Verordening inburgering (Wi2021) gemeente Oss

 

De raad van de gemeente Oss;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 december 2021 en

gelet op de artikelen 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet inburgering 2021;

 

gelet op het advies van de adviescommissie Sociaal Bestuurlijk van 2 december 2021;

 

besluit vast te stellen de Verordening inburgering (Wi2021) gemeente Oss.

 

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

     

    • -

      asielstatushouder: de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13 eerste lid van de Wet inburgering 2021;

    • -

      Besluit: het Besluit inburgering 2021;

    • -

      brede intake: de brede intake, bedoeld in artikel 14 Wet inburgering 2021;

    • -

      gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss;

    • -

      gezinsmigranten en overige migranten: inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19 van de Wet inburgering 2021;

    • -

      inburgeringsplichtige: de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is;

    • -

      MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021;

    • -

      PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021;

    • -

      PVT: het Participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wet inburgering 2021;

    • -

      Regeling: de Regeling inburgering 2021;

    • -

      wet: de Wet inburgering 2021 zoals die luidt op 01-01-2022

 

Artikel 2. Kernpunten van het inburgeringstraject

De gemeente heeft een centrale rol in de begeleiding en ondersteuning van de inburgeringsplichtige. Hierbij gelden de volgende kernpunten:

  • a.

    De gemeente bevordert dat de inburgeringsplichtige tijdig kan starten met het inburgeringstraject (tijdige start).

  • b.

    De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af. De gemeente let erop dat het traject niet langer duurt dan nodig is (snelheid).

  • c.

    De gemeente stelt voor iedere inburgeringsplichtige een passend traject vast (maatwerk).

  • d.

    De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij (dualiteit).

  • e.

    De gemeente stelt eisen aan de kwaliteit van het aanbod en zorgt ervoor dat die kwaliteit en de continuïteit gewaarborgd is (kwaliteit).

     

Artikel 3. Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
  • 1.

    De gemeente zorgt ervoor dat de inburgeringsplichtige passend wordt geïnformeerd over:

    a. zijn of haar wettelijke rechten en plichten;

    b. de aanspraken op ondersteuning en begeleiding; en

    c. het aanbod aan inburgeringsvoorzieningen en de toegang hiertoe.

 

Artikel 4. Brede intake

  • 1.

    De gemeente neemt bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake verkrijgt de gemeente een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. De gemeente geeft in samenspraak met de inburgeringsplichtige en op basis van de uitkomsten van de brede intake invulling aan het inburgeringstraject.

  • 2.

    De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen nadat de inburgeringsplichtige zich heeft ingeschreven in de gemeente.

  • 3.

    De brede intake bestaat in ieder geval uit:

    a. een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige;

    b. een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder de fysieke en mentale gezondheid;

    c. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en

    d. een leerbaarheidstoets.

  • 4.

    De gemeente brengt met de brede intake in ieder geval in kaart:

    a. het taalniveau van de inburgeringsplichtige;

    b. de mogelijkheden tot (arbeids)participatie;

    c. de mate van zelfredzaamheid; en

    d. de wensen van de inburgeringsplichtige over inburgering en arbeidsparticipatie.

  • 5.

    De gemeente legt de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast.

 

Artikel 5. Werkwijze brede intake
  • 1.

    De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige schriftelijk uit voor de brede intake. In de uitnodiging vermeldt de gemeente behalve informatie over dag, plaats en tijdstip van de intake ook het volgende:

    a. het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject;

    b. het recht om de gesprekken in het kader van de brede intake met de gemeente alleen te voeren of met aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner; en

    c. de gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan onvoldoende meewerkt.

  • 2.

    Wanneer de inburgeringsplichtige – ook na drie oproepen – niet bij de brede intake verschijnt of onvoldoende medewerking verleent, voltooit de gemeente de intake zonder de inburgeringsplichtige. In dat geval onderzoekt de gemeente de omstandigheden van de inburgeringsplichtige aan de hand van de gegevens die wel bekend zijn, zoals:

    a. de uitkomsten van de leerbaarheidstoets (als de inburgeringsplichtige daaraan heeft meegewerkt);

    b. voor asielstatushouders: de gegevens uit het Taakstelling Volg Systeem (TVS)

    c. informatie uit het uitkeringsdossier.

