Gemeenteblad van Beesel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beesel | Gemeenteblad 2023, 134454 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beesel | Gemeenteblad 2023, 134454 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van de raad van de gemeente Beesel houdende vaststelling van het Gemeentelijk rioleringsplan Beesel 2023-2027 [GRP 2023-2027]
Een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft, als verplichte planvorm, op hoofdlijnen hoe de gemeente invulling geeft aan de rioleringszorg. Het betreft een visie en strategie voor de lange termijn. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg. Het GRP geeft invulling aan de gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is invulling gegeven aan de doelen ten aanzien van de klimaatopgave, bescherming van de volksgezondheid en de waterkwaliteit. Het nieuwe GRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar van 2023 tot met 2027.
Voor verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht treedt in 2023 de Omgevingswet in werking. Hiermee komen de Wet milieubeheer en de Waterwet te vervallen. Deze wetswijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. De gemeente Beesel kiest ervoor om elke 5 jaar een beleidsstuk zoals het GRP op te stellen, vanwege de directe relatie tussen gemeentelijke watertaken en de rioolheffing (financiën en personele inzet).
De gemeente heeft de meeste maatregelen uit het GRP 2018 – 2022 uitgevoerd of de maatregelen zijn uitgesteld doordat de objecten kwalitatief nog niet aan vervanging toe waren. Naast de maatregelen uit het GRP is ook een aantal maatregelen gezamenlijk opgepakt in de samenwerkingsregio Noord-Limburg.
De gemeente heeft, als voorbeeldfunctie, het dakoppervlak van de brandweerkazerne, het gemeentehuis, de gemeentewerf en de gymzaal afgekoppeld van de gemengde riolering. Daarnaast zijn diverse voorzieningen aangelegd om (schoon) hemelwater in de bodem te infiltreren. Verder hebben particulieren hun eigen verhard oppervlak afgekoppeld door gebruik te maken van de subsidieregeling. Hiermee is in de planperiode 2,66 ha privaat verhard oppervlak afgekoppeld. In de wijken Spoorkamp en Hazenkamp is gekozen voor afkoppelen door open bestrating in parkeervakken en het plaatsen van infiltratiekolken, omdat de kwaliteit van de riolering nog te goed was om deze te vervanging bij de wijkherinrichtingsprojecten.
Tot 2022 werd de personele bezetting als krap ervaring. Sinds begin 2022 is de benodigde personele bezetting ingevuld en zal de werkdruk naar verwachting afnemen. Op dit moment is er 1,6 fte beschikbaar voor de binnendienst, waarvan 0,1 fte medewerker financiën. Voor de buitendienst is 1,3 fte beschikbaar. Dit is inclusief 0,3 fte voor de bestuurder van de veegmachine.
In september 2019 heeft een Raadsvergadering plaats gevonden waarin de wijze van doorbelasting van de BTW van de rioolheffing centraal stonden. Directe aanleiding hiervoor was de afwijking tussen het GRP en hoe dit in de financiële administratie van de gemeente werd verwerkt. Naar aanleiding van dit overleg is besloten de BTW mee te nemen conform opgenomen in het GRP 2018 – 2022 (over exploitatie, onderzoeken en investeringen) en de te veel aan doorbelaste BTW aan de bewoners terug te geven in de vorm van een korting op de rioolheffing.
In 2022 is deze korting à EUR 36,00 voor het laatst in mindering gebracht op de rioolheffing. In 2023 is de rioolheffing weer terug op het oorspronkelijke tarief van EUR 162,00.
Door het geven van de korting op de rioolheffing neemt de stand van de egalisatievoorziening af. Conform het vorige GRP zou de stand van de voorziening op 1 januari 2022 EUR 4.396.840 zijn. Door de gegeven korting is de stand afgenomen tot EUR 3.666.398.
In het nieuwe GRP continueren we het beleid van de afgelopen jaren. Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Bij nieuwbouwlocaties (in- of uitbreidingsplannen) kiezen wij voor het toepassen van duurzame systemen, waarbij het afvalwater en hemelwater gescheiden blijft.
De gemeente kiest waar mogelijk voor het vasthouden en infiltreren van hemelwater. Enerzijds om de grondwaterstanden te verhogen en anderzijds omdat afvoer naar oppervlaktewater niet altijd mogelijk is. Bij vervanging van gemengde riolering, leggen wij waar doelmatig een IT-riool waarmee we het hemelwater kunnen infiltreren. Daarnaast kijken we bij herinrichting van groen of we deze ook kunnen gebruiken als waterberging of voor klimaatmaatregelen. Verder willen we ‘overbodig’ grijs omvormen naar groen. Bovengrondse oplossingen hebben de voorkeur vanuit kostenaspect, bewustwording en koppeling met vergroening en biodiversiteit. Met als doel in 2050 klimaatbestendig te zijn en al onze overstorten gesaneerd te hebben. Deze ambitie was in het vorige GRP nog niet als dusdanig meegenomen.
De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het afstromend hemelwater op eigen terrein. Vanwege de bodemopbouw willen we zoveel mogelijk inzetten op berging en infiltratie in de ondergrond. Bij nieuwbouw moet de particulier het hemelwater (minimaal 60 mm) verwerken in een voorziening op eigen terrein. Deze voorziening moet een bovengrondse overloop naar openbaar terrein hebben. In gebieden met drukriolering en bij gebruik van een IBA moet de perceeleigenaar al het hemelwater op eigen perceel zelf verwerken.
In het beheergebied van de gemeente is in stedelijk gebied geen sprake van te hoge grondwaterstanden. Over het algemeen zijn de grondwaterstanden laag. Om de gevolgen van droogte te beperken, willen we zoveel mogelijk schoon hemelwater in de bodem infiltreren.
Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met waterschap Limburg actief sturing aan, zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater in relatie tot het watersysteem. Wij vinden het belangrijk om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te betrekken om mee te denken en te doen in projecten en voorstellen. We willen de projecten in samenspraak met de omgeving oppakken om zo een klimaatbestendige leefomgeving te realiseren.
Het algemene beeld van de kwaliteit van de vrijvervalriolering is dat deze in goede staat is. Wel zien we voor de toekomst een vervangingspiek aankomen. Reparatie- en renovatie werkzaamheden blijven nodig om het gewenste kwaliteitsniveau te behouden. De gemeente beschikt hiervoor over een actueel beheerbestand geschikt voor het dagelijks beheer en onderhoud van de riolering.
Uit de hydraulische berekening blijkt dat bij bui C2050 T=10H, met een herhalingstijd van 10 jaar, water op straat wordt berekend op tien locaties. Op een aantal locaties is de berekende overlast dusdanig dat maatregelen noodzakelijk zijn. Deze maatregelen staan op de planning voor de planperiode.
Onderdeel van het GRP is een kostendekkingsberekening. Het doel van deze berekening is een onderbouwde prognose te maken voor het verloop van de rioolheffing in de toekomst. Hoewel een zo goed mogelijke benadering is nagestreefd van het toekomstige verloop van de uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst.
