De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 het ‘Didam-arrest’ gewezen. Uit dit arrest vloeit voort dat gemeenten in Nederland bij voorgenomen verkopen van onroerende zaken transparant moeten handelen, zodat iedere gegadigde kenbaar kan maken dat men ook in aanmerking wil komen om een koopovereenkomst te sluiten. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Het bieden van mededingingsruimte kan achterwege blijven als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop van de onroerende zaak. In dat geval moet het voornemen tot de een-op-een verkoop wel (gemotiveerd) bekend worden gemaakt.
Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar maakt hierbij bekend dat de gemeente Mook en Middelaar, samen met drie samenwerkende ontwikkelaars, het project het Molenhoek Zuid ontwikkelt. Het gaat om het realiseren van een woonwijk waar circa 250 woningen zullen worden gebouwd met een gevarieerd woningbouwprogramma. Van de 250 woningen worden tenminste 50 woningen in het sociale woningsegment gerealiseerd en is tenminste de helft van alle woningen ‘betaalbaar’. De benodigde gronden voor voornoemd project zijn grotendeels al in het bezit van de ontwikkelaars, maar ook de gemeente heeft een grondpositie. De gemeentelijke gronden worden ingebracht voor de totale ontwikkeling.
De gemeente Mook en Middelaar is voornemens een koopovereenkomst aan te gaan met de voornoemde projectontwikkelaars met betrekking tot de volgende onroerende zaken:
Mook en Middelaar, sectie A, nummer 5421.
Mook en Middelaar, sectie A, nummer 5078.
Mook en Middelaar, sectie A, nummer 5080.
Het college acht de drie samenwerkende ontwikkelaars als een serieuze gegadigde, omdat deze naar objectieve en redelijke maatstaven over een aanmerkelijke grondpositie beschikken zonder dewelke de gewenste integrale gebiedsontwikkeling niet kan worden gerealiseerd. De stedenbouwkundige opzet, gebaseerd op het landschappelijk casco, wonen aan de maas, specifieke woonmilieus verdeeld over het plangebied en de visie op infrastructuur en mobiliteit leiden ertoe dat slechts een integrale planontwikkeling en -realisatie in aanmerking komt. Om de gemeentelijke gronden in de gewenste integrale ontwikkeling mee te nemen dient bovendien de hoofdontsluiting over de gronden van de samenwerkende ontwikkelaars te worden gerealiseerd. Ook dienen de daarop uitgeoefende bedrijfsactiviteiten te worden beëindigd. De binnen het complex van de planontwikkeling te maken kosten en opbrengsten dienen te kunnen worden verevend om het gehele plan te kunnen realiseren.
Iedere serieuze gegadigde die vindt dat hij/zij, met betrekking tot de onroerende zaken onder 1, 2 en 3 ook voor het aangaan van deze koopovereenkomst in aanmerking komt, dient uiterlijk binnen twee weken aan te vangen op de dag na de datum van onderhavige publicatie een kort geding aanhangig te hebben gemaakt met betrekking tot die zaak bij de rechtbank Limburg, Team burgerlijk recht, Postbus 1988, 6201 BZ Maastricht. Deze termijn is een vervaltermijn. Indien u een kortgeding aanspant, verzoeken wij u ons dit binnen voornoemde termijn van twee weken schriftelijk mede te delen, bij voorkeur door het per e-mail opsturen van de dagvaarding aan gemeente@mookenmiddelaar.nl
Voor meer informatie over het project Molenhoek Zuid kunt u op deze link drukken: Project Molenhoek Zuid | Gemeente Mook en Middelaar
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met ons via 024 - 696 9111 of gemeente@mookenmiddelaar.nl