Gemeenteblad van Borger-Odoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borger-Odoorn | Gemeenteblad 2023, 156639 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Borger-Odoorn | Gemeenteblad 2023, 156639 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels subsidie voor Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) 2023 gemeente Borger-Odoorn V2
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Geïndiceerde peuter (doelgroep peuter): kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, die woont in de gemeente Borger-Odoorn met een risico op (taal)achterstand, waarvoor de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD)/Jeugdgezondheidszorg (JGZ) een indicatie heeft afgegeven en die in aanmerking komt voor een VVE-peuterplaats.
VE: Voorschoolse Educatie: een aanbod voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar, waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden, gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Het doel van deze regeling is het door subsidiëring bieden van voorschoolse educatie en peuteropvang in de gemeente Borger-Odoorn, zodat er gelijke en optimale ontwikkelkansen voor alle kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar (VVE voor 2,5 tot 4 jaar) in de gemeente zijn.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie wordt verleend aan een kinderopvangorganisatie in de gemeente Borger-Odoorn, waar:
Artikel 3a Aanvullende activiteit die voor subsidie in aanmerking komt
Aan de kinderopvangorganisatie waar voorschoolse educatie wordt aangeboden aan GGD-/JGZ-geïndiceerde peuters die woonachtig zijn in de gemeente in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar wordt een subsidie verleend voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie (PBMVE).
Artikel 4 Aanvraag- en beslistermijn
Subsidie op grond van deze Nadere regels kan uitsluitend worden aangevraagd voor peuters die woonachtig zijn in de gemeente Borger-Odoorn.
5.1.1 Subsidie voor peuters die niet woonachtig zijn in de gemeente, dient overlegd te worden met de gemeente. Wanneer het om grensverkeer gaat, kan de gemeente toestemming geven, mits de gemeente dit heeft afgestemd met de woonachtige gemeente.
Subsidie op grond van deze Nadere regels kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kinderopvangorganisatie die is gevestigd in de gemeente Borger-Odoorn en die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang.
5.2.1 De gemeente kan toestemming geven voor subsidie voor VE-aanbod voor een peuter woonachtig in de gemeente en die naar VE-aanbod buiten de gemeente gaat, mits de gemeente een verzoek / advies hiervoor van de GGD / JGZ (de indicatiesteller en regiehouder op de ontwikkeling van het kind) heeft ontvangen.
Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 3.1 en 3.2, dient de kinderopvangorganisatie minimaal 40 weken per jaar voorschoolse educatie aan te bieden. Het gaat dan per week om een aanbod van 16 uur, verdeeld over tenminste 3 dagen, waardoor aan de wettelijke norm van 960 uur voor geïndiceerde peuters van 2,5 en 3 jaar wordt voldaan.
Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van artikel 3a, moet de kinderopvangorganisatie bij de aanvraag het aantal te verwachten geïndiceerde peuterplaatsen op peildatum 1 januari van het komende jaar opgeven. Daarbij moet de PBM VE voldoen aan de hiervoor gestelde eisen in de wet (Staatsblad 2019, 315).
Artikel 6 Hoogte van de subsidie
Er wordt gesubsidieerd per uur voor een geïndiceerde peuter die gebruik maakt van voorschoolse educatie (VE-peuterplaats):
Voor de doelgroep, genoemd in artikel 3.1 en 3.3, bedraagt de maximale subsidie per bezet uur per peuter in de leeftijd van 2 jaar (2,5 jaar) en 3 jaar maximaal 8 uur per week en voor maximaal 40 weken per kalenderjaar het fiscaal uurtarief (€ 9,12 in 2023) minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk;
Voor de doelgroep, genoemd in artikel 3.1 en 3.2, bedraagt de maximale subsidie per bezet uur per geïndiceerde peuter in de leeftijd van 2,5 jaar en 3 jaar maximaal 8 uur in de week en voor maximaal 40 weken per kalenderjaar € 11,05 in 2023, mits dit extra uren zijn die worden afgenomen boven op de uren genoemd in artikel 6.2;
6.3.1 Het uurtarief van € 11,05 zal jaarlijks worden geïndexeerd vergelijk het fiscale uurtarief kinderopvang, mits dit gemeentelijk financieel haalbaar blijkt. Als geen financiële haalbaarheid blijkt, zal de gemeente het besluit nemen welk bedrag wel haalbaar is;
Artikel 8 Vaststelling subsidie
De vaststelling en verantwoording van subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen. Daaronder wordt verstaan: het aantal werkelijk afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats voor maximaal 40 weken in het kalenderjaar (regulier en VE-/geïndiceerde peuters) op basis van een door de gemeente ontwikkeld registratieformulier en vastgesteld met een accountantsverklaring betreffende subsidiebedragen boven de 50.000 euro, aanvullend aan de in de ASV opgenomen verplichtingen rondom eindverantwoording, ook al is dat in 2022 niet gebeurd.
