Gedragscode college gemeente Maastricht 2022

DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,

 

gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d.27 juni 2022, organisatieonderdeel BCCP Bestuurszaken & Ex. Betrek., no 2022.12853;

 

gelet op het bepaalde in artikel 15, lid 3, 41c, lid 2 en 69, lid 2 van de Gemeentewet stelt de raad onder intrekking van de huidige gedragscode de nieuwe gedragscodes alsmede het protocol voor zowel de raad, het college als de burgemeester vast.

 

BESLUIT:

 

  • 1.

    De raad stelt de "Gedragscode gemeenteraad gemeente Maastricht 2022" vast met dien verstande dat:

    • a)

      De meldingsplicht zoals geformuleerd in artikel 2.5 van de gedragscode vanaf de zin ‘Uitnodigingen die men, naast raadslid, ook ontvangt uit hoofde van een andere functie..’ wordt geschrapt en

    • b)

      Bij de toelichting op artikel 3 van de gedragscode de woorden ‘voor privé- of’ worden geschrapt;

  • 2.

    De raad stelt de "Gedragscode college gemeente Maastricht 2022" vast;

  • 3.

    De raad stelt de "Gedragscode burgemeester gemeente Maastricht 2022" vast;

  • 4.

    De raad stelt het "Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen gemeente Maastricht 2022" vast met dien verstande dat bij punt 3 van het protocol integriteitsmeldingen wordt toegevoegd dat wanneer er een integriteitsvraagstuk bij de griffier wordt voorgelegd deze de melder twee vragen voorlegt:

    • 1.

      Wilt u hier een melding van maken?

    • 2.

      Weet u welke procedure er nu in gang wordt gezet?

  • 5.

    De gedragscodes, zoals vastgesteld in 2008 en laatstelijk geëvalueerd in 2014 en in 2017 aangevuld met het document “Normen t.a.v. de omgangsvormen gemeenteraad Maastricht, een nadere invulling van de Gedragscode”, per datum inwerkingtreding nieuwe gedragscode, in te trekken.

 

1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

De gedragscode geldt voor het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 1.2

De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

2. Regels rond de (schijn van) belangenverstrengeling

Artikel 2.1

De burgemeester respectievelijk de wethouder mag zijn/haar invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij hij/zij een persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 2.2

De burgemeester respectievelijk de wethouder gaat actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen.

Artikel 2.3

De burgemeester respectievelijk de wethouder onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties:

  • het betreft een kwestie waarbij de burgemeester respectievelijk de wethouder zelf een persoonlijk belang heeft;

  • het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij de burgemeester respectievelijk de wethouder een substantiële betrokkenheid heeft.

Artikel 2.4

De burgemeester respectievelijk de wethouder onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden zowel van stemming (zie artikel 2.3) als van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.

Artikel 2.5

De burgemeester respectievelijk de wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt de burgemeester respectievelijk de wethouder kenbaar in het college. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt de burgemeester respectievelijk de wethouder deze openbaar. Als de wethouder niet in deeltijd werkt, worden de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar gemaakt. De inkomsten uit betaalde nevenfuncties van de burgemeester worden openbaar gemaakt.

Artikel 2.6

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van de burgemeester en wethouders. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging.

Artikel 2.7

De burgemeester respectievelijk de wethouder doet opgaaf van zijn/haar substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd.

Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.

Artikel 2.8

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van wethouders.

Artikel 2.9

Oud-burgemeesters en oud-wethouders mogen gedurende een jaar na het einde van het burgemeester- en wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor de gemeente.

3. Regels rond de (schijn van) corruptie

Artikel 3.1

De burgemeester respectievelijk de wethouder laat zijn/haar invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem/haar zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld.

Artikel 3.2

De burgemeester respectievelijk de wethouder gaat actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen.

 

Aannemen van geschenken

Artikel 3.3

De burgemeester respectievelijk de wethouder neemt geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege zijn/haar functie worden aangeboden, tenzij:

  • a.

    het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 50 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is;

  • b.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen;

  • c.

    het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

  • d.

    geschenken worden in principe niet op het huisadres ontvangen.

