Wijziging Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal,

 

Overwegende dat

  • -

    enige onvolkomenheden in de Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal dienen te worden verholpen;

  • -

    ontwikkelingen in wetgeving en jurisprudentie aanpassing van bepalingen in de Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal verlangen;

  • -

    vanuit de praktijk de wens bestaat enige bepalingen aan te passen of toe te voegen;

Gelet op

  • -

    artikel 1.1.11 Algemene verordening gemeente Leudal (Av).

  • -

    artikel 1.1.12 Algemene verordening gemeente Leudal

besluit:

De Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal te wijzigen als volgt:

 

Artikel I  

Hoofdstuk 1.1 komt te luiden als volgt:

 

Hoofdstuk 1.1 Algemene regels met betrekking tot artikel 2.3.1 van de Algemene verordening gemeente Leudal

Artikel 1.1.1 Definities

In deze algemene regels wordt, aanvullend op de begrippen van de Algemene verordening, verstaan onder:

    • -

      aanplakborden: door of in opdracht van de gemeente geplaatste borden (ca. 2,5 x 5 meter) die beplakt mogen worden door politieke partijen met verkiezingsaffiches;

    • -

      afval: stoffen of materialen of producten waarvan de eigenaar zich wil ontdoen. Onder afval wordt niet verstaan huishoudelijk afval, gevaarlijk afval, licht ontvlambare stoffen of kadavers;

    • -

      banner: een wimpel voor bijvoorbeeld de carnaval, voor de open monumentendag of anderszins;

    • -

      bloembak: een bak bevestigd door een beugel/klemband waarin bloemen en planten zijn geplant;

    • -

      culturele reclame: een openbare aanprijzing van kunstzinnige evenementen, culturele en kunstzinnige activiteiten;

    • -

      educatieve reclame: een openbare aanprijzing van open dagen van educatieve instellingen;

    • -

      grote verkiezingsborden: reclameborden ten behoeve van de verkiezingen met een maximale afmeting van drie m2;

    • -

      ideële reclame: iedere openbare aanprijzing waarmee een algemeen maatschappelijk belang wordt gediend;

    • -

      lichtmast: openbare verlichting in beheer en eigendom van de gemeente;

    • -

      (puin)container: een rechthoekige kist, bak meestal van metaal die bestemd is voor het verzamelen van afval bijvoorbeeld ten behoeve van een verbouwing;

    • -

      sandwich- en/of driehoeksborden: deugdelijke borden die zijn opgebouwd uit veelal (dik) kartonnen dragers die zijn verbonden door een plastic koppeldraad of met drie ijzeren dragers voorziene borden (maximale afmeting 1,50 meter x 1.00 meter);

    • -

      spandoek: een uitgespannen doek met een uiting van ideële of culturele reclame al dan niet bevestigd aan een constructie, gespannen over de weg of aan de zijkant van de weg en niet opgehangen in een frame;

    • -

      verkiezingen: verkiezingen voor het Europees Parlement, Tweede Kamer, Provinciale Staten, Gemeenteraad, Referendum en Waterschap;

    • -

      verkiezingsaffiches: een affiche/poster van een politieke partij (maximale afmeting A1 formaat 60 cmx 84 cm)

    • -

      verkiezingsreclame: iedere openbare aanprijzing waarmee een politiek belang wordt gediend;

    • -

      windzijdige oppervlak: het oppervlak van de banner dat door de wind kan bewegen.

 

Artikel 1.1.2 Algemene regels sandwich- en driehoeksborden in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor sandwich- en/of driehoeksborden onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    Een sandwich- en driehoeksbord mag alleen worden geplaatst als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      de borden dienen voor het maken van reclame voor een evenement, het maken van educatieve reclame, ideële reclame of voor culturele reclame. Het maken van handelsreclame door het plaatsen van sandwich- en/of driehoeksborden is niet toegestaan;

    • b.

      in de bij dit besluit behorende bijlage 1 staan de straten waar de sandwich- en driehoeksborden mogen worden geplaatst in de diverse kernen. Plaatsing mag alleen rondom de in de stratenlijst met nummer aangewezen lichtmasten.;

    • c.

      sandwich- en driehoeksborden mogen niet worden geplaatst op particuliere eigendom;

    • d.

      duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is voor de plaatsing en het ophalen van de sandwich- en driehoeksborden. De datum van de plaatsing van de sandwich- en/of driehoeksborden moet op het bord zijn vermeld;

    • e.

      in iedere kern van de gemeente Leudal mogen per evenement voor educatieve reclame, ideële reclame of voor culturele reclame, maximaal twee sandwich- en driehoeksborden worden geplaatst;

    • f.

      de sandwich- en driehoeksborden mogen worden geplaatst gedurende een periode van maximaal drie weken;

    • g.

      de datum van het evenement op de sandwich- en driehoeksborden mag niet zodanig worden aangepast dat de maximale plaatsingsperiode van drie weken niet wordt nageleefd;