 

Artikel 6. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie

  • 1.

    De gemeente stelt na afronding van de brede intake en op basis van de hieruit verkregen informatie het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie(PIP) op. Dit gebeurt zoveel mogelijk in samenspraak met de inburgeringsplichtige. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige na afronding van de brede intake uit voor een gesprek hierover. In ieder geval worden in dat gesprek de volgende onderwerpen besproken:

    a. de uitkomsten van de brede intake;

    b. de persoonlijke einddoelen van de inburgeringsplichtige in het inburgeringstraject;

    c. welke leerroute als passend wordt gezien en waarom;

    d. de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject;

    e. de verwachtingen van de inburgeringsplichtige over het traject;

    f. de rol van de gemeente bij dit traject; en

    g. voor gezinsmigranten en overige migranten: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien.

  • 2.

    In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject. De gemeente stemt het plan af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige.

  • 3.

    Het PIP heeft de vorm van een officieel besluit (beschikking). Hierin staat vermeld:

    a. de duur van het inburgeringstraject;

    b. wat de vastgestelde leerroute is (alleen voor de asielstatushouder);

    c. de voortgangsgesprekken dat de gemeente met de inburgeringsplichtige heeft gedurende het traject;

    d. welke onderdelen het PVT en de MAP bevatten;

    e. welke ondersteuning en begeleiding de inburgeringsplichtige bij de leerroute krijgt en van welke organisatie(s) (alleen voor de asielstatushouder);

    f. welke afspraken er zijn gemaakt over vroeg- en voorschoolse educatie;

    g. welke mogelijke verdere afspraken er zijn gemaakt.

  • 4.

    De gemeente stelt het PIP vast uiterlijk binnen tien weken na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente. De gemeente stuurt de inburgeringsplichtige het PIP daarna zo snel mogelijk toe.

  • 5.

    Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar de gemeente Oss stelt de gemeente het PIP opnieuw vast binnen tien weken na de inschrijving van de inburgeringsplichtige in het BRP. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld.

 

Artikel 7. Leerroutes

  • 1.

    De gemeente bepaalt in samenspraak met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, namelijk

    a. de B1-route;

    b. de onderwijsroute; of

    c. de zelfredzaamheidsroute (Z-route).

  • 2.

    De leerroute is erop gericht dat de inburgeringsplichtige:

    a. de Nederlandse taal op een zo hoog mogelijk niveau afrondt; en

    b. zo snel mogelijk meedoet in de Nederlandse samenleving en op de arbeidsmarkt.

  • 3.

    Een alfabetiseringstraject is onderdeel van de leerroute als uit de brede intake blijkt dat de inburgeringsplichtige analfabeet of anders gealfabetiseerd is.

  • 4.

    De gemeente stelt de leerroute vast op basis van:

    a. de uitkomst van de leerbaarheidstoets; en

    b. alle overige informatie die tijdens de brede intake is verkregen.

 

Artikel 8. Inhoud van de leerroutes

  • 1.

    De gemeente zorgt ervoor dat de inhoud van de leerroutes aansluit op de overige onderdelen van het inburgeringstraject.

  • 2.

    Om de leerroutes zoveel mogelijk te laten passen bij de situatie en de behoefte van de inburgeringsplichtige, zorgt de gemeente voor een gevarieerd aanbod aan leerroutes. Hierbij valt te denken aan:

    a. variatie in niveau van het aanbod;

    b. variatie in intensiteit van het aanbod;

    c. variatie in locaties en tijden van de cursussen;

    d. variatie in de vorm van geïntegreerde leerwerktrajecten.

  • 3.

    De gemeente werkt op regionaal niveau samen om een gevarieerd aanbod te kunnen doen.

 

Artikel 9. Participatieverklaringstraject

  • 1.

    De gemeente biedt de inburgeringsplichtige het PVT aan. Het traject duurt minimaal twaalf uur en bestaat uit twee onderdelen:

    a. een inleiding in de Nederlandse kernwaarden; en

    b. de ondertekening van de participatieverklaring zoals omschreven in bijlage 1 van het Besluit.

  • 2.

    De inburgeringsplichtige doet in het onderdeel inleiding in de Nederlandse kernwaarden kennis op van de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Het doel hiervan is het krijgen van een beter beeld van en begrip voor de Nederlandse samenleving. De gemeente bepaalt de manier waarop deze kennis wordt overgedragen.

