|
Oorspronkelijke tekst/artikel/lid
|
Wijziging of nieuwe tekst/artikel/lid
|
Toelichting op de wijziging
|
|
Titelpagina
|
|
1.
|
Iedereen kan wel eens een helpende hand gebruiken. Rond werk, inkomen, schulden, eenzaamheid, opvoeden en opgroeien, huiselijk geweld, psychische problemen, verslaving, enzovoort.
|
Iedereen kan wel eens een helpende hand gebruiken. Rond zelfstandig wonen, vervoer, eenzaamheid, opvoeden en opgroeien, huiselijk geweld, psychische problemen, enzovoort.
|
De voorgestelde tekst sluit aan op de publieksversie van de verordening
|
|
Voorwoord
|
|
2.
|
Waar ‘hij’ staat, wordt uiteraard verwezen naar zowel mannen, vrouwen als non-binaire personen.
|
Waar ‘hij’ staat, wordt in feite verwezen naar mannen, vrouwen, non-binaire personen, intersekse personen en transgenders.
|
Dit is in overeenstemming met andere communicatie vanuit de gemeente
|
|
Hoofdstuk 1. Inleiding
|
|
1.4 Artikel en wet
|
|
3.
|
Er worden echter steeds zowel mannelijke als vrouwelijke inwoners bedoeld.
|
Er worden echter steeds zowel mannelijke als vrouwelijke inwoners bedoeld, evenals non-binaire personen, intersekse personen en transgenders.
|
Dit is in overeenstemming met andere communicatie vanuit de gemeente
|
|
Hoofdstuk 2. De hulpvraag
|
|
2.2.2 Inhoud gesprek
|
|
4.
|
Lid 1. De medewerker bespreekt met de inwoner wat hij met de hulp wil bereiken. In dit gesprek onderzoekt de medewerker:
- a.
de behoefte van de inwoner: wat is de vraag? Wat is er nodig?
- b.
de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor hetgeen de inwoner wil bereiken?
- c.
de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
- d.
de omgeving van de inwoner: welke hulp kunnen huisgenoten, het sociale netwerk en/of maatschappelijke organisaties bieden?
- e.
De voorkeuren van de inwoner.
|
De medewerker bespreekt met de inwoner wat hij met de hulp wil bereiken. In dit gesprek onderzoekt de medewerker:
- a.
de behoefte van de inwoner: wat is de hulpvraag?
- b.
welke problemen de inwoner ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, het zich kunnen handhaven in de samenleving of bij het opgroeien en ontwikkelen van een jeugdige
- c.
wat er nodig is om de problemen op te lossen
- d.
de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
- e.
de omgeving van de inwoner: welke hulp kunnen huisgenoten, het sociale netwerk en/of maatschappelijke organisaties bieden?
- f.
De voorkeuren van de inwoner.
|
Dit artikel is iets aangepast en beter passend gemaakt bij het stappenplan zoals dat is beschreven door de Centrale Raad van Beroep
|
|
Hoofdstuk 3: Gezond en veilig ontwikkelen en opgroeien
|
|
3.4 Overgang van 18- naar 18+
|
|
5.
|
Lid 2. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
De jeugdige al jeugdhulp ontving voor zijn 18e jaar en voortzetting van deze hulp noodzakelijk is;
- b.
Voordat de jeugdige 18 jaar werd, bepaald is dat jeugdhulp noodzakelijk is;
- c.
Als jeugdhulp is afgesloten en binnen een half jaar wordt vastgesteld dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is. Dit kan alleen als die hulp gestart is vóórdat de jeugdige 18 jaar werd;
- d.
Er jeugdhulp wordt geboden in het kader van straffen en maatregelen of van reclasserings-toezicht;
- e.
De hulp niet onder een ander wettelijk kader valt.
|
- 2.
Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Verlenging van de jeugdhulp is alleen mogelijk als de hulp niet onder een ander wettelijk kader valt en als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
De jeugdige al jeugdhulp ontving voor zijn 18e jaar en voortzetting van deze hulp noodzakelijk is;
- b.
Voordat de jeugdige 18 jaar werd, bepaald is dat jeugdhulp noodzakelijk is;
- c.
Als jeugdhulp is afgesloten en binnen een half jaar wordt vastgesteld dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is. Dit kan alleen als die hulp gestart is vóórdat de jeugdige 18 jaar werd;
- d.
