Gedragscode integriteit voor de raad van Almere 2023

De raad van de gemeente Almere;

 

gelet op artikel 15, derde lid, Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

vast te stellen de ‘Gedragscode integriteit voor de raad van Almere 2023’.

 

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Niet voor niets is integriteit als een van de zeven leidende beginselen opgenomen in de Nederlandse Code voor Goed Bestuur. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid rechtmatig en legitiem handelt, iedereen gelijk behandelt, openheid betracht in de wijze waarop besluiten tot stand komen en zich verantwoordt naar de samenleving. Politieke ambtsdragers liggen daarbij onder een vergrootglas. Zij nemen die besluiten op basis van bepaalde afwegingen. Elke politieke ambtsdrager op elk bestuurlijk niveau kan bij deze afwegingen, soms plotseling, vragen krijgen over zijn/haar integriteit. Een politieke ambsdrager vervult immers een voorbeeldfunctie. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de integriteit van de organisatie als geheel. Integriteit is daarom een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Niet-integer handelen, zoals belangenverstrengeling, fraude of grensoverschrijdend gedrag, werkt ondermijnend voor het vertrouwen van burgers in de democratische rechtsstaat. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels en bij het afleggen van de eed of gelofte hebben uitgesproken getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.

 

Artikel 15, derde lid, Gemeentewet bepaalt dat de raad voor de raadsleden een gedragscode vaststelt. Deze heeft tot doel de integriteit van de raadsleden te waarborgen en is een richtsnoer voor hun handelen. Deze gedragscode, die zich uiteraard ook richt tot fractie-assistenten, bevat hiervoor een aantal richtinggevende normen. Daarbij is, zeker in de huidige digitale wereld, ook een aantal normen op het gebied van privacy c.q. de omgang met persoonsgegevens betrokken. Ook ziet de gedragscode op de onderlinge omgangsvormen omdat een respectvolle omgang met burgers en organisaties en tussen politieke ambtsdragers onderling, met oog voor de eigen politieke inhoud en stijl, van groot belang is voor het uitdragen van het integriteitsbeleid.

 

Het rechtskarakter van deze gedragscode is dat van een interne regeling, ter invulling van en (bij enkele normen) in aanvulling op de wettelijke regels. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Er is sprake van zelfbinding. De regels zijn in gezamenlijk debat vastgesteld door de raadsleden zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De raadsleden/fractie-assistenten kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Een belangrijke notie daarbij is dat integriteit een grondhouding is, een kwestie van mentaliteit, iets waar je aan kunt werken en waar je in kunt groeien. Daarom staat deze gedragscode geregeld op de agenda van de raad, via bewustwordingsbijeenkomsten of als de jaarverslagen worden besproken. Elkaar durven aanspreken is een uiting van integriteitsbewustzijn.

 

Deze gedragscode geldt voor de raad van Almere. Het college en de ambtelijke organisatie hebben daarnaast een eigen gedragscode/protocol voor integriteit.

 

PARAGRAAF 1 – ALGEMENE BEPALINGEN

Wettelijk kader

De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).

Artikel 1.1  

  • 1.

    De gedragscode geldt voor de raadsleden, maar richt zich ook tot het bestuursorgaan raad.

  • 2.

    Daar waar in de gedragscode wordt gesproken over raadslid wordt, voor zover van toepassing, ook fractie-assistent bedoeld.

Artikel 1.2  

  • 1.

    De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 2.

    De raadsleden ontvangen een exemplaar van de gedragscode bij hun toelating als raadslid tot de raad van Almere.

     

PARAGRAAF 2 – VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING

 

Wettelijk kader

 

Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet)

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.”

 

Persoonlijke belangen

  • Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over:

    • a.

      een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

    • b.

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.

