhankelijk zijn van professionals doordat ze voldoende belangrijke andere mensen hebben in hun omgeving.
Hiervoor hebben we nodig dat in 2026:
We faciliteren de komende jaren actief de mogelijkheid tot ontmoeting in een aantal ontmoetingscentra en via dagbesteding die te bezoeken is zonder beschikking. Binnen de ontmoetingscentra staat naast ontmoeting het verhogen van veerkracht van inwoners centraal. Dit doen we op basis van de principes van Positieve gezondheid.
Positieve gezondheid is een benadering van gezondheid die uitgaat van veerkracht bij fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven. Een onderdeel hiervan is het werken aan samenredzaamheid.
Bij samenredzaamheid gaat het erom dat de inwoner geen of weinig professionele ondersteuning nodig heeft in het dagelijks leven omdat hij terug kunnen vallen op mensen in hun omgeving. De rol van lotgenoten is hierbij belangrijk. Bij de beschikkingsvrije dagbesteding werken we vanuit dezelfde uitgangspunten, maar is er sprake van een gestructureerde daginvulling.
We faciliteren publieke (mentale) gezondheid op de volgende manieren die hieronder staan uitgewerkt:
In of dichtbij de wijken waar veel mensen gebruik maken van zorg of waar veel ouderen wonen gaan we een aantal algemene voorzieningen realiseren in de vorm van ontmoetingsplekken. We proberen hierbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij het bestaande aanbod aan voorzieningen, zoals de WIJ-dienstcentra en bestaande buurthuizen. Het grote verschil met de huidige invulling van de WIJ-dienstencentra is dat er in deze ontmoetingscentra professionals aanwezig zijn die beschikbaar zijn voor alle inwoners.
Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de gastvrouwen/-mannen. Zij zorgen voor een warm welkom voor inwoners, maar fungeren ook als aanspreekpunt voor vragen over ondersteuning. Dit maakt dat zij goed op de hoogte zijn van het beschikbare aanbod in de gemeente Waalwijk, waarbij hun focus ligt op voorzieningen die voor alle inwoners toegankelijk zijn. Zij gebruiken hiervoor onder andere de Waalwijzer en de sociale kaart van de gemeente Waalwijk. De gastvrouw/-man verwijst door naar de medewerkers van de toegang als er een ondersteuningsbehoefte is die vanwege het specialistische of plaatsgebonden karakter niet plaats kan vinden in een algemene voorziening. De verwijzing vindt plaats met een warme hand, wat wil zeggen dat de gastvrouw/-man samen met de inwoner het eerste contact legt.
De gastvrouw/-man is daarnaast ook het aanspreekpunt voor initiatieven uit de wijk die gericht zijn op ontmoeting en vergroting van de veerkracht. Zij beoordelen het initiatief en hebben budget beschikbaar om een initiatief te faciliteren. Als het zorginitiatieven betreft verwijzen zij de inwoner naar de betrokken medewerker binnen de gemeente Waalwijk.
Alle (kwetsbare) inwoners zijn welkom in de ontmoetingscentra. Het activiteitenaanbod wordt bepaald op basis van een vooraf gedane behoeftepeiling in de betreffende wijk(en) en door regelmatige evaluaties van het aanbod. Bij drie van de ontmoetingscentra zal het aanbod meer specifiek gericht zijn op herstel, zoals bijvoorbeeld in de Kazerne. Het aanbod zal echter per ontmoetingsplek en in de loop van de jaren wisselend zijn. Wel staat vast dat het aanbod in de ontmoetingsplekken altijd gericht is op verhoging van de veerkracht en daardoor vermindering van de inzet van individuele begeleiding.
In 2026 evalueren wij de ontmoetingscentra en onderzoeken daarbij narratief, op basis van verhalen, of inwoners meer veerkracht ervaren en een groter netwerk hebben. Daarnaast kijken we of het aantal beschikkingen voldoende afneemt. Als de uitkomsten positief zijn breiden we na 2026 de ontmoetingsplekken uit naar negen locaties.
Daarnaast is er in de gemeente Waalwijk aandacht voor de omgeving. De omgeving moet uitnodigen tot ontmoeting. We willen de komende jaren inwoners vragen om met concrete plannen te komen voor de eigen wijk die ontmoeting stimuleren. Jaarlijks zijn hiervoor middelen beschikbaar binnen het wijkbudget.
Daar waar het nodig is om op een gestructureerde manier de dag door te brengen faciliteren we dagbesteding waarvoor geen beschikking nodig is. De inwoner kan hier zelf naartoe gaan.
De organisatie die de dagbesteding organiseert is verantwoordelijk voor het aanbrengen van de structuur die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Deze vorm van dagbesteding organiseren we lokaal.
Het betreft hierbij geen gespecialiseerde dagbesteding voor extra kwetsbare doelgroepen, zoals bijvoorbeeld inwoners met gevorderde dementie. Dit organiseren we als maatwerkvoorziening op basis van een beschikking.
Ter verhoging van de veerkracht is het voor een deel van de inwoners onvoldoende dat we dagbesteding en ontmoeting faciliteren. We zorgen daarom dat er professionals aanwezig zijn binnen de ontmoetingsplekken die ondersteuning bieden bij een individuele hulpvraag. Dit in tegenstelling tot de gastvrouw/-man die als algemene gids fungeert.