De totale lasten in de planperiode bedragen totaal circa EUR 7,2 miljoen. In figuur 0.1 zijn de lasten op langere termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 70 jaar (2022 – 2091) bedragen circa EUR 172 miljoen.
Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heft de gemeente rioolheffing. De rioolheffing is een vast bedrag per perceel.
Voor het behouden van een kostendekkend tarief is de volgende stijging van de rioolheffing in de planperiode noodzakelijk.
Met de voorgestelde heffing is het tarief meerjarig kostendekkend. De stijging van de rioolheffing is hoofdzakelijk het gevolg van de klimaatwijzigingen en bijbehorende ambities. De stijging staat los van het huidige kwaliteitsniveau van de riolering. Kleine schommelingen in het tarief worden geëgaliseerd met de egalisatievoorziening. Het saldo van de egalisatievoorziening kan in de toekomst nodig zijn voor bijvoorbeeld onderzoek, een rentestijging of onvoorziene aanvullende investeringen, zoals meekoppelkansen zonder de rioolheffing tussentijds aan te passen.
De tarieven dienen jaarlijks met de optredende inflatie te worden geïndexeerd.
In bijlage 7 zijn de resultaten van de heffingsberekening opgenomen. In figuur 0.2 is het verloop van inkomsten, lasten, saldo voorziening over een periode van 70 jaar weergegeven. In figuur 0.3 staat het verloop van de rioolheffing over deze periode.
Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van effecten van klimaatveranderingen en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. In het voorliggend Gemeentelijk Rioleringsplan 2023 – 2027 is, voor een periode van vijf jaar, het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Beesel vastgelegd.
1.1 Aanleiding en doelstelling
De wettelijke basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten namelijk:
De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm artikel 10.33). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit GRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en/of verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd
Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht vervangt de Omgevingswet (naar verwachting per 1 januari 2023) het voor wat betreft stedelijk water en riolering de Wet milieubeheer en de Waterwet. Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Daarnaast worden drie nieuwe instrumenten geïntroduceerd, zie figuur 1.1. De gemeente Beesel kiest ervoor om elke 5 jaar een beleidsstuk zoals het GRP op te stellen, vanwege de directe relatie tussen gemeentelijke watertaken en de rioolheffing (financiën en personele inzet).
Voorliggend plan geeft een verdieping op hoe wij invulling geven aan de zorgplichten voor nu, maar ook voor de lange termijn en geeft aan hoe klimaatadaptatie hier binnen past. Voorliggend GRP beschrijft de ambitie met de daarbij behorende strategie voor de planperiode 2023 – 2027 en verder. Daarnaast is in dit plan vastgelegd welke personele en financiële middelen nodig zijn om deze strategie te kunnen realiseren. Hiermee waarborgen we de continuïteit van de rioleringszorg, in lijn met de eisen uit de wetgeving.
Klimaat is het overkoepelende thema dat raakvlakken heeft met alle zorgtaken die in dit GRP aan bod komen. Dit GRP is uitgesplitst naar zorgtaken, maar we benaderen alle projecten integraal voor het totale systeem. Dit houdt in dat we niet alleen kijken naar de riolering in de ondergrond, maar ook kijken naar maatregelen in de openbare ruimte. We zoeken naar mogelijkheden om emissies te verlagen en energieverbruik te beperken. Waar mogelijk voegen we meerdere functies samen in één project. Zo draagt afkoppelen van verhard oppervlak bij aan het tegengaan van droogte, het voorkomen van wateroverlast en het beperken van emissies en verontreinigingen van oppervlaktewater. Bij het maken van een waterberging zoeken we combinaties met spelen, biodiversiteit en het creëren van schaduwplekken.
Na de vaststelling van het GRP door de gemeenteraad sturen we het GRP voor een formele reactie naar Waterschap Limburg. Daarnaast versturen we het GRP conform artikel 4.23 lid 2 van de wet milieubeheer aan de gedeputeerde staten.
De vaststelling is bekend gemaakt in op de website van de gemeente en in digitaal magazine ‘Puik’ (https://www.puiklokaal.nl). Hierbij is aangegeven op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
In hoofdstuk 2 ‘Evaluatie GRP Beesel 2018 – 2022’ is de evaluatie van de afgelopen planperiode beschreven. In hoofdstuk 3 ‘Ambities en doelen’ is aangegeven op welke manier we invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Dit vormt de basis voor de op te stellen strategie voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 ‘Strategie en maatregelen’ zijn, op basis van een toetsing van de huidige situatie, de ambities en doelen vertaald naar een concrete strategie voor de komende planperiode. Tot slot is in hoofdstuk 5 ‘Middelen’ aangegeven welke middelen, op zowel het personele als financiële vlak benodigd zijn om de strategie tot uitvoering te brengen.
2 Evaluatie GRP Beesel 2018 – 2022
In dit hoofdstuk is teruggekeken op de planperiode van het vorige GRP: 2018 – 2022. Daarbij is gekeken in hoeverre de ambities uit het vorige GRP zijn behaald of de strategie heeft gewerkt en welke invloed dit had op de kostendekking.
Meten overstorten: de gemeente beschikt over een mobiele meeteenheid waarmee de overstorten worden bemeten. Hierbij is met name gekeken naar de kwaliteit van het overstortende water, maar ook de kwantiteit is in beeld gebracht. In de planperiode is gemeten bij twee overstorten (Beekstraat in Beesel en Klaashofweg in Reuver). De meetgegevens gebruiken we om doelmatige maatregelen voor de overstort te bepalen
Wateroverlast: de gemeente heeft in de afgelopen planperiode geen wateroverlast ervaren als gevolg van extreme neerslag. Aan de Keulseweg in Reuver is een locatie waarbij 3 woningen ongeveer elke 15 jaar wateroverlast in de woning hebben. De gemeente heeft bovenstrooms een speelkuil aangelegd om water in te bergen. Daarnaast is bij de ontwikkeling ‘Oppe Brik’ het terrein van de voormalige Greswarenfabriek opnieuw ingericht. Het regenwater voert nu niet meer af richting de Keulseweg, maar wordt geborgen in wadi’s. De verwachting is dat de overlast ter plaatse van de woningen aan de Keulseweg afneemt door deze maatregelen
Afkoppelen openbare gebouwen: de gemeente koppelt, vanuit een voorbeeldfunctie, dakoppervlak van openbare gebouwen af. In de planperiode zijn het dak van de brandweerkazerne, het gemeentehuis, de gemeentewerf en de gymzaal afgekoppeld.
