Gemeenteblad van Harderwijk
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Harderwijk | Gemeenteblad 2022, 75065 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
---|---|---|---|
Harderwijk | Gemeenteblad 2022, 75065 | beleidsregel |
Beleidsregels Wet inburgering 2022 gemeente Ermelo, Harderwijk en Zeewolde
Het college van B&W van de gemeente Harderwijk
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels.
In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op het aanbod van het college aan respectievelijk asielstatushouders en andere inburgeringsplichtigen. Hoofdstuk 2 regelt de Brede intake en het PIP. Hoofdstuk 3, 4 en 5 gaan in op de verschillende onderdelen van de inburgering. Hieronder vallen onder meer de maatschappelijke begeleiding en het financieel ontzorgen. In hoofdstuk 6 wordt uiteengezet hoe statushouders indien gewenst nog kunnen wisselen van leerroute en hoe ze binnen de B1-route nog kunnen afschalen naar een lager taalniveau.
Hoofdstuk 7 regelt de handhaving van alle verplichtingen die voor de statushouder voortvloeien uit de Wet Inburgering. In hoofdstuk 7 betreft artikel 16 een beleidsmatige keuze. De Wet bepaalt dat het college per gedraging slechts op één wet mag handhaven. Wanneer er wordt gehandhaafd op grond van de Wet Inburgering, dan mag er niet ook nog eens voor dezelfde gedraging worden gehandhaafd op grond van de Participatiewet. Er wordt niet bepaald in welke gevallen op welke wet gehandhaafd wordt. Het is wenselijk om daarin als college wat meer richting te geven. Daarnaast is geprobeerd zoveel mogelijk dezelfde lijn te hanteren in de regio waarin de leerroutes worden ingekocht. Zo krijgen de statushouders die samen in de klas zitten zoveel mogelijk dezelfde maatregel voor dezelfde gedraging.
De Wet Inburgering kent een boetesystematiek, op grond van de Participatiewet kan de bijstandsuitkering worden verlaagd. Voor de invulling van artikel 16 is geprobeerd zo dicht mogelijk bij de bedoeling van de verschillende wetten te blijven. De Participatiewet wordt toegepast wanneer het gaat om verplichtingen die zien op het bevorderen van participatie en het aanvaarden van werk. De Wet Inburgering wordt toegepast wanneer het gaat om verplichtingen uit het PIP gericht op taal en inburgering.
Hoofdstuk 3 – Onderdelen inburgeringsplicht
Artikel 6 – Passende leerroute inburgeringsplichtigen en aanbod leerroute asielstatushouders
Hoofdstuk 6 – Overschakelen en afschalen
Artikel 12 – Overschakelen naar een andere leerroute
De beoordeling van het college of er onvoldoende voortgang of een grotere voortgang is dan op grond van het PIP was te verwachten, geschiedt aan de hand van de voortgangsgesprekken en/of de gegevens van de cursusinstelling of de taalschakeltrajectinstelling over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige.
De beoordeling of niveau B1 niet (op alle onderdelen) haalbaar is, geschiedt aan de hand van de voortgangsgesprekken en/of de gegevens van de cursusinstelling en/of de taalschakeltrajectinstelling over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige.
Artikel 14 – Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht
Wanneer de inburgeringsplichtige na de waarschuwing niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem een boete op. Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb. In de boetebeschikking vermeldt het college:
Wanneer de inburgeringsplichtige na de boete niet verschijnt voor de brede intake of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt het college hem nogmaals een boete op en voltooit het college de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige. De tweede en derde volzin van het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 – Samenloop inburgeringsboete en maatregel Participatiewet
Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering ontvangt op grond van de Participatiewet en zich niet of onvoldoende houdt aan verplichtingen uit de Wet Inburgering 2021 en afspraken in het PIP die betrekking hebben op inburgeringsvoorzieningen, het beheersen en verhogen van het Nederlandse taalniveau en het financieel ontzorgen, legt de gemeente een boete op grond van Hoofdstuk 7 van de Wet Inburgering 2021 op. De gemeente verlaagt voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet op grond van de Participatiewet.
Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen gericht op het bevorderen van participatie, het verkrijgen, aanvaarden en behouden van werk, vindt verlaging van de uitkering plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en paragraaf 2.7 van de Integrale verordening sociaal domein. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod van de MAP. De gemeente legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet Inburgering 2021 op.
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk in zijn vergadering van 8 februari 2022.
de heer J.P. Wassens
secretaris
de heer H.J. van Schaik
burgemeester
Inburgeringsplichtigen worden onderscheiden in asielstatushouders aan de ene kant en gezinsmigranten en overige migranten aan de andere kant. In schema:
Het onderscheid is op diverse punten relevant, namelijk:
In verband met het PIP geldt voor asielstatushouders ook een extra boete: de gemeentelijke boete voor het zich niet houden aan de in PIP vastgestelde intensiteit van de leerroute, oftewel, de boete voor het niet verschijnen bij de inburgeringscursus of het taalschakeltraject (artikel 15 van deze beleidsregels).
Zogenoemde nareizigers vallen onder het begrip asielstatushouders. Met de term nareizigers wordt meestal gerefereerd aan nareizigers met een afhankelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij vallen onder artikel 13, eerste lid, onderdeel a, Wet inburgering 2021. Soms wordt met de term nareizigers gerefereerd aan nareizende familieleden die vallen onder artikel 13, eerste lid, onderdeel b, Wet inburgering 2021. In dat geval gaat het om inburgeringsplichtigen met een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Beide typen nareizigers vallen onder het begrip asielstatushouders en niet onder het begrip gezinsmigranten en overige migranten.
Begrippen die al in de Wet Inburgering 2021 zijn gedefinieerd zijn hier niet nogmaals in de begrippenlijst opgenomen.
Het college heeft verschillende taken en bevoegdheden ten opzichte van asielstatushouders aan de ene kant en gezinsmigranten en andere migranten aan de andere kant. Zie voor verdere toelichting ook de toelichting onder artikel 1.
Artikel 3 - Informatieverstrekking
Veel informatie over de Wet inburgering 2021 is te vinden op de website van de rijksoverheid, de website van de IND en de website van DUO. Veel van die informatie is beschikbaar in meerdere talen.
Alleen asielstatushouders krijgen maatschappelijke begeleiding (artikel 11 van deze beleidsregels). In verband daarmee draagt het college er zorg voor dat asielstatushouders op adequate wijze informatie ontvangen over de maatschappelijke begeleiding (tweede lid).
De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen.
In artikel 5.2, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021 wordt voorgeschreven dat de gemeente de inburgeringsplichtige erop wijst dat hij het recht heeft om de gesprekken in het kader van de brede intake alleen met de gemeente te voeren, dus zonder de aanwezigheid van een partner of een ander persoon (bijvoorbeeld een familielid of iemand anders uit de persoonlijke levenssfeer van de inburgeringsplichtige). Deze bepaling ziet niet op degene die de inburgeringsplichtige vanuit zijn professie kan ondersteunen en begeleiden tijdens de gesprekken, zoals bijvoorbeeld een tolk of een maatschappelijk begeleider.
De gevolgen als de inburgeringsplichtige niet op de brede intake verschijnt of niet aan de brede intake meewerkt zijn beschreven in artikel 14 van deze beleidsregels.
Voor alle inburgeringsplichtigen stelt het college een PIP vast. De inhoud van het PIP is gereguleerd in artikel 15 Wet inburgering 2021 en is voor asielstatushouders uitgebreider dan dat voor gezinsmigranten en overige migranten: het bevat ook de intensiteit van de leerroute.