De professionals, die nu vanuit verschillende teams en organisaties werken, gaan samenwerken in een buurtteam, dat in wisselende samenstelling aanwezig is in de ontmoetingscentra. Welke professionals waar aanwezig zijn hangt net als het activiteitenaanbod samen met de ondersteuningsbehoefte uit de buurt en kan dus ook per jaar wisselen.
Een deel van deze professionals is in dienst van de gemeente, maar voor een deel vragen we ook professionals vanuit andere disciplines om te participeren in het buurtteam. Dit doen we om het aanbod goed op elkaar af te stemmen. Het gebruik maken van deze professionals is mogelijk zonder beschikking. Het is aan de professional zelf om te beoordelen of hij iets kan betekenen voor de inwoner die zich meldt met een hulpvraag.
Vanuit het buurtteam is er vanuit opbouwwerkers/kwartiermakers aandacht voor kwetsbare inwoners die geen gebruik maken van voorzieningen. Zij activeren inwoners om om te zien naar kwetsbare buurtgenoten en benaderen zo nodig inwoners proactief. Zij stimuleren de samenredzaamheid in de wijk.
Omdat er al veel professionals werken binnen de gemeente of op basis van een subsidie aan de gemeente verbonden zijn gaan we in eerste instantie uit van een bundeling van krachten en niet van het aantrekken van nieuwe medewerkers voor het buurtteam. Mocht op een later moment blijken dat we onvoldoende disciplines vertegenwoordigd hebben nemen we dit in heroverweging.
Het buurtteam heeft nauwe contacten met de lokale welzijns- en zorginstellingen. Doel is het snel op- en afschalen van zorg als de omstandigheden bij de inwoner veranderen. Bij zingevingsvragen zijn er korte lijnen met de kerken, de moskeeën en het centrum voor levensvragen.
De afgelopen jaren zijn binnen de gemeente Waalwijk veel van de algemene voorzieningen wegbezuinigd. Dit maakt dat inwoners alleen gebruik kunnen maken van algemene collectieve voorzieningen of maatwerkvoorzieningen op basis van een beschikking. Het gat tussen deze twee vormen van ondersteuning is groot, waardoor er geen mogelijkheid is voor op- of afschaling van ondersteuning. Dit maakt dat inwoners vaak onnodig lang gebruik maken van een relatief dure maatwerkvoorziening. Met dit beleid willen we dit gat opvullen en zorgen dat de meest optimale ondersteuning geboden kan worden. Dit is zowel voor de kwaliteit van zorg als vanuit economisch oogpunt beter. Dit model gaan we zowel voor Jeugd als voor de Wmo toepassen.
Gelijke kansen betekent dat iedereen toegang tot ontwikkelingsmogelijkheden heeft en sociaal en economisch mee kan doen[5]. Binnen de gemeente Waalwijk willen wij gelijke kansen stimuleren door inwoners meer kans te bieden op een goede gezondheid door middel van leefstijlprogramma’s in de ontmoetingscentra. Dit richten we voor een deel op onze oudere inwoners, omdat zij door hun leeftijd en het wegvallen van belangrijke anderen minder kans hebben op meedoen in onze vaak ingewikkelde samenleving. Ook willen we de kansen voor jongvolwassenen op werk vergroten omdat zij daardoor op termijn kunnen voorzien in hun bestaanszekerheid. Daar waar de inwoner betere kansen heeft draagt dit bij aan het vergroten van de veerkracht.
[5] Oranjefonds.nl/wat-ons-beweegt/gelijke-kansen
4.2 Stand van zaken gemeente Waalwijk
Inwoners van de gemeente Waalwijk hebben ten opzichte van andere inwoners in Noord-Brabant gemiddeld een lagere sociaal economische status. Dit leidt tot lagere bestaanszekerheid en een kwetsbare gezondheid. We zien dat het zorgverbruik in de meest kwetsbare wijken dan ook bovengemiddeld is. Binnen de gemeente Waalwijk doet 12,5% van de jongeren een beroep op jeugdhulp ten opzichte van 10,3% landelijk[6].
Binnen de gemeente wordt al ingezet op het verhogen van kansen van kinderen die de taal van huis uit onvoldoende mee krijgen onder andere door middel van “Waalwijk Taalrijk”. Binnen het uitvoeringsprogramma “Jong in Waalwijk” wordt dit aanbod de komende jaren verdiept en verbreed. De basis moet liggen in deze leeftijdsfase, zodat zij als volwassene gelijkwaardig mee kunnen doen.
Voor volwassenen is het bieden van gelijke kansen een relatief nieuw beleidsterrein. We hebben een aanbod van maatschappelijke activering en we faciliteren door middel van een jaarlijkse subsidie Team 12 van Stichting Samen RKC. Team 12 is gericht op inwoners tot 27 jaar en daarmee een mooie opvolging voor het aanbod gericht op de jeugd. Op het gebied van gezondheid doen we al veel, maar niet specifiek gericht op weer mee kunnen doen en ontwikkelen van veerkracht.