Er jeugdhulp wordt geboden in het kader van straffen en maatregelen of van reclasserings-toezicht;
|
De tekst is verduidelijkt
Lid 2 onder e kan weg, omdat deze nu onder het algemene deel van lid 2 staat
|
|
6.
|
Lid 3. Als sprake is van pleegzorg, dan wordt in alle gevallen onderzocht of verlenging hiervan wenselijk is. Ook dit is maximaal 5 jaar mogelijk, tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt.
|
- 3.
Als sprake is van pleegzorg, dan wordt in alle gevallen onderzocht of verlenging hiervan wenselijk is. De afspraak is dat pleegzorg standaard door mag gaan tot een pleegkind 21 jaar is. Verlengen tot 23 jaar kan ook nog, dit heet verlengde pleegzorg.
|
In de tekst is verduidelijkt dat pleegzorg standaard door mag lopen tot 21 jaar. Dit in tegenstelling tot overige vormen van jeugdhulp, waar een leeftijdsgrens van 18 jaar geldt.
|
|
Hoofdstuk 4 Meedoen in de samenleving
|
|
4.1 Doelgroep
|
|
7.
|
|
Toegevoegd de zin:
Daarbij wordt zoveel mogelijk ingezet op beweging en actief blijven.
|
Dit sluit aan bij het collegeprogramma waarin het stimuleren van beweging als uitgangspunt is opgenomen.
|
|
4.2 Dagbesteding
|
|
8.
|
|
Toegevoegd de zin:
Afhankelijk van de situatie van de inwoner, is de begeleiding gericht op versterken, activeren of stabiliseren.
|
Dit sluit aan bij de manier waarop begeleiding wordt ingezet.
|
|
4.3 Persoonlijke begeleiding
|
|
9.
|
|
Toegevoegde zinnen:
Afhankelijk van de situatie van de inwoner, is de begeleiding gericht op versterken, activeren of stabiliseren. Na afloop van de periode van begeleiding kan waakvlamzorg worden ingezet. De begeleiding is dan niet wekelijks nodig voor een aaneengesloten periode, maar slechts op incidentele momenten en op afroep, om terugval te voorkomen. De maximale omvang daarvan bedraagt 10 uur binnen een looptijd van maximaal een jaar.
|
De inzet van waakvlamzorg is toegevoegd, dit volgt uit de inkoopafspraken met zorgaanbieders.
|
|
Hoofdstuk 5: Wonen in een veilige en gezonde omgeving
|
|
5.1 Uitgangspunten
|
|
10.
|
|
Toegevoegd de zin:
Daarbij wordt zoveel mogelijk ingezet op beweging en actief blijven.
|
Dit sluit aan bij het collegeprogramma waarin het stimuleren van beweging als uitgangspunt is opgenomen
|
|
5.2.2 Een schone en leefbare woning
|
|
11.
|
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp op maat kan krijgen als hij als gevolg van een beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden.
|
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp op maat kan krijgen als hij als gevolg van een beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. De hulp op maat heet huishoudelijke ondersteuning. Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning stimuleert de gemeente dat de inwoner zoveel mogelijk zelf actief en in beweging blijft.
De huishoudelijke ondersteuning zorgt voor het schoonmaken van de woning. Daarbij gaat het alleen om het schoonmaken van de ruimtes die nodig zijn voor normaal gebruik van de woning. Zo nodig kan de gemeente besluiten dat de inwoner ook hulp op maat kan krijgen bij andere huishoudelijke taken, zoals het klaarzetten van maaltijden of het doen van de was. Ook kan de gemeente hulp op maat toekennen voor het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt de inwoner om het huishouden zoveel mogelijk zelfstandig uit te voeren. Deze hulp kan ook tijdelijk worden ingezet voor het aanleren van vaardigheden om het huishouden zelfstandig uit te voeren.
Bij de beoordeling of huishoudelijke ondersteuning nodig is, kijkt de gemeente eerst of de huishoudelijke taken anders georganiseerd en/of verdeeld kunnen worden. Daarbij kijkt de gemeente ook naar de gebruikelijke hulp die huisgenoten kunnen bieden. Als door het anders organiseren en/of verdelen van de huishoudelijke taken en/of gebruikelijke hulp van huisgenoten kan worden bereikt dat de woning schoon en leefbaar is en ook andere huishoudelijke taken worden verricht, krijgt de inwoner geen huishoudelijke ondersteuning van de gemeente
|
Dit artikel is uitgebreid. Zo sluit het beter aan bij de manier waarop huishoudelijke ondersteuning wordt ingezet en hoe het wordt ingekocht.