Het college verzendt het PIP in ieder geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 10 weken na inschrijving in de BRP aan de inburgeringsplichtige. Deze regel geldt ook als een andere gemeente voor de verhuizing van de inburgeringsplichtige een PIP voor hem had vastgesteld (artikel 5.3, tweede lid, Besluit inburgering 2021). Bij het overschakelen naar een andere leerroute of afschalen van niveau B1 naar niveau A2 in de B1-route (artikelen 12 respectievelijk 13 van deze beleidsregels) past het college het PIP aan en wordt het nieuwe PIP aan de inburgeringsplichtige verzonden.
De bepaling over registratie in het ISI (zesde lid) komt uit hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
Artikel 6 – Passende leerroute inburgeringsplichtigen en aanbod leerroute asielstatushouders
Voor alle inburgeringsplichtigen wordt beoordeeld welke leerroute passend is.
Het COA doet de inburgeringsplichtige in het AZC die nog niet is ingeschreven in de gemeente van uiteindelijke huisvesting een aanbod tot voorbereiding op de inburgering. Dit wordt ook wel voorinburgering genoemd. De deelname aan voorinburgering is kosteloos en deelname kan niet worden verplicht. Het COA verstrekt via het ISI gegevens die bij de voorinburgering zijn verkregen aan het college. De informatie over de voorinburgering zegt iets over de vorderingen en capaciteiten van de inburgeringsplichtige en kunnen worden meegenomen bij het bepalen van de leerroute (eerste lid).
Het college biedt asielstatushouders binnen maximaal drie maanden na de verzending van het PIP een cursus of opleiding aan waarmee zij aan de vastgestelde leerroute kunnen voldoen (zevende lid). Als het aanbod uitblijft, dan registreert het college dat in het ISI (achtste lid). Aan de hand van deze registratie beoordeelt DUO of hij een verlenging van de inburgeringstermijn wegens het ontbreken van verwijtbaarheid zal geven.
De cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling verstrekken het college gegevens over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige. Het college registreert vervolgens de deelname en afronding van de leerroute en het taalniveau in het ISI (negende lid). Deze registratie geldt voor alle inburgeringsplichtigen. Daarom is het belangrijk dat voortgangsgesprekken gedurende het inburgeringstraject niet alleen met asielstatushouders, maar ook met gezinsmigranten en overige migranten worden gevoerd (artikel 10 van deze beleidsregels). Gegevens over het aantal examenpogingen en behaalde examens kan het college raadplegen in het ISI.
De bepalingen over registraties in het ISI (vijfde, achtste, negende lid) en de bepaling over verstrekking van gegevens aan de cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling (zesde lid) komen uit hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
De lengte van de inburgeringstermijn volgt uit artikel 11 Wet Inburgering 2021 en is drie jaar. In artikel 12 van de Wet staat beschreven hoe en wanneer deze termijn kan worden verlengd.
Artikel 7 – PVT inburgeringsplichtigen
Het afronden van het PVT is, samen met het afronden van de MAP en de leerroute, onderdeel van de inburgeringsplicht.
Ook inburgeringsplichtigen die de Z-route volgen, moeten het PVT afronden. Dat geldt voor zowel asielstatushouders als gezinsmigranten en overige migranten. Voor asielstatushouders die de Z-route volgen geldt dat het PVT (samen met de MAP) onderdeel is van hun 800 verplichte uren aan zelfredzaamheid, activering en participatie binnen de Z-route (artikel 3.14, vijfde lid, Besluit inburgering 2021). Voor gezinsmigranten en overige migranten die de Z-route volgen geldt deze urennorm van 800 uur niet. (artikel 3.14, derde lid, Besluit inburgering 2021).
De norm van twaalf uren (tweede lid) is gelijk aan de minimale urennorm van artikel 3.1, derde lid, Besluit inburgering 2021.