Artikel 3.4

Als geschenken om een van de in artikel 3.3 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester of de wethouder, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 3.3c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.

 

Accepteren van faciliteiten en diensten

Artikel 3.5
  • 1.

    De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege zijn/haar functie worden aangeboden, tenzij:

    • a.

      het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en;

    • b.

      tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.

  • 2.

    De burgemeester respectievelijk de wethouder vraagt nooit gunsten voor zichzelf aan derden.

Artikel 3.6

De burgemeester respectievelijk de wethouder gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

 

Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, evenementen, lunches, diners, recepties, voorstellingen e.d.

Artikel 3.7

De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, evenementen, lunches, diners, recepties, voorstellingen e.d., die door anderen worden betaald of georganiseerd alleen als:

  • a.

    dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en;

  • b.

    de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en;

  • c.

    tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.

Accepteren van reizen en overnachtingen

Artikel 3.8

De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het college. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.

Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.

4. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Artikel 4.1

De burgemeester respectievelijk de wethouder houdt zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.

Artikel 4.2

De burgemeester respectievelijk de wethouder houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot kostenvergoedingen en declaraties.

5. Regels rond informatie

Artikel 5.1

De burgemeester respectievelijk de wethouder verstrekt alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het college kan geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.

Artikel 5.2

De burgemeester respectievelijk de wethouder is open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor.

Artikel 5.3

De burgemeester respectievelijk de wethouder die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij/zij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.

Artikel 5.4

De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 5.5

De burgemeester respectievelijk de wethouder gaat zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die hij/zij ontvangt. Hij/zij maakt die niet openbaar c.q. geeft die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij/zij hier eerst naar.

6. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen

Artikel 6.1

De burgemeester respectievelijk de wethouder gaat respectvol met elkaar en met ambtenaren om, is open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.

Artikel 6.2

De burgemeester respectievelijk de wethouder houdt zich tijdens de raadsvergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde.

Artikel 6.3

De burgemeester respectievelijk de wethouder onthoudt zich in beginsel in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren.

Artikel 6.4

Burgemeester en wethouders communiceren met elkaar, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.

Artikel 6.5

De burgemeester respectievelijk de wethouder twijfelt niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een raadslid. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen.

Artikel 6.6

De burgemeester respectievelijk de wethouder streeft naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Zij zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar elkaars argumenten, de argumenten ingebracht vanuit de raad en accepteren deze als bijdragen tot een zorgvuldige besluitvorming.

Artikel 6.7

Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan collegeleden het gesprek met elkaar aan.

7. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode

Artikel 7.1

Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.

Artikel 7.2

Minimaal één keer per twee jaar evalueert het college de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren wordt nageleefd.

Artikel 7.3

Indien de burgemeester respectievelijk de wethouder twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt deze de processtappen zoals vastgelegd in het protocol.

 

Inwerkingtreding

 

Deze “Gedragscode college gemeente Maastricht 2022” treedt in werking de dag na de dag van publicatie.

Aldus besloten door de Raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 20 december 2022

De Griffier,

H-J. Bodewitz.

De Voorzitter,

J.M. Penn-te Strake.

Toelichting per artikel

Artikel 2. Belangenverstrengeling

 

De wetgever heeft bestuurder op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan:

 

  • 1.

    De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen.

    De wetgever geeft het college van burgemeester en wethouders de verantwoordelijkheid om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming beïnvloeden.

    Met persoonlijk belang wordt gedoeld op het belang dat niet behoort tot de belangen die collegeleden uit hoofde van hun taak behoren te vervullen en beperkt zich niet tot persoonlijk financieel gewin. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. De collegeleden moeten beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden.

 

  • De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen.

  • 2.

    De wetgever verbiedt collegeleden vervolgens expliciet te stemmen als er sprake is van een kwestie waarbij hij een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat de burgemeester of een wethouder meestemt als sprake is van belangenverstrengeling.