[6] Bron: https://waalwijk.incijfers.nl/dashboard/sociale-zekerheid
We willen bereiken dat jongvolwassenen in de gemeente Waalwijk betere kansen hebben op gezond oud worden en op betaald werk waardoor zij minder gebruik maken van maatwerkvoorzieningen. We gaan de ondersteuning aan jongvolwassenen daarom de komende jaren uitbreiden vanuit de Wmo. We gaan hen ondersteunen bij het vergroten van veerkracht en dan met name gericht op leefstijl en het verkrijgen van werk. Daarnaast willen we de kansen van ouderen op een lang gezond en zelfstandig leven verbeteren. Dit doen we op het gebied van gelijke kansen door reablement. We willen hiermee ouderen die fysiek kwetsbaar worden helpen om, ondanks de fysieke kwetsbaarheid, niet afhankelijk te worden van professionele ondersteuning.
Hiervoor hebben we nodig dat in 2026:
We bieden gerichte trainingen en scholingen aan binnen de ontmoetingsplekken zodat jongvolwassenen een beter toekomstperspectief krijgen. We hebben daarvoor programma’s specifiek voor hen gericht op leefstijl zoals gezonde voeding, gezamenlijk bewegen en ondersteuning bij het verkrijgen en houden van een sociaal netwerk. We houden hierbij rekening met jongvolwassenen die de taal niet beheersen. Dit kan in de vorm van een tolk, maar ook door rekening te houden met culturele gebruiken. Daarnaast organiseren we binnen de ontmoetingscentra en/of vanuit de “Quiet community” bezoeken aan musea, theater, bioscoop en de bibliotheek.
We gaan een pilot draaien met reablement voor onze oudere inwoners met een (door de leeftijd) fysieke kwetsbaarheid. Reablement is gericht op het samen werken met een oudere aan het verhogen van de veerkracht. Het heeft als doel om eigen regie bij mensen mogelijk te maken waardoor ze onafhankelijk zijn van zorg. Valpreventie is een onderdeel van dit programma. Wij gaan dit onder andere inzetten als inwoners een vraag hebben voor Hulp bij het Huishouden. De fysiotherapeuten, beweegcoaches en ergotherapeuten verzorgen de bijeenkomsten zoveel als mogelijk groepsgewijs in de ontmoetingscentra, maar gaan ook in de thuissituatie kijken wat er nodig is.
Een ander deel van het aanbod is gericht op het vergroten van de kans op (betaald) werk voor jongvolwassenen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit aanbod verankeren we voor het grootste deel in het uitvoeringsprogramma “Jong in Waalwijk” en in de Participatiewet via Baanbrekers, maar heeft zijn doorwerking op het gebruik van Wmo-voorzieningen. We willen hierbij een aanbod creëren waarin er meer kansen zijn voor alle (potentieel) kwetsbare jongvolwassenen in de gemeente Waalwijk. We breiden hiervoor het bestaande aanbod uit.
We borgen het bestaande aanbod van Team 12 voor minimaal vier jaar. Jongeren tot 27 jaar met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen gebruik maken van het aanbod van Team 12 van Stichting Samen RKC. Zij doen aan de hand van een werkcoach binnen RKC werkervaring op. Het leren van werknemersvaardigheden staat daarbij centraal. Deelnemers kunnen gebruik maken van het netwerk van Stichting Samen RKC voor een vervolg op de reguliere arbeidsmarkt.
4.4.4 Individuele plaatsing en steun (IPS)
De maatschappelijke activering gaat als algemene voorziening in de kwetsbare wijken werken in en vanuit de ontmoetingscentra. We breiden deze de komende jaren uit met IPS-trajecten voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. IPS staat voor Individuele Plaatsing en Steun. Effectiviteitsonderzoek wijst uit dat via IPS tweemaal zoveel werkzoekenden met ernstige psychische aandoeningen regulier betaald werk vinden en houden dan via andere methodieken. We steken hierbij ook in op inwoners uit de gemeente Waalwijk die beschermd Wonen zodat ook zij mee kunnen doen in de gemeente Waalwijk en meer veerkracht ontwikkelen. Het doel is hierbij het Midden- en kleinbedrijf (MKB) te betrekken waarbij een sluitend lokaal netwerk ontstaat zodat er een win-win situatie is. Jongvolwassenen verhogen hun kansen op werk en het MKB ziet het aantal potentiële werknemers stijgen.
We werken zo lokaal mogelijk binnen het sociaal domein. De ondersteuning is pas duurzaam als we een basis leggen in de eigen buurt of wijk. We nemen daarom wijken
en buurten als uitgangspunt en kijken van daaruit op welk niveau we onderdelen van het sociaal domein organiseren. Alleen als we het vanwege de complexiteit lokaal niet kunnen organiseren willen we de samenwerking opschalen naar grotere verbanden. We proberen zo goed mogelijk beleidsterreinen en partners aan elkaar te verbinden[7].
Bij dit uitgangspunt gaat het met betrekking tot de Wmo over de algemene voorzieningen en de positionering van Team Wijz. Dit wil niet zeggen dat we de maatwerkvoorzieningen niet als uitgangspunt lokaal organiseren, maar vanwege het specialistische karakter is dat soms niet mogelijk.
[7] Bron: Koersbepaling Sociaal domein september 2022
5.2.1 Ontmoetingsplekken en dagbesteding
De ontmoetingsplekken en dagbesteding die we binnen de gemeentegrenzen faciliteren functioneren zelfstandig. Overkoepelend geldt dat zij allemaal werken op basis van de uitgangspunten van de koers. Omdat we werken met een beeldmerk is aan de buitenkant van iedere ontmoetingsplek te zien dat iedereen in die voorziening welkom is en dat de koffie/thee er gratis zijn. Op basis van de behoefte faciliteren we gezamenlijk eten. We verzorgen hiervoor de ingrediënten en de voorzieningen om gezamenlijk een maaltijd te kunnen bereiden.