Het PVT wordt afgerond door het deelnemen aan de inleiding op de Nederlandse kernwaarden en door het aanwezig zijn bij de ondertekeningsbijeenkomst en het ondertekenen van de participatieverklaring. Met de ondertekening van de participatieverklaring verklaren inburgeringsplichtigen dat zij:
Als de inburgeringsplichtige niet voor de ondertekening verschijnt, dan voldoet hij niet aan de inburgeringsplicht. Als de inburgeringsplichtige niet binnen de inburgeringstermijn aan de inburgeringsplicht voldoet, legt DUO een boete op.
De bepalingen over registraties in het ISI (zesde en tiende lid) komen uit op hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
Artikel 8 –MAP inburgeringsplichtigen
Het afronden van de MAP is, samen met het afronden van het PVT en de leerroute, onderdeel van de inburgeringsplicht.
Ook inburgeringsplichtigen die de Z-route volgen, moeten de MAP afronden. Dat geldt voor zowel asielstatushouders als gezinsmigranten en overige migranten. Voor asielstatushouders die de Z-route volgen geldt dat de MAP (samen met het PVT) onderdeel is van hun 800 verplichte uren aan zelfredzaamheid, activering en participatie binnen de Z-route (artikel 3.14, vijfde lid, Besluit inburgering 2021). Voor gezinsmigranten en overige migranten die de Z-route volgen geldt deze urennorm van 800 uur niet (artikel 3.14, derde lid, Besluit inburgering 2021).
Inburgeringsplichtigen die de onderwijsroute (taalschakeltraject) volgen of hebben gevolgd zijn wettelijk vrijgesteld van de plicht om de MAP te volgen en af te ronden.
Artikel 3.1 Regeling inburgering 2021 schrijft een norm voor van veertig uren gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt en deze urennorm wordt ingevuld met een stage (eerste lid). Als de inburgeringsplichtige in het kader van de brede intake MAP-activiteiten heeft verricht, dan kunnen deze uren in mindering worden gebracht op die urennorm (artikel 3.2, derde lid, Besluit inburgering 2021). Het college maakt gebruik van deze mogelijkheid als deze situatie zich voordoet (derde lid).
De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de gemeente en de inburgeringsplichtige, waarin de opgedane kennis, vaardigheden en praktijkervaring worden besproken.
Als de inburgeringsplichtige niet voor het eindgesprek verschijnt, dan voldoet hij niet aan de inburgeringsplicht. Als de inburgeringsplichtige niet binnen de inburgeringstermijn aan de inburgeringsplicht voldoet, legt DUO een boete op.
De bepalingen over registraties in het ISI (zevende en twaalfde lid) komen uit hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
Artikel 9 - Financieel ontzorgen
Op grond van artikel 56a Participatiewet ontzorgt de gemeente asielstatushouders door de eerste 6 maanden de vaste lasten door te betalen vanuit de uitkering. Het gaat daarbij om de kosten voor de huur, de verplichte zorgverzekering, gas, water en stroom. Daarnaast biedt de gemeente een cursus en begeleiding aan om de asielstatushouder financieel zelfredzaam te maken.
Artikel 10 – Voortgangsgesprekken
Voortgangsgesprekken gedurende het inburgeringstraject worden met alle statushouders gevoerd. Deze contactmomenten geeft de gemeente de mogelijkheid om beter zicht te houden op het verloop van de inburgering en de eventuele (door de inburgeringsplichtige zelf) ingekochte inburgeringslessen.
De gevolgen als de inburgeringsplichtige niet voor het voortgangsgesprek verschijnt zijn beschreven in artikel 15 van deze beleidsregels.
De cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling verstrekken het college gegevens over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige. Ter voorbereiding op de voortgangsgesprekken beoordeelt het college de gegevens van de cursusinstelling of de taalschakeltrajectinstelling over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige (vijfde lid).
Artikel 11 – Maatschappelijke begeleiding
Alleen asielstatushouders krijgen maatschappelijke begeleiding.
