Ruimte / Mobiliteit / 2022-04604
Burgemeester en Wethouders van Maastricht
Gelet op:
- •
artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;
- •
artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;
- •
artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;
- •
artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;
- •
artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;
- •
artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;
Overwegende
:
dat de Kolonel Millerstraat een erftoegangsweg is binnen de bebouwde kom van Maastricht;
dat het vrijliggende pad langs de Kolonel Millerstraat aangewezen is als een verplicht fietspad in twee richtingen;
dat hierdoor snorfietsen verplicht zijn gebruik te maken van het verplichte fietspad;
dat dit fietspad uitkomt op de middenstrook van de Groene Loper;
dat de middenstrook van de Groene Loper bestemd is voor voetgangers waar fietsen is toegestaan maar brom- en snorfietsen niet zijn toegestaan;
dat het gewenst is om het verplichte fietspad ten oosten van de Kolonel Millerstraat, ten zuiden van de Kolonel Johnsontunnel, aan te wijzen als onverplicht fietspad;
dat hierdoor snorfietsen in de richting van de Groene Loper de rijbaan op worden gestuurd en niet uitkomen op de middenstrook van de Groene Loper waar ze niet zijn toegestaan;
dat deze maatregel wordt genomen voor het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;
dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;
BESLUITEN:
- 1.
in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Kolonel Millerstraat in hun besluit van 3 februari 1989, Afd.4, nr. PW89-598;
- 2.
door het wijzigen van de borden G11 van Bijlage I van het RVV 1990 naar de borden G13 van Bijlage I van het RVV 1990 het verplichte fietspad in twee richtingen ten oosten van de Kolonel Millerstraat, ten zuiden van de Kolonel Johnsontunnel, te wijzigen in een onverplicht fietspad in twee richtingen;
- 3.
door het in stand houden van de borden G11 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden het vrijliggende pad aan de noordzijde van de Kolonel Millerstraat aan te wijzen als verplicht fietspad in twee richtingen;
Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,
Wethouder Krabbendam,
Voor deze,
E. Westbroek
Teammanager Mobiliteit
Maastricht, 1 maart 2022
Bezwaar en voorlopige voorziening
Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.
U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.
Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.
U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
. de naam en het adres van de indiener;
. de dagtekening;
. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
. de gronden van het bezwaar.
Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw e-mailadres te vermelden.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.
Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.
Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.
U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Bijlage