Algemeen
Bevoegdheid
Op grond van artikel 18, lid 1, sub d van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het nemen van verkeersbesluiten op wegen die niet in beheer bij het Rijk, provincie of een waterschap zijn.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waadhoeke heeft deze bevoegdheid gemandateerd aan de beleidsmedewerker bij besluit van 16 januari 2018.
Grondslag
In artikel 15, lid 1 van de WVW 1994 is bepaald dat plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden, zoals genoemd in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit.
Adviezen
Conform artikel 24 van het BABW is overleg gepleegd met de verkeerscoördinator van de Politie Noord- Nederland, district Noordwest Fryslân namens de korpschef van de politie. Hij heeft positief geadviseerd met betrekking tot de in dit besluit genoemde maatregelen.
Aanleiding
Door dorpsbelang Oosterbierum Klooster-Lidlum (DB-OKL) is aangegeven dat zij het aandeel sluipverkeer op de Mûntsewei relatief hoog vinden, waardoor de veiligheid van de fietsers op deze weg onnodig nadelig wordt beïnvloed.
Overwegingen en motivatie
De Mûntsewei is in de Mobiliteitsvisie van Waadhoeke gecategoriseerd als Erftoegangsweg. Dat houdt in dat de weg is bedoeld om adressen en percelen langs deze weg te bereiken (CROW/ Duurzaam Veilig) en dat alle verkeer (o.a. grote voertuigen, wandelaars en fietsers) gebruik moeten maken van de rijbaan.
Het voorkomen van snelheids- en massaverschillen zijn uitgangspunten van Duurzaam Veilig.
Uit verkeerstellingen blijkt dat er ca. 350 ritten over de Mûntsewei plaatsvinden. Daarvan rijden er zo’n 40 minder dan 50 km/h. Ervan uitgaande dat dat 40 fietsers zijn, resteren er nog zo’n 300 ritten.
Er bevinden zich 12 adressen aan de Mûntsewei, ruwweg ingeschat met een generatie van 9 ritten/ adres (CROW, vrijstaande woning) wordt ca. 100 van de ritten door de bewoners gegenereerd.
Hiermee is het relatief hoge aandeel sluipverkeer redelijkerwijs benaderd.
De verkeerstellingen zijn in februari 2023 gehouden. Aangenomen mag worden dat het aandeel fietsers (kwetsbare verkeersdeelnemers) in het ‘fietsseizoen’ hoger zal zijn.
Gemotoriseerd sluipverkeer op de Mûntsewei is onnodig. Op korte afstand bevindt zich een provinciale weg, die breder is en waar langs grotendeels een vrijliggend fietspad is gelegen.
Aangenomen mag worden dat het sluipverkeer hierdoor geen hinder van het in te stellen verbod zal ondervinden.
De bereikbaarheid van de adressen/ percelen aan de Mûntsewei blijft met het in te stellen verbod onveranderd.
In de Mobiliteitsvisie van Waadhoeke staat op blz. 20 een overzicht van het fietsnetwerk. De Mûntsewei is daarop aangemerkt als hoodfietsverbinding.
Op een kaartje van de Risico-analyse dat deel uit maakt van de Mobiliteitsvisie is de Mûntsewei opgenomen als ‘locatie met verhoogd risico verkeersveiligheid’, weliswaar met een lage prioriteit.
Uit nader overleg blijkt dat de eerder geplande passeerstroken mogelijk aantrekkelijk kunnen zijn voor sluipverkeer. Deze maatregel is om die reden niet probleemoplossend en geschrapt.
Met deze maatregel wordt wordt bijgedragen aan:
- a.
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
- b.
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
- c.
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
Besluit
- 1.
Door plaatsing van de borden C12 (Gesloten voor alle motorvoertuigen) uit bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) de Mûntsewei af te sluiten voor alle motorvoertuigen;
- 2.
Door plaatsing van een onderbord met de tekst ‘m.u.v. bestemmingsverkeer’ het bestemmingsverkeer hiervan uit te zonderen;
- 3.