De gemeente heeft ook gekeken naar het afkoppelen van zalencentrum “De Schakel”, maar dit bleek niet doelmatig
Afkoppelen binnen Waterklaar: gemeente Beesel is, samen met gemeente Bergen, koploper op het gebied van afkoppelen. Het laaghangend fruit is inmiddels weg, maar particulieren dienen nog steeds aanvragen in om gebruik te maken van de subsidieregeling voor het afkoppelen van verhard oppervlak. In de planperiode is 2,66 ha privaat verhard oppervlak afgekoppeld
Spoorkamp en Hazenkamp: de kwaliteit van de riolering in de wijken Spoorkamp en Hazenkamp was nog te goed om deze te vervangen bij de wijkherinrichtingsprojecten. Om toch een deel van het verhard oppervlak te kunnen afkoppelen is gekozen voor open bestrating in parkeervakken en het plaatsen van infiltratiekolken. Via deze kolken, die een koppeling hebben met het gemengde riool, kan een deel van het hemelwater infiltreren
Grondwaterstand: de grondwaterstanden zijn over het algemeen laag binnen het stedelijk gebied van de gemeente. Het waterschap heeft een aantal stuwen in het buitengebied geplaatst, waardoor de grondwaterstand iets is verhoogd en meer water wordt vastgehouden in het gebied. In stedelijk gebied is geen sprake van droogteschade
Voorlichting: op het gebied van communicatie en voorlichting richting burgers sluit de gemeente aan bij de communicatie vanuit de regio. Via Waterklaar is geïnformeerd over ontstenen, vergroenen en afkoppelen. Daarnaast werkt de afdeling Communicatie van de gemeente aan een filmpje over berging in de holle weg
In 2021 is, binnen waterpanel Noord, een waterketenplan 2021-2025 opgesteld met daarin ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord-Limburg. Het plan omvat een uitgebreid uitvoeringsprogramma met acties op thema’s als waterberging, afvalwater in buitengebied, meten en monitoren, lozingsroutes en stresstesten en risicodialogen.
We willen graag aan de slag met de thema’s die zijn opgenomen in het plan, maar door de lange doorlooptijd van de specifieke projecten is dit beperkt gelukt in de afgelopen planperiode. Een van de thema’s waar we wel mee aan de slag zijn, zijn de afkoppelsubsidies via Waterklaar.
Binnen de samenwerking is een analyse gemaakt om regionaal invulling te geven aan meten- data-rekenen. Daarnaast is een gezamenlijk bestek gemaakt voor reinigen en inspecteren.
Op basis hiervan zijn tarieven afgesproken waarvoor de werkzaamheden worden uitgevoerd.
De gemeenten geven afzonderlijk opdracht voor uitvoer van de werkzaamheden.
Volgens de analyse van de benodigde personele middelen die in 2021 is uitgevoerd, is er 1,5 fte nodig voor de binnendienst (inclusief afhandeling stimuleringsregeling Waterklaar) en 0,9 fte voor de buitendienst. De fte’s voor de binnendienst zijn inclusief PL-taken voor het in uitvoering brengen van projecten, de kosten hiervoor zijn als VAT-kosten onderdeel van de investeringsbudgetten. Tot 2022 werd de personele bezetting als krap ervaring. Sinds begin 2022 is de benodigde personele bezetting ingevuld en zal naar verwachting de werkdruk afnemen. Op dit moment is er 1,6 fte beschikbaar voor de binnendienst, waarvan 0,1 fte medewerker financiën. Voor de buitendienst is 1,3 fte beschikbaar. Dit is inclusief 0,3 fte voor de bestuurder van de veegmachine. De afgelopen periode is wel gebleken dat taken op het gebied van samenwerking en klimaat steeds meer tijd vragen.
BTW: conform het BTW-compensatiefonds is het toegestaan om bij de berekening van een kostendekkend tarief voor de rioolheffing de compensabele BTW als kosten mee te rekenen. In het vorige GRP is deze BTW-compensatie doorgerekend over zowel de exploitatie en de onderzoeken als nieuwe investeringen. In de financiële administratie van de gemeente is, in de periode 2003 t/m 2018, echter alleen de BTW over de exploitatie en de onderzoeken meegenomen. Door deze administratieve handeling is ieder jaar bij de afrekening in de jaarrekening meer geld aan de egalisatievoorziening toegevoegd dan voorzien was in het GRP, te weten de BTW over de investeringen. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd en in 2019 is besloten dit bedrag in de vorm van een korting op de rioolheffing terug te geven aan de bewoners. De korting is verrekend met de rioolheffing in 2020, 2021 en 2022
Vervangingsplanning: bij de financiële actualisatie in 2020 is een nieuwe vervangingsplanning voor de vrijvervalriolering opgesteld. In het vorige GRP is uitgegaan van een planning op basis van de kwaliteit van de riolering in het programma Kikker, waarmee vooral de vervangingen op korte termijn in beeld waren gebracht. Om de planning op lange termijn beter in beeld te brengen is vanaf 2020 gerekend met een vervangingsplanning op basis van aanlegjaar en technische levensduur (een cyclische benadering). Hierdoor verdelen we de investeringen gelijkmatiger over de vervangingsperiode en voorkomen we een piek van circa 2,5 miljoen/jaar in de periode 2068 t/m 2077
Dit hoofdstuk beschrijft de ambities en doelen die de gemeente wil bereiken. Hierbij is eerst ingegaan op de algemeen geldende doelen en invulling van de zorgplichten, die vervolgens zijn geconcretiseerd per thema.
3.1 We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten
De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a).
Vanuit de Wet milieubeheer (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm.
Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater
Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater 1 ingezameld en naar een RWZI getransporteerd
In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd en worden onderhouden zoals beschreven in dit GRP.
Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht.
Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de perceeleigenaar ligt. De perceeleigenaar draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is (te hoge grondwaterstand en/of slechte infiltratiecapaciteit van de bodem), nemen wij de zorgplicht op een doelmatige manier over.
In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend karakter hebben.
De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervullen. Gemeente, particulier, waterschap en provincie behouden dus ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden.
|
Onze visie op verantwoordelijkheden grondwater Verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar:
Verantwoordelijkheden provincie en waterschap Limburg:
Verantwoordelijkheden gemeente:
|
Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met waterschap Limburg actief sturing aan, zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater in relatie tot het watersysteem.
Wij streven naar doelmatigheid en het treffen van doelmatige maatregelen. Wij verstaan hier het volgende onder:
Inzamelen en transport afvalwater
Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is.
Uitgangspunt is dat wij afvalwater afzonderlijk van hemel- en grondwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI tenzij:
Bij nieuwbouwlocaties (in- of uitbreidingsplannen) kiezen wij voor het toepassen van duurzame systemen, waarbij het afvalwater en hemelwater gescheiden blijft. Het afvalwater sluiten we aan op de gemeentelijke riolering. Hierbij maken wij geen onderscheid tussen binnen of buiten de
bebouwde kom gelegen percelen. Aansluiting op de riolering vindt plaats conform het bouwbesluit.