In het ISI staan de asielstatushouders vermeld die in aanmerking komen voor maatschappelijke begeleiding. De maatschappelijke begeleiding begint zo snel mogelijk nadat de asielstatushouder in de BRP van de gemeente is ingeschreven.
Artikel 12 – Overschakelen naar een andere leerroute
Als blijkt dat een bepaalde leerroute te hoog gegrepen is, kan worden geschakeld naar een andere leerroute. Bij de onderwijsroute ligt het dan voor de hand over te schakelen naar de B1-route met de mogelijkheid om op niveau A2 examens te halen. Het uitgangspunt is dat ook na het switchen van de ene naar een andere leerroute aan alle onderdelen van nieuwe leerroute wordt voldaan. Zo moet bij het switchen van de onderwijsroute - waarbij een vrijstelling van de MAP geldt - naar de B1-route dus ook aan de MAP worden voldaan.
De termijn om over te schakelen van de ene naar de andere leerroute is maximaal anderhalf jaar vanaf de aanvang van de inburgeringstermijn. Daarop is één uitzondering: gedurende het gehele inburgeringstraject kan de onderwijsroute worden gewijzigd in de B1-route (artikel 5.4, eerste lid, Besluit inburgering 2021). De inburgeringstermijn begint te lopen op de dag na dagtekening van het PIP. In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de termijn van anderhalf jaar (artikel 5.4, tweede lid, Besluit inburgering 2021).
Het overschakelen naar een andere leerroute moet worden onderscheiden van de mogelijkheid om binnen de B1-route (op onderdelen) af te schalen naar niveau A2. Ná het afschalen naar niveau A2 is overschakelen naar een andere leerroute alleen nog mogelijk als de termijn van anderhalf jaar om over te schakelen nog niet verstreken is.
De bepalingen over registraties in het ISI (vierde en zevende lid) en de bepaling over verstrekking van gegevens aan de cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling (vijfde lid) komen uit hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
Afschalen is mogelijk na in totaal 600 cursusuren Nederlands als tweede taal wanneer uit de relevante feiten en omstandigheden blijkt dat de inburgeringsplichtige zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen (eerste lid). Als de inburgeringsplichtige in het kader van de brede intake cursusuren Nederlands als tweede taal heeft gevolgd, waarvan alfabetiseringsonderwijs onderdeel kan zijn, dan heeft het college de mogelijkheid deze bestede uren in mindering te brengen op de urennorm van 600 uren (artikel 5.5, tweede lid, Besluit inburgering 2021). Het college maakt gebruik van deze mogelijkheid als deze situatie zich voordoet (tweede lid), ook wanneer het daarbij gaat om in het kader van de brede intake gevolgd alfabetiseringsonderwijs.
Uiteraard staat er niets aan in de weg dat de inburgeringsplichtige op onderdelen wordt geëxamineerd op B1- of zelfs B2-niveau, als de inburgeringsplichtige daar op onderdelen toe in staat is.
De mogelijkheid om binnen de B1-route (op onderdelen) af te schalen naar niveau A2 moet worden onderscheiden van het overschakelen naar een andere leerroute. Na 600 cursusuren Nederlands als tweede taal zal de termijn van anderhalf jaar die geldt voor het overschakelen soms al verstreken zijn.
Artikel 14 – Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht
Samenvattend ziet de systematiek van oproep en boeteoplegging er als volgt uit:
Bij het niet verschijnen op, of niet meewerken aan de brede intake stelt het college de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb. Dat is geen wettelijke verplichting, maar een wettelijke mogelijkheid. De in artikel 14 van deze beleidsregels genoemde overtredingen zijn namelijk zogenoemde lichte overtredingen en de bestuurlijke boete is een financiële beschikking. Uit artikel 4:12 Awb in samenhang met artikel 5:53 Awb vloeit daarom voort dat geen verplichting geldt de overtreder in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen.