  • 3.

    In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever burgemeester en wethouders expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan van regelgeving die samenhangt met de integriteit van wethouders, waaronder een overzicht van verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen.

  • 4.

    De wetgever eist van burgemeester en wethouders dat zij al hun functies openbaar maken evenals de inkomsten hiervan (met uitzondering van wethouders die hun functie in deeltijd bekleden). Op die manier wordt het voor andere bestuurders, raadsleden, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een wethouder te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook opgenomen dat wethouders al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Conform het bepaalde in artikel 41b van de Gemeentewet worden inkomsten uit nevenfuncties openbaar gemaakt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.

Belangenverstrengeling en netwerkbewustzijn

 

Het tegengaan van veelvoorkomende schendingen vraagt om transparantie over en bewustzijn van de netwerken waarin men zich beweegt. Ter bevordering van de transparantie vraagt de gemeentewet dat nevenfuncties gedeeld worden en vraagt deze code daarbovenop dat substantiële belangen gedeeld worden. Netwerkbewustzijn vraagt daarnaast ook dat burgemeester en wethouders zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen netwerken die tot ‘blinde vlekken’ in hun handelen kunnen leiden.

 

Anti-draaideurconstructie

 

Artikel 2.9

Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die gaan ondernemen en die dus opdrachten vervullen op contractbasis. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Maastricht, kan er dankzij hun informatievoorsprong oneerlijke concurrentie optreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren daardoor van hun politieke functie. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling is. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente Maastricht.

Deze regel is ook van toepassing op verbonden partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Denk hierbij aan zowel (semi) publiekrechtelijke (zoals gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke organisaties.

De termijn van een jaar is overeenkomstig het bepaalde in het model.

 

Praktijkvoorbeelden

 

  • Voorbeeld 1

    De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar de wethouder zelf woont. Mag de wethouder zijn wethouderschap combineren met dit voorzitterschap?

    Antwoord:

    Hoewel artikel 36B van de Gemeentewet de combinatie van deze functies niet verbiedt en dus artikel 2.5 van de gedragscode niet wordt overtreden door het combineren van deze functies is hier oplettendheid geboden. Bij een bestemmingsplanwijziging of andere activiteiten van de gemeente brengt de rol van voorzitter VvE met zich mee dat deze zich namens alle inwoners inzet voor deze gevallen. De nevenfunctie moet worden gemeld (zie artikel 2.7) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmaking ervan (zie artikel 2.8).

 

  • Variant 1

    Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingswijziging voor die een groot gebied betreft waar ook het appartement van de wethouder ligt.

    • a.

      Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn?

  • Antwoord:

    Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek het appartement. Er treedt geen verstrengeling van belangen op als deze wethouder meedoet aan de bespreking in de staf.

    • b.

      Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college?

  • Antwoord:

    Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van belangen plaats, dus kan de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college.

    • c.

      Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad?

  • Antwoord:

    Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van belangen plaats, dus kan de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad.

 

  • Variant 2

    De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar het appartement van de wethouder ligt, huizen te slopen. Het appartement zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen?

    Antwoord:

    Nee, dat mag niet. De aanpassingen betreffen het huis van de wethouder, waarmee er een direct belang ontstaat bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Als de wethouder het dossier blijft behandelen, is dat in overtreding met artikel 2.3 van de code.

    Afhankelijk van de inhoud van het dossier, is het een optie voor deze wethouder om te beslissen al in een eerder stadium niet betrokken te willen zijn bij het dossier, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

Artikel 3. (Schijn van) Corruptie

Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor burgemeester en wethouders. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een bestuurder. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om burgemeester en wethouders te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen.

 

Artikel 3.3 en 3.4 Aannemen van geschenken

Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. De bepalingen zijn geformuleerd als ‘nee, tenzij’: burgemeester en wethouders nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden – zijn om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.