    • h.

      de frames van de driehoeksborden moeten door degene die het driehoeksbord heeft geplaatst, na de periode van maximaal drie weken worden verwijderd;

    • i.

      rondom een lichtmast mag maximaal één sandwich- of driehoeksbord worden geplaatst;

    • j.

      de sandwich- en driehoeksborden hebben een maximale afmeting van 1.50 meter x 1.00 meter;

    • k.

      de sandwich- en driehoeksborden mogen alleen zodanig worden bevestigd dat de lichtmasten op geen enkele wijze worden beschadigd;

    • l.

      het plaatsen van de sandwich- en driehoeksborden moet zorgvuldig gebeuren;

    • m.

      sandwich- en driehoeksborden mogen geen gevaar, overlast of hinder opleveren voor het verkeer en de verkeersdeelnemers, en

    • n.

      sandwich- en driehoeksborden mogen geen belemmering vormen voor het doelmatig onderhoud van het publiek domein of het straatmeubilair.

 

Artikel 1.1.3 Algemene regels Sandwich- en/of driehoeksborden ten behoeve van verkiezingen

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor het plaatsen van een sandwich- en/of driehoeksborden ten behoeve van verkiezingen onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    Een sandwich- en/of driehoeksbord ten behoeve van verkiezing mag alleen worden geplaatst als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      De borden mogen geplaatst worden vanaf de dag na de kandidaatstelling tot maximaal twee weken na de verkiezingsdag.

    • b.

      De sandwich- en/of driehoeksborden moeten binnen de onder a aangegeven periode zijn verwijderd, anders worden deze borden door de gemeente op kosten van degene die verantwoordelijk is voor de plaatsing en het ophalen van de sandwich- en/of driehoeksborden verwijderd.

    • c.

      In iedere kern van de gemeente Leudal mogen maximaal zes sandwich- en/of driehoeksborden per politieke partij worden geplaatst.

    • d.

      Er mogen geen sandwich- en/of driehoeksborden worden geplaatst buiten de bebouwde kom.

    • e.

      Sandwich- en/of driehoeksborden mogen enkel worden geplaatst aan de wegen die in gemeentelijk beheer zijn.

    • f.

      Het plaatsen van sandwich- en/of driehoeksborden mag enkel plaatsvinden rondom bomen en/of lantaarnpalen (zonder verkeerstekens), mits deze daardoor niet op enige wijze worden beschadigd; voor zover sandwich- en/of driehoeksborden worden geplaatst rond bomen in bezit/eigendom van particulieren moet dit geschieden met instemming van de rechthebbende.

    • g.

      Er mogen geen sandwich- en/of driehoeksborden worden geplaatst voor of om verkeerstekens, lantaarpalen met verkeerstekens of verkeerslichten.

    • h.

      Binnen een afstand van 25 meter vanaf rotondes, kruisingen of splitsingen van wegen mogen geen sandwich- en driehoeksborden worden geplaatst.

    • i.

      De sandwich- en/of driehoeksborden moeten zodanig geplaatst worden dat de vrijheid en het uitzicht van het verkeer niet kan worden belemmerd en dat een vrije doorgang voor voetgangers, kinderwagens, rollators, rolstoelen, scootmobielen en dergelijke op het trottoir gewaarborgd blijft.

    • j.

      Er mag rondom een boom en /of lantaarnpaal maximaal één sandwich en/of driehoeksbord worden geplaatst.

    • k.

      Bij het plaatsen van sandwich- en/of driehoeksborden moet de nodige zorgvuldigheid in acht worden genomen.

 

Artikel 1.1.4 Algemene regels ophangen spandoeken in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor het ophangen van spandoeken onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    Een spandoek mag alleen worden opgehangen als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      een spandoek mag alleen worden gebruikt voor ideële of culturele reclame;

    • b.

      duidelijk moet zijn wie verantwoordelijk is voor het ophangen en ophalen van de spandoeken. De datum van het ophangen van de spandoeken moet op het spandoek zijn vermeld;

    • c.

      in iedere kern van de gemeente Leudal mogen per uiting van ideële en culturele reclame maximaal twee spandoeken worden opgehangen;

    • d.

      het opgehangen spandoek mag gedurende een periode van maximaal drie weken aanwezig zijn;

    • e.

      voor het ophangen van spandoeken op particulier terrein is toestemming van de eigenaar vereist;.

    • f.

      de maximale oppervlakte van het spandoek bedraagt drie m2;

    • g.

      spandoeken moeten op minimaal drie meter hoogte worden opgehangen;

    • h.

      het spandoek moet op stevige en deugdelijke wijze worden bevestigd zonder schade op te leveren. De bevestiging kan door het plaatsen van metalen palen in de grond;

    • i.

      het spandoek mag niet aan een lichtmast, verkeersteken of verkeerslicht worden bevestigd;

    • j.

      verkeersborden en verkeerstekens moeten bij het ophangen van een spandoek zichtbaar blijven;

    • k.

      het spandoek mag niet boven de rijweg worden opgehangen;

    • l.

      het spandoek mag geen gevaar, overlast of hinder opleveren voor het verkeer en de verkeersdeelnemers, en

    • m.

      spandoeken mogen geen belemmering vormen voor het doelmatig onderhoud van het publiek domein en het straatmeubilair.