De boete bedraagt € 250 (artikel 7.1, eerste lid, Besluit inburgering 2021). Er is hier sprake van een gefixeerde boete. Dit betekent dat het college geen lagere boete kan opleggen, behoudens het geval van bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld omstandigheden die verband houden met zijn draagkracht) (artikel 5:46, derde lid, Awb).
Het college legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten (artikel 5:41 Awb). In de Awb zijn nog meer gronden opgenomen om geen boete op te leggen, zoals de rechtvaardigingsgrond (artikel 5:5 Awb), waarbij bijvoorbeeld te denken valt aan de situatie waarin de inburgeringsplichtige niet op een oproep voor de brede intake verschijnt omdat hij gehoor geeft aan een uitnodiging voor een begrafenis van een familielid.
Het totaal aan boetes bij het niet verschijnen bij, of het niet meewerken aan de brede intake (artikel 14 van deze beleidsregels) en boetes tijdens het inburgeringstraject (artikel 15 van deze beleidsregels) is gemaximeerd in artikel 7.1, vijfde lid, Besluit inburgering 2021. De maximumbedragen zijn gerelateerd aan de inburgeringstermijn of de eventueel door DUO verlengde inburgeringstermijn.
Het totaal aan boetes beloopt gedurende de inburgeringstermijn of de eventueel door DUO verlengde inburgeringstermijn ten hoogste € 2.400.
Maximum tijdens nieuwe termijn
Wanneer DUO een boete oplegt kan zij een termijn stellen waarbinnen alsnog aan de betreffende verplichting moet worden voldaan. Wanneer sprake is van zo’n termijn is er ook voor het college de mogelijkheid om in die termijn boetes op te leggen. Afhankelijk van de lengte van de termijn geldt in zo’n geval het volgende plafond:
Onder artikel 14 van deze beleidsregels valt ook het niet meewerken aan de leerbaarheidstoets. Om na te gaan of inburgeringsplichtigen de leerbaarheidstoets afleggen, krijgt het college de uitkomsten van de leerbaarheidstoets van de instantie die de leerbaarheidstoets afneemt.
Het college registreert de boete in het ISI (zesde lid). Deze bepaling komt uit hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
Gedurende de inburgering zijn zowel DUO als het college bevoegd tot het opleggen van boetes, maar deze bevoegdheid geldt voor verschillende feiten. In artikelen 14 en 15 van deze beleidsregels worden de bevoegdheden van het college genoemd.
Artikel 15 – Boete tijdens het inburgeringstraject
Net als bij het niet verschijnen op, of niet meewerken aan de brede intake stelt het college de inburgeringsplichtige bij het niet nakomen van de verplichtingen uit het PIP in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Zie hierover verder de toelichting op artikel 14 van deze beleidsregels.
De cursusinstelling en de taalschakeltrajectinstelling verstrekken het college gegevens over de voortgang van de leerroute, en de aanwezigheid, inspanningen en resultaten van de inburgeringsplichtige. Deze gegevens dienen niet alleen om de voortgangsgesprekken voor te bereiden (artikel 10 van deze beleidsregels) en om te beoordelen of overschakelen naar een andere leerroute of afschalen van niveau B1 naar niveau A2 in de B1-route aan de orde is (artikelen 12 respectievelijk 13 van deze beleidsregels). Ze dienen ook om te kunnen beoordelen of een boete aan de orde is.
De boete bedraagt € 50 (artikel 7.1, tweede lid, Besluit inburgering 2021). Er is hier sprake van een gefixeerde boete. Dit betekent dat artikel 5:46, derde lid, Awb van toepassing is en dat het college een lagere bestuurlijke boete oplegt indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is.