De gemeente streeft ernaar om ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater te beperken. Wij zetten maximaal in op afkoppelen om aan de KRW-doelstellingen te voldoen. In 2023 bekijken we de stand van zaken en bepalen we eventueel benodigde maatregelen om de doelstellingen volledig te behalen.
3.3.1 Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering
De gemeente ziet de klimaatopgave als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is niet doelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen (bij voorkeur gecombineerd met andere maatschappelijke doelen).
De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten:
Voor het bepalen van de mate van acceptatie van wateroverlast hanteren we onderstaand onderscheid in duur, hoeveelheid en type water op straat 2 :
Om te bepalen of een oplossing doelmatig is, kijken we naar de verhouding tussen de potentiële schade en de kosten van de maatregelen. Daarnaast nemen we niet-kwalitatieve baten zoals maatschappelijke baten en klimaatadaptatie mee in de afweging. Het nemen van maatregelen is altijd maatwerk, waarbij we streven naar het dienen van meerdere doelen. We proberen altijd werk-met-werk te maken. Het nemen van een tijdelijke oplossing is doelmatig als daarmee tijd of ruimte komt voor maatwerk ten behoeve van een permanente oplossing.
De gemeente toetst de huidige riolering aan een bui met een herhalingstijd van 1 × per 2 jaar. Nieuwe rioolstelsels inclusief maatregelen moeten voldoen aan een bui met een herhalingstijd van 1 × per 5 jaar. Bij het (aanvullend) opvangen van water in de openbare ruimte, moet worden voldaan aan een bui met een herhalingstijd van 1 × per 100 jaar.
3.3.2 Duurzame omgang met hemelwater
De gemeente houdt de voorkeursvolgorde voor waterkwantiteit (vasthouden - bergen - afvoeren) en waterkwaliteit (schoonhouden - scheiden - schoonmaken) in het achterhoofd, maar richt zich vooral op doelmatigheid en maatwerk voor elke locatie.
Dit geldt zowel voor onze openbare inrichting als voor particuliere percelen. In de volgende paragrafen is aangegeven hoe wij hier invulling aan geven, rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering.
De gemeente kiest waar mogelijk voor het vasthouden en infiltreren van hemelwater. Enerzijds om de grondwaterstanden te verhogen en anderzijds omdat afvoer naar oppervlaktewater niet altijd mogelijk is. De bodem bestaat grotendeels uit zandgronden, met een hoge k-waarde, waardoor infiltratie makkelijk gaat. Hiervoor kijken we bij herinrichting van groen of deze ook gebruikt kan worden als waterberging of voor klimaatmaatregelen. Voorbeelden hiervan zijn aanleg van wadi’s en infiltratie in groenstroken of speeltuinen. Daarnaast willen we ‘overbodig’ grijs omvormen naar groen (zie ook paragraaf 3.3.3). Deze bovengrondse oplossingen hebben de voorkeur vanuit kostenaspect, bewustwording en koppeling met vergroening en biodiversiteit. Uiteraard is er altijd aandacht voor volksgezondheid en het effect op beheer en onderhoud. Bij vervanging van gemengde riolering, leggen wij waar doelmatig een IT-riool waarmee we het hemelwater kunnen infiltreren.
Naast infiltratie kiest de gemeente voor berging in het wegprofiel om problemen bij (extreme) neerslag te beperken. Om berging te creëren legt de gemeente een hol wegprofiel aan en maakt gebruik van trottoirbanden. De gemeente streeft hierbij naar ‘werk met werk’ maken om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Iedere herinrichting biedt de mogelijkheid om te kijken of er meekoppelkansen zijn om klimaatadaptatie te realiseren, niet alleen voor wateroverlast, maar ook voor hitte, droogte en biodiversiteit.
Afkoppelen van verhard oppervlak is geen doel op zich. Waar we riolering vervangen of overige werkzaamheden in openbare ruimte uitvoeren, zetten wij maximaal in op afkoppelen. Hierbij werken we niet met een vaste voorkeursvolgorde, maar maken we maatwerk per locatie, op basis van doelmatigheid. We zetten afkoppelen in om wateroverlast te beperken, lokaal water te infiltreren tegen droogte en om de waterkwaliteit te verbeteren.
Conform de Keur van waterschap Limburg geldt een bergingseis van 100 mm bij plannen die meer dan 1 woning omvatten. Deze berging moet binnen 24 uur weer beschikbaar zijn. In de samenwerking werken we aan een methode waarbij deze eis per gebiedstype wordt beoordeeld op haalbaarheid. Bij herinrichtingsprojecten passen we een maximale bergingscapaciteit toe. De gemeente kiest in de openbare ruimte voor een combinatie van bergen en infiltreren om te voldoen aan de bergingseis van 100 mm.
We zien een belangrijke voorbeeldfunctie vanuit de openbare ruimte en stimuleren inwoners actief in het bijdragen aan klimaatmaatregelen. We communiceren hierbij niet alleen over het afkoppelen van hemelwater, maar ook over het ontstenen en vergroenen van de particuliere buitenruimte.
Bij uitvoering van projecten in de openbare ruimte betrekken wij bewoners actief en geven hen de mogelijkheid om aan te haken als zich meekoppelkansen voordoen. Een voorbeeld hiervan is het ontzorgen van het afkoppelen van de voorzijde van de woning bij aanleg van een HWA- of IT- riool. Voor het afkoppelen van particuliere terreinen door bewoners en bedrijven zetten we ‘Waterklaar’ in, de gezamenlijke subsidieregeling met waterschap Limburg en de provincie.
Met nieuwbouw bedoelen we zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval- en hemelwater. Voor alle nieuwbouwlocaties geldt dat ieder perceel 60 mm neerslag verwerkt (infiltreren, vasthouden en/of bergen) in een eigen voorziening. Deze voorziening moet een bovengrondse overloop naar openbaar terrein hebben. Het gehele projectgebied moet een berging van 100 mm hebben (conform Keur). De berging is in maximaal 24 uur weer volledig beschikbaar.
3.3.3 Klimaatadaptatie/ Raakvlakken met hitte en droogte
Wij streven ernaar al het overbodige grijs te vervangen voor groen en/of blauw. Dit doen we bij alle projecten. Bijvoorbeeld door bij buurtrenovaties de verkeersfuncties en wegprofielen tegen het licht te houden om te bepalen waar we ‘groen’ kunnen toevoegen. Hierbij hebben we aandacht voor de verschuiving van beheer en onderhoud van weg- naar groenbeheer. We besteden extra aandacht aan het voorkomen van verontreinigingen van bodem en oppervlaktewater. We passen dit niet alleen toe in onze eigen projecten, maar stimuleren ook maatschappelijke groenblauwe initiatieven.
Wij vinden het belangrijk om de ‘baten van groen’ mee te nemen in de afwegingen.