 

Artikel 1.1.5 Algemene regels voor banners in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor het ophangen van spandoeken onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    Banners mogen door een plaatselijke vereniging, organisatie of instelling aan een lichtmast worden bevestigd als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      De banners mogen worden aangebracht aan de lichtmasten in de (doorgaande) straten en pleinen in het centrum van de kern;

    • b.

      Tenminste twee weken voorafgaand moet het aanbrengen van de banners aan de lichtmasten schriftelijk worden gemeld bij het college. Zonder deze melding is het aanbrengen van de banners aan de lichtmasten verboden.

    • c.

      De schriftelijke melding moet in elk geval bevatten:

      • -

        vereniging, organisatie of instelling, contactpersoon,

      • -

        adres,

      • -

        mobiel telefoonnummer verantwoordelijke én

      • -

        de nummers van de lichtmasten waaraan banners worden aangebracht;

    • d.

      De (carnavals)banners mogen worden aangebracht gedurende een periode van maximaal vier weken voorafgaande aan carnavalszondag tot maximaal een week na aswoensdag en mogen niet gelijktijdig met feestverlichting worden aangebracht;

    • e.

      Er mag slechts één banner per lichtmast worden aangebracht;

    • f.

      De onderkant van de banner hangt minimaal op een hoogte van 2,20 meter;

    • g.

      Het totale windzijdige oppervlak van de banner, uit de meest ongunstige richting bezien, mag niet meer bedragen dan 0,3 m2;

    • h.

      De banners moeten zodanig worden bevestigd zodat de lichtmasten op geen enkele wijze worden beschadigd; schade aan de lichtmast, het schilderwerk, het armatuur moet worden voorkomen;

    • i.

      Het aanbrengen van de banners moet zorgvuldig gebeuren zodat de veiligheid van het verkeer en verkeersdeelnemers gewaarborgd blijft;

    • j.

      De banner mag geen gevaar, overlast of hinder opleveren voor het verkeer en de verkeersdeelnemers;

    • k

      Bij kruispunten en bij aansluitingen van wegen mag de banner het vrije uitzicht voor de weggebruikers niet hinderen;

    • l

      De banner hangt (bij voorkeur) niet aan de zijde van de straat.

 

Artikel 1.1.6 Algemene regels voor bloembakken in plaats van vergunningplicht 

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor het aanbrengen van bloembakken aan lichtmasten onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    Bloembakken mogen door plaatselijke winkeliersverenigingen/ondernemersverenigingen of dorpsraden aan lichtmasten worden aangebracht als wordt voldaan de volgende voorschriften:

    • 1.

      De bloembakken mogen worden aangebracht aan de lichtmasten in de (doorgaande) straten en pleinen in het centrum van de kern;

    • b.

      Tenminste twee weken voorafgaand moet het aanbrengen van de bloembakken aan de lichtmasten schriftelijk worden gemeld bij het college. Zonder deze melding is het aanbrengen van de bloembakken verboden;

    • c.

      De schriftelijke melding moet in ieder geval bevatten:

      • -

        wie verantwoordelijk is voor het aanbrengen en het verwijderen van de bloembakken;

      • -

        naam organisatie;

      • -

        contactpersoon,

      • -

        adres,

      • -

        mobiel telefoonnummer én

      • -

        de nummers van de lichtmasten waaraan de bloembakken worden aangebracht;

    • d.

      De bloembakken mogen worden aangebracht gedurende de periode vanaf 1 april tot en met 15 november, in ieder geval niet gelijktijdig met (carnavals)banners of feestverlichting;

    • e.

      Er mag slechts één bloembak of een combinatiebloembak (aan voor- en achterzijde) per lichtmast worden aangebracht;

    • f.

      Het totale windzijdige oppervlak van de bloembak, uit de meest ongunstige richting bezien, mag niet meer bedragen dan 0,3 m2;

    • g.

      De onderkant van de bloembak hangt minimaal op een hoogte van 2,20 meter;

    • h.

      De bloembakken mogen alleen zodanig worden bevestigd dat de lichtmasten op geen enkele wijze worden beschadigd; schade aan lichtmast, schilderwerk, het armatuur moet worden voorkomen;

    • i.

      Ter bescherming van de lichtmast moet tussen lichtmast en de beugel/klemband weerbestendig flexibel beschermingsmateriaal (geen tape) gebruikt worden;

    • j.

      De bloembakken moet deugdelijk aan de lichtmasten worden bevestigd met daarvoor bestemde bevestigingsmaterialen,-beugels;

    • k.