In principe worden geschenken ontvangen op het stadhuis. Uitzondering hierop is het in ontvangst nemen van bijv. een bloemetje, gelet op basale fatsoennormen.

 

Artikel 3.5 en 3.6 Accepteren van faciliteiten en diensten

Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een collegelid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken.

Om (de schijn van) corruptie tegen te gaan, is duidelijk dat burgemeester en wethouders ook niet om gunsten voor zichzelf mogen vragen aan derden indien daarmee misbruik wordt gemaakt van hun positie. Het gaat hier om diensten die worden uitgevoerd door externe bedrijven, denk aan diensten van adviesbureaus, schoonmaakbedrijven, hoveniers, etc.

 

Artikel 3.7 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, evenementen, lunches, diners, recepties, voorstellingen e.d.

Werkbezoeken zijn bedoeld om collegeleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren, voorstellingen, evenementen e.d. bijwonen op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden. Tenzij de redenen van artikel 3.7 van de gedragscode van toepassing zijn. De schijn van corruptie is doorgaans kleiner als de uitnodigende partij een andere overheid is.

 

Artikel 3.8 Accepteren van reizen en verblijven

Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter in deze gevallen alle schijn te vermijden.

 

Praktijkvoorbeelden

 

  • Voorbeeld 1

    Collegeleden krijgen van een theater in Maastricht een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

    Antwoord:

    Nee, het aannemen van de kaart is een overtreding van artikel 3.3 en 3.7 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de bestuurders van Maastricht en niet functioneel.

 

  • Variant 1

    Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in zijn portefeuille heeft, krijgt de gratis jaarkaart aangeboden. Het is voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

    Antwoord:

    Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 3.3 en 3.7 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor de wethouder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaart dient dus terug te worden gestuurd conform artikel 3.4 van de gedragscode.

 

  • Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie wordt opgeroepen.

 

  • Voorbeeld 2

    De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente vrijkaartjes aan voor collegeleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de collegeleden ieder een kaartje aannemen?

    Antwoord:

    Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een kleine versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke.

    Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij een eigen kaartje kopen.

 

  • Voorbeeld 3

    Een nieuwe wijk wordt na toespraken van de wethouder Bouwen en Wonen en de directeur van het projectontwikkelingsbureau op ludieke wijze geopend.

    Alle kersverse bewoners zijn uitgenodigd om dit feestelijke moment bij te wonen en aansluitend te genieten van een hapje en een drankje in een door de projectontwikkelaar speciaal daarvoor neergezette tent. Deze heeft ook het college een uitnodiging gestuurd. Mogen de collegeleden deze uitnodiging accepteren?

    Antwoord:

    Ja, dat mag. De wethouder Bouwen en Wonen bekleedt een expliciete rol bij de opening. Ook andere collegeleden mogen de uitnodiging accepteren, aangezien met de oplevering van de woningen een bredere doelstelling wordt gediend: met hun aanwezigheid onderstrepen de collegeleden tegenover de nieuwe bewoners en andere belangstellenden dat de gemeente zich heeft ingespannen om de nieuwe wijk mogelijk te maken.

 

  • Voorbeeld 4

    Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag de wethouder deze aannemen?

    Antwoord:

    Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.

 

  • Voorbeeld 5

    Het college nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van een optreden van bekende artiesten tijdens het Stadsfestival. Daartoe zal het college zijn gasten ontvangen in een apart vak van de gemeente vlakbij het podium. Is dit een overtreding van de gedragscode?

    Antwoord:

    Nee, dit is geen overtreding van de gedragscode. Het is voor de burgers van Maastricht noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt.

    Het college zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven ontplooien. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de stad is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. Wel dient zeker gesteld te worden dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewekt of onrechtmatige beloften worden gedaan.

Artikel 4 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Collegeleden kunnen bij hun bestuurswerk gebruikmaken van een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Burgemeester en wethouders in Maastricht beschikken over een werkkamer, laptop, tablet en dergelijke die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan tenzij het gebruik voor privédoeleinden mogelijk is gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke regeling.