De gemeente wil het realiseren van bovengrondse oplossingen voor wateroverlast combineren met het creëren van een groenere gemeente met meer schaduwplekken. Dit draagt niet alleen direct bij aan het vergoten van de zichtbaarheid van het water en het waterbewustzijn, maar geeft ons de mogelijkheid om klimaatadaptatie te koppelen met biodiversiteit. Een voorbeeld hiervan is het combineren van spelen en infiltratie, waarbij een natuurlijkere speelplek, met water en modder, ook een infiltratievoorziening is. Uiteraard met aandacht voor de volksgezondheid.
Wij realiseren ons dat bewustwording en communicatie erg belangrijk zijn bij de ontwikkeling van bovengrondse berging en andere klimaatmaatregelen. Omdat we groen (en blauw) inzetten voor klimaatadaptatie kan de openbare ruimte er wat ‘rommeliger’ en minder ‘strak’ uit zien dan voorheen. Daarnaast moeten we ook aspecten als veiligheid en volksgezondheid goed toelichten aan de inwoners; water op straat is geen speelwater, maar water in groen en speeltuinen is schoon hemelwater. De gemeente vindt het vergroten van bewustwording op het gebied van water en klimaat erg belangrijk. Dit is één van de redenen waarom bovengrondse oplossingen de voorkeur hebben.
In het handboek openbare inrichting, dat we gedurende de planperiode opstellen, staan de kaders waaraan de openbare ruimte moet voldoen. Hiermee weten alle partijen waar ze bij hun project rekening mee moeten houden.
Wij richten ons op het stimuleren van particulieren en willen deelname (nog) niet verplichten. We starten met voorlichting van inwoners door advisering op locatie. Daarnaast sluiten wij aan bij de projecten van Waterklaar (zie https://www.waterklaar.nl)
In het beheergebied van de gemeente is geen sprake van te hoge grondwaterstanden. Over het algemeen zijn de grondwaterstanden laag. Zo is bij slechts 10% van de uitvoeringsprojecten bronnering nodig. Om de gevolgen van droogte te beperken, willen we zoveel mogelijk schoon hemelwater in de bodem infiltreren.
Voor structurele nadelige gevolgen in stedelijk gebied hanteren we de volgende definitie:
Grondwateroverlast: wanneer de grondwaterstand in minimaal 3 jaren in een periode van 5 jaar, langer dan 30 aaneengesloten dagen per jaar, hoger is dan de gewenste grondwaterstand volgens de ontwateringscriteria en de gebruiksfunctie van het openbare gebied of van particuliere percelen wordt aangetast
Tabel 3.1 gewenste ontwateringsdiepte in de openbare ruimte 3
Het waterschap en de provincie zijn bevoegd gezag voor de tijdelijke grondwateronttrekkingen (onder andere tijdens bouwwerkzaamheden). Bij lozing van het bronneringswater op de riolering, is de gemeente bevoegd gezag. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van bronneringswater:
Wij beoordelen de toe te passen methode pragmatisch, waarbij wij effectiviteit en kosten tegen elkaar afwegen.
Wij werken samen met waterschap Limburg aan het behalen van de KRW-doelstellingen op het gebied van waterkwaliteit en oppervlaktewater. De samenwerking richt zich op het nemen van doeltreffende maatregelen tegen de laagst maatschappelijke kosten. Waar nodig bepalen we gezamenlijk welke kostenverdeling we aanhouden. Wanneer zich waterkwaliteitsknelpunten voordoen, oordelen we samen met het waterschap, als waterbeheerders, over de noodzaak voor het treffen van maatregelen. Dit kunnen zowel maatregelen aan riolering, mechanische installaties of maatregelen in de openbare ruimte zijn.
Wij toetsen hierop door het periodiek (iedere 10 jaar) berekenen van het milieutechnisch functioneren van de riolering in het SSW 4 . De beschikbare meetdata is hierin leidend. Hierbij maken we gebruik van de redeneerlijn/ecologische toets waarmee het waterschap toetst of de waterkwaliteit van een specifieke watergang voldoet.
We dragen bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Binnenkomende meldingen met betrekking tot waterkwaliteit registreren en classificeren we en zetten we door naar het waterschap. Waar noodzakelijk onderzoeken we de oorzaak. Daarnaast maken we gebruik van de gegevens beschikbaar uit meten en monitoring en de periodieke berekeningen uit het SSW. We streven ernaar om, conform de stip op de horizon van waterschap Limburg, in 2050 helemaal geen overstorten meer te hebben (zie bijlage 4).
De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij gemeenten bekend moet zijn welke rioleringsvoorziening aanwezig zijn en in welke staat zij verkeren. Ook de WIBON (Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en netwerken) schrijft dit voor.
We streven naar een actueel, volledig en goed toegankelijk databeheer, met standaardisatie, GWSW5 en DSO6 als uitgangspunten. We gaan uit van het Common Ground-principe. Het databeheer dient als basis voor het plannen van investeringen en beheermaatregelen. Daarnaast zijn de gegevens voldoende van kwaliteit om als invoer te kunnen dienen voor het opzetten en actualiseren van hydraulische rekeninstrumentarium. We besteden extra aandacht aan het verwerken van aanpassingen die zijn gedaan in een rekenmodel in het beheersysteem van de gemeente.
De gemeente streeft naar een robuust systeem, met niet te veel verschillende subsystemen. Op deze manier houden we de kosten voor beheer en onderhoud zo laag mogelijk.
Het beheer wordt programma-gestuurd cyclisch uitgevoerd. Door de aard en omvang van het areaal zien we doelmatigheidswinst in een meer risicogestuurd beheer.
Belangrijk aandachtspunt is de verschuiving van beheer en onderhoud van wegen naar groen bij toepassing van klimaatmaatregelen, zoals waterberging in groenstroken en open bestrating in parkeervakken. Bij voorbereiding van de maatregelen, overleggen wij altijd met de betrokken disciplines.
Gres-leidingen die voor 1980 zijn aangelegd vervangen we zoveel mogelijk. Ook veel huisaansluitingen zijn uitgevoerd in gres. Bij revitaliseringsprojecten vervangen we gres- huisaansluitingen door PVC. Voor het plannen van vervangingen is de gemeente grotendeels afhankelijk van de inspectieresultaten. Deze bepalen waar en op welke manier we gaan vervangen.
De gemeente geeft de voorkeur aan vervangen van riolering ten opzichte van grootschalige relining. Bij vervangingen kunnen we het project integraal aanpakken, zodat we ook huisaansluitingen, verharding en nutsvoorzieningen mee kunnen nemen. Hiermee verlengen we de levensduur van de gehele straat. Relining zetten we in op locaties waar druk- of persleidingen aansluiten op vrijvervalriolering en bij het verhelpen van lokale problemen.
Op locaties op hoofdwegen waar putdeksels bij hevige neerslag gaan drijven, passen wij scharnierende putdeksels toe. Op deze manier kan het water wel uit het riool stromen, maar kan de putdeksel niet verplaatsen. Als het water wegstroomt, valt de putdeksel weer op zijn plek.