Door samenhang aan te brengen creëren we binnen de gemeente een breed aanbod. Om dit te realiseren neemt de gemeente de regierol op zich. Dit doet de gemeente onder andere door te sturen middels het inkoop- en subsidiebeleid, maar ook door coördinatie en projectleiding in eigen hand te houden.
5.2.2 Welzijnszorgorganisaties
Om te werken aan veerkracht en samenredzaamheid zijn de welzijnsorganisaties belangrijke partners. Zij spelen een grote rol bij de uitvoering van het Wmo-beleidsplan. Voor de welzijnsorganisaties geldt dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en zelfstandig functioneren. Door middel van ons subsidiebeleid geven wij wel richting aan de uitvoering. De doelen in het Wmo-beleid en de koers Sociaal domein zijn hiervoor het uitgangspunt. Hiermee bereiken we dat alle betrokken partijen elkaar versterken in wat we de komende jaren gaan doen.
5.3 Wat betekent dichtbij voor de organisatie van de Wmo
Van belang is dat de ontmoetingsplekken, de dagbesteding en de welzijnsorganisaties op lokaal niveau beschikbaar zijn. Door dichtbij te zijn is er voeling met de samenleving en kunnen zij het beste aansluiten bij de behoefte in de buurt. De gastvrouw/-man fungeert vanuit de ontmoetingscentra als de oren en ogen van de wijk en signaleert als het algemene aanbod onvoldoende aansluit bij de vraag.
In de buurtteams is een belangrijke rol weggelegd voor opbouwwerk. Opbouwwerk richt zich op het verbeteren van de buurt door onder meer de invloed van de bewoners bij het verbeteren van de leefbaarheid van hun woonomgeving te versterken. We brengen inwoners in contact door ze actief aan te spreken. Daarnaast werken we met een digitaal hulpmiddel dat bedoeld is om (hulp)vraag en aanbod samen te brengen. We onderzoeken welk digitaal hulpmiddel makkelijk in gebruik en hiervoor het meest geschikt is.
5.4 Toegang tot (maatwerk)voorzieningen
We werken op basis van publieke (mentale) gezondheid. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat het aanbod in de eigen omgeving zonder beschikking te bezoeken is. De gastvrouw/-man vervult daarbij de rol van “klaarover” tussen vraag en aanbod en tussen vraag en de toegang tot een maatwerkvoorziening.
Dit betekent dat de rol (en op termijn ook de positie) van de huidige toegang verandert. Omdat er een groot lokaal voorzieningenaanbod komt gaan we het gebruik daarvan stimuleren. Gelijktijdig gaan we het gebruik van sommige maatwerkvoorzieningen ontmoedigen. Dit doen we omdat een andere manier van ondersteunen mogelijk op weerstand kan stuiten omdat inwoners andere verwachtingen hebben. Het is van belang om dit te onderkennen en de ingezette lijn juist dan vast te houden.
De vraag om hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden, respijtzorg en (regio)vervoer moeten dichtbij, in de wijken, gesteld kunnen worden. Dit zijn voorzieningen die maar gedeeltelijk als algemene voorziening kunnen worden georganiseerd. Een voorbeeld van zo’n algemene voorziening is reablement bij HbH, de boodschappenbus van Contour de Twern of het Automaatje bij (regio)vervoer. Daar waar nodig ondersteunt een toegangsmedewerker de gastvrouw/-man bij vragen waarbij onduidelijk is of het mogelijk is in een algemene voorziening of er toch een maatwerkvoorziening nodig is.
De toegang tot begeleiding en dagbesteding organiseren we bewust op afstand, dus niet in de wijken. Omdat we veel vragen beantwoorden in de algemene voorzieningen verwachten we dat alleen de meer specialistische vragen in aanmerking komen voor maatwerk. Deze vragen kunnen voor een deel, zonder de juiste ondersteuning, verworden tot multiproblematiek. De medewerkers van de toegang die deze vragen oppakken krijgen daarom een belangrijke rol als het gaat over het forceren van doorbraken om multiproblemen te voorkomen. Hiervoor gebruiken zij de methode MaatPact. Zij behandelen per maand minimaal 10 aanvragen voor een beschikking voor individuele begeleiding op basis van deze methode.
De afgelopen 8 jaar hebben we te maken gehad met een groei van de kosten in het sociaal domein. Daarom besloot de raad in 2019 om beheersmaatregelen te nemen. De beheersmaatregelen hebben effect, maar konden niet voorkomen dat de kosten stegen. Dit komt mede doordat de Wmo een openeinderegeling is. Het is wettelijk gezien niet mogelijk om plafonds in het gebruik aan te brengen. Anders gezegd: we mogen inwoners die recht hebben op een Wmo-voorziening deze niet weigeren.
Voor de Wmo staat in de begroting vanaf 2023 een bezuiniging van € 300.000 voor Hulp bij het Huishouden en voor de overige maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wmo € 600.000. Deze bezuinigingsopgaven gaan we vanwege meerdere redenen grotendeels niet halen.