|
|
5.2.3 Bemoeizorg
|
|
12.
|
|
Toegevoegd:
De gemeente kan ongevraagde zorg (bemoeizorg) inzetten als er sprake is van (ernstige) bedreiging van de gezondheid van de inwoner of zijn gezin. Vaak is er dan sprake van meerdere problemen tegelijkertijd. Bemoeizorg heeft niet als belangrijkste doel om specifieke problemen te verminderen, maar richt zich op het toeleiden naar zorg waarbij het sociale netwerk van het hele gezin wordt betrokken. De ondersteuning kan er ook op gericht zijn om overlast voor de omgeving te voorkomen of te beperken.
|
De inzet van bemoeizorg is toegevoegd. Dit volgt uit de inkoopafspraken met zorgaanbieders.
|
|
5.3 Mantelzorg
|
|
13.
|
Lid 2. De hulp-op-maat houdt in dat een professionele hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt, of dat een pgb wordt verstrekt dat kan worden ingezet om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten
|
- 2.
De hulp-op-maat houdt in dat een professionele hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt, bijvoorbeeld door de inzet van kortdurend verblijf. Kortdurend verblijf is in de regel gericht op inwoners met (ernstige en chronische) somatische klachten, psycho-geriatrische aandoeningen, niet-aangeboren-hersenletsel, een verstandelijke beperking, lichamelijke- of zintuiglijke beperking of een combinatie daarvan. Of dat een pgb wordt verstrekt dat kan worden ingezet om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten
|
De inzet van kortdurend verblijf als vorm van mantelzorgondersteuning is toegevoegd aan dit artikel. Dit volgt uit de inkoopafspraken met zorgaanbieders.
|
|
Hoofdstuk 6 De vorm van de hulp
|
|
6.3 Persoonsgebonden budget
|
|
6.3.1 Voorwaarden
|
|
14.
|
|
Lid 2 Voor de Wmo geldt dat de inwoner kan motiveren dat hij de hulp als PGB wenst; voor de Jeugdwet geldt dat de inwoner kan motiveren dat hij de hulp in natura niet passend acht in deze individuele situatie.
|
Voor de helderheid dit lid toegevoegd, direct na lid 1, om onderscheid tussen Jeugdwet en Wmo te beschrijven t.a.v. motivatie voor PGB
|
|
15.
|
Lid 2 De inwoner die zelf hulp wil inkopen door middel van een pgb, maakt een plan voor de inzet en besteding van het pgb. Dit heet een budgetplan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegevenDe gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.
|
Lid 3 De inwoner die zelf hulp wil inkopen door middel van een pgb, maakt een plan voor de inzet en besteding van het pgb. Dit heet een budgetplan. Hierin staat onder meer wie de vertegenwoordiger is, welk tarief is afgesproken, hoeveel uren, dagdelen of etmalen zijn afgesproken, welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. Het budgetplan sluit aan bij het plan van aanpak. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.
|
De toegevoegde tekst sluit aan bij wat in het budgetplan wordt gevraagd.
|
|
16.
|
Lid 7 onder b
Uit het door de inwoner ingediende budgetplan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is. De hulp moet in ieder geval veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Uit het budgetplan moet duidelijk blijken dat de hulp wordt geleverd zoals beschreven in het plan van aanpak en dat de geboden hulp aansluit bij de vraag. In beleidsregels worden de eisen ten aanzien van kwaliteit, veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid nader uitgewerkt.
|
Staat nu bij lid 9 onder b
De laatste zin is verwijderd. In plaats daarvan wordt toegevoegd als apart lid 4
Lid 4 De hulp moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Dat betekent dat formele Pgb-aanbieders minimaal:
- a.
ingeschreven staan in het Handelsregister;
- b.
beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken;
- c.
een bij de start van de ondersteuning geldige VOG van de directe zorgverlener(s) kunnen overleggen;
- d.
met de budgethouder of zijn vertegenwoordiger periodiek in een evaluatiegesprek bespreken of doelen worden behaald of dat moet worden bijgestuurd. En dit schriftelijk vastleggen.
|
In artikel 6.3.1 voorwaarden, lid 7 onder b staat:
In beleidsregels worden de eisen ten aanzien van kwaliteit, veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid nader uitgewerkt. We kiezen ervoor deze niet in beleidsregels uit te werken, maar op te nemen in de verordening en daarbij rekening te houden met de mogelijkheid om deze eisen te toetsen.
|
|
17.
|
|
Lid 9 g toegevoegd: Als de hulp of ondersteuning die door één persoon geleverd wordt, meer bedraagt dan 36 uur per week. Bij het vaststellen of deze 36 uur per week overschreden wordt, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen, en ook de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden;
|
Een extra reden om geen pgb toe te kennen is toegevoegd.