Daarnaast kiezen we ervoor om extra verhard oppervlak af te koppelen en te infiltreren door het toepassen van open verharding in parkeervakken. Gezien de benodigde intensiteit van het beheer en onderhoud kiezen we bewust niet voor waterdoorlatende of waterpasseerbare verharding.
Foutaansluitingen en rioolvreemd water
Voor een doelmatig beheer is het zaak om ongewenste lozingen en aansluitingen te voorkomen. Dit betekent dat er geen illegale aansluitingen op de riolering mogen zijn en dat er geen regenwaterlozingen op de drukriolering plaats mogen vinden. De afvoer van grondwater via het gemengde stelsel trachten we te voorkomen evenals foutieve aansluitingen zoals vuilwater aangesloten op hemelwaterriolering.
Alleen als op grond van klachten foutieve aansluitingen worden vermoed, onderzoeken we dit. Het preventief opsporen van foutieve aansluitingen zonder dat daar aanwijzingen voor zijn, beschouwen wij als niet doelmatig.
Wij zijn ons ervan bewust dat we, zeker bij het oplossen van de klimaatopgave, samen moeten werken om het doel te behalen. We werken hierbij samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
Samenwerken is geen doel op zich, we bekijken de samenwerkingen met een kritische blik en kiezen voor de verbanden die een duidelijke meerwaarde hebben voor de gemeente. De komende planperiode gebruiken we om inzicht te krijgen in het (afval)watersysteem en helder in beeld te brengen waar samenwerking nodig is om ons doel te behalen. Op basis daarvan maken we prestatieafspraken met lokale partijen. We continueren de samenwerking binnen waterpanel Noord en werken gezamenlijk aan de thema’s uit het waterketenplan 2021 – 2025.
Wij vinden het belangrijk om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te betrekken om mee te denken en te doen in projecten en voorstellen. We willen de projecten in samenspraak met de omgeving oppakken om zo een klimaatbestendige leefomgeving te realiseren. Zo laten we inwoners aanhaken bij onze afkoppelprojecten. We blijven ons vooralsnog richten op stimuleren en samenwerken, mocht dit op termijn niet afdoende zijn overwegen we dit juridisch te regelen via het omgevingsplan.
De gemeente wil actiever laten zien waar we mee bezig zijn. Daarnaast willen we via communicatie de bewoners meenemen in en voorlichten over de klimaatmaatregelen die we nemen en de veranderingen die deze maatregelen binnen de gemeente veroorzaken. Met als doel het bewust zijn te vergroten en ze te wijzen op wat bewoners zelf kunnen bijdragen.
Dit hoofdstuk beschrijft de strategie en opgave voor de komende planperiode. Deze zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten uit het vorige hoofdstuk. Vervolgens is bepaald welke maatregelen de komende planperiode noodzakelijk zijn in relatie tot de gestelde doelstellingen.
De huidige stand van zaken van onze rioleringszorg is vergeleken met de kwaliteit die we in de toekomst voor ogen hebben. Onderstaand is dit per onderwerp weergegeven. Tevens is een overzicht van het totale areaal opgenomen.
Vanuit het Besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.14, 3.15 en 3.16 zijn algemene regels, voor lozingen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater, beschreven. Hieruit vloeit onder andere voort dat riooloverstorten en (hemelwater)uitlaten moeten zijn opgenomen in het GRP. In bijlage 3 is hiervan een overzicht opgenomen.
Op basis van de toetsing in hoeverre de huidige situatie van de rioleringszorg in de gemeente Beesel afwijkt van de gewenste situatie en het gestelde ambitieniveau, zijn speerpunten opgesteld. Wij gaan ons de komende planperiode richten op deze speerpunten om op deze manier de gestelde doelstellingen te realiseren en te werken naar het verder realiseren van het gestelde ambitieniveau. De speerpunten voor de planperiode 2023 – 2027 zijn:
Beheer(gegevens) op orde: Goed rioolbeheer staat of valt met goede beheerdata. We richten ons op het op orde brengen en houden van de beheerdata. We willen ons beheersysteem compleet en conform GWSW maken. Daarnaast willen we de processen met betrekking tot rioolbeheer op orde brengen, zodat bijvoorbeeld de cyclus van inspecteren, beoordelen, maatregelenplan opstellen en uitvoering van maatregelen goed continu doorloopt
Inzicht krijgen in watersysteem Beesel: De komende planperiode gebruiken we om inzicht te krijgen in het (afval)watersysteem en helder in beeld te brengen waar samenwerking nodig is om ons doel te behalen. We willen een proactieve regierol nemen in water- en klimaatgerelateerde zaken op het grondgebied van de gemeente. Zo houden we overzicht over projecten waar andere overheden en/of maatschappelijke organisaties aan de slag gaan
Onderzoek is nodig om goed inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en zo tijdig en adequaat te kunnen reageren. Onderstaand zijn enkele onderzoeken kort benoemd.
Inspectie vrijvervalriolering: het inspectieprogramma is gericht op het behouden van inzicht in de staat van de riolering. We inspecteren de riolering met een frequentie van 1 × per 10 jaar. Voorafgaand aan de inspecties wordt de riolering gereinigd. Een gespecialiseerd bedrijf voert de reiniging en inspecties uit, waarna een extern bureau de inspectiegegevens beoordeeld op basis van onze maatstaven. Maatregelen nemen we op in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast koppelen we de inspectiegegevens aan het rioolbeheersysteem
Meten overstorten: de gemeente beschikt over een mobiele meeteenheid waarmee de overstorten worden bemeten. De komende planperiode zetten we deze in om de kwantiteit en de kwaliteit van het overstortende water te meten. De meetgegevens gebruiken we om doelmatige maatregelen voor de overstort te bepalen
Financiële actualisatie GRP: Tijdens het opstellen van het GRP nemen we de huidige kennis als uitgangspunt. Gaandeweg moet blijken in hoeverre alle plannen conform planning uitgevoerd kunnen worden. Om, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen voeren we halverwege de looptijd (2025) van dit GRP een financiële actualisatie van het kostendekkingsplan uit
Opstellen beleidstukken Omgevingswet: Aan het eind van de planperiode moet normaal gesproken een nieuwe GRP opgesteld worden. Omdat dan de Omgevingswet van kracht is, moeten de zorgplichten, doelen, maatregelen, middelen en instrumenten (verordeningen) een plek krijgen in het instrumentarium van de Omgevingswet. De onderwerpen uit het GRP krijgen een plek in het programma water en riolering
4.3.2 Beheer rioleringsgegevens bij nieuwe aanleg
De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering worden conform WIBON in het beheersysteem verwerkt. Hiermee voldoet de gemeente aan de regels van WIBON.
4.3.3 Objectgerichte maatregelen
Objectgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van de toestand (de kwaliteit) van de rioleringsobjecten. Objectgerichte maatregelen zijn zowel vervangingen van verouderde of verslechterde objecten als onderhoudsmaatregelen.