De vaststelling en verantwoording van subsidie voor de activiteit in artikel 3a (PBM VE) vindt plaats op basis van het daadwerkelijk aantal geïndiceerde peuters op peildatum 1 januari 2023. Wanneer bij de verantwoording blijkt dat het aantal daadwerkelijk deelnemende geïndiceerde peuters bedoeld in artikel 5.7 behorende bij artikel 3a.1, meer dan 50% afwijkt in de loop van het kalenderjaar t.o.v. het daadwerkelijke aantal VVE-doelgroepkinderen op 1 januari 2023, gaat de gemeente met de desbetreffende organisatie in gesprek over de reden van afwijking ten aanzien van de aanvraag.
Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, overleggen ouders eenmalig bij de start van de peuteropvang een inkomensverklaring van de Belastingdienst (IB60-formulier) van maximaal twee jaar oud, zodat houder kinderopvangorganisatie kan vaststellen dat de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Ten behoeve van het wel of niet in aanmerking komen voor subsidie, overleggen ouders eenmalig bij de start van de peuteropvang een inkomensverklaring van de Belastingdienst (IB60-formulier) van maximaal twee jaar oud, zodat houder kinderopvangorganisatie kan vaststellen dat de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Artikel 10 Aanvullende verplichtingen
Naast de verplichtingen op grond van artikel 12 van de ASV 2022, zijn aan de subsidie bedoeld in artikel 3 de volgende verplichtingen verbonden:
10.1.1. De subsidieontvanger voldoet aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kinderopvang, gesteld bij of krachtens de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang;
10.1.2. De subsidieontvanger voldoet voor subsidie als bedoeld in artikel 3 lid a en b aan de eisen zoals gesteld in de AMvB Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
In aanvulling op de verplichtingen als genoemd in 10.1, zijn aan de subsidie voor het aanbieden van peuteropvang de volgende verplichtingen verbonden:
10.2.1. De aanbieder biedt activiteiten die zijn gericht op spelend leren;
10.2.2. Door de aanbieder wordt niet meer dan maximaal 8 uur aan gesubsidieerde uren per week opgenomen in de verantwoording;
10.2.3. De aanbieder levert per halfjaar, vanaf dat de subsidie is ingegaan, gegevens aan over de peuterplaatsen in de kinderopvang met het door de gemeente aangeleverde registratieformulier.
10.3.3. De doorgaande lijn van voorschoolse educatie naar vroegschoolse educatie is hierdoor vastgelegd in afspraken tussen de gesubsidieerde kinderopvang en de basisschool. Deze afspraken betreffen minimaal de warme overdracht, benaderingswijze van ouders (rol van de ouder en de ouderbetrokkenheid);
10.3.4. De gesubsidieerde kinderopvangorganisatie heeft afspraken met de GGD/JGZ als toeleidende organisatie van geïndiceerde peuters.
10.3.4.1 vooraf aan de start en gedurende het aanbod VE aan geïndiceerde peuters, is er een structureel wederkerige samenwerking tussen GGD/JGZ en de aanbieder over de voortgang van de geïndiceerde peuter met de GGD/JGZ.
De aanbieder levert per halfjaar, vanaf dat de subsidie is ingegaan, (uiterlijk twee weken na afloop van het halfjaar) gegevens aan over het aantal unieke geïndiceerde peuters dat gebruik maakt van een VE-peuterplaats op het door de gemeente aangeleverde registratieformulier, ook al is dat in 2022 niet gebeurd.
Artikel 11 Uitsluitingscriteria
Artikel 12 Inwerkingtreding / slotbepaling
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-156639.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.