      (artikel 28, eerste lid, Gemeentewet)

  • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

  • Op de beraadslaging en stemming, zoals hierboven bedoeld, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing (artikel 28, tweede lid, Gemeentewet)

Incompatibiliteiten en nevenfuncties

  • Verboden overeenkomsten/handelingen: raadsleden mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikel X8 Kieswet).

  • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van raadslid sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de raad (artikel X1 Kieswet).

  • Openbaarmaking nevenfuncties: raadsleden maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De openbaarmaking vindt terstond plaats na benoeming tot raadslid of het aanvaarden van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet).

Artikel 2.1  

Een raadslid dient actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan.

Artikel 2.2  

  • 1.

    Een raadslid onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming in de raad als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft.

  • 2.

    Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van beraadslaging en stemming, zoals bedoeld in het eerste lid, maar ook van de beïnvloeding van de beraadslaging en besluitvorming in de eventuele andere fases van het (besluitvormings)proces.

  • 3.

    Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de beraadslaging en/of besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat.

Artikel 2.3  

  • 1.

    Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe nevenfuncties aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft meteen aangeleverd bij de griffier.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      de omschrijving van de nevenfunctie;

    • b.

      de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht;

    • c.

      of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap;

    • d.

      of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 4.

    Een raadslid vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie.

  • 5.

    Het presidium gaat (op basis van het register) bij het vaststellen van de agenda’s na of deelname aan beraadslaging en besluitvorming door een raadslid mogelijke risico’s oplevert voor een integere invulling van de politieke functie. Zo nodig zoekt het presidium het gesprek met betrokkene, rekening houdend met de eigen verantwoordelijkheid van een raadslid.

     

Toelichting

 

De wetgever beschermt politieke ambtsdragers op meerdere manieren tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan:

 

Ten eerste bepaalt de wetgever dat een raadslid niet deelneemt aan de beraadslaging en stemming over een onderwerp waarbij hij/zij een persoonlijk belang heeft (artikel 28, eerste lid, Gemeentewet). Voorheen was alleen sprake van stemming, maar door het inwerkingtreden van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur per 1 januari 2023 is ook de beraadslaging aan artikel 28, eerste lid, Gemeentewet toegevoegd. Doel is dat raadsleden zo meer houvast hebben bij mogelijke belangenverstrengeling. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de beraadslaging en besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. Daarnaast is door de wetswijziging artikel 2:4 Awb niet meer van toepassing op de beraadslaging en stemming. Onderdeel van deze bepaling is dat de raad ertegen waakt dat raadsleden die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Doordat de bepaling niet meer van toepassing is, onderstreept de wetgever dat artikel 28 Gemeentewet is te beschouwen als een lex specialis ten opzichte van artikel 2:4 Awb. 1 Het is dus de eigen afweging van het raadslid om al dan niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming.

 

Ten tweede verbiedt de wetgever de raad expliciet bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. Deze incompatibiliteiten en verboden staan opgesomd in de artikel 13 en 15 van de Gemeentewet. Als gevolg van de Wet bevorderen integriteit en functioneren openbaar bestuur, die per 1 januari 2023 inwerking is getreden, is artikel 13, eerste lid, sub o, aangepast. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat een raadslid wel werkzaam kan zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt, zolang hij/zij geen werkzaamheden verricht voor de gemeente waar hij/zij raadslid is. 2

 

Ten derde eist de wetgever van politieke ambtsdragers dat zij al hun nevenfuncties bekend maken.

 

De griffie doet twee maal per jaar een check bij de raadsleden of de nevenfuncties nog actueel zijn.

 

PARAGRAAF 3 – REGELS RONDOM DE OMGANG MET (GEHEIME) INFORMATIE

 

Wettelijk kader

 

Informatieplicht

Het college, en elk van zijn leden, en de burgemeester zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele raadsleden informatie vragen zal die informatie aan de raad moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 en 180 Gemeentewet)

 

Geheimhouding

  • -

    Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

  • -

    Als de raad met gesloten deuren vergadert, geldt een verplichting tot geheimhouding ten aanzien van de informatie die in die vergadering wordt gedeeld totdat de raad deze opheft (artikel 23, vierde lid, Gemeentewet).