Onze eigen buitendienst verzorgt het dagelijks onderhoud en kleine storingen aan de gemalen, randvoorzieningen en pompunits. Voor het overige onderhoud geldt het volgende:
Onderhoud gemalen en pompunits: een gespecialiseerd bedrijf reinigt en inspecteert 1 × per jaar de (hoofd)gemalen. Defecte onderdelen worden hierbij vervangen, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd blijft. De onderhoudsdienst van de gemeente voert groot onderhoud aan pompunits uit. Daarnaast voert een externe partij 1 × per 5 jaar een inspectieronde en een NEN-3140 keuring uit. Gebaseerd op risicomanagement kan ervoor worden gekozen om gemalen of pompunits op kwetsbare locaties vaker te reinigen en/of inspecteren. Op dit moment is dit niet noodzakelijk
Storingsonderhoud: alle gemalen en randvoorzieningen 8 zijn aangesloten op een telemetriesysteem. Het beheer van het telemetriesysteem is uitbesteed aan een gespecialiseerd bedrijf
Straatvegen en kolkenzuigen: een gespecialiseerd bedrijf reinigt de kolken 1 × per jaar. Circa 20 % van de kolken wordt 2 × per jaar gereinigd. Deze tweede reiniging wordt door de eigen buitendienst uitgevoerd. Straatvegen vindt eveneens door de eigen buitendienst plaats. Hiervoor beschikt de gemeente over een eigen veegmachine/kolkenzuiger. De kosten voor straatvegen (personeelskosten, kapitaallasten en onderhoudskosten voor de veegwagen) worden voor circa 34 % toegerekend aan de riolering
Groot onderhoud en vervanging gemalen, drukriolering en randvoorzieningen (ME)
Op basis van de jaarlijkse inspectie- en de onderhoudswerkzaamheden plannen we werkzaamheden voor groot onderhoud en/of vervanging van onderdelen van de gemalen,drukriolering en persleidingen in. Deze werkzaamheden vallen binnen de exploitatie. De onderhoudsstaat behouden we hiermee op het gewenste niveau. In de planperiode is daarnaast rekening gehouden met de vervangingsinvesteringen, zoals opgenomen in tabel 4.3.
Tot nu toe werd uitgegaan van een technische levensduur van 45 jaar voor persleidingen. De vervanging van de langste persleiding binnen de gemeente, bij Rijkel, stond voor 2022 op de planning. Uit inspectieresultaten blijkt dat de kwaliteit van deze persleiding nog goed is. De gemeente besloot daarom de vervanging uit te stellen en de technische levensduur voor alle persleidingen te verlengen naar 60 jaar.
Structureel onderhoud buitengebied
Het beheer en onderhoud van kavelslootjes in het buitengebied is in handen van de gemeente. In de planperiode willen we onderzoeken of we het beheer en onderhoud hiervan kunnen overgedragen aan het waterschap of agrariërs. Tot die tijd voert de gemeente jaarlijks structureel onderhoud uit aan de sloten, duikers in het buitengebied en wadi’s uit om de waterafvoercapaciteit in stand te houden. Dit onderhoud bestaat uit het maaien van bermen, sloten en wadi’s en het reinigen en repareren (vervangen) van duikers in de watergangen. Financiering vond tot en met
2022 plaats via Algemene Middelen. Vanaf 2023 nemen we slootonderhoud (à EUR 20.000 per jaar) mee binnen de exploitatie van de riolering.
Vervanging en renovatie vrijvervalriolering
Een groot deel van de vrijvervalriolering bestaat uit gemengde riolering waarin afvalwater en hemelwater gezamenlijk worden afgevoerd. Uitgangspunt van de gemeente is dat we bij vervanging van een gemengd riool een gescheiden stelsel, bestaande uit een DWA- en een IT- riool, terugplaatsen. Op basis van de actuele onderhoudsstaat van de riolering plannen we structureel vervangingen en onderhoudsmaatregelen. Daarnaast houden we rekening met de aanpak van wateroverlast door afkoppelen hemelwater en klimaatbestendig herinrichten. De gemeente kiest voor een integrale aanpak waarbij we projecten zoveel mogelijk koppelen.
Ten behoeve van het kostendekkingsplan maken we onderscheid tussen de planning voor korte termijn (planperiode) en lange termijn (vanaf 2028). De planning voor korte termijn is gebaseerd op de kwaliteit van de riolering zoals opgenomen in beheerprogramma Kikker. Ook (integrale) projecten die al op de planning staan zijn hierin opgenomen.
De vervangingsplanning voor de lange termijn is opgesteld op basis van aanlegjaar + technische levensduur. Hierbij houden we een technische levensduur van 70 jaar aan.
Voor de komende planperiode zijn de vervangingen opgenomen in onze integrale planning, zie tabel 4.3. Voor de volledigheid zijn ook de projecten die in 2022 zijn afgerond opgenomen, omdat deze vanaf 2023 leiden tot kapitaallasten. De opgenomen bedragen betreffen het totale investeringsbudget. Het jaartal betreft het jaar waarin de totale werkzaamheden worden afgerond.
4.3.4 Systeemgerichte maatregelen
Systeemgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van het functioneren van het rioolstelsel. Hydraulische maatregelen zijn daarbij gericht op de afstroming naar en in het rioolstel. Hieronder vallen ook maatregelen die we nemen in het kader van berging op maaiveld. Milieutechnische maatregelen zijn veelal gericht op de berging van het rioolstelsel om overstortingen te beperken en verontreiniging van het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen.
Op basis van de herberekening van het stelsel moeten we diverse maatregelen nemen om problemen met wateroverlast op te lossen of te voorkomen:
Vanuit het vorige GRP staan nog vier milieutechnische maatregelen open:
Groene berging Klaashofweg, Reuver: Hier is een groene berging met een omvang van 7.500 m³ gepland. In het kader van dit project brengen we in samenwerking met het waterschap, WBL en de provincie het daadwerkelijke functioneren van het afvalwatersysteem in Reuver in beeld. Op basis daarvan bepalen we welke maatschappelijk meest verantwoorde maatregelen nodig zijn
Om de KRW-doelstellingen te behalen zetten we maximaal in op het afkoppelen van verhard oppervlak. We koppelen af op locaties waar we riolering vervangen of overige werkzaamheden in openbare ruimte uitvoeren. Het water van het afgekoppelde oppervlak proberen we waar mogelijk te infiltreren om de grondwaterstand te verhogen. Daarnaast zetten we met behulp van de afkoppelsubsidie in op het afkoppelen van particulier terrein door bewoners zelf.
We streven ernaar al het overbodige grijs te vervangen voor groen en/of blauw en zoveel mogelijk verhard oppervlak af te koppelen. Om dit te kunnen doen houden we bij de vervanging van gemende riolen rekening met aanleg van IT-riolen of het realiseren van groenblauwe oplossingen.
