Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Renkum, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
gelezen het voorstel d.d. 06-12-2022;
Overwegende dat het met het oog op de nalevering van het bepaalde bij of krachtens de in dit besluit genoemde wetten en verordeningen noodzakelijk is om toezichthouders aan te wijzen als bedoeld in titel 5.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op:
- de artikelen 5:11 en 5:14 van de Algemene wet bestuursrecht;
- artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering;
- besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
- Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar;
- artikel 5:10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
- artikel 41, eerste lid, onder b van de Alcoholwet;
- artikel 34, tweede lid, van de Wet op de kansspelen;
- artikel 6:2, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum;
- artikel 12 van de Marktverordening gemeente Renkum;
- artikel 15, eerste lid, van de Bomenverordening gemeente Renkum;
- artikel 148, tweede lid, van de Wet geluidhinder;
- artikel 90, tweede lid, van de wet inzake de luchtverontreiniging;
- artikel 18.2d van de Wet milieubeheer;
- artikel 92, eerste lid, van de Woningwet;
- artikel 33, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014;
- artikel 21 van de Afvalstoffenverordening gemeente Renkum;
- artikel 4.2 van de Wet basisregistratie personen;
- artikel 9 van de Verordening Hemel- en grondwater Renkum 2021;
- artikel 14 van de AVOI Renkum 2010;
- artikel 33 van de Wet op de Openluchtrecreatie.
gezien het voorstel van 06-12-2022;
Besluit vast te stellen het volgende ‘aanwijzingsbesluit toezichthouders gemeente Renkum 2022’