  • -

    De raad, het college, de burgemeester en een commissie kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen (artikel 87 Gemeentewet). Het college en de burgemeester kunnen informatie, waarover geheimhouding is opgelegd, verstrekken aan de raad (artikel 88, tweede en derde lid, Gemeentewet).

  • -

    De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde of, indien de geheime informatie aan de raad is verstrekt, totdat de raad de geheimhouding opheft (artikel 89, derde en vierde lid, Gemeentewet).

  • -

    Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen (artikel 89, tweede lid, Gemeentewet). Een raadslid, of een lid van een door de raad ingestelde commissie, dat hiermee in strijd handelt kan bij besluit van de raad voor ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt (artikel 89, vijfde lid, Gemeentewet).

  • -

    Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Artikel 3.1  

Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.

Artikel 3.2  

Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

 

Toelichting

 

Het verkrijgen van informatie is essentieel voor het uitoefenen van de functie van raadslid. Tegelijkertijd rust er een grote mate van verantwoordelijkheid op het raadslid in de omgang met deze informatie. Bijvoorbeeld als het om persoonsgegevens gaat of om informatie die onder geheimhouding is verstrekt Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

 

PARAGRAAF 4 – REGELS RONDOM (DE SCHIJN VAN) CORRUPTIE

 

Wettelijk kader

 

De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

Artikel 4.1  

  • 1.

    Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

  • 2.

    Een raadslid dient actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan.

Artikel 4.2  

  • 1.

    Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. Indien het geschenk een geschatte waarde heeft van meer dan € 25 doet het raadslid hiervan melding bij de griffier.

  • 3.

    Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

  • 4.

    De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5.

    Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, meldt een raadslid dit aan de griffier.

Artikel 4.3  

  • 1.

    Het voornemen tot deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente wordt door het raadslid vroegtijdig kenbaar gemaakt aan de griffier. Het raadslid maakt binnen één week na deelname de kosten openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen.

  • 2.

    De informatie is openbaar en via internet beschikbaar.

Artikel 4.4  

  • 1.

    Een raadslid meldt de griffier de ondernomen buitenlandse reis op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.

  • 2.

    De griffie legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

Toelichting

 

Artikel 4.1

Dit artikel geeft een definitie van corruptie. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politicus. Belangenverstrengeling is niet in het Wetboek van Strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. Opgemerkt kan nog worden dat gezien artikel 1.1 de regels voor ontvangen geschenken etc. niet alleen gelden bij schenkingen aan een raadslid, maar ook bij schenkingen aan de raad als geheel.

 

Artikel 4.2

In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.

 

Artikel 4.3 en 4.4

Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.

 

PARAGRAAF 5 – REGELS RONDOM HET GEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE FACILITEITEN

 

Wettelijk kader

In de Verordening voorzieningen raadsleden en fracties zijn voorschriften opgenomen over het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en het declareren van onkosten.

Artikel 5.1  

  • 1.

    De financiële en administratieve organisatie wordt zodanig ingericht dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

Artikel 5.2  

Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed of niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Artikel 5.3  

  • 1.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld of anderszins is vastgelegd, niet toegestaan.

  • 2.

    Gebruikmaking van gemeentelijke informatie- en communicatievoorzieningen gebeurt met inachtneming van de goede zeden en algemene regels van goed fatsoen.

 

Toelichting

 

Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van het raadslid mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel is in de Verordening voorzieningen raadsleden en fracties aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:

  • a.

    in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;

  • b.

    indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;

  • c.

    het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;

  • d.

    voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.

Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door het raadslid zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van het raadslid maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.

 

PARAGRAAF 6 – REGELS RONDOM DE ONDERLINGE OMGANG

Artikel 6.1  

  • 1.

    Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met bestuurders en ambtenaren om.

  • 2.

    Een raadslid bejegent bestuurders en ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift.

Artikel 6.2  

Een raadslid onthoudt zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van ongewenst gedrag richting individuele bestuurders en/of ambtenaren in of rondom vergaderingen op de Politieke Markt en in het openbaar.

 

Toelichting

 

Artikel 6.1

Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

 

De regels rondom de onderlinge omgang zijn aanvullend aan de formele spreekregels zoals die zijn opgenomen in het Reglement van Orde voor de raad.

 

Artikel 6.2

Onder ongewenst gedrag wordt door de Arbowetgeving verstaan: agressie, pesten, discriminatie of seksuele intimidatie.

 

PARAGRAAF 7 – REGELS RONDOM DE NALEVING VAN DE GEDRAGSCODE

 

Wettelijk kader

De Gemeentewet (artikel 15, derde lid) verplicht de gemeenteraad om voor de raadsleden een gedragscode vast te stellen. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (artikel 170 lid 2 Gemeentewet).

Artikel 7.1  

De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van tekortkomingen en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

Artikel 7.2  

  • 1.

    De griffier (of diens plaatsvervanger) is het eerste aanspreekpunt voor raadsleden over integriteit.

  • 2.

    Jaarlijks spreekt de burgemeester met de gemeenteraad over de naleving van de gedragscode.

  • 3.

    Er is een door de raad vastgesteld protocol hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Dit protocol (bijlage 1) maakt onlosmakelijk deel uit van deze gedragscode.

  • 4.

    De burgemeester, c.q. de vicevoorzitter van de raad, kan de raad verzoeken in specifieke gevallen gemotiveerd af te mogen wijken van onderdelen van het protocol.

  • 5.

    Ieder jaar wordt een studiebijeenkomst georganiseerd voor de gehele raad over het onderwerp Integriteit en de gedragscode in het bijzonder.

Artikel 7.3  

Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode, kan dit leiden tot een sanctie.

 

Toelichting

 

Artikel 7.1

De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.

 

Artikel 7.2

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor raadsleden, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de raadsleden zich committeren. Daarnaast maakt artikel 170, tweede lid, Gemeentewet duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk is belegd, namelijk bij de burgemeester. Als de burgemeester hierin om wat voor reden dan ook wordt belemmerd, kan de Commissaris van de Koning (CdK) bijstand verlenen. Dit volgt uit de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur die sinds 1 januari 2023 van kracht is. Op grond van het gewijzigde artikel 182 Provinciewet heeft de CdK een bestuurlijke toegangsbevoegdheid gekregen waardoor deze o.a. een besloten raadsvergadering kan bijwonen en/of documenten kan inzien. Deze bevoegdheid is pas van toepassing in geval van bestuurlijke problemen of gemeentelijke integriteitskwesties en alleen als dit in redelijkheid nodig is voor het vervullen van de taak van de CdK. 3 In zijn totaliteit bieden de verschillende wettelijke bepalingen de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt (zie bijv. de spreekregels in het Reglement van Orde voor de raad).

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in college en raad besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit zowel in de raad als met het bestuur.

 

Artikel 7.3

Als is komen vast te staan dat een raadslid een regel van de gedragscode heeft overtreden, dan kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden, een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn even zwaar en moeten of kunnen op dezelfde manier worden gesanctioneerd.

 

Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politieke ambtsdragers en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijke schendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Een te lichte sanctie die volgt op een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending.

 

Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is het raadslid onder druk gezet van zijn partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal worden aangenomen.

 

Er zijn verschillende ‘sancties’ die aan de orde kunnen zijn voor raadsleden:

  • aanspreken;

  • afkeuring door partijen (motie van treurnis);

  • uit de fractie verwijderen door de eigen partij;

  • royement van het lidmaatschap van de eigen partij;

  • het doen van aangifte met mogelijk strafrechtelijke vervolging.

Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele sancties. Zo kan een raadslid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de raadsvergadering worden ontzegd indien deze bij herhaling de vergadering verstoord (artikel 26, derde lid, Gemeentewet). Een ander voorbeeld is het uitsluiten van het raadslid voor ten hoogste drie maanden van het ontvangen van informatie waarop geheimhouding rust (artikel 89, vijfde lid, Gemeentewet).

 

Sommige overtredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook een strafbaar feit op waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging.

 

PARAGRAAF 8 – SLOTBEPALINGEN

Artikel 8.1  

De Gedragscode integriteit raadsleden gemeente Almere 2016, zoals door de raad vastgesteld op 1 december 2016, wordt ingetrokken.

Artikel 8.2  

De Gedragscode integriteit raadsleden gemeente Almere 2023 treedt in werking op 24 februari 2023.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Almere, d.d. 23 februari 2023

De griffier,

G.J. Broer

De voorzitter,

A.T.B. Bijleveld-Schouten

Bijlage 1 Protocol bij (vermoedens) integriteitsschendingen raadsleden

 

Artikel 1 Algemeen

  • 1.

    Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen door de raadsleden. Dit protocol is vastgesteld door de raad en maakt onderdeel uit van de Gedragscode integriteit raadsleden gemeente Almere 2023.

  • 2.

    In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium van de raad.

  • 3.

    Het protocol is openbaar en via de gemeentelijke website te raadplegen. Raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van het protocol.

Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties

  • 1.

    Als een raadslid twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij advies in bij de griffier en/of de burgemeester.

  • 2.

    Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt dat een raadslid eerst betrokkene daarop aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als het verdachte raadslid op de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft bestaan dat de gedragscode wordt overtreden, is melding van het vermoeden van schending de vervolgstap.

Artikel 3 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schendingen door een raadslid

  • 1.

    Als een raadslid vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een andere raadslid, dan meldt hij dat, door tussenkomst van de griffier, bij het presidium. Het presidium neemt de melding in behandeling.

  • 2.

    Als het presidium vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een raadslid, dan verricht hij hiernaar vooronderzoek. Hij kan hierbij te rade gaan bij de burgemeester, de griffier en/of een externe adviseur.

  • 3.

    Het presidium meldt het voornemen tot een vooronderzoek bij de melder en de fractievoorzitters van de raad. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.

  • 4.

    Ook het verdachte raadslid wordt op de hoogte gesteld van het vooronderzoek naar een vermeende schending. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als de verdachte ambtsdrager op de hoogte gesteld wordt.

  • 5.

    Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport gemaakt.

  • 6.

    De melder, de betrokkene en de fractievoorzitters worden (door tussenkomst van de vicevoorzitter van de raad) op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek.

Artikel 4 Feitenonderzoek bij vermoedelijke schendingen door een raadslid

  • 1.

    In het geval er een concreet vermoeden is dat er een regel van de gedragscode is overtreden door een raadslid, geeft het presidium opdracht hiernaar onderzoek te verrichten.

  • 2.

    Het presidium meldt het voornemen tot een feitenonderzoek bij de melder, de betrokkene, de fractievoorzitters van de raad (door tussenkomst van de voorzitter van het presidium). Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.

  • 3.

    De opdracht wordt gegeven aan een interne of externe onderzoekscommissie.

  • 4.

    Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de burgemeester en de griffier. Ter ondersteuning kunnen zij ambtenaren en/of raadsleden aanwijzen. Aan de commissie kunnen externe deskundigen worden toegevoegd.

  • 5.

    Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokkene te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld.

  • 6.

    Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de organisatie.

Artikel 5 Kennisgeving aan betrokkene

  • 1.

    Het betrokken raadslid wordt over het instellen van een feitenonderzoek op tijd per brief geïnformeerd.

  • 2.