 

Praktijkvoorbeelden

 

  • Voorbeeld 1

    Het is campagnetijd. Een wethouder staat op het punt om met een aantal partijgenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers.

    De wethouder vraagt de secretaresse om duizend flyers en tweehonderd exemplaren van zijn/haar verkiezingsprogramma te kopiëren, om uit te delen. Mag dit?

    Antwoord:

    Nee. Dit is een overtreding van artikel 4.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers.

 

  • Voorbeeld 2

    De wethouder Economische Zaken heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een dienstauto gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteit te gaan?

    Antwoord:

    Nee, een dienstauto staat de wethouder ter beschikking voor zijn/haar werkzaamheden als wethouder. Het inzetten van de auto met chauffeur voor nevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 4.1 van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van deze nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren (artikel 4.2). De wethouder kan dus het beste gebruik maken van de eigen auto of het openbaar vervoer om naar de vergadering van adviesraad voor technologieontwikkeling te gaan.

    Het lidmaatschap van de adviesraad is gekoppeld aan de persoon niet aan de functie van wethouder EZ van de gemeente Maastricht. Als deze persoon geen wethouder meer is, vervalt niet automatisch zijn/haar lidmaatschap van de adviesraad. Het betreft hier dus een echte nevenfunctie, waar de gemeentemiddelen niet voor ingezet mogen worden. Overigens betekent dit ook dat de wethouder een eventuele financiële vergoeding mag accepteren en houden.

Artikel 5 Regels rond informatie

Het handelen van de overheid in de vorm van wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Hiertoe dient het college te handelen overeenkomstig de Gemeentewet en de Wet open overheid.

 

Geheimhouding

Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en deze steeds zorgvuldig te beredeneren.

De raad ziet hierop toe. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.

 

Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop collegeleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar burgers niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken. Burgemeester en wethouders zorgen ervoor, ook na aftreden, dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn.

 

Informatierecht

De raad heeft het recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is. Daar moeten politieke ambtsdragers samen uitkomen.

 

Ten aanzien van ontvangen mondelinge en schriftelijke informatie afkomstig van burgers of bedrijven geldt zorgvuldigheid. Deze informatie wordt niet zonder meer openbaar gemaakt of aan derden doorgegeven zonder instemming van de afzender. Dit geldt dus niet voor het doorsturen van het bericht naar de griffie respectievelijk de ambtelijke organisatie voor evt. advies of ter afhandeling. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender wordt hier eerst naar geïnformeerd.

 

Praktijkvoorbeelden

 

  • Voorbeeld 1

    De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren en de raad heeft dit bekrachtigd. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat erop duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. De wethouder Bouwen en Wonen is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag de wethouder ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken?

    Antwoord:

    Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 5.3 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), of het orgaan dat de geheimhouding heeft bekrachtigd (de raad) kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn.

 

  • Voorbeeld 2

    Een wethouder stuurt het volgende twitterbericht: ‘@toneelgroepdeblauwemaan- dag Ik zit hier in een besloten vergadering over toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk…’ Mag de wethouder dit doen?

    Antwoord:

    Nee dit mag de wethouder niet doen. Op hetgeen dat besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel 5.3 van de gedragscode.

 

  • Voorbeeld 3

    Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een recent ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een wethouder schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de wethouder wil graag wonen in dat gebied. Mag de wethouder haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?

    Antwoord:

    Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Deze wethouder beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 5.4 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.

 

  • Voorbeeld 4

    In een overleg met ambtenaren wordt de wethouder Sociale Zaken geïnformeerd over een complexe casus van een bijstandsgerechtigde die met de gemeente in aanvaring is gekomen over de sollicitatieplicht. De privacyregels waar ambtenaren aan gebonden zijn, gelden voor de wethouder niet. Nu wil de wethouder over de kwestie sparren met een collega-wethouder uit een andere gemeente.

    Mag de wethouder daarbij details delen over aard van de klacht van de uitkeringsgerechtigden?

