Gemeenteblad van Ommen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ommen | Gemeenteblad 2023, 237129 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ommen | Gemeenteblad 2023, 237129 | verkeersbesluit of -mededeling |
Verkeersbesluit instellen geslotenverklaringen brug Junne
De Algemeen Directeur van de gemeente Ommen;
gelet op artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, waarin is bepaald dat de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden voor zover daardoor een gebod of een verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit;
gelet op artikel 12 van deze algemene maatregel van bestuur, het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, waarin de verkeerstekens worden genoemd, waarvan de plaatsing of verwijdering dient te geschieden krachtens verkeersbesluit;
gelet op de "Nadere regeling mandaat en volmacht gemeente Ommen 2019", vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Ommen op 18 december 2018, waarbij de bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder d van Wegenverkeerswet 1994 aan hem in mandaat is gegeven;
- dat de Junnerweg gelegen is buiten de bebouwde kom van de gemeente Ommen;
- dat de Junnerweg in beheer is bij de gemeente Ommen;
- dat de Junnerweg een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
- dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Ommen bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze weg;
- dat het college van burgemeester en wethouders het nemen van verkeersbesluiten heeft gemandateerd aan de algemeen directeur van de gemeente Ommen;
- dat de wegencategorisering in de gemeente Ommen is vastgelegd in de Verkeersvisie Ommen 2030;
- dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijk beleid Duurzaam Veilig;
- dat de Junnerweg is gecategoriseerd als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een snelheidsregime van 60 kilometer per uur;
- dat de Junnerweg daarmee deel uitmaakt van een verblijfsgebied buiten de bebouwde kom;
- dat de verkeersfunctie in verblijfsgebieden ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
- dat de Junnerweg de Vecht oversteekt ter hoogte van de Junner Stuw en daarmee twee verblijfsgebieden buiten de bebouwde kom met elkaar verbindt;
- dat de kwaliteit van de constructie van de huidige brug over de stuw beperkt is en als gevolg daarvan een hoogte- en breedtebeperking is ingesteld op de brug;
- dat de brug in de huidige situatie gesloten is voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan 2,3 meter en hoger zijn dan 2,2 meter;
- dat vanwege de beperkte constructie van de brug onderzoek is uitgevoerd naar het vervangen van de brug;
- dat uit het onderzoek is gebleken dat het gewenst is een nieuwe brug te realiseren over de Vecht;
- dat bij de nadere uitwerking van de toekomstige inrichting van de brug de vraag is ontstaan welke voertuig categorieën al dan niet gefaciliteerd dienen te worden op de brug;
- dat de gemeente Ommen voor dit vraagstuk een extern verkeerskundig adviesbureau heeft ingeschakeld;
- dat het verkeerskundig adviesbureau in het kader van het vraagstuk meerdere ‘keukentafelgesprekken’ heeft gevoerd met een vertegenwoordiging van belangenpartijen LTO en Cumula, het landgoed Junne, vertegenwoordigers van bewoners, plaatselijk belang, Das en Vecht en de gemeente Ommen;
- dat deze gesprekken hebben plaatsgevonden om inzicht te verkrijgen in de verschillende belangen bij de keuze voor het gebruik van de toekomstige brug;
- dat het waarborgen van de bereikbaarheid van beide verblijfsgebieden en het waarborgen van de leefbaarheid en daarmee het voorkomen van overlast veroorzaakt door zwaar verkeer als belangrijkste belangen naar voren zijn gekomen;
- dat uit de overleggen is gebleken dat er een behoefte bestaat over het toestaan van gebruik van de brug door lokale (agrarische) ondernemers om de bereikbaarheid van beide verblijfsgebieden te waarborgen;
- dat vanuit het belang van het waarborgen van de leefbaarheid en het voorkomen van overlast in de directe omgeving is gebleken dat het niet wenselijk is om doorgaand (zwaar) verkeer gebruik te laten maken van de brug;