      Het aanbrengen van de bloembakken moet zorgvuldig gebeuren zodat de veiligheid van het verkeer en de verkeersdeelnemers gewaarborgd blijft;

    • l.

      De bloembakken mogen geen belemmering vormen voor het doelmatig onderhoud van het publiek domein of het straatmeubilair;

    • m.

      De bloembak mag geen gevaar, overlast of hinder opleveren voor het verkeer en de verkeersdeelnemers;

    • n.

      Bij kruispunten en bij aansluitingen van wegen mag de bloembak met beplanting het vrije uitzicht voor de weggebruikers niet hinderen;

    • o.

      In de bloembak mag alleen beplanting worden aangebracht;

    • p.

      Als de lichtmast vervangen moet worden, moet op eerste vordering van het college de aangebrachte bloembak worden verwijderd; 

    • q.

      Bij het aanbrengen, onderhouden en bij het verwijderen van bloembakken mogen geen ladders tegen de lichtmasten geplaatst worden;

    • r.

      Degene die verantwoordelijk is ziet er op toe dat de geldende Arboregels in acht worden genomen bij het aanbrengen, onderhouden en het verwijderen van de bloembakken;

    • s.

      Bij onvoldoende onderhoud dienen de bloembakken met bevestingsbeugels onmiddellijk verwijderd te worden. 

 

Artikel 1.1.7 Algemene regels voor het plaatsen van een (puin)container in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor het plaatsen van een (puin)container onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

  • 2.

    Een (puin)container mag geplaatst worden als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      Tenminste drie werkdagen voorafgaand aan het plaatsen van de (puin)container moet deze worden gemeld door middel van het formulier op de gemeentelijke website;

    • b.

      De digitale melding bevat in elk geval:

      • -

        Naam, adres en woonplaats van melder;

      • -

        (mobiele)telefoonnummer van de melder;

      • -

        E-mailadres;

      • -

        Begin- en einddatum plaatsing (puin)container;

      • -

        Omschrijving locatie (puin)container.

    • c.

      De (puin)container mag maximaal 2 weken staan blijven;

    • d.

      De doorgang voor het verkeer mag niet worden belemmerd en de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen;

    • e.

      De (puin)container mag niet geplaatst worden in gemeenteplantsoenen;

    • f.

      De (puin)container mag geen huishoudelijk afval, gevaarlijk afval, licht ontvlambare stoffen of kadavers bevatten;

    • g.

      De (puin)container mag voor onbevoegden niet verrijdbaar zijn, zo nodig moet de (puin)container zijn voorzien van middelen die het verrijden onmogelijk maken;

    • h.

      De (puin)container moet in goede staat van onderhoud zijn;

    • i.

      De (puin)container moet buiten werktijd aan de bovenzijde minimaal met een dekzeil zijn afgedekt. Dit geldt ook als stortwerkzaamheden langer dan een uur worden onderbroken;

    • j.

      Het weggedeelte voor voetgangers moet vrij blijven. Zo mogelijk moet de (puin)container in een parkeervak worden geplaatst;

    • k.

      De (puin)container en andere obstakels moeten zijn voorzien van minimaal twee markeringsstrepen op elk zijvlak en elk kopstuk. De markering bestaat uit retroreflecterend materiaal van tenminste High Intensity Grade, klasse 2. De markering bestaat uit een vlak van 141 mm breed en 705 mm lang. Hierop zijn diagonale strepen (rood en wit) aangebracht;

    • l.

      Alle bevelen en aanwijzingen van politie, brandweer of opsporings- en/of controleambtenaar moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd, anders worden op kosten van de melder de noodzakelijke maatregelen uitgevoerd;

    • m.

      De directe omgeving van de (puin)container moet opgeruimd zijn en vrij zijn van afvalstoffen;

    • n.

      De afmetingen van de (puin)container mag maximaal 6.00 x 2.30 x 1.50 meter zijn, de inhoud maximaal 21 m3.

 

Artikel 1.1.8 Algemene regels voor het plaatsen van grote verkiezingsborden in plaats van vergunningplicht

  • 1.

    De vergunningplicht van artikel 2.3.1, eerste lid, wordt opgeheven voor het plaatsen van grote, tijdelijke verkiezingsborden (maximale afmeting van drie m2) onder voorwaarde dat aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden wordt voldaan. Voor deze plaatsing is evenmin een bouwvergunning vereist.

  • 2.

    De grote verkiezingsborden mogen geplaatst worden als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

    • a.

      De grote verkiezingsborden mogen geplaatst worden gedurende de periode van de dag ná de kandidaatstelling tot de tweede week na de verkiezingsdag.

    • b.

      Plaatsing op particulier eigendom mag alleen geschieden met instemming van de rechthebbende.

    • c.

      In iedere kern en het bijbehorende buitengebied mogen maximaal drie grote verkiezingsborden per politieke partij worden geplaatst.

    • d.