In de grafieken hieronder is de ontwikkeling gevisualiseerd van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een maatwerkvoorziening in de afgelopen jaren. Hierbij zien we dat niet alleen het aantal unieke inwoners met een maatwerkvoorziening toeneemt, maar dat de kosten per inwoner ook toenemen, wat duidt op een zwaardere ondersteuningsbehoefte. Tegelijkertijd zien we dat de aantallen en uitgaven op begeleiding afzwakken. Dit duidt er enerzijds op dat de beheersmaatregelen om beter te indiceren effect hebben, maar ook toenemende personeelstekorten hebben een remmend effect op de kosten. Daartegenover staat dat de wachtlijsten toenemen.
De bezuiniging op Huishoudelijke Hulp gaat uit van een budgetplafond. Wettelijk gezien is dit niet mogelijk. Andere beheersmaatregelen op HbH hebben onvoldoende effect om de gevolgen van de invoering van het abonnementstarief tegen te gaan. Recent heeft de bestuursrechter uitspraak gedaan dat invoering van een inkomenstoets onder de huidige wetgeving niet is toegestaan.
De ombuiging van individuele begeleiding naar begeleiding groep is wel mogelijk, maar vraagt een forse investering en een betere verankering in nieuwe beleid. De nieuwe koers sociaal domein geeft daar richting in. De uitwerking staat in dit Wmo beleidsplan. De financiële opbrengsten van die ombuiging liggen daarmee verder in de toekomst. Bovendien zijn er forse toenames in de vraag naar Wmo ondersteuning, waardoor een bezuiniging niet realistisch is. Dit duiden we in de volgende paragraaf.
6.3 Ontwikkelingen in de vraag
We hebben te maken met meerdere ontwikkelingen die de vraag de komende jaren verder doen toenemen in plaats van afnemen. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de (dubbele) vergrijzing, het feit dat mensen langer thuis wonen, de coronacrisis, de inflatie en de vluchtelingencrisis.
Verder zien we de ontwikkeling dat het aantal mantelzorgers afneemt de komende jaren. Uit gegevens van het Sociaal Cultureel Planbureau (CPB) (november 2019) blijkt dat tussen 2018 en 2040 naar verwachting de omvang van de groep ontvangers van mantelzorg onder de zelfstandig wonende 75-plussers met bijna 70 procent zal stijgen: van 230.000 in 2018 naar bijna 390.000 personen in 2040. Het aantal mantelzorg-gevers (van 4 uur of meer per week) aan 75-plussers neemt tussen 2018 en 2040 veel minder toe, namelijk met nog geen 7 procent (van 1,11 miljoen naar 1,18 miljoen). Waar in 2018 tegenover elke oudere die mantelzorg ontvangt nog bijna 5 mantelzorgers stonden zullen er in 2040 nog slechts 3 mantelzorgers per mantelzorg-ontvanger beschikbaar zijn. Dit zal bij ongewijzigd beleid op termijn een grotere druk leggen op de beschikbare professionals.
Wij denken op basis van deze ontwikkelingen dat het Wmo-voorspelmodel van de VNG met 15% groei bij ongewijzigd beleid tussen 2021 en 2026 te laag zit. Dit vraagt van ons een nieuw beleid om het tij te keren. De komende jaren gaan we daarom de omslag maken naar het gebruik van meer algemene voorzieningen en het verminderen van het aantal beschikkingen.
Dit betekent dat we moeten investeren in het opzetten van algemene voorzieningen, zodat we een goed alternatief hebben voor inwoners die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen. Als we een goed alternatief hebben in de vorm van een dekkend aanbod voor het verhogen van de veerkracht van onze inwoners en voor samenredzaamheid in de hele gemeenschap verwachten we dat het aantal beschikkingen gaat dalen. De Wet geeft hier ook ruimte voor. Om andere beleid te kunnen voeren en het gebruik van algemene voorzieningen te stimuleren moeten we investeren.
Voor de huidige bestuursperiode is een transformatiebudget beschikbaar gesteld van € 500.000. Dit budget is voor de transformatie van ondersteuning aan inwoners van 0 tot 100 jaar. Dit bedrag zetten we in om mensen in te huren die zorgdragen voor de opstart van de ontmoetingscentra en de beschikkingsvrije dagbesteding, waarbij aandacht is voor de toegankelijkheid van deze voorzieningen voor alle leeftijden en doelgroepen. Daarnaast zetten we dit budget zo nodig en mogelijk in ten behoeve van extra expertise in het buurtteam.
Voor de ontmoetingsplekken gericht op herstel is vanuit de uitvoeringsregeling herstelondersteunende inloopvoorzieningen een budget van € 466.000 beschikbaar voor 2023 en 2024. Hiervan starten we de Kazerne in 2023 op. Dit budget is aangevuld met € 400.000 voor de komende vier jaren. Deze middelen zijn onder andere bedoeld voor de inzet van ervaringsdeskundigheid. We gebruiken de combinatie van deze middelen de komende vier jaar voor de Kazerne en om twee satellieten te openen.
Het budget voor de IPS-trajecten voor de inwoners die beschermd wonen is beschikbaar vanuit het regionale budget. Per inwoner die beschermd woont is €10.000 beschikbaar voor dagbesteding inclusief overhead. Daarnaast kunnen we voor twee IPS-trajecten subsidie aanvragen. We nemen daarom voor IPS geen extra middelen op.
