De burgemeester van Haarlem,
Overwegende:
dat ik op grond van artikel 2.77 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), juncto artikel 151c Gemeentewet, de bevoegdheid heb om te kunnen besluiten tot plaatsing van camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als dat naar mijn oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;
Proportionaliteit
In en rond het winkelcentrum Schalkwijk was sprake van ernstige overlast in de vorm van geluidsoverlast, vervuiling van de openbare ruimte, wildplassen en gevaarlijk rijgedrag. Deze overlast ging gepaard met incidenten van mishandelingen, bedreigingen en intimiderend gedrag richting bewoners, bezoekers en ondernemers. Deze ernstige incidenten leverden een gevaar op voor de openbare orde. Ter bescherming van de openbare orde is tussen 5 januari 2023 en 5 april 2023 tijdelijk cameratoezicht ingesteld in het gebied dat wordt begrensd door de Briandlaan, Californiaplein, Costa del Sol, Europaweg, Amerikaweg en Aziëweg. Het cameratoezicht heeft geleid tot een afname van ervaren overlast en onveiligheid. Toch vinden er nog steeds openbare orde incidenten plaats zoals geweld, intimidatie, overlastgevend gedrag en belediging van ambtenaar in functie.
Subsidiariteit
Ter handhaving van de openbare orde op bovengenoemde locaties is door handhaving en politie gericht ingezet om de overlast en de verstoringen van de openbare orde terug te dringen. Ook is er inzet gepleegd door straathoekwerk. Dit heeft samen met het cameratoezicht geleid tot een vermindering van de ordeverstoringen en de overlast. Toch vinden er nog steeds incidenten plaats.
Belangenafweging
Gezien de frequentie en de aard van de incidenten, alsmede de vrees voor een toename van incidenten en overlast gedurende de zomerperiode, blijft het inzetten van cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde in aanvulling op de bestaande maatregelen noodzakelijk. Het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op privacy anderzijds zijn tegen elkaar afgewogen. In die afweging moet aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht worden toegekend dan aan het belang om geen inmenging te dulden in de privacy. De (verstoringen van de) openbare orde op bovengenoemde locatie worden permanent gevolgd en het besluit tot het instellen van cameratoezicht zal worden ingetrokken indien het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.
Gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto artikel 2.77 APV;
Besluit