  • 3.

    Aan minimaal één van de onderwerpen die behandeld worden in het PVT wordt een praktische invulling gegeven in de vorm van een excursie of activiteit. Door deze activiteit leert de inburgeringsplichtige de opgedane kennis te vertalen naar de praktijk.

  • 4.

    De gemeente stemt het PVT af op de lokale situatie en behoefte, op de overige onderdelen van de inburgering en op de specifieke behoeften van de inburgeringsplichtige.

  • 5.

    De inburgeringsplichtige voltooit het PVT en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring.

  • 6.

    De gemeente registreert of de inburgeringsplichtige aanwezig is bij de inleiding op de Nederlandse kernwaarden en bij de ondertekening van de participatieverklaring.

  • 7.

    De gemeente legt de afspraken over de invulling van het PVT schriftelijk vast in het activiteitenplan van de inburgeringsplichtige (onderdeel van PIP).

     

Artikel 10 . Module Arbeidsmarkt en Participatie

  • 1.

    De gemeente biedt de inburgeringsplichtige de MAP aan. Het doel van deze module is dat de inburgeringsplichtige:

    a. kennismaakt met de Nederlandse arbeidsmarkt;

    b. inzicht krijgt in de eigen competenties en arbeidskansen;

    c. een concrete beroepswens kan formuleren;

    d. beroeps- en werknemerscompetenties aanleert;

    e. leert hoe hij of zij een netwerk opbouwt;

    f. praktische ervaring opdoet op de (lokale) arbeidsmarkt; en

    g. werk vindt.

  • 2.

    De gemeente houdt bij het vaststellen van de inhoud en het aantal uren van de MAP rekening met de vermogens, capaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeringsplichtige en de situatie op de lokale arbeidsmarkt.

  • 3.

    De gemeente legt de afspraken over de invulling van de MAP schriftelijk vast in het activiteitenplan van de inburgeringsplichtige (onderdeel van PIP).

  • 4.

    De inburgeringsplichtige besteedt ten minste veertig uren van de MAP aan het opdoen van praktische ervaring op de arbeidsmarkt.

  • 5.

    De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en de gemeente.

  • 6.

    De gemeente beoordeelt op basis van dit gesprek of de inburgeringsplichtige voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm van de MAP.

 

Artikel 11 . Inburgeringsaanbod asielstatushouders

  • 1.

    De gemeente biedt de asielstatushouder zo spoedig mogelijk na vaststelling van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee de asielstatushouder kan voldoen aan de vastgestelde leerroute.

  • 2.

    Met het inburgeringsaanbod kan de asielstatushouder:

    a. de Nederlandse taal leren op het voor hem of haar hoogst mogelijke niveau;

    b. kennis opdoen over de Nederlandse maatschappij, zoals over normen en waarden, omgangsregels, de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem en de gezondheidszorg;

    c. zich voorbereiden op actieve participatie in de samenleving en op de arbeidsmarkt.

  • 3.

    Het inburgeringsaanbod sluit aan bij de capaciteiten, persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de asielstatushouder.

 

Artikel 12 . Kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes

  • 1.

    Voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod voor asielstatushouders gelden de volgende uitgangspunten:

    a. De gemeente zorgt voor een kwalitatief goed aanbod aan cursussen, opleidingen en andere (participatie)activiteiten waarmee de asielstatushouder aan de leerroute kan voldoen. De gemeente zorgt ook voor continuïteit in het aanbod.

    b. Cursusinstellingen die het taalonderwijs binnen de B1-route en de Z-route verzorgen moeten in het bezit zijn van een certificaat of keurmerk zoals bedoeld in artikel 16 lid 3 van de wet. Taalschakeltrajecten moeten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit artikel 8 lid 2 van de wet.

 

Artikel 13 . Voortgang inburgering

  • 1.

    De gemeente volgt de vorderingen van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject en houdt in de gaten of het traject nog passend is. De gemeente heeft minimaal 2 keer per jaar een contactmoment met de inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt.

  • 2.

    Ter voorbereiding op deze gesprekken wint de gemeente informatie in bij de organisaties die bij het traject betrokken zijn, bij cursusinstellingen, werkgevers en andere personen.