Als de ondersteuning die door één persoon geleverd wordt, meer is dan normaal gesproken binnen een 36-urige werkweek kan worden geleverd, wordt geen pgb toegekend. We gaan uit van een werkweek van 36 uur. Als blijkt dat een zorgverlener veel meer uren declareert dan te verwachten valt, kan dat een signaal zijn, dat er geen sprake is van de juiste kwaliteit.
|
|
18.
|
|
Lid 10 toegevoegd
Een betaling uit het pgb wordt altijd gedaan op basis van de werkelijk ingezette zorg per uur, dagdeel of etmaal. Alleen voor natuurlijke personen kan hier in specifieke situaties van worden afgeweken.
|
In uitzonderingssituaties kan het voor natuurlijke personen om praktische redenen handiger zijn om hiervan af te wijken. Dit wordt op maat bekeken.
Dit is een van de proceskeuzes die gemeenten moeten maken om voorbereid te zijn op PGB 2.0, het nieuwe digitale PGB systeem waarin budgethouders, gemeenten, zorgkantoren en SVB gaan werken. De proceskeuzes moeten in de verordening worden vastgelegd.
|
|
6.3.3 Hoogte en tarief pgb
|
|
19.
|
Lid 5. De gemeente stelt de maximale tarieven voor pgb vast in de tarievenlijst Jeugd en Wmo en maakt deze tarievenlijst bekend.
|
- 5.
De gemeente maakt de maximale tarieven voor pgb bekend via de website van de gemeente en het CJG Zeist.
|
Tekst is concreter geworden en de plek waar gepubliceerd wordt is benoemd.
|
|
20.
|
Lid 7 onder a
hulpverleners die onder toezicht staan van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ);
|
Dit is verplaatst naar lid 7 onder c
als het om Jeugdhulp gaat dan geldt aanvullend op lid 7 onder a en b: personen die onder toezicht staan van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp
|
Reden verplaatsing is dat dit alleen geldt voor de Jeugdwet. De volgorde is logischer gemaakt door dit op te nemen in een nieuw lid 7 onder c en toegevoegd is de wettelijke eis om ingeschreven te staan in een register
|
|
21.
|
Lid 7 onder c
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (ZZP). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) of als het om jeugdhulp gaat; onder toezicht staan van de IGJ én beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
|
Een zin toegevoegd en een zin verwijderd
Wordt lid 7 onder b personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (ZZP). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken
|
De toegevoegde zin staat wel in lid 7 onder b voor instellingen. Omdat dit ook geldt voor ZZP is dit toegevoegd.
Van de verwijderde zin staat nu in lid 7 onder c
|
|
22.
|
Lid 8. Informele hulp is:
- a.
Hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 7;
- b.
Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 7, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt.
|
- 8.
Informele hulp
- a.
Als de hulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp.
- b.
Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 7 onder a, b of c, is sprake van informele hulp
|
De nieuwe formulering vinden we duidelijker
|
|
23.
|
Lid 11
De hoogte van het pgb voor informele hulp is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals, en is niet minder dan het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek.
Voor hulp bij huishouden is de hoogte van het pgb-tarief voor informele hulp 60% van het ZIN tarief.
|
De hoogte van het pgb voor informele hulp is gebaseerd op het tarief bij de Wet langdurige zorg voor niet-professionals, en is niet minder dan het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. Dit geldt voor hulp die per uur wordt vergoed. Voor hulp die per dagdeel of etmaal wordt vergoed, wordt maximaal 50% vergoed van het hulp in natura-tarief.
Voor hulp bij huishouden is de hoogte van het pgb-tarief voor informele hulp 60% van het ZIN tarief.
|
De vaststelling van tarieven per dagdeel of etmaal was nog niet vastgelegd in de verordening. Wel is dit conform hoe in Zeist in de praktijk wordt gewerkt.
|
|
24.
|
|
Lid 12 De hoogte van het pgb voor vervoer van en naar de dagbesteding bedraagt 100% van het hulp in natura-tarief.
|
Dit was nog niet vastgelegd in de verordening. Wel is dit conform hoe in Zeist in de praktijk wordt gewerkt.
|
|
25.
|
Lid 13 Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel
|
Als het pgb aan het einde van het jaar niet helemaal is besteed, kan de budgethouder aanspraak maken op een vrij besteedbaar bedrag van maximaal € 250. Hiervoor hoeven geen declaraties ingediend te worden.
|
Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van budgethouders om meer vrijheid te hebben in de besteding van het beschikbare budget.
|
|
26.
|
|
Toevoegen lid 15
- 15.
