Burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg maken bekend dat zij een omgevingsvergunning tweede fase hebben verleend voor het oprichten van honderddrieënvijftig woningen met parkeervoorzieningen aan de Landscheidingstraat (bouwplan Leytsche Hof) in Leidschendam.
Voorafgaand aan de omgevingsvergunning tweede fase is op 22 december 2021 een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, lid 1a onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag tweede fase ziet nu op de bouwactiviteit, de aanlegactiviteit en de in- en uitritactiviteit.
Ter inzage
De omgevingsvergunning tweede fase is voorbereid volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat de ontwerp-omgevingsvergunning tweede fase met alle daarbij behorende stukken ter inzage hebben gelegen. Dit was in de periode van donderdag 6 januari 2022 t/m woensdag 16 februari 2022. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
De omgevingsvergunning tweede fase ligt vanaf donderdag 3 maart 2022 voor zes weken digitaal ter inzage bij het Servicecentrum (Koningin Wilhelminalaan 2, Leidschendam). Het besluit en de tekeningen zijn in te zien op https://www.overheid.nl/berichten-over-uw-buurt. De overige gegevens (o.a. technische bescheiden) zijn op te vragen via vergunningen@lv.nl of via het telefoonnummer 14 070 (zaaknummer 755082).
Beroepschrift
Belanghebbenden kunnen gedurende de termijn van inzage tegen deze omgevingsgunning tweede fase een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de Rechtbank Den Haag, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Op grond van artikel 6.3, eerste lid van de Wabo treden de beschikkingen met betrekking tot de eerste en tweede fase gelijktijdig in werking. Beide beschikkingen vormen tezamen één omgevingsvergunning en deze treedt de dag na het verstrijken van de beroepstermijn in werking.
Crisis- en herstelwet
Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent, dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden hij aanvoert tegen het besluit. Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Vermeld in het beroepschrift dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.