De boete wordt steeds met 100 procent van het boetebedrag verhoogd tot een bedrag van ten hoogste € 800, indien binnen een tijdvak van twaalf maanden voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding, een eerdere overtreding, bestaande uit het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen uit het PIP is geconstateerd. Voorwaarde daarbij is dat, als de nieuwe overtreding wordt begaan, de boete vanwege de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden (artikel 7.1, derde lid, Besluit inburgering 2021). Hierbij past het college de volgende opbouw toe:
Als de termijn tussen twee overtredingen van de afspraken uit het PIP meer dan 12 maanden is, dan moet het college opnieuw beginnen met een boete van € 50.
Meneer X is een asielstatushouder. In het PIP staat dat meneer X elk half jaar moet deelnemen aan een voortgangsgesprek en dat hij moet deelnemen aan de inburgeringslessen. In 2022 zijn twee voortgangsgesprekken gepland, een op 1 april 2022 en een op 1 oktober 2022. Meneer X verschijnt met opzet niet op het voortgangsgesprek van 1 april 2022. Het college legt een boete op van € 50 bij beschikking van 1 mei 2022. Meneer X maakt geen bezwaar tegen de boetebeschikking. Meneer X verschijnt met opzet ook niet op het voortgangsgesprek van 1 oktober 2022. Het college legt een boete op van € 100 (100% verhoging) bij beschikking van 1 november 2022. Meneer X maakt geen bezwaar tegen de boetebeschikking.
Meneer X verschijnt vervolgens met opzet niet op de inburgeringslessen van 1 december 2022. Het college legt een boete op van € 200 (100% verhoging) bij beschikking van 1 januari 2023.
Bij het opleggen van de boete worden de volgende uitgangspunten in acht genomen (artikel 7.1, vierde lid, Besluit inburgering 2021):
Het college legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten (artikel 5:41 Awb). In de Awb zijn nog meer gronden opgenomen om geen boete op te leggen, zoals de rechtvaardigingsgrond (artikel 5:5 Awb), waarbij bijvoorbeeld te denken valt aan de situatie waarin de inburgeringsplichtige niet deelneemt aan een activiteit in het kader van het PVT omdat hij gehoor geeft aan een uitnodiging voor een begrafenis van een familielid.
Het totaal aan boetes tijdens het inburgeringstraject (artikel 15 van deze beleidsregels) en de boetes bij het niet verschijnen bij, of het niet meewerken aan de brede intake (artikel 14 van deze beleidsregels) is gemaximeerd in artikel 7.1, vijfde lid, Besluit inburgering 2021. Zie hierover verder de toelichting op artikel 14 van deze beleidsregels.
Het college registreert de boete in het ISI (vijfde lid). Deze bepaling komt uit hoofdstuk 9 van het Besluit inburgering 2021 over gegevensuitwisseling.
Artikel 16 – Samenloop inburgeringsboete en maatregel Participatiewet
In het eerste lid wordt bepaald dat bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen binnen het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (met uitzondering van activiteiten gericht op participatie en werk) er wordt gesanctioneerd middels het regime van de Wet inburgering 2021. Denk hierbij aan het niet of onvoldoende aanwezig zijn bij de taallessen, maar ook het onvoldoende meewerken aan het financieel ontzorgen.
De Participatiewet kent een aantal verplichtingen rondom participatie, het vinden en behouden van werk en het gebruik maken van het door het college aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling (artikel 9 lid 1 Participatiewet). Ook niet-inburgeringsplichtigen hebben deze verplichtingen. In het kader van rechtsgelijkheid is het daarom niet wenselijk om onderscheid te maken in het sanctioneren van inburgeringsplichtigen en niet-inburgeringsplichtigen wanneer het om eenzelfde (participatie of werk) gerelateerde gedraging gaat. Zodoende is het afstemmingsregime van artikel 18 van de Participatiewet of de Verordening zoals bedoeld artikel 8 lid 1 onderdeel a van de Participatiewet ook van toepassing op inburgeringsplichtigen.
Denk hierbij aan gedragingen als het niet of onvoldoende meewerken aan:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022-75065.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.