Voor het buurtteam reserveren we vooralsnog geen extra middelen. In dit team brengen we de professionals in dienst bij de gemeente en de professionals van organisaties die we subsidiëren samen in één team. Dit zijn middelen die nu al binnen de gemeente begroot zijn. Daar waar blijkt dat we onvoldoende opbouwwerkers beschikbaar hebben gebruiken we middelen uit het transformatiebudget of vragen we op dat moment extra budget omdat wij vinden dat zij een cruciale rol hebben in de omslag naar samenredzaamheid. We gaan ervan uit dat we de pilot voor reablement uit kunnen voeren binnen de bestaande middelen en op basis van SPUK-middelen voor onder andere valpreventie.
Tabel 1: Beschikbare middelen conform de vastgestelde begroting:
*Er is een bedrag van €400.000 beschikbaar ten behoeve van de voortgang van de Kazerne en de opening van twee satellieten gekregen. We kiezen ervoor om deze in 2025 en 2026 in te zetten, waardoor we geen extra middelen voor herstelgerichte ontmoetingsplekken reserveren.
De middelen die we beschikbaar hebben in 2023 gebruiken we om herstelvoorziening De Kazerne op te starten en voor de voorbereiding van de opening van meer ontmoetingsplekken en samenwerking binnen het buurtteam vanaf 2024.
Naast de middelen die we al in de begroting beschikbaar hebben stellen we de raad voor om onderstaande middelen mee te nemen in de afwegingen voor de kadernota 2024. Het betreft incidentele middelen voor de duur van het Wmo-beleidsplan voor huur van ruimtes en voor de inzet van een gastvrouw/-man binnen de drie algemene ontmoetingsplekken. In Q1 2026 evalueren we of het nieuwe beleid daadwerkelijk leidt tot meer veerkracht en verlaging van het aantal indicaties. Op basis van deze evaluatie besluiten we of we het beleid structureel voortzetten of dat we aanpassingen doen. De middelen voor 2025 en 2026 zijn hoger omdat we in 2025 een extra voorziening openen.
Tabel 2: Extra benodigde incidentele middelen:
*Gebaseerd op de sociale huur van voorzieningen van Contour de Twern inclusief koffie/thee. Hierbij is uitgegaan van de huur per ontmoetingsplek van 1 ruimte 7 dagen per week en een tweede ruimte op de doordeweekse dagen voor trainingen en workshops.
**Gebaseerd op inschaling schaal 9 CAO gemeenten incl. een opslag van 10% ten behoeve van inhuur via Contour de Twern of een andere welzijnspartner.
*** Gebaseerd op de kosten voor inkoop 2023 voor een voorziening voor 12 cliënten
****Gebaseerd op een voorinvestering, die we in latere jaren op minder zware beschikkingen terug verdienen.
6.6 Gevolgen voor het aantal maatwerkvoorzieningen
In 2021 hebben het volgend aantal inwoners Hulp bij het Huishouden, individuele begeleiding en dagbesteding/maatwerkarrangementen ontvangen in het kader van de Wmo.
Volgens het Wmo-voorspelmodel van de VNG zullen het aantal beschikkingen ten opzichte van 2021 bij ongewijzigd beleid in 2026 met 15% toenemen. Door aanpassing van het beleid verwachten wij stabiliteit of een daling in het aantal beschikkingen. Omdat naast reablement er geen algemene voorziening is die een beschikking voor Hulp bij het Huishouden (HbH) vervangt is HbH een moeilijk te beïnvloeden voorziening. Wij verwachten met dit nieuwe beleid vooral een afname van het aantal beschikkingen voor individuele begeleiding en dagbesteding/maatwerkarrangementen omdat we hiervoor een goed alternatief ontwikkelen in de vorm van indicatievrije ondersteuning. Zie ook de figuur in paragraaf 3.5.
In 2021 hebben we als gemeente ten behoeve van de Wmo
€ 3.212.539 uitgegeven aan individuele begeleiding, € 3.611.138 aan Hulp bij het Huishouden en € 561.000 aan dagbesteding en maatwerkarrangementen. We kunnen wel aangeven hoeveel beschikkingen we verwachten te reduceren, maar het is niet mogelijk om dit ook voor het budget te doen. Er zijn daarbij zoveel variabelen en onzekerheden dat dit geen enkele voorspellende waarde heeft. Er ligt vanzelfsprekend wel een relatie tussen de kosten en het aantal beschikkingen; daarom sturen we met name op het dalen van het aantal beschikkingen waarmee de kosten evenredig zullen dalen.
Omdat de vraag in het sociaal domein van zoveel factoren afhankelijk is evalueren we in 2026 zodat we tijdig bij kunnen sturen als blijkt dat het beleid niet oplevert wat we ervan verwachten. Hierbij kijken we naast het aantal beschikkingen ook naar de meerwaarde voor onze inwoners in de vorm van verhoging van de veerkracht.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 april 2023.
Namens deze,
DE RAAD VAN DE GEMEENTE WAALWIJK,
De griffier, De voorzitter,
Jeske W.M.Louer, Sacha C.A.M. Ausems
Naast de ondersteuning die we hebben uitgewerkt op basis van de uitgangspunten van de koers Sociaal domein zijn er nog een aantal ondersteuningsvormen en regels die vanuit de Wet een plaats moeten krijgen in het Wmo-beleidsplan. Daar waar mogelijk organiseren we deze voorzieningen ook op basis van de uitgangspunten van de koers Sociaal domein. Hieronder staat beschreven hoe we dat in gemeente Waalwijk georganiseerd hebben.