      Binnen een afstand van 25 meter vanaf kruisingen of splitsingen van wegen mogen geen grote verkiezingsborden worden geplaatst.

    • e.

      De grote verkiezingsborden moeten zodanig geplaatst worden dat de vrijheid en het uitzicht van het verkeer niet kan worden belemmerd en de doorgang voor voetgangers, kinderwagens, rollators, rolstoelen, scootmobielen en dergelijke op het trottoir gewaarborgd blijft.

    • f.

      Bij het plaatsen van de grote verkiezingsborden moet de nodige zorgvuldigheid in acht worden genomen.

  • 3.

    In het kader van de verkiezingen plaats de gemeente aanplakborden. Het gebruik hiervan geschiedt onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      De gemeente Leudal plakt de verkiezingsaffiches namens de politieke partijen op de gemeentelijke aanplakborden.

    • b.

      De verkiezingsaffiches worden ingeleverd bij de receptie van het gemeentehuis. De inleveringsdata worden vermeld op de website.

    • c.

      Per aanplakbord wordt door de gemeente maximaal één verkiezingsaffiche per politieke partij aangebracht.

    • d.

      Bij tijdige inlevering van de verkiezingsaffiches wordt op volgorde van de kandidatenlijst aangeplakt door de gemeente.

    • e.

      Verkiezingsaffiches mogen niet in strijd met de doelstelling van de verkiezing, de openbare orde en/of de goede zeden.

    • f.

      De aanplakborden mogen niet worden gebruikt voor het aanbrengen van handelsreclame.

 

Artikel 1.1.9 Aansprakelijkheid

  • 1.

    Degene die verantwoordelijk is voor het plaatsen en verwijderen van voorwerpen aan, op of boven de weg zoals specifiek genoemd in dit hoofdstuk is aansprakelijk voor de aan eigendom van de gemeente en derden toegebrachte schade.

  • 2.

    Schade welke als gevolg van het aanbrengen, de aanwezigheid of het verwijderen van voorwerpen aan, op of boven de weg, ontstaat aan gemeente-eigendommen moet door en op kosten van de verantwoordelijke, op eerste aanschrijving van de gemeente binnen de door gemeente gestelde termijn, hersteld worden dan wel moeten de in rekening gebrachte kosten worden vergoed.

  • 3.

    De gemeente is niet aansprakelijk voor schade aan voorwerpen aan, op of boven de weg, die ontstaat als gevolg van vernielingen, vandalisme en aanrijdingen

  • 4.

    De gemeente is niet aansprakelijk voor de kosten voor het verwijderen en het opnieuw aanbrengen van voorwerpen aan, op of boven de weg die ontstaat als lichtmasten vervangen of verplaatst moeten worden

  • 5.

    De gemeente is niet aansprakelijk voor schade aan personen en eigendommen veroorzaakt bij aanbrengen, onderhoud, verwijderen van voorwerpen aan, op of boven de weg.

 

Artikel II  

Hoofdstuk 1.2. komt te luiden als volgt:

 

Hoofdstuk 1.2 Algemene regels geluids- en knalapparatuur ter voorkoming van schade aan vruchten en gewassen

Artikel 1.2.1 Opheffen vergunningplicht artikel 3.7.1.5 eerste lid Av

In deze algemene regels wordt de in artikel 3.7.1.5, eerste lid neergelegde vergunningplicht opgeheven voor het gebruik van geluids- of knalapparatuur ter voorkoming van schade aan vruchten en gewassen voor percelen in het buitengebied. In plaats daarvan moet worden voldaan aan deze algemene regels.

 

Artikel 1.2.2 Definities

In deze algemene regels wordt verstaan onder:

  • -

    Avondperiode: de periode van 19.00 uur tot 22.00 uur;

  • -

    buitengebied: de gebieden buiten de bebouwde kom van de diverse kernen;

  • -

    dagperiode: de periode van 06.00 uur tot 19.00 uur;

  • -

    geluidgevoelige objecten: geluidsgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geluidhinder;

  • -

    geluidsapparatuur: ieder voorwerp dat gebruikt wordt om wild of gevogelte te verjagen en daarbij geluid produceert;

  • -

    knalapparatuur: bijzonder geluidsapparaat dat een knal veroorzaakt met als doel wild of gevogelte te verjagen;

  • -

    nachtperiode: de periode van 22.00 uur tot 06.00 uur.

 

Artikel 1.2.3 Meldplicht

  • 1.

    De gebruiker van de geluidsapparatuur, waaronder knalapparatuur, moet jaarlijks, voor aanvang van het gebruik daarvan, schriftelijk mededeling doe naan het college. Bij het doen van de schriftelijke mededeling wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier.

  • 2.

    De schriftelijke melding bevat in elk geval:

    • a.

      naam van de gebruiker, adres en woonplaats;

    • b.

      (mobiel)telefoonnummer van de melder;

    • c.

      de locatie waar de geluidsapparatuur, waaronder knalapparatuur wordt ingezet;

    • d.

      het doel ervan, en

    • e.

      de vermelding van tenminste drie verjagingstechnieken die worden ingezet.