    In de brief is in ieder geval opgenomen:

    • a.

      een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot instelling van het onderzoek;

    • b.

      de melding dat betrokkenen en getuigen kunnen worden gehoord;

    • c.

      de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.

Artikel 6 Horen van betrokkene en getuigen

  • 1.

    Het betrokken raadslid en getuigen kunnen worden gehoord.

  • 2.

    De gesprekken worden gehouden door minimaal twee personen.

  • 3.

    Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getuige/betrokkene.

  • 4.

    De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het verslag.

  • 5.

    Als de gehoorde weigert te tekenen, wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gedaan.

Artikel 7 Aangifte

  • 1.

    Als er vermoeden is van een misdrijf door een raadslid, doet het presidium in overleg met de fractievoorzitters (door tussenkomst van de vicevoorzitter van de raad) aangifte bij de politie.

  • 2.

    Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie eventueel na overleg met de officier van justitie.

Artikel 8 Onderzoeksrapportage bij schendingen door een raadslid

  • 1.

    De onderzoeksrapportage wordt door het presidium aangeboden aan de fractievoorzitters, zodat zij als eerste kennis kunnen nemen van de rapportage. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.

  • 2.

    Daarna wordt het rapport (binnen de mogelijkheden van de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming) toegezonden aan de raad. De rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending.

  • 3.

    De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een motie in te dienen.

Artikel 9 Communicatie en openbaarheid

  • 1.

    De voorzitter van het presidium zorgt voor de interne en externe communicatie. Hierbij wordt afhankelijk van de situatie afgestemd met fractievoorzitters en/of het Openbaar Ministerie.

  • 2.

    In de communicatie geldt de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming als juridisch kader.

Bijlage 2 - Casussen4

 

Over de theorie (wet, eed, gedragscode etc.) zijn handreikingen en toelichtingen genoeg geschreven. Maar hoe breng je integriteit nu in de praktijk? Om integriteit tot leven te brengen zijn enkele voorbeelden uitgeschreven. Deze dienen slechts ter illustratie bij de artikelen in de gedragscode. Tijdens de bewustwordingsbijeenkomsten met de raad worden meer casussen behandeld, ook aan de hand van de actualiteit.

 

Paragraaf 2. Casussen rondom (de schijn van) belangenverstrengeling

 

Voorbeeld 1

Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging.

 

Vraag: Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap?

Antwoord: Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 2.1 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld en de griffier moet zorg dragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 2.3 gedragscode).

Vraag: De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid deelnemen aan de beraadslaging en stemming?

Antwoord: Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de bespreking en besluitvorming in de raad. In tegendeel, kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad.

Vraag: De raad moet besluiten over uitbreiding van de velden bij de voetbalvereniging. Mag het raadslid deelnemen aan de beraadslaging en stemming?

Antwoord: Nee, artikel 28, eerste lid, Gemeentewet verbiedt dit. De club is een van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden. Het betekent dat een ander fractielid het woord dient te voeren op dit dossier. Waarbij moet worden toegevoegd dat het raadslid (de voorzitter van de voetbalclub) op grond van artikel 2.1 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet mag beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden er op toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven; dus de collega geen oordeel vragen / de andere fractieleden en oordeel geven over deze kwestie.

 

Voorbeeld 2

Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg.

 

Vraag: Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?

Antwoord: Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever.

 

Paragraaf 3. Casussen rondom de omgang met (geheime) informatie

 

Voorbeeld 1

De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'.

 

Vraag: Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken? Antwoord: Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het wetboek van strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 3.1 van de gedragscode. Omdat het geheime dossier door het college met de raad is gedeeld, kan alleen de raad het geheime karakter van de stukken opheffen (artikel 89, vierde lid, Gemeentewet). Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht wat zelfs strafbaar kan zijn.