Als de inwoner die hulp-op -maat in de vorm van een pgb krijgt, overlijdt, kan de hulpverlener in aanmerking komen voor een eenmalige uitkering. De eenmalige uitkering staat gelijk aan de gemiddelde vergoeding voor een maand. Om de gemiddelde vergoeding te berekenen wordt gekeken naar de uitbetaalde vergoeding over de laatste drie volle kalendermaanden waarin de hulp verleend is. Er wordt alleen uitbetaald voor zover er nog voldoende budget beschikbaar is.
|
Dit is een van de proceskeuzes die gemeenten moeten maken om voorbereid te zijn op PGB 2.0, het nieuwe digitale PGB systeem waarin budgethouders, gemeenten, zorgkantoren en SVB gaan werken. De proceskeuzes moeten in de verordening worden vastgelegd.
Deze werkwijze wordt in Zeist in de praktijk gehanteerd, maar stond nog niet in de verordening.
|
|
6.3.4 Verantwoording pgb
|
|
27.
|
- 1.
De gemeente zal de inwoner één of meerdere keren per jaar vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen.
- 2.
Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.
|
Toegevoegd als lid 2
De inwoner die hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, registreert de uren die door de zorgverlener zijn ingezet. De gemeente kan om inzage vragen.
Zin toegevoegd bij lid 3.
Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is. Alleen voor natuurlijke personen kan gekozen worden voor betaling van een vast bedrag per periode.
|
Deze toevoegingen sluiten aan op artikel 6.3.1 lid 10
|
|
6.4 Betaling eigen bijdrage
|
|
28.
|
Lid 6
De inwoner betaalt geen bijdrage in de kosten:
- a.
voor een rolstoel en het onderhoud daarvan;
- b.
voor een inwoner die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van woningaanpassingen;
- c.
als de gemeente verwacht dat het opleggen van een bijdrage kan leiden tot een ongewenste situatie. Hiervoor kan advies gevraagd worden door de gemeente aan andere organisaties, zoals de Sociaal Raadslieden.
|
c is g geworden
c tot en met f is toegevoegd
De inwoner betaalt geen bijdrage in de kosten:
- a.
voor een rolstoel en het onderhoud daarvan;
- b.
voor een inwoner die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
- c.
voor de inzet van bemoeizorg;
- d.
voor de inzet van begeleiding als sprake is van de zogenaamde ‘waakvlamzorg’. De begeleiding is dan niet wekelijks nodig voor een aaneengesloten periode, maar slechts op incidentele momenten en op afroep, om terugval te voorkomen.
- e.
voor de inzet van kortdurend verblijf / logeerzorg
- f.
voor de inzet van collectieve (woon)voorzieningen of voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van een wooncomplex
- g.
als de gemeente verwacht dat het opleggen van een bijdrage kan leiden tot een ongewenste situatie. Hiervoor kan advies gevraagd worden door de gemeente aan andere organisaties, zoals de Sociaal Raadslieden.
|
Deze wijzigingen volgen uit de regionale inkoop 2021
Voor de inzet van deze voorzieningen kan een eigen bijdrage belemmerend werken (bemoeizorg), is er sprake van incidentele inzet waardoor een maandelijkse vast bijdrage niet aansluit (waakvlamzorg of kortdurend verblijf), of wordt een verstrekte voorziening door meerder inwoners gebruikt en is het opleggen van een eigen bijdrage aan één persoon niet passend (collectieve (woon)voorzieningen).
|
|
Hoofdstuk 7: Relatie tussen inwoner en gemeente
|
|
7.2.2 Terugvordering voorziening
|
|
29.
|
De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de redenen voor beëindiging die genoemd worden in artikel 7.2.1 Wmo-voorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt
|
De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen als de gemeente de voorziening heeft ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.
|
De huidige tekst klopt niet helemaal
|
|
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen
|
|
30.
|
Kernwaarden
- –
In Zeist streven we naar kracht, nabijheid en vertrouwen.
|
Deze tekst is verwijderd
|
Toelichting op verwijdering Kernwaarden staan ook niet bij de andere hoofdstukken, dit is er per abuis ingekomen.
|