VERORDENING TOERISTENBELASTING 2023 GEMEENTE BRUMMEN

Kenmerk Z077785/D393945

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022 met kenmerk D392157;

Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

HEEFT BESLOTEN:

1. De “Verordening Toeristenbelasting 2023 “ vast te stellen.

 

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a. vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;

b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;

d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen.

 

Artikel 3 Belastingplicht

1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.

2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

1. door degene, die:

a. als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;

b. verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd;

2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8 van voornoemde wet, voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

3. van degene die onder bevoegde leiding deelneemt aan een jeugdkamp voor jongeren tot en met 18 jaar en deel uitmaakt van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van educatieve, wetenschappelijke, sociale of culturele aard.

4. Een vrijstelling als bedoeld in lid 3 wordt alleen toegepast indien dit duidelijk blijkt uit het gestelde in artikel 17 (nachtverblijfregister).

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing

1. De belasting wordt geheven naar het werkelijk aantal overnachtingen. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden.

 

Artikel 6 Opteren voor forfaitaire berekeningswijze als maatstaf van heffing

Indien het werkelijk aantal overnachtingen niet uit de administratie te achterhalen is, wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 5 op een door de belastingplichtige bij aangifte gedane aanvraag, het aantal overnachtingen berekend via een forfaitaire berekeningswijze. Deze berekeningswijze wordt alleen toegepast voor het bepalen van het aantal overnachtingen in mobiele kampeeronderkomens of stacaravans op vaste standplaatsen dan wel seizoenplaatsen.

 

Artikel 7 Forfaitaire maatstaf van heffing

1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

a. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op 2,5

b. mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen bepaald op 3.

2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:

in geval verblijf wordt gehouden op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:

- ten hoogste drie maanden bepaald op 30;

- meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 60;

- meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 80;

- meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 110;

 

Artikel 8 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per overnachting € 1,86.

 

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 10 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 11 Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd.

 

Artikel 12 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dat € 50,-, maar minder dan € 10.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er in de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is verwerkt en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

 

Artikel 13 Kwijtschelding van belasting

Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 14 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

 

Artikel 15 Aangifte

Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren van de gevraagde gegevens of bescheiden.

 

Artikel 16 Nachtverblijfregister

1. De belastingplichtige is gehouden per belastingjaar verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd, eventueel door de gemeente kosteloos ter beschikking gesteld, nachtverblijfregister.

2. Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft gegevens ten minste betreffende:

a. namen en woonplaats en aantal personen;

b. datum van aankomst en datum van vertrek;

c. het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is.

 

3. De heffingsambtenaar is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen van de in het eerste lid bedoelde verplichting gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen, zonodig onder door hem te stellen voorwaarden.

 

Artikel 17 Overgangsrecht

1. De Verordening Toeristenbelasting 2005 van 16 december 2004, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 21 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

2. Deze verordening wordt aangehaald als ¨Verordening Toeristenbelasting 2023¨.

 

 

 

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 15 december 2022.

De raad van de gemeente Brummen,

De griffier, D.D. Balduk

De voorzitter A.J. van Hedel

Naar boven