  • 3.

    Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij om:

    a. de afgesproken leerroute;

    b. de ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject;

    c. de intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject;

    d. de participatie-activiteiten;

    e. de vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige; en

    f. voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt: of het taalniveau van deze leerroute voldoende aansluit.

  • 4.

    De gemeente kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de wet, nog geen anderhalf jaar verstreken is. In bijzondere omstandigheden die de inburgeringsplichtige betreffen kan van deze termijn worden afgeweken.

  • 5.

    Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan de gemeente voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige:

    a. ten minste zeshonderd uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet; en

    b. zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen. Hierover wordt informatie opgevraagd bij de cursusinstelling die de taallessen verzorgt voordat een besluit wordt genomen.

  • 6.

    Op basis van de uitkomst van deze gesprekken past de gemeente zo nodig (onderdelen van) het PIP aan.

 

 

Artikel 14 . Maatschappelijke begeleiding van de asielstatushouder

  • 1.

    De gemeente zorgt ervoor dat de asielstatushouder maatschappelijke begeleiding krijgt. Deze begeleiding is erop gericht:

    a. de asielstatushouder kennis over de praktische organisatie van de Nederlandse samenleving te verschaffen;

    b. de asielstatushouder te begeleiden en te ondersteunen, met de bedoeling om zijn of haar zelfredzaamheid en participatie te vergroten; en

    c. randvoorwaarden te scheppen, zodat de asielstatushouder tijdig met het inburgeringstraject kan starten.

  • 2.

    De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit:

    a. praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen en onderwijs;

    b. een kennismaking met de woonomgeving;

    c. passende voorlichting over de basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving; en

    d. een kennismaking met maatschappelijke organisaties die voor de inburgeringsplichtige van belang zijn.

  • 3.

    De begeleiding start zo spoedig mogelijk na koppeling van de asielstatushouder aan de gemeente, maar in ieder geval op de dag dat de asielstatushouder in de basisregistratie personen (BRP) in de gemeente staat ingeschreven en daadwerkelijk in de gemeente woont.

 

Artikel 15 . Handhaving

  • 1.

    De inburgeringsplichtige is verplicht om:

    a. na de oproep te verschijnen bij de brede intake en hieraan mee te werken; en

    b. de afspraken in het PIP na te komen, waaronder deelname aan voortgangsgesprekken en aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT.

  • 2.

    De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel te nemen aan de taallessen en andere activiteiten van de gevolgde leerroute.

 

Artikel 16 . Handhaving verplichtingen bij de brede intake

  • 1.

    Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. De gemeente nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen.

  • 2.

    Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt de gemeente de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit.

  • 3.

    Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze kenbaar te maken.

  • 4.

    De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.

  • 5.

    De gemeente legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.

  • 6.

    In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de inburgeringsplichtige opnieuw uit om alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt de gemeente weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit.

 

Artikel 17 . Handhaving tijdens het inburgeringstraject

  • 1.

    De gemeente legt een boete op als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt.

  • 2.

    De gemeente legt de asielstatushouder een boete op als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute.

  • 3.

    Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze kenbaar te maken.

  • 4.

    Op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke zienswijze bepaalt de gemeente de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt de gemeente de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit.

  • 5.

    De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.

 

Artikel 18 . Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet

  • 1.

    Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering (Participatiewet) ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a Participatiewet. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de MAP. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de wet op.

  • 2.

    Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, legt de gemeente bij voorkeur een boete op grond van de wet op. De gemeente verlaagt in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.

  • 3.

    Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en ii) handhaving op grond van de wet via een boete weegt de gemeente ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.

  • 4.

    In de brief (beschikking) aan de inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er een boete op grond van de wet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet.

 

 

Artikel 19 . Intrekking verordening inburgering gemeente Oss

  • 1.

    De verordening inburgering gemeente Oss van 3-11-2011 wordt ingetrokken.

 

Artikel 20 . Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt tegelijk met de Wet inburgering 2021 in werking.

  • 2.

    Deze verordening wordt genoemd: Verordening inburgering (Wi2021) gemeente Oss.

 

 

 

 

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 december 2021.

De gemeenteraad voornoemd,

Mede namens de voorzitter,

De griffier,

Drs. P.H.A. van den Akker

Naar boven