 

Voorbeeld 2

De gemeente is van plan een rij bomen te kappen langs één van de toegangswegen van Almere Haven. Een bewoner is daar zo boos over dat deze, mede namens een groep andere bewoners, een brief stuurt aan de raad. De brief wordt, conform de privacyrichtlijnen, geanonimiseerd geplaatst op het RIS. Een raadslid belt de griffie en vraagt om de naam en contactgegevens van de bewoner, zodat er contact met de bewoner kan worden opgenomen. De griffie mailt deze gegevens naar het raadslid. Een goede vriend van het raadslid woont in de buurt waar de bomen gekapt worden. Hij is voor de bomenkap omdat de bomen overlast geven. Aan het raadslid vraagt hij wie toch die klagende bewoners zijn die vinden dat de bomen moeten blijven staan.

 

Vraag: Mag het raadslid de contactpersoon namens die bewoners doorgeven aan zijn goede vriend?

Antwoord: Nee. Het raadslid heeft de contactgegevens van de griffie gekregen ten behoeve van zijn functie als raadslid. Het raadslid mag deze informatie niet gebruiken ten bate van derden, in dit geval zijn goede vriend. Dat is in strijd met artikel 3.2 van de gedragscode.

 

Paragraaf 4. Casussen rondom (de schijn van) corruptie

 

Voorbeeld 1

Raadsleden krijgen van Utopolis een gratis Flex Card (gratis toegang tot alle films), geldig voor de huidige bestuursperiode, aangeboden.

 

Vraag: Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord: Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 4.1 en 4.2 lid 1 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politici van Almere. Dat alleen de raadsleden die zich bezighouden met Kunst en Cultuur de kaart zouden ontvangen, maakt de situatie niet anders. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 4.1 van de gedragscode.

 

Voorbeeld 2

Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen.

 

Vraag: Mag hij die aannemen?

Antwoord: Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.

 

Paragraaf 5. Casus rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten

 

Voorbeeld 1

Een raadslid heeft, ook buiten kantooruren, toegang tot de fractiekamer en aangrenzende vergaderruimtes in het stadhuis. Nu zoekt het bestuur van de winkeliersvereniging, waarvan het raadslid voorzitter is, een vergaderruimte. De ruimte waar het bestuur normaliter vergadert, is die avond wegens omstandigheden niet beschikbaar. Het raadslid biedt aan de vergadering in het stadhuis te houden. Hij heeft immers toegang tot het stadhuis. En de winkeliersvereniging doet zoveel voor de stad, dan moet dat toch een keer kunnen?

 

Vraag: Mag het raadslid de vergadering in het stadhuis faciliteren?

Antwoord: Hoewel sympathiek om de winkeliersvereniging voor een keer uit de brand te helpen, is het niet toegestaan om dat op deze wijze te faciliteren. Het raadslid heeft toegang tot het stadhuis ten behoeve van zijn functie als raadslid. Zijn werkzaamheden voor de winkeliersvereniging staan daar los van en daarmee ook de desbetreffende vergadering.

 

Voorbeeld 2

Het is campagnetijd. Een raadslid staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om te gaan flyeren. Op een kopieermachine in het stadhuis vermenigvuldigt deze 500 flyers met daarop de 10 belangrijkste punten uit het verkiezingsprogramma van de partij. Een aantal flyers wordt bovendien in de centrale ontmoetingsruimte van het stadhuis gelegd.

 

Vraag: Is dit alles toegestaan?

Antwoord: Nee, dit levert strijdigheid op met artikel 5.3 lid 1 van de gedragscode. Er is onderscheid tussen het raadswerk en werk voor de partij. Kosten die worden gemaakt voor verkiezingscampagnes komen ten laste van de partij en niet de gemeente. Het gebruik van het gemeentelijke kopieerapparaat is dan ook niet toegestaan. Ook het verspreiden van de flyer in het stadhuis is niet toegestaan. Het stadhuis is de centrale ontmoetingsplek voor de politiek om standpunten te delen en uit te wisselen, maar ook de werkplek van ambtenaren en een neutrale plek voor gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in de stad. Om die reden is het niet toegestaan om te flyeren in het stadhuis namens een politieke partij.

