Verkeersbesluit instellen zone 30 km/u, wijzigen voorrangsregeling en aanduiden verplicht fietspad ventweg Amsterdamsevaart

Nr. 2021/871263

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

Overwegende:

dat de Amsterdamsevaart gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Amsterdamsevaart in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Amsterdamsevaart een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze weg;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de parallelweg van de Amsterdamsevaart, gedeelte tussen de Prins Bernhardlaan en de Camera Obscuraweg, gecategoriseerd is als een erftoegangsweg;

dat op een erftoegangsweg de verblijfsfunctie belangrijker is dan de verkeersfunctie;

dat dit deel van de Amsterdamsevaart in de SOR benoemd is als onderdeel van het fietsnetwerk;

dat de parallelweg van de Amsterdamsevaart tussen de Pr. Bernhardlaan en de Camera Obscuraweg deel uitmaakt van de snelle fietsverbinding tussen Haarlem en Amsterdam (F200);

dat de fietsbereikbaarheid van Amsterdam naar Haarlem comfortabeler moet worden;

dat door in te zetten op het gebruik van de fiets getracht wordt het autogebruik te verminderen;

dat daarvoor een herinrichting van dit deel van de ventweg van de Amsterdamsevaart vereist is;

dat met het op 28 mei 2019 vaststellen en vrijgeven van het definitief ontwerp door het college het besluit is genomen tot realisatie van deze snelle verbinding;

dat in de periode voorafgaande aan het vaststellen van het definitief ontwerp door diverse partijen en betrokkenen is geparticipeerd en het inspraaktraject is doorlopen;

dat dit besluit past in het beleid voor het stimuleren van het gebruik van de fiets en verbeteren van de verkeersveiligheid (5.1 Openbare ruimte en mobiliteit);

dat dit proces van ontwerp, inspraak en besluitvorming zich heeft afgespeeld in de jaren 2018-2019;

dat dit deel van de ventweg van de Amsterdamsevaart inmiddels is heringericht;

dat de destijds besloten verkeersmaatregelen zijn uitgevoerd overeenkomstig het definitief ontwerp;

dat echter is nagelaten om de genomen verkeersmaatregelen op te nemen in een verkeersbesluit;

dat dit verzuim thans wordt gecorrigeerd door het nemen van het voorliggend verkeersbesluit;

dat het voorgestelde ontwerp voorziet in de inrichting van de weg als fietsstraat;

dat een fietsstraat geen formele of wettelijke status heeft en geen bijbehorende gedragsregels kent;

dat aanvullende verkeersmaatregelen noodzakelijk zijn om de positie van de fietser op een fietsstraat te versterken;

dat dit deel van de Amsterdamsevaart een snelheidsregime kende van 50 kilometer per uur met aan weerszijden van de rijbaan parkeerverboden;

dat dit deel van de Amsterdamsevaart, gezien vanuit de aansluiting met de Prins Bernhardlaan, een doodlopende weg is, uitgezonderd voor fietsers en bromfietsers;

dat het gebruik van dit deel van de Amsterdamsevaart beperkt is vanwege de bijzondere functies van percelen en gebouwen, te weten een oogziekenhuis, een woning en een joodse begraafplaats;

dat bij het ontwerp van de herinrichting bewust gekozen is voor het plaatsen van hagen dicht op de rijbaan;

dat deze verticale elementen optisch bijdragen aan een verlaging van de snelheid;

dat de verharding qua kleurstelling en markering op de rijbaan overeen komt met datgene wat gebruikelijk is bij de aanleg van een fietsstraat;

dat bovenstaande met zich meebrengt dat de omstandigheden op en langs deze weg van dien aard zijn dat een beoogde snelheid van 30 km/u redelijkerwijs voortvloeit uit de aard en inrichting van dit deel van de ventweg van de Amsterdamsevaart en van zijn omgeving;

dat deze maatregel gerealiseerd is door het plaatsen van de borden begin/einde zone A1(30) van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de Amsterdamsevaart, nabij de aansluiting met de prins Bernhardlaan;

dat deze maatregel ondersteund wordt door middel van een op de rijbaan aangebrachte markering ‘ZONE 30’;