 

Artikel 1.2.4 Algemene regels geluidsapparatuur in plaast van vergunningplicht

Geluidsapparatuur mag alleen worden gebruikt als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

  • a.

    Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar, LT) ten gevolge van geluiud afkomstig van geluidsappartuur bedraagt in de dag-, avond- ennachtperiode ten hoogste respectievelijk 45, 40 en 35 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige objecten.

  • b.

    Het maximal geluidsniveau ten gevolge van het geluid afkomstig van geluidsapparatuur, waaronder knalapparatuur, bedraagt in de dag- en avondperiode ten hoogste respectievelijk 70 en 65 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige objecten;

  • c.

    Geluidsapparatuur, ook knalapparatuur, mag tussen 22.00 uur en 6.00 uur niet in werking zijn.

 

Artikel 1.2.5 Algemene regels knalapparatuur in plaats van vergunningplicht

Knalapparatuur mag alleen worden gebruikt als wordt voldaan aan de volgende voorschriften:

  • a.

    de kortste afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg bedraagt ten minste 100 meter. Deze afstand kan worden teruggebracht tot 50 meter indien weggebruikers en wandelaars worden gewaarschuwd met duidelijk waarneembare en kenbare waarschuwingsborden die aangeven dat een knalapparaat in werking is;

  • b.

    de loop van een knalapparaat dient te zijn afgewend van geluidgevoelige objecten. Als dit niet mogelijk is, omdat het perceel zich midden tussen meerdere geluidgevoelige objecten bevindt, dan is een draaiende loop toegestaan;

  • c.

    de knalfrequentie bedraagt in de dagperiode maximaal 10 knallen per uur, in de avondperiode bedraagt de knalfrequentie maximaal 4 knallen per uur;

  • d.

    twee keer in de dagperiode van 06.00 uur tot 19.00 uur mag binnen een tijdsbestek van 15 minuten maximaal 15 keer geschoten worden. Voor het overige deel van de dagperiode mag dan geen knalapparaat ingezet worden.

  • e.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.4 bedraagt de afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object minimaal 250 meter;

  • f.

    Cumulatie van geluid door meerdere knalapparaten in elkaars nabijheid mag niet leiden tot ontoelaatbare hinder. Een tweede knalapparaat nabij een reeds opgesteld apparaat, wordt daarom op minimaal 300 meter van het eerst opgestelde apparaat geplaatst. Staan meerdere knalapparaten op minder dan 300 meter van een geluidgevoelig object opgesteld dan geldt het maximum van 8 knallen oer uur in de dagperiode en 4 knallen per uur in de avondperiode.

  • g.

    Er moeten, naast knalapparatuur, minimaal drie andere verjagingstechnieken worden toegepast.

 

Artikel 1.2.6 Label op apparatuur

Geluidapparatuur, waaronder knalapparatuur, moet voorzien zijn van een duidelijk leesbaar label waarop de naam, adres en (mobile)telefoonnummer van de gebruiker staan vermeld.

 

Artikel III  

Hoofdstuk 1.4 komt te luiden als volgt:

 

Hoofdstuk 1.4 Algemene regels stoken vuur in de open lucht

Paragraaf 1.4.1 Algemeen

Artikel 1.4.1.1 Definities

In deze algemene regels wordt verstaan onder:

  • -

    buitengebied: de gebieden buiten de bebouwde kom van de diverse kernen;

  • -

    kampvuur: een vuur op kampen van scouting of (sfeer)vuren op kampeerterreinen.

 

Paragraaf 1.4.2 Kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten

Artikel 1.4.2.1 Vergunningverlening kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten

  • 1.

    Alleen de buurtvereniging, samenwerkende buurtverenigingen of dorpsraden mogen een vuur bij culturele festiviteiten organiseren.

  • 2.

    De vergunning als bedoeld in artikel 3.9.1, eerste lid Av voor een kampvuur wordt voor maximaal één jaar verleend, waarbij wordt uitgegaan van een kalenderjaar.

  • 3.

    Voor een vuur bij culturele festiviteiten geldt dat slechts vergunning wordt verleend voor één gelegenheid.

 

Artikel 1.4.2.2 Algemene regels Av kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten

De volgende voorschriften gelden naast de voorschriften verbonden aan de vergunning als bedoeld in artikel 3.9.1, eerste lid Av:

  • a.

    Slechts onbehandeld hout mag worden gestookt/verbrand. Het is verboden om andere afvalstoffen dan onbehandeld hout te verbranden.