    Antwoord:

    Nee, persoonsgebonden details mogen niet worden gedeeld. Artikel 5.5 en 5.3 van de code verplicht de wethouder tot geheimhouding van dergelijke gegevens. Een gedachtewisseling op hoofdlijnen, over hypothetische dan wel geanonimiseerde cases, is uiteraard wel toegestaan.

Artikel 6 Onderlinge omgangsvormen

Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college, de burgemeester en de raad onderling en met elkaar omgaan invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

 

In artikel 6.3 staat “in beginsel” omdat het voor kan komen dat de rol van een ambtenaar onderwerp van gesprek is tijdens een openbare vergadering.

 

Praktijkvoorbeelden

 

  • Voorbeeld 1

    Op de Nieuwjaarsborrel zijn een wethouder en een raadslid met elkaar in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Maastricht ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?

    Antwoord:

    Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 6.4 van de gedragscode. Een raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de wethouder zegt, is hierbij mede van belang.

 

  • Voorbeeld 2

    Een raadslid uit de oppositie maakt het leven van een wethouder al geruime tijd zuur. De persoon in kwestie heeft zich als een pitbull vastgebeten in een aantal dossiers en schuwt de harde confrontatie niet. Daarbij verwijt het raadslid de wethouder regelmatig niet integer gedrag. Als de wethouder op een maandagochtend de lokale krant openslaat, ziet de wethouder op pagina 4 in grote letters geschreven dat het raadslid in kwestie aan vriendjespolitiek zou doen. De wethouder pakt de telefoon erbij en schrijft op twitter: ‘Oh ironie! Het kan ook niet anders dat zo’n schreeuwer zelf niet zuiver op de graat is!’

    Antwoord:

    Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 6.5 vraagt van collegeleden niet alleen dat ze zelf de integriteit van raadsleden niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van het raadslid verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van het raadslid maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht de wethouder werkelijk twijfelen aan de integriteit van het raadslid dan bewandelt de wethouder de afgesproken route om een melding te doen van een vermoeden.

Artikel 7 Vaststelling en handhaving van de gedragscode

Een keer per twee jaar wordt de tekst van de gedragscode voor het college tegen het licht gehouden: voldoet de formulering nog? Op die manier blijft de gedragscode een levend document.

 

Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk wordt nageleefd. Ze legt immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek.

 

Het toezien op de naleving van de gedragscode is niet alleen een verantwoordelijkheid van het college maar ook van de burgemeester en de raad.

 

Artikel 7.3 Procesafspraken Integriteit

In Maastricht zijn afspraken gemaakt over de processtappen die gevolgd kunnen worden bij een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager en een melding hiervan bij de burgemeester. Deze zijn vastgelegd in het “Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen gemeente Maastricht 2022”.

 

 

Praktijkvoorbeeld

 

  • Voorbeeld

    Een wethouder houdt een blog bij op internet. De blog wordt veel gelezen.

    De wethouder geeft een ongezouten mening over allerlei onderwerpen, ook over onderwerpen die in de raad besproken worden. In de laatste blog suggereert de wethouder dat een raadslid van een oppositiepartij mogelijk via de raad geld heeft geregeld voor een stichting waar het raadslid bij betrokken is. Is dit in overeenstemming met het uitgangspunt van zorgvuldige handhaving de gedragscode?

    Antwoord:

    Nee, dit is niet de manier waarop je een vermoeden van een schending van de gedragscode meldt. Deze manier van communiceren is in tegenspraak met artikel 7.3 van de gedragscode. Als de wethouder vermoedt dat een raadslid zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de gedragscode, dient deze – eventueel na advies te hebben ingewonnen bij de gemeentesecretaris – hierover de burgemeester in te lichten zoals vastgelegd in het protocol.