dat een fietspad is gelegen over, en kruist met de rijbaan van de Prins Bernhardlaan;

dat dit fietspad aansluit op dit deel van de Amsterdamsevaart;

dat dit fietspad aansluit ter hoogte van de haakse bocht van de Amsterdamsevaart;

dat hierdoor sprake is van een T-kruispunt;

dat, vóór de herinrichting van dit deel van de Amsterdamsevaart tot fietsstraat, bestuurders rijdend op het fietspad voorrang dienden te verlenen aan bestuurders rijdende op de Amsterdamsevaart;

dat deze voorrangsregeling aan bestuurders kenbaar was gemaakt door het aanbrengen van haaientanden op, en het plaatsen van bord B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 langs het fietspad;

dat het gewenst en logisch is dat het doorgaande fietsverkeer op dit onderdeel van het fietsnetwerk ongehinderd zijn weg kan vervolgen;

dat na de herinrichting van de Amsterdamsevaart tot fietsstraat daarom de voorrangsregeling is gewijzigd in die zin, dat aan bestuurders rijdende op de route fietspad/fietsstraat voorrang moet worden verleend door bestuurders die naderen over de Amsterdamsevaart vanuit de richting van de Prins Bernhardlaan;

dat deze wijziging van de voorrangsregeling aan bestuurders kenbaar is gemaakt door het verwijderen van de haaientanden en het bord B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 vanaf het fietspad en het aanbrengen van haaientanden en het plaatsen van bord B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de rijbaan van de Amsterdamsevaart;

dat de inrichting tot fietsstraat met zich meebrengt dat fietsers zo min mogelijk hinder ondervinden van geparkeerde en manoeuvrerende auto’s;

dat een parkeerstrook niet langer gewenst was langs dit deel van de Amsterdamsevaart;

dat op het terrein van de joodse begraafplaats voldoende ruimte is voor kerende voertuigen en deze ruimte door de beheerder daarvoor beschikbaar is gesteld;

dat het niet noodzakelijk was dat ten oosten van de in- en uitgang van de joodse begraafplaats zich nog langer auto’s bevinden;

dat daarom ten behoeve van de snelle fietsverbinding de ventweg van de Amsterdamsevaart, ten oosten van de in- en uitgang van de joodse begraafplaats, is aangewezen als verplicht fiets/bromfietspad;

dat dit gerealiseerd is door het verwijderen van het ter hoogte van het kruispunt met het Meerspoorpad geplaatst bord G12a van de bijlage 1 van het RVV 1990 en het plaatsen van dit bord G12a en G12b langs de Amsterdamsevaart ten oosten van de in- en uitgang van de joodse begraafplaats;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het verwijderen en aanbrengen van het verkeersteken ‘haaientanden’, het verwijderen en plaatsen van het bord B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990, het plaatsen van de borden begin/einde zone A1(30) van de bijlage 1 van het RVV 1990, en het verwijderen en plaatsen van de borden G12a en G12b van de bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de verkeersmaatregelen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van het WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij realisatie van de verkeersmaatregelen;

dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

  • 1.

    door middel van het plaatsen van de borden begin/einde zone A1(30) van het RVV 1990 op het gedeelte van de ventweg van de Amsterdamsevaart, tussen de prins Bernhardlaan en de Camera Obscuraweg, een maximum snelheid van 30 km/u in te stellen;

  • 2.

    door middel van het verwijderen en plaatsen van het bord B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 een voorrangsregeling in te stellen op het kruispunt van de fietspad/fietsstraat met de rijbaan van de ventweg van de Amsterdamsevaart;

  • 3.

    door middel van het verwijderen van de op de ventweg van de Amsterdamsevaart, ter hoogte van het kruispunt met het Meerspoorpad, geplaatst bord G12a van de bijlage 1 van het RVV 1990 en het plaatsen van dit bord, alsmede het bord G12b van de bijlage 1 van het RVV 1990 op de ventweg van de Amsterdamsevaart ten oosten van de in- en uitgang van de joodse begraafplaats de Amsterdamsevaart in oostelijke richting aan te duiden als verplicht fiets/bromfietspad;

Situatieschets:

Aldus vastgesteld te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Sylvia van Egmond

Hoofd afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

Naar boven