- dat het niet toestaan van doorgaand (zwaar) verkeer op de brug wordt ondersteund door het gemeentelijk verkeers- en vervoersbeleid, aangezien het ongewenst is dat doorgaand verkeer gebruik maakt van wegen gelegen in verblijfsgebieden;
- dat dit doorgaande zwaar verkeer gebruik dient te maken van de daarvoor ingerichte gebiedsontsluitingswegen;
- dat het dan ook gewenst is om op de Junnerweg ter hoogte van de nieuwe brug over de Vecht een geslotenverklaring in te stellen voor vrachtauto’s en landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines;
- dat met deze verkeersmaatregelen de leefbaarheid op en nabij de genoemde wegen wordt gewaarborgd;
- dat deze verkeersmaatregel kan worden uitgevoerd door middel van het plaatsen van de verkeersborden C7 en C8 van bijlage 1 van het RVV 1990;
- dat separaat aan dit verkeersbesluit beleidsregels worden vastgesteld inzake het verlenen van ontheffingen op deze geslotenverklaringen voor lokale (agrarische) ondernemers;
- dat het verlenen van dergelijke ontheffingen conform artikel 87 van het RVV 1990 een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van Ommen (bevoegd gezag) is;
- dat in deze beleidsregels voorwaarden worden gesteld om al dan niet in aanmerking te komen voor een ontheffing voor het mogen gebruiken van de nieuwe brug;
- dat separaat aan dit verkeersbesluit een handhavingsprotocol wordt vastgesteld om de effectiviteit van deze verkeersmaatregel te waarborgen;
- dat in de nabije omgeving van de hiervoor genoemde geslotenverklaringen vooraankondigingen worden geplaatst om de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling van het zware verkeer te garanderen;
- dat de rijloper van de nieuwe brug over de Vecht een beperkte wegbreedte kent, waardoor het niet gewenst is dat gemotoriseerd verkeer in twee richtingen gelijktijdig gebruik maken van de brug;
- dat dit gereguleerd kan worden door een doorgangsregeling in te stellen door middel van het plaatsen van de verkeersborden F5 en F6 van bijlage 1 van het RVV 1990 aan weerszijden van de brug, waarbij het bestuurders komende uit noordelijke richting verboden wordt om door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting;
- dat conform artikel 12 van het BABW het plaatsen van de verkeersborden C7, C8, F5 en F6 van bijlage 1 van het RVV 1990 geschiedt krachtens een verkeersbesluit;
- dat door het besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie bepaald is dat het BOA’s toegestaan is te handhaven op de negatie van C borden uit bijlage 1 van het RVV 1990 in relatie tot de openbare orde;
- dat onder deze openbare orde onder meer de leefbaarheid wordt verstaan, waaronder het voorkomen van overlast veroorzaakt door zwaar (doorgaand) verkeer;
- dat het treffen van bovengenoemde verkeersmaatregel op basis van artikel 2 van de WVW 1994 strekt tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer en het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden;
- dat het in artikel 2 van de WVW 1994 genoemde belang van het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het realiseren van bovengenoemde maatregelen, maar dat dit van ondergeschikt belang wordt geacht, gelet op voorgenoemde overwegingen;
- dat overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer overleg heeft plaatsgevonden met de verkeersadviseur van de politie eenheid Oost Nederland, district IJsselland, daartoe gemandateerd door de Korpschef;
- dat de verkeersadviseur van de politie op 27 november 2020 formeel advies heeft uitgebracht over het totale pakket aan verkeersmaatregelen die beoogd zijn in het kader van de realisatie van de nieuwe brug over de Vecht;
- dat de verkeersadviseur wat betreft voorliggend verkeersbesluit heeft medegedeeld niet door het bevoegde gezag op de hoogte te zijn gesteld over de te nemen maatregel;
- dat de verkeersadviseur aangeeft dat, in verband met de gevolgen van het besluit, de gemeente Twenterand en de provincie Overijssel niet in kennis zijn gesteld van de te nemen maatregel;