  • b.

    het stoken moet minstens één week van te voren schriftelijk aan het team Vergunningverlening, toezicht en handhaving van de gemeente worden gemeld;

  • c.

    een kampvuur moet onder toezicht staan van minstens één meerderjarig persoon die de vergunning op verzoek aan de controlerende instanties en toezichthouders moet tonen;

  • d.

    in geval van een vuur bij culturele festiviteiten moet het stookterrein onder voortdurend toezicht staan van twee meerderjarige personen. Deze personen dienen zorg te dragen voor een goed brandend vuur, zodat zomin mogelijk rookontwikkeling ontstaat. Deze toezichthoudende personen moeten telefonisch bereikbaar zijn voor de gemeente;

  • e.

    de toezichthoudende personen moeten er voor zorgen dat de aanwezige personen een voldoende veilige afstand tot de brandstapel in acht nemen

  • f.

    het stookterrein moet goed bereikbaar zijn voor brandweer, politie en ambulance;

  • g.

    het stoken moet plaatsvinden op een afstand van minimaal:

    • -

      30 meter van een gebouw, een opeenstapeling van oogstproducten, erfbeplanting en hoogspanningsleidingen;

    • -

      100 meter van een bos-, heide of duinterrein en veengrond;

    • -

      50 meter van een openbare weg;

    • -

      100 meter van brandgevoelige objecten;

    • -

      10 meter van een watergang;

  • h.

    in de nabijheid van de stookplaats moet voor onmiddellijk gebruik tenminste beschikbaar en bereikbaar zijn:

    • -

      één blusmiddel, niet zijnde een CO2 blusmiddel en één blusdeken;

    • -

      een jaarlijks goed gekeurde brandblusser met een inhoud van minimaal 6 kg;

    • -

      twee schoppen;

    • -

      twee met water gevulde emmers van minimaal 10 liter;

  • i.

    zodanig moet worden gestookt dat geen vliegvuur ontstaat;

  • j.

    bij windkracht 5 of meer mag niet worden gestookt;

  • k.

    de brandstapel voor kampvuren mag maximale omvang hebben van 1 m3;

  • l.

    de stookplaats voor vuur bij culturele festiviteiten mag maximaal 7 bij 5 meter zijn;

  • m.

    de brandstapel voor vuur bij culturele festiviteiten mag maximaal 125 m3 zijn;

  • n.

    het aanvoeren van snoeiafval en/of pallets door buurtverenigingen of dorpsraden voor de brandstapel van een vuur bij culturele festiviteiten, mag niet eerder plaatsvinden dan één week voor de dag dat ’s avonds wordt gestookt. Dit moet gebeuren onder toezicht van leden van de buurtvereniging, dorpsraad of van de eigenaar van de grond waarop de brandstapel wordt aangelegd;

  • o.

    voor het aanmaken van de brandstapel moet gebruik worden gemaakt van pallets en pakken stro. Aardolieproducten/brandbare vloeistoffen zijn niet toegestaan.

  • p.

    het stoken moet plaatsvinden op het aangevraagde tijdstip;

  • q.

    uiterlijk om 24.00 uur moet het vuur zijn gedoofd.

 

Artikel 1.4.2.3 Algemene regels Wet milieubeheer kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten

De volgende voorschriften gelden naast de voorschriften verbonden aan de vergunning als bedoeld in artikel 10.63, tweede lid Wet milieubeheer:

  • a.

    het stoken mag geen gevaar of hinder opleveren voor de omgeving. Als tijdens het stoken blijkt dat het verkeer of bewoners in de omgeving last hebben van rookgassen, dan moet het stoken onmiddellijk worden gestaakt

  • b.

    na afloop van het stoken moeten de vuurresten volledig worden gedoofd;

  • c.

    de vuur- en verbrandingsresten moeten uiterlijk binnen één week, op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden verwijderd en afgevoerd;

  • d.

    het stoken mag geen bodemverontreiniging veroorzaken;

  • e.

    gezorgd moet worden voor een goede verbranding van het snoeihout, zodat de rookontwikkeling zo gering mogelijk is;

  • f.

    het stoken mag niet plaatsvinden als sprake is van een door berichtgeving kenbaar gemaakte waarschuwingsfase van verhoogde concentraties luchtverontreiniging.

 

Artikel IV  

Artikel 2.3.8 komt te luiden:

Een vergunning voor een vaste standplaats kan worden verleend voor een periode van maximaal 12 jaar.

 

Artikel V  

In artikel 2.3.9 wordt de aanduiding “1” bij het eerste lid verwijderd en komt het tweede lid te vervallen.

 

Artikel VI  

In artikel 3.1.2, lid 2 onder b wordt “inzamelaar” vervangen door “inzamelaars”

 

Artikel VII  

  • 1.

    In artikel 3.1.5 onder A onderdeel a wordt na “restafval” ingevoegd “: de”

  • 2.

    In artikel 3.1.5 onder A onderdeel a komen de woorden “uitgevoerd in grijs” te vervallen.

  • 3.

    In artikel 3.1.5 onder A onderdeel b wordt na “tuinafval” ingevoegd “: de”

  • 4.

    In artikel 3.1.5 onder A onderdeel c wordt na “chemisch afval” ingevoegd “: de”

  • 5.