Ondanks dat we zoveel mogelijk algemeen (zonder indicatie) willen organiseren blijft er zorg- en dienstverlening waarvoor een beschikking noodzakelijk is. Hierbij denken we onder andere aan gespecialiseerde ondersteuning of hulpmiddelen zodat de inwoner kan meedoen aan het dagelijks leven. De gemeenteraad legt de wettelijke basis om aanspraak te maken op een geïndiceerde Wmo-voorziening vast in een verordening. In de verordening staat waar de inwoner recht op heeft. Naast de verordening zijn er ook beleidsregels en nadere regels. Deze zijn openbaar zodat de inwoner kan zien waar hij recht op heeft. Om geen belemmeringen voor inwoners op te werpen schrijven we de verordening, beleidsregels en nadere regels op taalniveau B1 en zijn zij onderdeel van een jaarlijkse stresstest.
Toegang tot een maatwerkvoorziening
Om in aanmerking te komen voor een beschikking voor individuele begeleiding of gespecialiseerde dagbesteding vindt er in de thuissituatie een keukentafelgesprek plaats met een senior regisseur. Voor de andere maatwerkvoorzieningen geldt dat het keukentafelgesprek plaatsvindt in de ontmoetingscentra. Tijdens dit keukentafelgesprek beoordeelt de (senior) regisseur wat er nodig is om de inwoner verantwoord deel te laten nemen aan de samenleving en hem zo lang mogelijk in staat te stellen veilig thuis te wonen. De uitkomst hiervan wordt vastgelegd in een rapport. Op basis van de bevindingen kan er alsnog een verwijzing plaatsvinden naar een algemene voorziening. Als dit niet mogelijk is krijgt de inwoner binnen acht weken een beschikking om gebruik te maken van een maatwerkvoorziening. Mocht de acht weken om redenen niet haalbaar zijn heeft de gemeente acht weken extra om een beschikking af te geven.
De medewerkers van TWijz volgen de inwoner met een maatwerkvoorziening en evalueren minimaal één keer per jaar de ondersteuning. Indien uit de evaluatie blijkt dat de inwoner gebruik kan maken van een algemene voorziening zorgen zij door tussenkomst van een gastvrouw/-man voor een soepele overgang naar een algemene voorzieningen.
Een inwoner komt in aanmerking voor ondersteuning op basis van een beschikking als gespecialiseerde ondersteuning nodig is die de gemeente Waalwijk niet in algemene voorzieningen georganiseerd heeft. Ook hierbij zetten we in op verhoging van de veerkracht. Het uitgangspunt is dat er pas een beschikking wordt afgegeven als er geen passend algemeen aanbod (meer) beschikbaar is en dat de beschikking beperkt is in tijd.
Als een inwoner niet meer zelfstandig zijn huishouden kan voeren kan de inwoner in aanmerking komen voor een beschikking voor Hulp bij het Huishouden (HbH). Ook hiervoor geldt dat de medewerkers van TWijz eerst kijken of een verwijzing naar een algemene voorziening (Reablement) mogelijk is. Daar waar er acuut HBH nodig is, bijvoorbeeld na ontslag uit het ziekenhuis, wordt er een kortdurende beschikking afgegeven en wordt onderzocht of reablement op een later moment ingezet kan worden.
Daar waar de inwoner zich niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van mensen uit zijn sociale netwerk kan handhaven in de samenleving faciliteert de gemeente beschermd wonen. De gemeente Waalwijk heeft dit met betrekking tot het wonen regionaal georganiseerd. De dagbesteding voor deze inwoners organiseren we lokaal. Voor de jongvolwassenen die beschermd wonen maken we hierbij gebruik van IPS-trajecten.
De gemeente verstrekt maatschappelijke opvang als een inwoner de thuissituatie heeft verlaten en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Ook voor de maatschappelijke opvang maakt de gemeente Waalwijk gebruik van de regio. In de komende jaren wordt onderzocht of een voorziening binnen de gemeente Waalwijk mogelijk is, zodat de inwoner kan werken aan veerkracht met voor hem belangrijke anderen in de eigen omgeving.
Soms is het noodzakelijk om een inwoner met een specifieke kwetsbaarheid (tijdelijk) individuele begeleiding te bieden. De senior regisseurs zijn verantwoordelijk voor het afgeven van een beschikking voor individuele begeleiding. Om multiproblemen te voorkomen maken zij hierbij veelvuldig gebruik van de methode MaatPact.
Naast dagbesteding als algemene voorziening faciliteren we ook dagbesteding op basis van een beschikking. Het gaat hierbij om dagbesteding aan extra kwetsbare inwoners. Je kan hierbij denken aan inwoners met bepaalde vormen van autisme, aan inwoners met een gevorderde vorm van dementie of inwoners met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Deze dagbesteding is bij voorkeur lokaal, maar kan vanwege het specialistische karakter ook buiten Waalwijk plaatsvinden.
Soms heeft een inwoner om mee te kunnen doen in de samenleving of om bij een voorziening te komen vervoer nodig. Wij proberen dit zoveel mogelijk te organiseren met vrijwillig vervoer. Er is bijvoorbeeld een boodschappenbus bij Contour de Twern die ook gebruikt wordt om inwoners naar het Geheugenpaviljoen te brengen. We onderzoeken de komende tijd daarnaast de mogelijkheid van “Automaatje” of andere vervoersmogelijkheden met vrijwilligers.