- dat de politie in het kader van veiligheid adviseert om landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines juist toe te staan op de brug en de snelle overige motorvoertuigen op meer dan twee wielen te verbieden;
- dat de politie in het kader van doorstroming aangeeft dat de omrijdfactor voor langzame voertuigen bij het instellen van de geslotenverklaringen onevenredig groot wordt;
- dat de politie in het kader van handhaving aangeeft dat het verkeersbesluit niet op wettelijke gronden is gebaseerd, aangezien een sociaal en maatschappelijk verzoek geen belang is in het kader van artikel 2 in de WVW 1994;
- dat het college van mening is dat de verkeersadviseur wel voldoende op de hoogte is gesteld, namelijk door middel van het organiseren van meerdere overlegmomenten over dit onderwerp, waarvan de eerste al op 21 april 2020 is georganiseerd;dat in het kader van artikel 25 van het BABW zowel bestuurlijke als ambtelijke overleggen zijn gevoerd met de gemeente Twenterand in de fase van planvorming;
- dat het college van mening is dat artikel 25 van het BABW niet van toepassing is voor wegen onder beheer van de provincie en dat daarom dan ook geen overleg is gevoerd met de provincie Overijssel omtrent deze verkeersmaatregelen;
- dat het instellen van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op meer dan twee wielen op de brug voor het college vooralsnog geen optie is, aangezien uit de ‘keukentafelgesprekken’ is gebleken dat voornamelijk overlast en hinder wordt ondervonden van aanwezig doorgaand zwaar verkeer;
- dat de doorstroming (en vooral de bereikbaarheid) volgens het college is gewaarborgd voor zwaar verkeer door het vaststellen van een ontheffingsreglement, waarbij zwaar verkeer in aanmerking komt voor een ontheffing als de omrijdfactor bij het niet gebruik van de brug groter is dan 1,5;
- dat naar mening van het college het verkeersbesluit wel op wettelijke gronden is gebaseerd en dat de juiste artikel 2 WVW 1994 belangen zijn genoemd;
- dat deze artikel 2 WVW 1994 belangen veelvuldig worden toegepast in Nederland bij soortgelijke projecten;dat het college dan ook het geconstateerde in het politieadvies niet deelt en dan ook overgaat tot het nemen van voorliggend verkeersbesluit.
Het college van burgemeester en wethouders van Ommen besluit:
door middel van het plaatsen van de verkeersborden C7 en C8 van bijlage 1 van het RVV 1990 een geslotenverklaring voor vrachtauto’s en landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines in te stellen op de Junnerweg, tussen de aansluiting met de Koedrift en de aansluiting van het perceel met het adres Junnerweg 9;
door middel van het plaatsen van de verkeersborden F5 en F6 van bijlage 1 van het RVV 1990 een doorgangsregeling in te stellen waarbij een verbod geldt voor bestuurders om door te gaan in zuidelijke richting bij nadering van verkeer uit noordelijke richting op de Junnerweg, tussen de aansluiting met de Koedrift en de aansluiting van het perceel met het adres Junnerweg 9.
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen,
J.W.H. Blaauw
Algemeen Directeur, gemeente Ommen
Als u het niet eens bent met dit besluit, kunt u een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen. U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen via het digitale loket op www.ommen.nl. U hebt hiervoor wel een DigiD nodig.
Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet u het bezwaarschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden. Onderteken uw bezwaarschrift en vermeld:
Daarnaast kunt u volgens artikel 8.81 van de Awb de Voorzieningenrechter van Rechtbank Overijssel verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, als er sprake is van zogenoemde ‘onverwijlde spoed’. U kunt alleen een voorlopige voorziening aanvragen, als u ook binnen zes weken een bezwaarschrift indient. U kunt uw verzoek om een voorlopige voorziening richten aan:
Rechtbank Overijssel, de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-237129.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.