    In artikel 3.1.5 onder B onderdeel a wordt na “glas” ingevoegd “:”

  • 6.

    In artikel 3.1.5 onder B onderdeel b wordt na “tuinafval” ingevoegd “:”

  • 7.

    In artikel 3.1.5 onder B onderdeel c wordt na “PMD” ingevoegd “:”

  • 8.

    In artikel 3.1.5 onder B onderdeel d wordt na “schoeisel” ingevoegd “:”

  • 9.

    In artikel 3.1.5 onder B onderdeel e wordt “, de milieuparken” vervangen door “: de milieustraten” en wordt “Bevelandstraat” vervangen door “Bevelantstraat”

 

 

Artikel VIII  

Artikel 3.1.6 tweede lid komt te luiden:

  • 2.

    Op grond van artikel 3.10.2.8, eerste lid Av stelt het college de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van klein chemisch afval, moeten worden aangeboden:

    • A.

      Minicontainer

      • a

        het voor inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in de verstrekte minicontainer moet ordelijk gebeuren door het plaatsen van de minicontainer op het voetpad, kortbij de in de gemeente geregistreerde huisaansluitingen zo dicht mogelijk bij de rijweg. Als een voetpad ontbreekt, dan moet de minicontainer aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats worden gezet. Het plaatsen van de minicontainer mag voetgangers- en overig verkeer niet hinderen, of gevaar dan wel schade veroorzaken. Daarbij moeten de aanwijzingen van de inzameldienst medewerkers worden opgevolgd;

      • b

        het inzamelmiddel wordt op de openbare weg aangeboden, tenzij voor een andere plaats vergunning door het college is verleend;

      • c

        bij gebruik van het inzamelmiddel moet dit zijn geplaatst zoals de Reinigingsdienst Maasland heeft aangegeven;

      • d

        inzamelmiddelen moeten goed gesloten zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed worden gesloten;

      • e

        uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken;

      • f

        afvalstoffen die ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, moeten onmiddellijk door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;

      • g

        het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de leeg te maken container tezamen, mag in zijn totaliteit niet meer zijn dan 75 kilogram;

      • h

        het gewicht van de aangeboden hoeveelheid huishoudelijk klein chemisch afval (kca) mag per inzameling en aanbieding niet meer zijn dan 50 kg;

    • B.

      Milieustraat

      • a

        de milieustraten van de Reinigingsdienst Maasland worden aangewezen als brengdepot waar de afvalstoffen als vermeld in artikel 3.10.2.5, tweede lid Av kunnen worden achter gelaten;

      • b

        bij de afgifte van afvalstoffen bij de milieustraten van de Reinigingsdienst Maasland zijn de acceptatievoorwaarden van Reinigingsdienst Maasland van toepassing;

      • c

        de ontdoener van afvalstoffen moet zich bij de milieustraten van de Reinigingsdienst Maasland kunnen legitimeren;

    • C.

      Op afroep

      • a

        de inzameling van grof huishoudelijk afval en elektrische en elektronisch apparatuur vindt op afroep en tegen betaling plaats. De aanbieder moet voor deze inzameling op afroep, een afspraak maken met de inzameldienst/inzamelaar;

      • b

        het grof huishoudelijk afval en elektrische en elektronisch apparatuur moet op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelmaterieel goed bereikbare plaats bij de woning klaar staan;

      • c

        het grof huishoudelijk afval en elektrische en elektronisch apparatuur mag niet langer zijn dan 2 meter, geen grotere inhoud hebben dan 1 m3 en geen hoger gewicht dan 35 kilogram per stuk. Meubilair en ander huisraad is uitgezonderd van deze maximale afmetingen, volume en gewicht.

 

Artikel IX  

  • 1.

    In artikel 3.1.6 lid 3 onder a wordt “Verordening afvalstoffenheffing Leudal” vervangen door “Verordening afvalstoffenheffing Leudal 20xx”

  • 2.

    In artikel 3.1.6 lid 3 onder c wordt “afvalstoffen” vervangen door “restafval”

 

 

Artikel X  

In artikel 3.1.6 lid 4 onder d wordt “KCA-producten” vervangen door “vloeibare KCA-producten”

 

Artikel XI  

Artikel 3.1.6 id 5 onder c komt te luiden als volgt:

  • 3.

    PMD moet leeg, bij voorkeur in doorzichtige zakken, worden aangeboden in de daarvoor bestemde en door of namens de gemeente dan wel de Reinigingsdienst Maasland geplaatste bovengrondse of ondergrondse PMD-container;

 

Artikel XII  

In artikel 3.1.7 onder c wordt “milieuparken” vervangen door “milieustraten”

 

Artikel XIII  

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking,

 

Heythuysen, 10 januari 2023

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL,

De gemeentesecretaris, De burgemeester,

mr. drs. J.J.Th.L. GeraedtsD.H. Schmalschläger

Naar boven