Inwoners voor wie dit onvoldoende is om mee te kunnen doen en die niet meer zelfstandig deel kunnen nemen aan het verkeer komen in aanmerking voor een beschikking voor vervoer. De aanvraag kan gedaan worden in de ontmoetingscentra bij de regisseurs van TWijz. Voor inwoners die gebruik maken van dagbesteding wordt het vervoer geregeld vanuit de voorziening.
Voor een deel van de inwoners geldt dat zij hulpmiddelen nodig hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Je kunt hierbij denken aan een (sport)rolstoel of een scootmobiel. De aanvraag hiervoor kan gedaan worden in de ontmoetingscentra bij TWijz.
Soms zijn er aanpassingen in de woning noodzakelijk om thuis te kunnen blijven wonen en daarmee in de vertrouwde omgeving te blijven. Denk aan een verhoogd toilet, een bredere deur of een traplift. De aanvraag hiervoor kan gedaan worden in de ontmoetingscentra bij TWijz.
In de ontmoetingscentra is veel ruimte voor lotgenotencontact. We stimuleren mantelzorgers en degene voor wie zij zorgen om hiervan gebruik te maken. Omdat we weten dat het voor mantelzorgers die 24 uur per dag zorgen belangrijk is om even op adem te komen faciliteren we een logeermogelijkheid. We doen dit om de mantelzorger te ontlasten en een uithuisplaatsing van de hulpvrager te voorkomen. Doel is dat de hulpvrager onderdeel kan blijven van de vertrouwde gemeenschap. We zoeken hierbij de samenwerking met de ziektekostenverzekeraars en het zorgkantoor. De inwoner kan de vraag hiervoor doen bij de regisseurs in de ontmoetingscentra.
Onafhankelijke cliëntondersteuning
Naast dat het een wettelijke verplichting is vinden wij het binnen de gemeente Waalwijk belangrijk dat onafhankelijke ondersteuners meekijken of wij passende ondersteuning indiceren en bieden. Wij hebben daarom via ContourdeTwern (CdT) en via de ouderenbonden de beschikking over onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO). Wij verwachten dat met de daling van het aantal indicaties op termijn ook de ondersteuning van een cliëntondersteuner een andere invulling krijgt. Dit gaan we de komende jaren evalueren.
Het inkoop- en subsidiebeleid richten we zo in dat het stimulerend werkt om voldoende geschikte voorzieningen binnen de gemeente beschikbaar te hebben. Hiervoor wordt de best passende inkoopmethodiek (aanbesteden, open-house of subsidie) gekozen. In de te maken afspraken zetten we hierbij in op partnerschap en dialoog. Naast de harde aspecten zoals prijs of budget komen in de afspraken ook de minder harde aspecten zoals gewenste kwaliteit en maatschappelijke en sociale doelstellingen aan bod. Wij verwachten hierbij van partners dat zij een bijdrage leveren aan één of meerdere uitgangspunten uit de koers Sociaal domein. Welke dat zijn leggen we vast in de overeenkomst.
Voor maatwerkvoorzieningen betaald de inwoner een eigen bijdrage. Deze bijdrage is een wettelijk vastgesteld bedrag dat wordt geïnd door het CAK en is tot op heden voor iedereen gelijk. Voor Hulp bij het Huishouden komt er een inkomenstoets om het bedrag vast te stellen. De meest actuele regels hierover zijn te vinden in de verordening Wmo en de bijbehorende beleidsregels.
Het gebruik van indicatievrije voorzieningen is grotendeels gratis. Hiervoor wordt geen eigen bijdrage geïnd. Alleen voor het gebruik van algemene dagbesteding, waarvoor geen indicatie nodig is, is de eigen bijdrage wel van toepassing. Dit trekken we gelijk met de dagbesteding die we bieden op basis van een indicatie door een zorgaanbieder.
Zorg in natura en Persoonsgebonden budget
Ondersteuning op basis van een beschikking kan in de vorm van zorg in natura (ZIN) of een persoonsgebonden budget (PGB). Zorg in natura betekent dat de inwoner gebruik maakt van het aanbod dat de gemeente heeft georganiseerd. De inwoner kan er op basis van zijn beschikking gebruik van maken en betaalt zijn eigen bijdrage via het CAK.
Als de inwoner liever gebruik maakt van een PGB, dan is dit mogelijk als de inwoner in staat is om dit te organiseren. De hoogte van het PGB is niet gelijk aan het bedrag dat de gemeente betaalt aan een voorziening. Dit is omdat de gemeente een zorgaanbieder betaalt voor zorgverlening en voor overhead. Het tarief voor het PGB is alleen voor zorgverlening en om deze reden lager. De uitwerking van nadere PGB-regels nemen we op in de beleidsregels Wmo.
De komende jaren moeten we vanuit de Wmo de omslag maken van met name maatwerkvoorzieningen, naar vooral algemene voorzieningen in de eigen wijken en kernen. Dit vergt tijd om dit op een zorgvuldige manier te doen. We hebben daarom de maatwerkvoorzieningen in 2023 ingekocht voor één jaar met een optie tot verlenging. Dit geeft ons de ruimte om de overstap in de loop van de komende vier jaar te maken. In het kader van de Wmo gaan we de komende jaren deze stappen zetten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-265359.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.