 

Voorbeeld 3

Een landelijke organisatie is een initiatief gestart voor een vuurwerkverbod in alle gemeenten in Nederland. Burgers kunnen op de website van de organisatie een oproep tekenen door hun naam en e-mailadres achter te laten. Ook kunnen ze daarbij aangeven aan welke burgemeester van welke gemeente de oproep moet worden doorgestuurd. In de oproep staat dat de burgemeester ‘bloed aan zijn handen’ heeft door nog langer vuurwerk toe te staan in zijn gemeente en dat daarom een vuurwerkverbod nodig is. Een raadslid tekent de oproep, waarbij hij zijn e-mailadres van Almere gebruikt, en laat deze oproep sturen naar 50 burgemeesters.

 

Vraag: Mag het raadslid zijn gemeentelijk e-mailadres hiervoor gebruiken?

Antwoord: Raadsleden krijgen na hun installatie een eigen mailaccount van de gemeente Almere. Hierop ontvangen zij informatie ten behoeve van hun raadswerk en kunnen zij door collega-raadsleden, griffie, inwoners etc. worden benaderd. Het gebruik van het Almere mailaccount is dus voor raadsdoeleinden. Het ondertekenen van de oproep valt daar niet onder, zeker ook gezien de tekst van de oproep. En levert strijd op met de goede zeden zoals genoemd in artikel 5.3 lid 2 van de gedragscode.

 

Paragraaf 6. Casus rondom de onderlinge omgang

 

Voorbeeld

Bij het bespreken van de begroting lanceert de wethouder het idee van een klimaatbelasting. En of het niet een goed idee is als het college de mogelijkheden hiertoe onderzoekt. Tijdens het gloedvolle betoog van de wethouder plaatst een raadslid het volgende bericht op Twitter: ‘Klimaatgedram nu ook in raad van Almere. Vuile …., inwoners op kosten jagen en wel onlangs twee keer met je luie …. in het vliegtuig naar Brussel #huichelaar #vliegschaamte #afstraffendiehandel’

 

Vraag: De vraag laat zich raden….

Antwoord: Een raadslid dat geen blad voor de mond neemt. Dat is prima, zolang het netjes en correct gebeurt en er respect is voor degene die wordt geadresseerd. Die correctheid en netheid is hier ver te zoeken en ook nog buiten de raadzaal. Zo willen we niet met elkaar omgaan en op die manier een voorbeeld zijn voor de samenleving.

 

Paragraaf 7. Regels rondom de naleving van de gedragscode

 

Voorbeeld

Tijdens een bezoek aan een voedbalwedstrijd ziet een raadslid een collega-raadslid in de skybox zitten. Snelle navraag bij zijn buurman op de tribune maakt duidelijk dat het collega-raadslid penningmeester is van de voetbalclub. Dat wist het raadslid niet en in het register wordt deze nevenfunctie ook niet gemeld. Het raadslid krijgt een wat onbestemd gevoel want vorige week diende dit collega-raadslid een motie in over coronasteun aan voetbalverenigingen. Over deze motie wordt binnenkort gestemd in de raad en deze lijkt op voldoende steun te kunnen rekenen ook vanuit de fractie van het raadslid. Het raadslid kaart de zaak aan in de fractievergadering.

 

Vraag: Bewandelt het raadslid hierbij de juiste weg?

Antwoord: Ook al lijkt dit een logische stap, het Protocol bij (vermoedens) integriteitsschendingen raadsleden (zie bijlage 1) schrijft voor dat het raadslid waar mogelijk eerst het collega-raadslid aanspreekt (zie artikel 2 lid 2 protocol). Afhankelijk hiervan kan dan een melding worden gedaan bij het presidium (artikel 3 lid 1 protocol).

Naar boven