Bijlage 1 Verwijzingen naar de wet per artikel in de gedragscode

 

Over zuiverheid van besluitvorming

Inleiding

  • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Over belangenverstrengeling

Artikel 2.1 (toezicht op onafhankelijke besluitvorming)

  • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Artikel 2.3 en 2.4 (onthouden van stemming)

  • Gemeentewet artikel 58

Artikel 2.5 (nevenfuncties)

  • Gemeentewet artikel 41b

Artikel 2.7 (over financiële belangen)

  • Basisnorm 16, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie

Over corruptie

Artikel 3 (tekst van de eed of belofte)

  • Gemeentewet artikel 41A

Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen

Artikel 4.1 en 4.2

  • Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Maastricht 2019, bijlage 5

Over informatie

Artikel 5 (informatieverstrekking door bestuur)

  • Gemeentewet artikel 169

Over geheimhouding

Artikel 5.3

  • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5

  • Gemeentewet artikel 25, 55, 86

  • Wetboek van Strafrecht artikel 272

  • Intern protocol geheimhouding gemeente Maastricht, bijlage 5

Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode

  • College: Gemeentewet artikel 41c, lid 2

Over naleving van de code

Artikel 7.1-7.3 (naleving van de code)

  • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

  • Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2

  • Gemeentewet artikel 46, zie bijlage 4

  • Gemeentewet artikel 47, zie bijlage 4

  • Gemeentewet artikel 49, zie bijlage 4

Bijlage 2 Specifiek uitgesloten combinatie van functies

 

Wethouders (Gemeentewet, artikel 36B)

  • 1.

    Een wethouder is niet tevens:

    • a.

      minister;

    • b.

      staatssecretaris;

    • c.

      lid van de Raad van State;

    • d.

      lid van de Algemene Rekenkamer;

    • e.

      Nationale ombudsman;

    • f.

      substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    • g.

      commissaris van de Koning;

    • h.

      gedeputeerde;

    • i.

      secretaris van de provincie;

    • j.

      griffier van de provincie;

    • k.

      lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij wethouder is, is gelegen;

    • l.

      lid van de raad van een gemeente;

    • m.

      burgemeester;

    • n.

      lid van de rekenkamer;

    • o.

      ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

    • p.

      ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

    • q.

      ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;

    • r.

      functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat:

    • a.

      aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of

    • b.

      aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn/haar:

    • a.

      ambtenaar van de burgerlijke stand;

    • b.

      vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;

    • c.

      ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

Bijlage 3 Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen

 

Wethouders (Gemeentewet, artikel 41C)

Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders.

 

Ergo: artikel 15, eerste en tweede lid, vertaald naar de situatie van wethouders:

 

  • 1.

    Een ‘wethouder’ mag niet:

    • a.

      als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

    • c.

      als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

      • 1e.

        overeenkomsten als bedoeld in onderdeel

      • 2e.

        overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

    • d.

      rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

      • 1e.

        het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

      • 2e.

        het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

      • 3e.

        het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

      • 4e.

        het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

      • 5e.

        het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

      • 6e.

        het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

      • 7e.

        het onderhands huren of pachten van de gemeente.

  • 2.

    Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

  • 3.

    De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast.

Bijlage 4 Enkele formele sancties

 

Gemeentewet, artikel 46

  • 1.

    Indien degene wiens benoeming tot wethouder is ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven.

  • 2.

    De raad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat.

  • 3.

    Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het ontslagbesluit

  • 4.

    In het geval, bedoeld in het tweede lid, is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (de zienswijze) niet van toepassing.

Gemeentewet, artikel 47

  • 1.

    Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad.

  • 2.

    Artikel 46, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Gemeentewet, artikel 49

Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een wethouder er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Bijlage 5 Relevante regelgeving gemeente Maastricht

 

Over onkostenvergoeding, gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen

  • Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Maastricht 2019

Over geheimhouding

  • Intern protocol geheimhouding gemeente Maastricht

Over respectvolle omgang met elkaar

  • Reglement van orde gemeenteraad

Over handhaving van de gedragscode

  • Protocol (mogelijke) integriteitsschendingen gemeente Maastricht 2022

Naar boven