Dit hoofdstuk beschrijft de middelen die nodig zijn om onze rioleringszorg vorm te geven. Middelen bestaan zowel uit personele middelen als financiële middelen. Hierbij is ingegaan op de kostendekking, waarbij het verloop van de voorzieningen en de benodigde rioolheffing is berekend. Wij streven hierbij naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van onze strategie. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden.
Om indicatief inzicht te krijgen in de benodigde personele middelen heeft stichting RIONED een rekentool ontwikkeld. Met behulp van deze rekentool is een analyse gemaakt voor de benodigde personele inzet voor de gemeente Beesel. Het is bekend dat de rekentool niet volledig dekkend is op het gebied van klimaat en andere zaken. Hiervoor is een correctie doorgevoerd. De benodigde capaciteit hebben wij vergeleken met de beschikbare personele inzet. In bijlage 5 is de volledige analyse opgenomen. Onderstaand is een samenvatting weergegeven.
In tabel 5.1 is de benodigde personele bezetting weergegeven, rekening houdend met onze uitbestedingsgraad.
De kosten voor het in uitvoering brengen van investeringen maken onderdeel uit van de investeringsbedragen. Van de 1,5 fte die beschikbaar is voor de binnendienst, rekenen we 0,5 fte direct toe aan de betreffende projecten/investeringen. Op het taakveld riolering belasten wij 1,0 fte binnendienst 9 en 1,3 fte buitendienst door, dit is in totaal 2,8 fte. Deze personele middelen ervaren wij als voldoende om de werkzaamheden binnen het taakveld uit te voeren. Als in de toekomst meer vraag komt naar inzet binnen samenwerkingsverbanden en werkzaamheden op het gebied van klimaatadaptatie is mogelijk aanvulling van de personele middelen nodig.
Wij streven naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van de strategie uit het voorliggende GRP. Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de
bestaande voorzieningen en vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houden met nieuwe inzichten en klimaatveranderingen. Met als uitgangspunt dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden.
In deze paragraaf zijn de benodigde financiële middelen die gemoeid zijn met de activiteiten uit de strategie samengevat. De in dit hoofdstuk benoemde bedragen zijn op prijspeil 2022 en zijn exclusief BTW en moeten voor de toekomst met de optredende inflatie worden geïndexeerd.
De in dit hoofdstuk genoemde investeringen, zowel vervangingsinvesteringen als verbetermaatregelen zijn inclusief kosten voor voorbereiding en directievoering. De benodigde financiële middelen zijn in beeld gebracht met behulp van een kostendekkingsberekening. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen investeringsuitgaven en exploitatiekosten. De investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen (zoals afkoppelen), en worden gekapitaliseerd. Exploitatiekosten zijn de jaarlijkse uitgaven nodig voor beheer- en onderhoudsactiviteiten.
5.2.1 Vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen
In tabel 5.3 is aangegeven welke investeringsbedragen in de planperiode nodig zijn voor vervanging en verbetermaatregelen, voor een overzicht van alle investeringen verwijzen wij naar bijlage 6. De maatregelen die in 2022 zijn uitgevoerd zijn als nieuwe investeringen meegenomen
in de kostendekkingsberekening. Hierover zijn vanaf 2023 kapitaallasten meegenomen. In totaal is in de planperiode een investering van circa EUR 3,17 miljoen benodigd.
Conform de uitgangspunten van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), activeren en kapitaliseren we de (vervangings)investeringen en nemen we op als nieuwe kapitaallast. Samen met de exploitatielasten (incl. onderzoeken), de kapitaallasten van investeringen uit het verleden en de BTW compensatie, vormen deze nieuwe kapitaallasten de totale lasten, noodzakelijk voor een goede invulling van de gemeentelijke zorgplicht.
De exploitatielasten worden conform BBV niet geactiveerd. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van alle financiële gegevens die als basis dienen voor het kostendekkingsplan.
De totale lasten in de planperiode bedragen totaal circa EUR 7,2 miljoen (zie tabel 5.4).
In figuur 5.1 zijn de lasten op langere termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 70 jaar (2022 – 2091) bedragen circa EUR 172 miljoen
5.2.3 Rioolheffing en totale baten
Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heffen wij rioolheffing. De rioolheffing is een vast bedrag per perceel.
In september 2019 heeft een Raadsvergadering plaats gevonden waarin de wijze van doorbelasting van de BTW van de rioolheffing centraal stonden. Directe aanleiding hiervoor was de afwijking tussen het GRP en hoe dit in de financiële administratie van de gemeente werd verwerkt.
Naar aanleiding van dit overleg is besloten de BTW mee te nemen conform opgenomen in het GRP 2018 – 2022 (over exploitatie, onderzoeken en investeringen) en de te veel aan doorbelaste BTW aan de bewoners terug te geven in de vorm van een korting op de rioolheffing. In 2022 is deze korting à EUR 36,00 voor het laatst in mindering gebracht op de rioolheffing. In 2023 is de rioolheffing weer terug op het oorspronkelijke tarief van EUR 162,00.
De lasten gemoeid met de gemeentelijke rioleringszorg, dekken wij volledig uit de inkomsten via de rioolheffing. Om schommelingen in de lasten op te kunnen vangen en daardoor ook de schommelingen in de rioolheffing te voorkomen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening (voorziening BBV 44.2). de stand van deze voorziening per 1 januari 2022 is EUR 3.666.398.
Het doel van de kostendekkingsberekening is een onderbouwde prognose te maken van het verloop van de rioolheffing in de toekomst, gebaseerd op de lasten, zoals deze in de vorige paragraaf zijn benoemd. Hoewel een zo goed mogelijke benadering wordt nagestreefd van het toekomstige verloop van uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst.
Het verloop van de rioolheffing is afhankelijk van onder meer veranderende wetgeving, nieuw beleid of het gemeentelijke uitgavenpatroon, waardoor een regelmatige actualisatie van de kostendekking wenselijk is.
5.3.1 Uitgangspunten kostendekking
In de berekening van de rioolheffing is met de volgende gemeentelijke financiële uitgangspunten rekening gehouden 10 :
Rente over de voorziening: 0 %
5.3.2 Uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving daarvoor.
In het BBV zijn ook regels en randvoorwaarden opgenomen voor gemeenten met betrekking tot het bepalen van de kostendekking van de rioolheffing en financiering van investeringen in de riolering. Onderstaand zijn de belangrijkste voorwaarden opgenomen:
Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening zoals in de voorgaande paragrafen beschreven is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2022 – 2091. Uitgangspunt hierbij is dat de rioolheffing 100 % kostendekkend is. Tabel 5.4 en figuur 5.2 laten het verloop zien van de rioolheffing.
Bij het bepalen van de hoogte van de rioolheffing is gestreefd naar een minimale stijging op korte termijn, zonder dat hierdoor grote stijgingen in de toekomst nodig zijn. Figuur 5.3 laat het verloop van de lasten, inkomsten en stand van de voorziening zien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-134454.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.